Zondag 29 december

Deze nacht wakker geschoten vanwege een zeer nare droom die zich op Siberut afspeelde en waarbij een bepaalde ‘kerei’ een nogal belangrijke rol speelde en waarbij ik het ene varken na het andere moest offeren om de geesten gunstig te stemmen. Hopelijk is dat geen signaal dat er weer allerlei minder aangename gebeurtenissen plaatsvinden in mijn Mentawai-familie.
Hoe dan ook ben ik dan maar opgestaan; het nog maar 4 u. Een half uur geprobeerd om op internet te raken. Wat alweer niet wilde lukken. Dus kon ik m’n blog niet bijwerken. Misschien straks meer geluk.
Het is zondagochtend en zonnig. Zowat heel de camping loopt leeg voor de wekelijkse bezigheidstherapie: naar de markt in Albir. Er zijn hier geen vijf mensen meer aanwezig. Louis (de pa van Eddy) is er nog wel. Die heeft zijn handen vol met het jongste dochtertje van Martin, de nieuwe exploitant van de tent hier. Theo en zijn echtgenote zijn er (voorlopig) ook nog maar voor de rest is het één en al droefenis en leegte. Lekker rustig en met open deur en open raam kan ik nu zelfs een tandje bijsteken wat muziekvolume betreft.
Tegen twee uur streken de duiven weer op hun nest neer, werden stoelen en tafeltjes buiten gezet, bierbuiken en Michelinbandjes weer ontbloot en werd collectief van de weldoende zonneschijn genoten.
Plots een vroegtijdig telefoontje van Mieke met slecht nieuws. Deze ochtend is mama overleden, de moeder van onze vrienden Gerda en Bob. Ze heeft haar 91ste verjaardag slechts drie dagen overleefd. Hoewel dat overlijden – gezien de gezegende leeftijd – wel al jaren ingecalculeerd was, geeft het nieuws me toch een opdonder en laat het een diepere indruk na dan verwacht. Sinds mensenheugenis brachten we met de vrienden oudejaarsavond in haar huis door, toverde Gerda de meest exquise gerechten uit haar hoed en plunderde Bob mama’s goed gevulde wijnkelder onder haar goedkeurende oog en altijd met haar stralende glimlach en haar goed humeur in de nabijheid. Zoals steeds, telkens er een hoofdstuk uit het Grote Boek wordt afgesloten, zal het leven nooit meer hetzelfde zijn. Binnen twee dagen zal ik, als voorheen, met middernacht op jouw gezondheid klinken, mama, hoewel het zonder bijbehorende klapzoen zal moeten, en zonder André Rieux of Duitse schlagerparade op de achtergrond. Het ga je goed, lieve schat.
Ik wist dat er wat op til was. Telkens ik van Siberut en de Mentawai droom, is dat een voorbode van erge dingen.

Advertenties

Zaterdag 28 december

Vandaag verjaart mijn vriendin Bieke, die zowat veertig jaar geleden uit mijn leven verdween omdat ze naar mijn zin iets té Amerikaans was geworden na haar huwelijk met Brian, of misschien omdat ik iets te veel met mijn poten in de Leuvense klei was blijven steken. Wie zal het zeggen. Hoe dan ook: gelukkige verjaardag Bieke, waar je ook moge zijn. Je bent en blijft nog altijd mijn allerbeste vriendin, ook al hebben we sinds die goede jaren 70 al wel enkele decennia achter ons gelaten.
Voor de rest kon deze zonnige, maar ook alweer winderige, dag niet meer stuk. En wel omdat er weer niets speciaal is gebeurd. Alles normaal dus en meer moet een mens in feite niet hebben. Ik zie iedereen weer druk doende om de nodige inkopen te doen voor het weekend. De ene gaat naar de markt, de andere naar de brocante in La Cisne en ik zit erbij en kijk ernaar. Beetje lezen, beetje doorlopers invullen, met de hond wandelen, koffie zetten, beetje in de zon zitten tot de wind daar weer anders over beslist… wat al drukte toch in mijn leven.
Mieke is deze avond alweer te gast bij vriend Jo S. en Chrisje. Hopelijk heeft ze alweer een fijne tijd in het gezelschap van fijne mensen. Zelf had ik dat in de late namiddag ook met mijn vaste kameraden. Bepaalde personen rekenden weer uit hoe lang ze nog moesten werken vooraleer met pensioen te gaan. Er werden weer plannen gesmeed om samen Marokko eens te verkennen. Och, er werd weer zoveel gepraat en zich nodeloos zorgen gemaakt over ‘zekerheden’, een woord dat elke dag van mijn leven steeds en meer aan inhoud begint te verliezen. De enige zekerheid die we kennen is dat iedereen ooit dood gaat. Om Bob Dylan te parafraseren: Zekerheid is maar een ander woord voor als je niets meer te verliezen hebt…

Vrijdag 27 december

Weer een nieuwe dag die de geschiedenisboekjes niet zal halen. Het kondigde zich nochtans goed aan deze ochtend. Een staalblauwe hemel, geen wolkje aan de lucht, volle zon. Plots kwam heel de camping tot leven. Mensen met een (huur)auto trokken erop uit, wie een motor bij had trapte dat ding in gang, de elektrische fietsen snorden heen en weer en de rest waagde wel een wandeling. De pret duurde evenwel niet zo heel lang. Halverwege de voormiddag slibde de hemel dicht met slechts hier en daar nog een streepje azuur. En erger nog: er kwam weer wind opzetten.
Tijd dus voor enkele huishoudelijke taken maar ook daar moet weer niet in overdreven worden. Dat beperkt zich meestal tot het ledigen van het vuilbakje, de waterkruik aanvullen en afwassen.
Daarna kun je dan toch weer wat buiten zitten want de temperatuur is toch nog altijd 17 à 18 C°. Martin wilt absoluut bamboestokken voor zijn windscherm, in vervanging van de zware ijzeren staven die hij daarbij gekregen heeft, en dus gaan we die hier een beetje verder halen. Nadien is het weer tijd voor de vaste brigade die hier op de plek al een slechte naam heeft gekregen omdat wij in het openbaar doen wat velen ons benijden: iets drinken, gezellig wat kletsen, elkaar beter leren kennen. Nu ja, dat moet iedereen maar voor zichzelf zien uit te maken.
Ik vul mijn avond met nog wat aflevering van de Borgia’s met dank aan vriend Michel en tussendoor mis ik Mieke.

Donderdag 26 december

Alle campergasten lopen er vandaag bij met blauwe zakken onder de ogen. Slaaptekort. Haast niemand is de nacht doorgekomen zonder op te staan. Het is gisterenavond beginnen waaien en stormen dat het een lieve lust was. De zware depressie die eerder de rest van Europa heeft geteisterd, is nu ook hier toegekomen. Het is me dan ook een nacht geworden met huilende wind en dooreen schuddende campers. Bij het eerste daglicht kwam men naar buiten om de mogelijke schade op te meten. Afdekzeilen van fietsen waren gaan vliegen, kerstversieringen waren weggeblazen, vergeten stoeltjes kon men elders gaan zoeken. Een tak van de palmboom naast mijn deur klopte op het dak en mijn verluchtingsraampje is nu wel helemaal naar de verdoemenis. Eigen schuld, dikke bult. Onderweg was ik vergeten dat raampje dicht te draaien en al rijdend kreeg dat net iets te veel luchtdruk te verwerken, zodat ik het bijna niet meer dicht kreeg. Uiteindelijk ben ik daar wel in geslaagd maar het valt niet in meer in het slot, met het gevolg dat ik het zo met de hand kan open duwen. En dat het deze nacht ook wel erg klapperde, natuurlijk, telkens de wind er onderin sloeg.
Al met al heb ik dan nog geluk want bij de buurman van Omer is heel het dakluik gaan vliegen en nu zitten die mensen met een gat van pakweg een vierkante meter in hun dak. Ron en Chris hebben een paar uurtjes op het dak gezeten voor de meest noodzakelijke reparatie met houten panelen, siliconen en duck tape.
Huub heeft er alweer een trauma bij. Het lawaai en het geschud van deze nacht was er voor hem te veel aan. Hij wist niet waar te liggen en kruipt nu hijgend op mijn schoot. Hij gedraagt zich zoals onze Groenendalers destijds bij een naderend onweer. Ook hij is een slachtoffer van het veranderende klimaat…
Om 10 u wandelden Martin en Petra naar de winkel, niet zozeer omdat ze absoluut iets nodig hadden dan wel om wat beweging te hebben na die compleet uitgeregende dag van gisteren. Ik bedank hen voor de portie konijn die ze me gisteren meegebracht hadden. Met enig leedvermaak vertellen ze me dat Snelle Eddy had botgevangen bij de slager. Alle konijn was op. Had hij er zoveel moeite voor gedaan, en ik helemaal niet, maar ik heb gisteren wél konijn gegeten en hij niet. Er bestaat in deze wereld dan toch een vorm van herverdelende rechtvaardigheid.
Vandaag ook geleerd dat iemand 17 jaar geduld heeft moeten uitoefenen vooraleer zijn vrouw een eitje kon koken. Sommige mensen mochten meteen heilig verklaard worden.
Ook geleerd dat Snelle Eddy hier op de camperplek school maakt met zijn geo-caching. Hij is erin geslaagd om Omer en Anneke zover te krijgen dat ze zijn uitgestippelde toer met al zijn door hem verstopte caches te doen. Ze hebben verdorie 14 km moeten lopen, over omver gewaaide en ontwortelde bomen moeten kruipen. Zelf heeft hij een auto gehuurd om dieper in het binnenland caches te gaan zoeken. Binnenkort kan hij maar beter een busje inzetten want de schare van zijn volgelingen wordt met de dag groter. Tot vreugde van Garmin, natuurlijk.
In de namiddag ging de wind even liggen en meteen kroop de temperatuur naar de 20 C°. Helaas duurde de pret niet lang want tegen 16 u was het weer van dattum. Volgens Rabisto zullen de eerstvolgende dagen windvrij verlopen. Hoop doet leven.

Woensdag 25 december

Bing Crosby en andere dromers van een witte kerst zijn eraan voor de moeite. Het is deze nacht beginnen druppen en het heeft nog niet opgehouden. Omer zit nu in zijn Riviera te balen zoals alleen iemand dat kan die maar enkele dagen vakantie heeft en daar dan de helft van verknoeid ziet door de regen. Nu is hij niet de enige in die situatie; de voorbije dagen zijn hier zeker vijf, zes campers toegekomen, die binnen tien dagen weer huiswaarts moeten. Mij persoonlijk kan het minder verdommen. Als je hier een maand of vijf zit en het regent gedurende een week, ben je dat snel weer vergeten omdat er nog voldoende mooie dagen zullen volgen. Voor de mensen met beperkte vakantie is dat natuurlijk heel wat erger…
Kerstmis is aan mij niet besteed en nog minder de zeemzoete kersliederen. Deze uitgeregende voormiddag heb ik muzikaal omlijst met de trilogie van Nicholas Lens, achtereenvolgens ‘Amor Aeternus’, ‘Terra Terra’ om af te sluiten met ‘Flamma Flamma’. Aan allen die dit Vlaamse (want geboren in Ieper of all places) muzikale genie niet zouden kennen… onverwijld naar Youtube overschakelen en opzoeken.
Na de middag nog altijd geen beterschap. Stipt op het middaguur zag ik een streepje blauw maar het daarbij opwellende optimisme was van heel korte duur. Het bleef regenen en zelfs de petanquespelers drongen niet erg aan; en dan weet je hier meteen dat het héél slecht weer moet zijn.
Martin en Petra kwamen buurten en een half uurtje later zagen we Omer ook eens buiten komen. Daarna werd Anneke aangemaand om het vuur onder de kookpotten te doven en even later kwamen ook de vrienden van Martin en Petra en nog bijzitten. Dat zijn van die dankbare momenten dat je toch een tamelijk grote zithoek hebt. Helaas is mijn koelkast qua laadvolume niet in verhouding en moest Omer na een tijdje zijn eigen voorraad bier aanspreken. Het werd al met al een gezellige boel. Konden we dat van het weer ook maar zeggen…
De eerstvolgende drie dagen zou de zon schijnen. Laat ons daar vanuit gaan.

Dinsdag 24 december

De ingeving van deze nacht klopte. M’n Laguiole lag inderdaad op de plek die ik vermoedde. Dus hoefde ik voor de rest van m’n dagen niet vol schaamte door het leven te stappen. Immers, zonder zijn mes is een man maar de helft van zichzelf en zonder zijn Laguiole maar een kwartje. “La seule chose qu’un Laguiole ne coupe pas, c’est l’amitié” is één van de beste reclameslogans die ik ooit gelezen heb. Mooi!
Vandaag moeten onze vrienden uit Sint-Truiden Anneke en Omer toekomen. Die hebben nu 9 dagen in Calpe gestaan en dat is maar een scheet hier vandaan. Dus hebben ze, ofwel te lang geslapen, ofwel té langzaam of verkeerd gereden, ofwel onderweg te veel gewinkeld, want ze kwamen hier pas rond 14 u aan. Geen tien minuten later was Rabisto hier met twee thermoskannen vol warme wijn. Ik denk automatisch aan F&F die de voorbije weken die weke geur van Glühwein in de neus hebben gehad op de kerstmarkt in Leuven. Hopelijk krijgen ze hun Pössl ook écht op 10 januari geleverd en zijn ze spoedig weer in Albir.
Om 15 u zou er ook een drink worden getrakteerd door campingbaas Martin en zijn lieve echtgenote. Vorig jaar rond deze tijd liepen we hier rond in short en ‘marcelleke’ maar niemand is gek genoeg om dat nu ook te proberen. Er staat een echt gure zuidooster wind en wij koelen hier sneller af dan in het funerarium van Pues. Na twee glaasjes cava en een verplicht handje aan Kerstman Eddy houd ik het voor gezien en blijkbaar nog velen met mij. Cava, zelfs uit plastic bekertjes, drink je niet klappertandend. De grote uittocht naar de campers begint op enkele die hards na. Die halen nog snel de petanqueballen naar buiten.
Anneke gaat wat lezen (*zie hieronder*) en Omer wilt ook wat graag zijn koude voeten weer opwarmen bij een ‘glühwein’ van Lucas. We praten een beetje bij en heel per ongeluk stoot ik mijn bekertje om, uiteraard over de tafel, de zetel, over mijn broek en trui én over de vloer heen. De GVD’s zijn niet meer te tellen en het belooft niet zozeer een witte dan wel een kleverige kerst te worden. Morgen wordt een dweildag want zelfs mijn sloffen krijg ik met moeite van de kleverige vloer af. Al heel mijn leven lang heb ik een onwaarschijnlijke aversie voor dat warme wijn-gedoe en als ik mezelf dan voor één keer zover krijg om (uit beleefdheid, weliswaar) ervan te nippen, krijg ik heel de zooi over me heen. Vervloekt zij Rabisto, vervloekt zij mijn eigen onhandigheid en mijn onstandvastigheid. Vooral dat laatste. Had ik me bij bier gehouden, zoals dagelijks gebruikelijk, had ik veel minder ellende over me heen gehaald.
Nog maar net hersteld van al deze rampspoed, komt Anneke vertellen dat ik moet mee komen eten. Lekkere kip + garnalen in curry op een bedje van couscous. Met daar een lekker Chileens wijnte (huismerk van Omer) bovenop. Deze vorm van ‘nodig-eens-een-eenzame-uit-met-kerstmis’ bevalt me bijzonder goed.
Enigszins nerveus moet ik afscheid nemen want ik heb nagelaten de hond eerder eten te geven dan mezelf + het is ongeveer de tijd dat Mieke zal bellen + dringend een dosis nicotine nodig. Juist ja, Mieke heeft al twee keer gebeld. Ze is, als eenzame van dienst, uitgenodigd bij Jo Stulens en Chrisje. In de wetenschap dat ze bij die heerlijke mensen in goede handen is, verzoen ik me bij het idee dat ze nog vanuit Wijgmaal naar huis moet zien te komen.
En verdomme als het niet waar is, maar morgen is het alweer woensdag. Dat betekent dus al twee weken onderweg. Voor morgen is er regen voorspeld en dus word kerstmis hier in Spanje maar net hetzelfde als in België: een dag om binnen te zitten.
Nog gauw de allereerste aflevering van ‘Morse’ bekeken. Lieve mensen toch, die serie is begonnen in 1987 en toch lijkt het precies alsof ze gisteren is gemaakt. Dank u wel Groot-Brittannië. Dank je wel John Thaw, dank je wel Kevin Whately. Dank je wel muzieksamensteller van de reeks. Het lijkt er wel op dat die mijn iPod gepikt heeft. Op Wagner na, dan toch.

(*) Een beetje uitleg. Anneke heeft zich speciaal voor deze reis een boek aangeschaft. Op aanraden van vrienden heeft ze ‘Mannen die vrouwen haten’ gekocht. Ze schrok zich rot van de omvang van dat boek en nog meer toen ze hoorde dat er nog twee van dergelijke kleppers deel uitmaken van de Millennium-trilogie. Misschien heb ik haar leesplezier helemaal naar de bliksem geholpen maar toch heb ik haar de drie meesterlijk gemaakte films meegegeven die van deze trilogie gemaakt zijn. Hopelijk heeft ze even zo veel plezier aan als ik er aan gehad heb.

Maandag 23 december

’t Was een dag op ‘zijn maandags’, m.a.w. er gebeurde niet veel goeds. De zon scheen maar er stond weer net iets te veel wind om in T-shirt buiten te zitten. Dus kon het fleece niet in de kast.
’s Avonds zaten we eerder dan gebruikelijk weer binnen. Terwijl ik enkele afleveringen van ‘Borgia’ bekeek, viel het me plots te binnen dat ik mijn Laguiole-mes niet meer op zak had. Meteen het signaal om een tevergeefse zoektocht te starten. Lang nadat ik in bed lag bleef het maar piekeren, tobben en nagaan waar ik het voor het laatst gebruikt kon hebben. Het was toch al dik voorbij 5 u voor ik de oplossing had gevonden. Ik had het nog gebruikt om de plastic verpakking van de blikjes bier open te snijden. Dus had ik het waarschijnlijk in de voorraadkamer, zijnde de garage, laten liggen. Oef.