Vrijdag 30 oktober Blad- en takloze bomen

Alarmfase rood vandaag. Werk aan de winkel en nog niet zo’n beetje. En toch, van het lijstje ‘dringend te doen’ schiet op het einde van de dag weer meer dan de helft over. Nu ja, wat niet gedaan is vòòr de Grote Controleur op het toneel verschijnt, moet dan maar gebeuren in het bijzijn van Hare Majesteit.
De grootste pech vandaag is dat men in Helsinki begint te snoeien. Eerder al had ik hier gemeld dat men de bomen te lijf gaat terwijl het blad er nog op staat. Scheelt hem een hoop ellende. Vallende blaren dienen niet bijeen geharkt en later hoef je ook het snoeihout niet meer apart weg te voeren. De directie heeft duidelijk de intentie dat iedereen begin november volop in de zon moet staan. Soms (zoals vandaag) is dat zelfs net iets te veel. Het grootste nadeel is evenwel dat heel de camping nu een doods uitzicht vertoont. Het geeft al helemaal de indruk dat we putje winter zitten. Ik mis de volumes van de bomen en wen maar moeilijk aan het huidige uitzicht. Nog erger: Mieke krijgt die bomen nu weer niet in hun volle glorie te zien. Heel erg vind ik dat.
Een ander nadeel – maar niet blijvend – is je wel een halve dag nauwelijks iets kunt zeggen omdat het geluid van de kettingzaag alles overstemt. Dan maak je met de hond nog maar een extra wandeling naar oorden waar dat zaaggeluid minder hinderlijk is. Intussen blijft je werk wel liggen, wat ook weer niet het einde van de wereld betekent. Immers, intussen is het integratieproces al zodanig voltooid dat het begrip ‘mañana’ geen vreemde bijklank meer heeft.

Voor...
Voor…

…en na de ingreep met de kettingzaag.
…en na de ingreep met de kettingzaag.

Alsof de duivel er mee gemoeid is, krijg ik vandaag opvallend veel bezoek. Waarschijnlijk heeft het gerucht dat ik heel wat poetswerk te doen heb zich algemeen verspreid en voelt menigeen zich geroepen om dat te komen aanschouwen en er commentaar bij te leveren. Gisteren schreef ik nog lovend over het feit dat iedereen, elk naar eigen vermogen, altijd klaar staat om je een handje toe te steken maar met hetzelfde enthousiasme staan dezelfde personen ook altijd klaar om een beetje met je voeten te komen spelen. Solidariteit, heet dat.
De temperatuur kroop weer eventjes over het lijntje 30 maar boven de bergen in de verte pakte zich een zwarte wolkenband samen. Het zag er op een ogenblik sterk naar uit dat binnen het half uur het vernieuwde dak van de keuken een zware test moest ondergaan. Sommigen beweerden zelfs dat het de eerstvolgende tien dagen zal blijven regenen; anderen hielden het op zondag en maandag. Hopelijk kijkt of luistert Mieke niet te veel naar de weersvoorspellingen of er dringen zich twee mogelijkheden op: of ze komt helemaal niet, of ze bestelt morgen op de luchthaven meteen een retourticket. Och, ze zal wel voor zichzelf uitmaken wat voor haar de beste oplossing is. Hoe dan, morgen staan Jos en ik in de aankomsthal.

Advertenties

Donderdag 29 oktober Waterdicht

Het was wel even schrikken deze ochtend. Mijn eerste slaapdronken gedachte was: “Verdorie, mijn horloge is kapot; ik ben mijn kleine wijzer kwijt.” Bij een tweede, iets duidelijkere visie bleek dat wijzertje verstopt te zitten achter zijn grote broer en stonden ze met zijn tweetjes uitdagend op het cijfertje 10. Olapola, er moet vandaag wel gewerkt worden, hé. Jos was al komen kijken waar ik bleef; buiten had hij al een zak materiaal klaar gezet.
Eerst koffie en samen een werkschema opstellen. Bij dat laatste moet je niet te veel voorstellen; dat bestond er voornamelijk uit om de frequentie van de koffiepauzes juist in te schatten. Eerste fase: het netjes in twee helften verdelen van die dakplaten. Koffie en sigaretje. Tweede fase: nog eens uitpassen van hoe die platen op het dak in elkaar moeten passen. Koffie en een sigaretje. Derde fase: afschuinen van de kanten aan de nok. Koffie en een sigaretje. Vierde fase: afschuren van zoveel mogelijk grind op de asfaltleien. Koffie en sigaretje. Vijfde fase: Ruime toepassing van TEC7 en plaatsen van de dakplaten. Koffie en twee sigaretjes. Zesde fase: Vast schroeven van de platen. Koffie en sigaretje. Zevende fase: het plaatsen van een nokoverkapping. Koffie en sigaretje. Achtste fase: Opruimen van de werf en bewonderend vaststellen dat mijn keuken nu weer waterdicht is.
“Prachtig werk geleverd, jongens” klinkt het goedkeurend bij Hugo en Agnes. Commentaar waardoor ik me toch maar minimaal aangesproken voel. Tenslotte is het vooral Jos die het werk geleverd heeft of ik zou het vasthouden van de rolmeter, het lijnen trekken met een viltstift en het aanreiken van schroeven ook als “werk” moeten beoordelen.
In de loop van de snikhete namiddag (32 C° in de zon) stelden wij vast dat we ons toch al redelijk weten aan te passen aan de in Spanje algemeen gehanteerde levenshouding en werkritme: kalmpjes aan, dus. Jos stelde het nog veel scherper met de zin: “Wij zijn al compleet geïntegreerd.” Héhé, en dat zonder vluchtelingenbadge.
Als ik die avond bij een biertje naar m’n nu al weer waterdichte keukenhuisje zit te kijken, voel ik me toch wel erg dankbaar dat ik zo’n mensen als Hugo, zijn vrouw Agnes en iemand als Jos mag kennen. Je hoeft hier echt maar een vingerknip te geven en voor zover het in hun mogelijkheden ligt, komen ze je helpen. Meer dan bewonderenswaardig.
Iets later verneem ik van Mieke dat zij toevallig met identiek dezelfde gevoelens zit. Serrat is tot heel erg laat aan dat dak blijven doorwerken, daarbij op regelmatige basis geholpen door adoptiezoon Jan en diens vriend Pongpong Chris, om er toch maar voor te zorgen dat alles zo snel en zo goed mogelijk verloopt. Van hieruit ook mijn dankbaarheid en bewondering, jongens.
Gisterenavond is hier tegenover nog een Nederlander toegekomen. Op het eerste gezicht een door en door brave man. Nochtans stond hij even later bij Jos aan de deur om te eisen dat die zijn tv zou afzetten want mijnheer en mevrouw wilden gaan slapen. Als entree om je sympathiek te maken kan dat tellen. Deze namiddag kwam die man eens bij mij kijken met de vraag: “Ben je zonnepanelen aan het leggen?” Als entree om je als intelligent te laten doorgaan, kan dat tellen. De man vond dat ik wel een erg zonnige plek heb, beter dan die van hem waar hij al vroeg in de namiddag in de schaduw staat. Toen ik hem erop wees dat er over heel de camping verspreid nog tig erg zonnige plekken te vinden zijn, antwoordde hij: “Ja, dat weet ik wel, maar ik sta graag aan de hoofdweg.” Het ligt volledig aan mij en mijn beperkt verstand dat ik steeds meer moeite heb om bepaalde mensen te begrijpen. Die goede mens is bovendien van plan om zeker tot einde maart een van mijn rechtstreekse overburen te blijven. Dat belooft voor de toekomst…

Kom van dat dak af!
Kom van dat dak af!

Platen vast schroeven...
Platen vast schroeven…

Zouden we dit gebruiken op de nok? Toch maar niet.
Zouden we dit gebruiken op de nok? Toch maar niet.

Héhé, huisje weer helemaal waterdicht.
Héhé, huisje weer helemaal waterdicht.

Mijn belangrijkste bijdrage vandaag: thermoskan blijven vullen en tabak bij de hand houden...
Mijn belangrijkste bijdrage vandaag: thermoskan blijven vullen en tabak bij de hand houden…

Woensdag 28 oktober NINE

Het is nog donker als ik met Huub op de wei sta. Nu en dan eens heel vroeg opstaan, doet je de camping wel in een ander perspectief bekijken. Vanaf vandaag is de speeltijd gedaan want ik heb nog maar drie dagen meer over om een en ander te laten voldoen aan de normen die mijn teerbeminde stelt. Dus moet er dringend een strijdplan worden opgesteld. Vandaag moet het terras een stevige poetsbeurt krijgen wat dat ligt er onvoorstelbaar smerig bij. Over het hoe en wanneer zit je dan eerst twee uur in de zon na te denken. Intussen zwaai ik de gelegenheidsbuurman uit Beersel uit. Die mensen moeten weer op huis aan. Doe ze groeten in Brabant, geef ik hen nog mee voor zover dat ook maar ene moer helpt.
Herman komt me vertellen dat ik een fout heb geschreven. Om hier een auto te kopen moet je geen resident zijn maar wel een NINE-nummer hebben. Zonder kun je hier ook geen bankrekening openen, enz. enz. Waarvan akte, natuurlijk.
Met Jos ga ik eens kijken naar de caravan die binnenkort gesloopt wordt, hier enkele percelen verderop. Daar staat een terrastafel die er steviger uitziet dan wat ik nu heb maar al met al is dat slechts schijn want het ding is even onstabiel als wat er nu staat. Dan begint de verhuis van mijn terrasmeubels naar één kant, wordt het terras geschuurd en afgespoten en tegen de tijd dat de tweede zijde aan de beurt is, hang ik al helemaal uitgeteld in de touwen. De knoert die het begrip “een mooie oude dag” heeft uitgevonden mag voor mijn part naar het vuurpeloton want aan oud worden is niets mooi. Elk jaar, wat zeg ik: elke dag!, kun je dingen niet meer die je gisteren nog wel kon. De grijze massa wilt nog wel mee maar het lijf zegt kordaat ‘foert’. Gelukkig heb ik Jos nog in de buurt die me een hand komt toesteken zodat de poetsbeurt van mijn terras geen kwestie van 3-6-9 wordt. En nu die oppervlakte ook schoon is, moet je er natuurlijk ook van genieten, daarbij geholpen door sloten koffie en een stralende zon.
F&L gaan naar Albir op cadeautjesjacht want ze zijn morgen geïnviteerd op het verjaardagsfeestje van hun buurvrouw en ze willen daar wel niet met lege handen toekomen. Frank verwacht Manuel van de verzekeringsmaatschappij, die hem beloofd heeft voor de papierwinkel te zorgen. Als hij hier passeert moet ik hem de nodige documenten bezorgen en een hoop extra vragen stellen i.v.m. de aankoop van een auto. Blijkt ineens dat er nog een bijkomend probleem is: volgens Manuel moet Frank ook nog een Spaanse telefoon hebben zodat de politie hem kan contacteren. Weet je wat, Manuel, ik zal hem aanporren om morgen tot bij u op het bureau te komen en dan kun jij het hem allemaal uitleggen. Waarvoor mijn dank.
De caravan van hier iets lager mag nog lang niet gesloopt worden. Carlos, de medevennoot/campingexploitant heeft nagelaten om de eigenaars per brief te waarschuwen. Het zal dus nog minstens een maand duren vooraleer ik de nodige tegels kan vast krijgen om mijn terras te herstellen. Anderzijds heeft Hugo de platen gebracht zodat we morgen dat keukendak weer eens waterdicht kunnen maken. Dat stond nog niet in mijn strijdplan en dus heb ik morgen zeker heel de voormiddag nodig een sluitende aanpassing daarvan te bedenken. Het leven zit ingewikkeld in elkaar…
Nog drie nachten, Mieke!

Dinsdag 27 oktober Dromen van een Jaguar

Voor de allereerste keer in de vier maanden tijd die ik intussen op Benisol heb doorgebracht, heb ik slecht geslapen. Nu had ik eerder al de indruk dat mijn matras lichtjes versleten was en deze nacht werd dat alleen versterkt. Eerder al had ik F&L gevraagd waar zijn hun nieuwe matras hadden gekocht maar zij raadden mij aan om te wachten tot de rabajas (=solden) in januari. Dus moet ik het zo lang nog weten uit te zingen en ’s ochtends met een pijnlijke rug ontwaken. We zien wel.
Het voordeel van zo’n slapeloze nacht is dat je de krant al kunt lezen. Helaas, zonder de bijbehorende koffie.
Mijn eerste bezoek vandaag was van Snelle Eddy. Het gaat er niet goed mee. Die zit met een aandoening in de zijn schouders waardoor hij ’s nachts huilend van de pijn uit bed moet. Hij durft het zelfs niet maar aan om verder dan 20 km met de motor te rijden. Een operatie dringt zich dus op maar het is nu weer een zware discussie met de ziekteverzekering of dat hier in Spanje kan of dat hij daarvoor terug naar België moet. Van soort idioot gehannes en de achterbakse touwtrekkerij tussen verzekeringsmaatschappijen weet ik intussen alles en het gevoel dat je een dossiernummer bent i.p.v. een patiënt is niet meteen bevorderlijk voor een zelfbeeld in evenwicht. Eddy is gisteren op bezoek geweest bij bevriende leden van een voormalige punkgroep en in de loop van de gesprekken zou regelmatig de naam Didi de Paris en die van Het Depot in Leuven gevallen zijn. Kijk, kijk, de wereld is klein. Eddy gaat dan verder op zoek naar vrienden van hem die hier gisteren zouden aangekomen zijn. Ik heb er geen idee van waar die een staplaats gevonden hebben.
Dan besluit ik om eens een kijkje te nemen in de plantenzaak die helemaal achter aan de camping grenst maar waarvoor je wel enkele kilometers rond moet rijden. De keuze is er inderdaad zo beperkt als menigeen me al had verteld. Degelijke bloembakken mag je er wel vergeten en ook het assortiment planten ziet er niet meteen uitnodigend uit. En het is er duur. Uiteindelijk heb ik daar toch cyclamen gevonden, waarvan eentje voor Lea want die zoekt al weken naar de naam van dat plantje en vanzelfsprekend ook naar het plantje zelf. We willen dringend naar het tuincentrum in Altea want daar heb je meer keuze en het is er goedkoper maar daar heb je natuurlijk wel een auto voor nodig. Ik zie mij geen vijf bloembakken + plantgoed + 2 zakken potgrond met de fiets gaan halen.
Frank al evenmin want die heeft zich deze namiddag vrijgemaakt om een bij autohandel Kramer binnen te lopen. F&L willen namelijk hier een autootje kopen maar daarvoor moet je wel resident zijn, m.a.w. hier minstens zes maanden per jaar verblijven. Nu zijn ze al begonnen met de daarvoor noodzakelijke papiermolen en via de verzekeringsagent die hier elke woensdag rondloopt, zou het allemaal veel sneller gaan dan als je het op eigen kracht probeert. Hoe dan ook: Frank kan de eerstvolgende dagen wakker liggen van zijn droomauto (en ook de mijne, natuurlijk) namelijk een Jaguar. En laat er daar nu net eentje te koop staan, een 2 liter diesel, 140.000 km, 9 jaar oud maar wel voor minder dan 8.000 euro. Blijven dromen Frank, en er heel snel voor zorgen dat alle papieren in orde zijn. Tegen die tijd is die Jaguar natuurlijk al lang verkocht.

Bericht aan m’n teerbeminde: nog 4 keer slapen.

Maandag 26 oktober Het mirakel van Steve Jobs

Wat doet een mens als je de krant hebt gelezen, de hond al twee keer hebt uitgelaten, al voor de tweede keer koffie hebt gezet? Zonder enige hoop en nog minder kans op succes probeer je toch die MacBook nog maar eens aan te zetten. En daar gebeurt het mirakel van Sint Steve Jobs. Alsof er niets aan de hand is geweest, floept dat scherm open en krijg ik het portret van Mieke weer te zien. Dank u wel, sinte Steve, dank u hartelijk. In één klap, en dank jouw hemelse tussenkomst ziet deze wereld er alweer wat minder als een tranendal uit.
Om van de verbazing te bekomen, moet ik wel buiten gaan zitten en van mijn goede voornemen om de eerste sigaret zo lang mogelijk uit te stellen, komt ineens niets meer in huis. Lea, Jos en Gerarda delen in mijn vreugde. Dat het deze nacht alweer in m’n keuken heeft binnen geregend, vind ik plots minder erg dan een etmaal geleden.
In plaats van een goed uitgekiend strijdplan voor de volgende dagen in elkaar te steken – het kot moet er stralend uitzien als Mieke komt – begin ik maar direct met m’n blog bij te werken. Alles op zijn tijd is niets te veel.
Als dat weer allemaal achter de rug is, kruipt de kleine wijzer toch al stevig tegen de drie aan en dan is de dag toch al zo goed als voorbij.
Heel de troep van Hugo is bezig met de sloop van een caravan aan Calle Barcelona. Daar sta je toch wel eventjes van te kijken. Hoe is het mogelijk dat mensen een grote Tabbert, zo goed als in perfecte staat op uitzondering van de voortent na, zo maar achterlaten, zonder teken van leven te geven. Dat staat daar dan al enkele jaren te verkommeren, het totaaluitzicht van de camping te verloederen, zonder stageld te betalen en dan is wachten tot de bazen van de camping dat ding hopeloos naar de schroothoop verwijzen.
Ik kan nog net horen dat Louis het van Gerarda op zijn donder krijgt. Om 17 u moeten ze op een feestje zijn en Louis staat om 10 minuten vòòr nog te slopen. Hij voelt zich proper genoeg en voldoende correct gekleed om met Gerarda mee te gaan. Zij is natuurlijk van een totaal ander gedacht. In huiselijke onmin mag je jezelf niet moeien en dus maak ik me uit de voeten. Het is tijd voor een glaasje wijn, vind ik. Lea komt voorbij gefietst – zoals die hier rond de camping knalt, begint ze sterk op haar kleinzoon te lijken – en vindt dat ik er zo troosteloos eenzaam bij zit. Hààr woorden! Even later komt Frank ook toe. Die is zogenaamd nog altijd bij Dave en Janet aan het helpen maar in feite is hij de enige die een strobreed verlegt. Het aperitiefuurtje loopt danig uit en het is al ruim na acht voor ik aan m’n eten kan beginnen.
Van Mieke krijg ik het er op mijn beurt stevig van langs. Ze vindt dat ik gisteren veel te sterk overdreef met mijn jeremiades over het uitvallen van de MacBook. Moet uitgerekend zij dat zeggen; zij die constant met haar neus bovenop haar iPhone zit. Bovendien, een journalist (al is het een ex-) zonder Mac is nog erger dan een café zonder bier. En dat willen we de horeca toch niet aandoen, hé. Daarenboven: omdat mijn Mac weer werkt, krijg ik ook bijgevoegde foto te zien.
Haar commentaar hierbij (letterlijk!): “Op voorstel van Gunther wou hij een selfie met mij! Raar maar waar! Iedereen verbaasd!”
Verdorie, nu moet ik haar ook in de gaten beginnen te houden als ze naar een stom seniorenfeestje gaat…

Mieke + Neefs

Zondag 25 oktober Nationale ramp

Zo graag ik gisteren in mijn bed dook, zo graag kom ik er vandaag ook uit. Het moeilijke proces van ontwaken en mijn reptielenfase hoeven niet elke dag een hopeloos geval van kommer en kwel te zijn. Opgeruimd en blij sla ik er de weekend bijlagen van de krant op na en tegen de tijd dat de koffie me de oren uitkomt – op El Cisne knalt de muziek dan al loeihard deze kant op – zal ik maar eens aan mijn blog beginnen. Je drukt op het aan/uit knopje en het scherm van m’n MacBook blijft zwart als de nacht. Hallo? Wat is er aan de hand? Na de honderdeenenveertigste poging is dat nog altijd het geval en dan steekt een onbeschrijfelijk gevoel op: pure wanhoop. Dit is een buitenproportionele ramp en de nationale (wat zeg ik: internationale) noodtoestand kan maar beter worden afgekondigd.
Via de iPad stuur ik een berichtje naar Rabisto. Waar in godsnaam vind ik in Benidorm een Appleshop? Niet dus. Daarvoor moet je in Alicante zijn (Calle Portugal). Je kunt ook eens proberen bij de talrijke klunzen die in De Week publiciteit maken over ‘computerreparaties’ maar verder dan het keukenlatijn van Bill Gates komen die gasten meestal niet. Mieke belt want in alle haast om in Alfaz te komen heb je gisteren er niet meer aan gedacht om je telefoon mee te nemen. Ze wordt al meteen deelgenoot in de plots in het achterhoofd opgedoken zelfmoordgedachten. Zonder Mac kan ik even goed dit ondermaanse bestaan vaarwel zeggen. Ja Mieke, morgen vraag ik aan Herman of hij me niet naar Alicante wilt rijden, ’t mag kosten wat het wilt want dat ding moet weer aan de praat komen. En wil je a.u.b. mijn reserveschijf meebrengen, schatje, want als dat ding niet te herstellen is, moet ik wel meteen een nieuwe kopen. ’t Is dat of vergassing, opknoping of overdosis.
Zit in al mijn radeloosheid een beetje domweg voor me uit te staren of daar komt Hugo de bocht om getuft. Die heeft waarschijnlijk mijn blog gelezen want hij belooft meteen om straks twee dakplaten te brengen (wat hij, achteraf gezien, toch weer even snel vergeten is) en zo gauw hij hier wat verder aan het slopen gaat, komen die tegels naar hier om de stuk gereden exemplaren op mijn terras te vervangen. Meer nog, hij heeft zelfs iemand ter beschikking om dat werk voor mij te doen (Met jouw kapotte rug mag je dat niet zelf doen). Ik ben dus alweer in blijde verwachting in de hoop dat het geen ezelsdracht wordt.
De rest van de dag suf ik verder. Lezen wilt niet lukken, zelfs doorlopers brengen geen troost. Zelfs de cyclocross in Zonhoven slaagt er niet in om enig vleugje hoop te brengen. Rabisto zal morgen eens links en rechts informeren en dus is het wachten op zijn verdict.
En dan duurt het vandaag ook nog een uur langer vooraleer het helemaal donker wordt. In heel de wereld is geen koe te vinden die even leeg en dom naar een trein kijkt als ik die avond naar het journaal. Ik vergeet zelfs naar NPO over te schakelen als Tom Leenaerts met zijn stomme quiz begint.

Zaterdag 24 oktober 50 jaar Hilda en Francis

Ziezo, vandaag heeft Mieke nog net geteld één week de tijd om zich te bedenken. Ga ik of ga ik niet. Hoe dan ook: het welkomstcomité zal binnen een week klaar staan en de weerman heeft nog net geteld zeven dagen de tijd om voor minder wisselvallig weer te zorgen. Zo perfect als het gisteren was, zo bedenkelijk is het vandaag. Het blijft droog maar de zon laat het afweten en hoger dan 22 C° wilt het kwik niet.
Gerarda is vandaag jarig en daar horen drie kussen bij. Er gebeurt hier iets zeer eigenaardig. Een Engels koppel loopt doorheen de camping met een iPhone in de hand. Ze filmen alle vrije plekken, sturen de beelden door naar het thuisfront terwijl ze daarbij commentaar geven, zo van: “Ja, deze plek is iets kleiner dan de vorige maar hier heb je duidelijk meer zon”. Wat de bedoeling daarvan is, wordt me niet duidelijk maar als ze zo’n uurtje later weer voorbij lopen, nog altijd verslag uitbrengend, denk ik toch dat hun telefoonrekening flink omhoog is gegaan. Alleszins hoger dan de overheersende temperatuur…
Frank is een hand gaan toesteken bij zijn buurman Dave. Die heeft een tweedehands keukentent gekocht van een Spaanse buurman maar heeft moeite om ze te plaatsen vanwege groter dan de vorige. En laat nu toch net de dissel van zijn caravan in de weg zitten. Ja, dat rare koppel Dave en Janet neemt steeds meer de allures van Onslow en Daisy over.
Deze avond ben ik geïnviteerd op een feestje. Een Leuvens koppel, Hilda en Francis, dat al zeer lang in Alfaz resideert, viert zijn 50ste huwelijksverjaardag en ik mag daarbij zijn. Dus gaat Huub voor een avondje naar zijn pleegouders, en even vanzelfsprekend begint het dan net te regenen als ik vertrekkensklaar sta. Gelukkig hoef ik maar goed enkele minuten te wachten aan de bushalte en met een Formule 1-piloot aan het stuur ben ik op een ik en een gij in Alfaz. Even later stappen ook F&F van de bus, weliswaar vanuit de andere richting. We gaan nog gauw een pintje drinken in het gezellige café waar we vorig jaar ook nog aan de toog hebben gehangen. Dan wandelen we naar Ta Casa, het restaurant waarvan je denkt ‘Hopelijk hebben Hilda en Francis lamsschouder uit de oven besteld’ want dat is dat namelijk de specialiteit van het huis. Eerder dit jaar waren we er nog om de verjaardag van Mieke (weliswaar weken te laat) te vieren.
Al tijdens het aperitief met tapas op het terras kwamen de tongen los en werd het gezellig. Ik zat er wel een beetje voor Pietje Snot bij want al de anderen bleken al decennia naar Spanje te komen of er te wonen, kennen bij wijze van spreken elke hoek en kant van alle gemeenten in een straal van 50 km, weten waar je de beste beenham, de lekkerste patisserie, de heerlijkste wijnen… kunt kopen. Het gezelschap was buitengewoon aangenaam, eten en drank waren perfect (jawel, mét lamsschouder!) en de sfeer zat erg goed. Er was een cadeaubon van de bodega waar Francis zijn wijnkelder samenstelt en waar een heel verhaal aan vast hing, en voor je het goed en wel besefte was het uur van afscheid gekomen. F&F en ikzelf zouden een taxi nemen en die chauffeur gaf dan weer een staaltje van Spaanse logica. Zijn standplaats was Alfaz want hij was er al 30 seconden nadat hij getelefoneerd werd. Frey legde zijn route uit: eerst naar Benisol en dan naar Albir. Vroeg de man of hij het niet in omgekeerde richting mocht doen. OK, wie kan daar bezwaar tegen hebben maar nadien begon ik er toch over na te denken: als je van punt A naar punten B en C rijdt en dan terug naar punt A heeft het m.i. weinig belang of je dat met de klok mee of tegen de wijzers in doet. Spaanse logica.
Er brandde nog licht bij F&L en dus ging ik Huub maar weer ophalen. Dank zij de ruime drankvoorziening door Hilda en Francis zag dat bed van mij er erg verlokkelijk uit.

Goed gezelschap, lekker eten en drinken, aangename sfeer. Mijn liefje, wat wil je nog meer.
Goed gezelschap, lekker eten en drinken, aangename sfeer. Mijn liefje, wat wil je nog meer.

Wie denkt dat dit een vertegenwoordiger is van de Melkbrigade, denkt hopeloos verkeerd.
Wie denkt dat dit een vertegenwoordiger is van de Melkbrigade, denkt hopeloos verkeerd.