Mei 68 en de zwijgende meerderheid

Als er nu iets is wat ik mijn generatiegenoten uit de jaren zestig kwalijk neem, is het wel dat ze hun verontwaardiging opzij geschoven en overboord gegooid hebben. Dat malcontente gevoel was voor mij het meest positieve wat ik in die jaren heb opgestoken en ik raak er maar niet van af. De jonge Bob Dylan, ons idool van die dagen, zong destijds al dat ‘the times they are a-changing’, een song die nog altijd niet aan actualiteitswaarde heeft ingeboet. De tijden zijn inderdaad veranderd maar de mensen desnoods nog meer en nog veel sneller. Mijn maag speelt op als ik bij ‘strijdmakkers van toen’ moet vaststellen hoe kort ze hun wilde haren wel hebben laten knippen, de jeans en sloddertruien hebben ingeruild voor een maatpak, het wilde protest ingeleverd voor een uitgekiende carrièreplanning en hoe ze nu druk doende zijn om hun pensioensparen en beleggingen te verzilveren. Als het dat soort Soixante-Huitards betreft waar onze burgemeester een ontegensprekelijke hekel aan heeft, wil ik hem daarin wel eventjes volgen.
Ach ja, met de jaren heeft mijn gevoel van verbolgenheid ook wel van zijn pluimen verloren. Je leert relativeren, soms zelfs iets te veel. De soep koelt zonder blazen, het sop is de kool niet waard, die dingen… Bij het minste wat ook maar een beetje te scheef zat, hing je twintig jaar geleden nog onmiddellijk in de gordijnen. Bij de minste woordenwisseling ondersteunde je je eigen gelijk nog met een slaande vuist op tafel. Door de jaren heen wordt je wel wat molliger, zowel in de buikstreek als in het gebruik van krachttermen. Er mag al iets meer gebeuren voor je in de rooie gaat; er mag al iets meer gezegd voor je de kritieke grens van zelfontbranding bereikt. Je omgeving begint je zelfs aangenaam in de omgang te vinden. Haha, denk je dan bij jezelf, wacht maar af: het venijn zit in de staart. Het is niet omdat je je ergernis weet te verstoppen achter een brede grijns of een gespeeld fatalistisch ophalen van de schouders dat daarom de boosheid uit je lijf is verdwenen. Je blijft nu eenmaal behoren tot de categorie mensen die in de minste pruts nog een aanleiding tot boosaardig gegrom weten te vinden. Hoewel de balsem der jaren de eeltknobbels op de ziel enigszins malser hebben gemaakt, helemaal weggemasseerd zijn die nog lang niet. Nog altijd wil/kun je niet alles zo maar klakkeloos aanvaarden, laat staan er het ook nog mee eens zijn. Nog altijd wordt je misselijk van welke onrechtvaardigheid dan ook. Nog altijd is een klein duwtje voldoende om de inwendige driftkikker weer wakker te schudden.
Wat mijn gramschap tot vervelens toe blijft opwekken is de zogenaamde ‘mondige burger’, een begrip dat ooit bedacht werd door een partijvoorzitter als verkeerd gebruikte term voor ‘de zwijgende meerderheid’. Plots kreeg zelfs de meest volgzame meeloper een opstoot van eigenwaarde. De Stomme van Portici kon plots praten. Heb ik er iets op tegen dat de burger eindelijk een eigen mening in de groep gooit? Maar neen toch! Mag ik verwachten dat, van zodra iemand de lippen van elkaar trekt, er ook wat zinnigs overheen rolt? Maar ja toch! Helaas zit ik laatste jaren constant aan het nummertje ‘De Een wil de Ander’ van Ramses Shaffy te denken, meer bepaald aan de zin: “Hij zwijgt zo mystiek, daar hou ik van. Maar na een tijd toen zei hij ’s wat en toen bleek dat hij niets te zeggen had.”
En zodoende blijf ik me ergeren aan de toogfilosofen die in een krant alleen de titels en de onderschriften bij de foto’s lezen maar daar toch een eigen verhaal uit distilleren, dat zelf nog voor waarheid nemen en menen dat ze het in het openbaar moeten uitbazuinen. Mijn stekels gaan omhoog bij bepaalde berichten op Facebook – nog zo’n instrument van ongebreidelde vrije meningsuiting – waar de nonsens in beken afdruipt. Ik krijg kranke zinnen van kranten die op internet zeer ongenuanceerde en dubbelzinnige vragen stellen en de uitslagen daarop dan als ‘de stem des volks’ verkopen. Ik haat opinies die niet gestoeld zijn op enige historische kennis en kritisch denken. Ik lach me in een plooi als een dertiger het zeer ernstig heeft over ‘dat het vroeger allemaal beter was’. Waar zou die de ervaringen met vroeger vandaan halen? De ‘Oude Tijd’, waarde vrienden, is niet meer of niet minder een café aan het station van Leuven. Ga er een pint drinken, maar doe dat a.u.b. in stilte.

Advertenties

Woensdag 27 maart

Om 4.30 u wakker geworden en het was buiten 17°. A.u.b! Daarna begon het lichtjes te regenen en toen ik om kwart voor acht dan uiteindelijk toch opstond, was het maar 16° meer.
F&F hebben gisteren heel slecht nieuws gekregen en zijn vandaag moeilijk aanspreekbaar. Het betreft iets wat niet voor publicatie vatbaar is.
Gisterenavond heeft iemand van de camping een vrouw betrapt die op de wandeldijk een hond aan een boom bond en zich uit de voeten maakte. Het dier is niet gechipt en dus kun je ook moeilijk bewijzen dat die vrouw de eigenares is. Het is een mooie hond, heel lief met andere honden (voor zover het teefjes zijn) maar minder met mensen. Het beestje heeft de nacht doorgebracht aan de receptie, vastgemaakt aan de reling. Straks zou de politie hem komen ophalen om naar het asiel te brengen. Heel erg, vind iedereen het, maar je kunt zo’n hond toch moeilijk meenemen…
Op de camping beginnen gaten te vallen. Mijn Britse buren vertrekken na drie weken en heel wat Nederlanders nemen afscheid van elkaar, sommigen zelfs met tranen in de ogen. We kunnen niet zeggen dat de Spanjaarden de opengevallen plaatsen innemen. Er zijn er wel maar om van een toevloed te spreken, neen hoor. De crisis laat zich hier goed voelen.
Ik zit met Frank en Ian te praten – Frank heeft het vooral over mooie plekken in Frankrijk – als Eddy eraan komt. Ron en Maria deze ochtend vroeg vertrokken en zowat heel de camperplek is van bezetting veranderd. Op twee, drie personen na zou ik niemand meer herkennen, aldus Eddy. Hij heeft het ook over de losbrekende honden waar hij zowat een goed gevulde dagtaak heeft om die terug achter de draad te krijgen. Een hond (acht maanden) is echt een lief dier en de eigenares heeft al aangeboden dat Eddy hem mag houden omdat zij geen lieve hond wilt maar een waakhond. Trieste Spaanse mentaliteit. Eddy moet van zijn hart een steen maken want dat beestje heeft altijd vrij rond gelopen en is niet gewend om binnen te zitten. Als je zo’n beestje eventjes alleen in de camper laat, kan het zijn dat je heel het interieur moet vernieuwen. Ik wordt geïnviteerd om samen een pizza te gaan eten maar ik wil Huub niet weer alleen laten, vooral niet omdat ik nu al twee hondenhistories achter de rug heb. En het moet nog middag worden.
Het is opnieuw zo’n prachtig weer dat ik er maar niet toe kom om iets uit te steken. Nu al poetsen heeft weinig zin want dan kan ik morgen toch weer opnieuw beginnen. Dus neem ik mijn winterpulls eens onder handen en het verbaast me hoeveel stof daar zoal in zit.
Fab is met Patricia, Luc, Christine en Guido naar de markt in Benidorm. Frey voelde zich niet lekker, is thuis gebleven en heeft toch meegespeeld met de ballenmannen.
Weer vergeet ik m’n siesta te doen want Frank komt nog eens langs en daarna komt Ton een pintje drinken en wordt afscheid genomen van Leen en zijn vrouw. En dan steekt de wind weer op en moet je toch weer naar binnen tot ruim na 20 u. Het wordt donker maar om 21.20 u is het nog altijd 19°.
Mieke kijkt er echt naar uit om in één snok een temperatuurverschil van 20° te mogen beleven. En voor zover ik kon nagaan, blijft dit weer de volgende dagen aanhouden. Als ze niet voldoende zomerspulletjes mee heeft, wordt dat overmorgen meteen de winkels afschuimen.

Dinsdag 26 maart

Hoe simpel moet je in elkaar steken om reeds om kwart voor zeven aan het strand te staan om de zon boven het water zien op te gaan? Héél simpel, en dus stond ik daar deze ochtend al hoestend, niesend en snotterend te kijken hoe het licht in de dag kwam. Toen zag het er nog veel belovend uit; een half uurtje later al weer veel minder. Heel de dag bleef het betrokken en tegen 17.30 vielen er toch weer een paar druppels uit.
Vandaag stond in het teken van de afspraak die ik al twee weken geleden gemaakt had, allemaal in functie van een bepaald verrassingselement voor Mieke, en wat ik hier dus nog niet mag verklappen. Waar blijft anders de verrassing, nietwaar?
Nog maar eens mijn tafel gerepareerd want het is voldoende dat bepaalde Belgen, en ik zal geen namen noemen, een pintje komen drinken en zich aan die tafel optrekken of ik mag alweer de schroeven vastdraaien die het tafelblad aan die éne poot vasthouden. Dus nu heel rabiaat dikkere schroeven gaan kopen en die erin gedraaid, in de hoop dat zij het iets langer volhouden.
Lucas belde en of ik geen zin had om een ‘Sacristanneke te doen’ zoals dat hier heet. Als ik bij hem iets ga drinken, heet dat hier ‘een Rabistoke gaan doen’. En dan hebben we ook nog een adres om een ‘Matheoke te doen’ of een ‘Frontonneke’. We passen ons gemakkelijk aan.
Deze avond is het gevolg van F&F bij hen te gast om naar de wedstrijd België-Macedonië te kijken. Ze hebben deze namiddag al in de bergen gezeten. Geen Sacristan wegens gesloten. Dus maar weer een Ribs en hoe ik het bekijk of benader, het blijft toch maar iets voor noodgevallen. Te duur en te weinig speciaal. Te dit en te dat, maar nooit wat je elders kunt krijgen voor véél minder geld.
Met Lucas gaan we weer de filosofische toer op en daar houd ik eigenlijk wel wat van. Alleszins veel meer dan van de commentaren bij de wedstrijd België – Macedonië. Ik blijf voetbal een ‘spel’ vinden en geen sport, c.a. wielersport en voetbalspel. Overpayd, oversexed en over here, klonk het in Engeland toen de Amerikanen er toekwamen om ook een beetje wereldoorlogje te komen spelen. Van onze voetballers kun je net hetzelfde zeggen.
Ik laat het gezelschap genieten (?) van het magere spel en kruip in m’n kar bij de hond, die tenslotte al lang genoeg alleen heeft gezeten. Straks zal ik misschien nog eens de straat oversteken, als het voetbal voorbij is. Helaas, de zetel lonkt en voor ik het weet, sukkel ik in slaap. Mieke belt me heel laat wakker en dus net op tijd om in bed te kruipen.

Wijze les van de dag: als je om 7 u opstaat en je wilt die dag een siesta doen, moet je dat in de namiddag doen en niet ’s avonds.

Maandag 25 maart

’t Is nu 21.40 u en buiten is het nog altijd 19°. Om maar te zeggen welk soort weer we hier hebben. Frey is net naar huis; we hebben samen nog een klein beetje van de Knockando zitten sippen, iets wat ik wel nodig had omdat ik heel de dag tegen lichte verschijnselen van een opstekende griep heb moeten vechten. Ter illustratie: van heel de dag heb ik misschien maar vijf sigaretten gerookt. Dus zo dadelijk nog een Frenadol en dan mijn nest in.
Weer een prachtige dag vandaag met een stralende zon. Alleen tegen 14 u begon de wind weer op te steken om tegen 17 u op zijn uiterste kracht te zitten. Niet aangenaam omdat alles wat je op tafel zet er meteen ook weer afwaait.
Gisteren had Huub, in zijn eeuwige vijandschap met alles wat pluimen heeft, zijn halsband kapot gerukt toen hij weer eens achter de duiven wilde aan zitten. Heeft hij me vorig jaar ook geflikt en dus ga ik tegen de middag maar weer eens naar de winkel op het marktplein waar ik ook vorig jaar terecht kwam. De kortste weg is via de Droge Rivier en dus passeer ik ook aan de Coparopa. Van ver zie ik dat het terras al behoorlijk vol zit met die mooie weer. Van dichter bij lijken dat dan Patricia, Christine, Luc en Guido te zijn. Gisteren had die laatste me iets verteld van hoe moeilijk het is om foto’s door te sturen waarop ik hem naar hier verwezen had. Vandaar dus. Ik neem dus ook een koffie en plots herinneren ze zich dat ze om 12 u met F&F hadden afgesproken om naar de Verd i Vent te rijden, samen met Jan en Cory. En oei, het is al bijna half een. Lichte paniek en snelle aftocht.
Zelf loop ik dan verder naar de winkel maar Huub ziet dat niet zo goed zitten. Hij heeft een hekel aan de wurgketting waar hij nu mee rond de nek moet lopen. Die ketting was destijds dan ook gekocht voor Moor I, een Groendaler die minstens vier keer groter en vier keer zwaarder was dan Huub. Een kwartiertje later en 2,95 euro armer zit ik weer bij Rabisto en is Huub helemaal verlost van die wurgketting. Iedereen weer gelukkig.
Ik ben net terug aan de kar als Mieke belt. Deze avond heeft ze geen tijd vanwege gemeenteraad. Het is in België nog altijd winter maar zij heeft op korte termijn toch uitzicht op betere omstandigheden.
Wie komt daar aangereden? Maria en Ron van de camperplek, samen met Rakker achteraan de fiets in een bakje. Ze zijn hier op de camping vrienden komen bezoeken maar hebben spijtig genoeg geen tijd om iets langer te blijven, ook alweer vanwege een afspraak om samen iets te gaan eten. Ron vindt dat het hier nog niet zo slecht is terwijl hij me goed heeft zitten jennen toen ik naar hier wilde komen. Nu woensdag gaan ze alweer naar Nederland want Ron moet maandag weer aan de slag. Het heeft me enorm veel plezier gedaan deze mensen nog eens terug te zien.
RON: als je dit leest, bezorg met op een of andere manier jouw coördinaten zodat ik je tijdens de zomermaanden op de een of andere werf kan komen lastigvallen…

Even later sta ik op mijn benen te trillen, druppelt het snot gewoonweg uit de neus, bonst mijn hoofd erg pijnlijk en moet ik hoesten alsof mijn longen eindelijk helemaal uit die borstkas willen. Een siesta is zowat de enige goed oplossing.
Ik ben nog maar net terug wakker als Lucas eraan komt getuft. We zitten nog maar net binnen of zijn snorfiets waait omver. De wolken zijn weer komen dreigen en hij verkiest maar meteen naar te huis te gaan om de mogelijke regenbui voor te zijn.

Uitspraak van de dag (Frey): Hier aan de kust wordt je alleen goed gediend als je nog bleek ziet. Als je al een kleurtje van de zon hebt, krijg je geen eieren meer onder je kont gelegd. Dan denkt men: die zijn vakantie zit er bijna op en daar kunnen we dus niets meer aan verdienen. Maar die bleke zijn vakantie moet nog beginnen. Het beste wat je kunt doen is de eerste dag dat je toekomt veel drinkgeld te geven en die kelner zal je de volgende twee weken altijd goed verzorgen, ook al begin je na enkele dagen ook een kleurtje te krijgen.
Iets om te onthouden.

Zondag 24 maart

Het is gesluierd maar toch een lekker weertje. F&F en hun gezelschap zijn gisteren in Altea iets gaan eten en vandaag trekken ze weer de bergen in. Van alle kanten verneem ik onheilspellende berichten over de toestand in België en Nederland. Volgens de verwachtingen zou vandaag een grote uittocht van Nederlanders plaatsvinden maar velen veranderen plots van gedacht en blijven nog wel iets langer. Gaby en Betsy vertrekken wél. Ze rijden vandaag tot in Tarragona en zullen daar enkele dagen blijven vooral de Pyreneeën over te steken, ook weer afhankelijk van de weersomstandigheden in Frankrijk.
Ik heb een babbel met Dick. Hij kent heel wat Spanjaarden, deels professioneel en deels omdat hij al zowat dertig jaar door Spanje toert. Hij vertelt over de ellendige toestand waarin heel wat families zich bevinden en dat de situatie hier nu toch wel heel erg onder hoogspanning staat. Hier moet revolutie van komen, is zijn opinie. Ik wil hem wel best geloven.
De accordeonist heeft weer de trommel deuntjes open getrokken gaan van Valencia (alle maskes zonder centen zitten in de cinema), over Marina tot Kalinka. Je gunt de man zijn centen natuurlijk wel, maar het begint toch wel pijn aan de oren te doen.
Mieke belt en de toestand is zeker zo erg als de foto die ik op Facebook zag van de Grote Markt onder een sneeuwtapijt, deze nacht genomen door Koen Roelants. De Nederlanders speken van een gevoelstemperatuur van -15° in hun thuisland. Een witte Pasen zit eraan te komen. Gelukkig hebben wij hier, 2.000 km verder naar het zuiden, geen last van al die ijzigheid.
Weer staat die dreigende deadline voor de deur; deze avond moet i
k een stuk doorsturen en ik weet nog altijd niet waarover ik het hebben zal. De wandeling met Huub wordt ingekort; in plaats van luilekker in de zon te zitten, wordt het thuiswerk. De ballenspelers, én die accordeonist, zijn echt spelbrekers wat concentratie betreft en dan moeten binnen zitten om iets te kunnen verzinnen, is niet echt leuk.
Uiteindelijk komt er iets uit dat meteen wordt doorgestuurd. Oef, nu een pintje in de ondergaande zon. Ik roep Frank erbij en we hebben het vooral over Flores en Sri Lanka. Ik vraag hem ook honderduit over wat het begrip ‘loods’ zoal kan inhouden en wordt er ook een heel stuk wijzer van.
Huub is niet in zijn doen, wilt absoluut naar buiten, doet een hoopje van hooguit 2 gram maar is daar wel een half uur mee bezig en uiteindelijk trekt hij ook nog eens zijn halsband hopeloos naar de bliksem in zijn onverbiddelijke jacht op duiven of ander gevleugeld dierenbestaan.
F&F komen thuis van de wandeling. We zullen samen eerst iets gaan drinken op het appartement van haar zus en daarna naar de Wok gaan. Dat appartement valt behoorlijk mee, zeer goed uitgerust met alles erop en eraan voor 360 euro voor deze week (met twee koppels). Na een glaasje cava rijden we naar de Wok, schrikken van het aanbod, vreten ons te pletter, lachen ons nog veel meer te pletter en als ‘dempig volgevreten’ weer naar buiten komen, heeft het ons 15 euro pp gekost. Guido en Luc (vooral die laatste) dringen nog aan op een passage bij Matheo maar Frey heeft een zware dag achter de rug en wil naar bed. Met heel veel plezier volg ik zijn voorbeeld.

Mop van de dag: Sherlock Holmes en Watson gaan samen kamperen. In het midden van de nacht maakt de ene de andere wakker. “Kijk eens wat een mooie sterrenhemel. Kijk daar de Grote Beer, daar de Poolster en daar de Kleine Beer”. Mooi, heel mooi, zegt de andere. Vraagt Watson aan Sherlock: “Wat moeten we hiervan toch allemaal niet denken.” Antwoord van Sherlock: “Dat onze tent gepikt is.”

Zaterdag 23 maart

Hoewel deze zaterdag ook 24 uur lang duurt, zal dit verslag eerder kort zijn. Dat heeft uiteraard alles van doen met het lekkere weertje hier. Dan beperk je jezelf tot de belangrijkste dingen en die bestaan hoofdzakelijk uit nietsdoen. Babbeltje hier, een gesprekje daar, sloten koffie, beetje lezen en vooral genieten van de zon op je lijf. De pret wordt alleen gestoord door een accordeonist die hier op de boulevard zit te spelen maar waarvan de muziek tot hier doordringt. Het repertoire is niet meteen het mijne en daarom zet ik de iPod maar buiten. Nu ja, de man moet er zijn boterham mee verdienen en het gaat toch al slecht genoeg met Spanje.
F&F zijn met hun bezoek naar Benidorm. Beetje in de oude stad slenteren, naar de markt en dan naar enkele tapa-bars. Zoals de vorige dagen zit ik met Gaby iets te drinken; Betsy is met de fiets naar de rommelmarkt in Cisne. Voor de avond wordt ik bij hen uitgenodigd, Gaby maakt een wokschotel. Ik doe een wasje vanwege krap in de sokken en onderbroeken.
Er komen twee jongedames de camping opgestormd en ze lopen achter de campers die tegen de muur staan. Ze zaten iets te drinken in de D-Luxe aan de Fondation Frax toen er in hun auto werd ingebroken. Handtas weg met maar liefst 1.900 euro in, een massa geld in dit Spanje van vandaag. Nu hopen ze dat de dief het geld er heeft uitgenomen en de handtas ergens over de muur heeft gegooid. IJdele hoop natuurlijk. Wie in godsnaam laat een handtas met zoveel geld in nu onbeheerd in de auto achter?
Om 19 u wordt ik met een klopje op de deur naar de buren gemaand. De wok is bijzonder lekker, de wijn mag er wezen en tot slot haal ik dan maar mijn fles Knokando boven. Voor we het beseffen is het alweer middernacht. Morgen vertrekken deze mensen en dat vind ik een spijtige zaak.
Mieke heeft intussen gebeld maar ik had m’n gsm in de kar laten liggen.

Vrijdag 22 maart

Hier heeft de astronomische lente de afspraak niet gemist. Voor de vierde dag op rij is het weer van dattum. Lekker zonnetje, aangename temperatuur, alleen zo nu en dan eens een windvlaagje of een wolkje. Meer moet dat niet zijn.
Vandaag komt de zus van Fab toe maar er zijn al problemen met de huurauto die er niet is. F&F hebben dat vorig jaar ook meegemaakt. Ze reserveerden een auto en toen ze hier kwamen bleek die maatschappij failliet te zijn. Gelukkig hadden ze nog niets betaald.
Nu komt het. Telkens we naar de Lidl of gewoon naar de nationale weg 332 rijden, heeft Fab ons al van in januari verteld: Hier op de hoek heeft mijn zus een appartement gehuurd. Staat die zus nu eindelijk in Albir – dat met de auto is uiteindelijk in orde gekomen – en spreekt Frey met hen ergens af om hen de weg te wijzen naar dat appartement. Frey rijdt voorop met de fiets. Komen ze daar aan, blijkt dat dus niet juist te zijn. Terug een telefoontje naar Fab die op internet het juiste adres moet opzoeken. Is natuurlijk een heel eind uit de buurt. Eens het bezoek hier op de camping toe komt, wordt daar natuurlijk hartelijk om gelachen.
We eten een vissoep en er wordt wat gedronken en gezeverd, allemaal best aangenaam. Dan worden afspraken gemaakt. Fab rijdt met hen mee en ze zullen eerst wat boodschappen doen. Om 18 u wordt afgesproken bij Matheo.
Intussen raak ik weer aan de babbel met Gaby. We trekken een flesje wijn open. Ik ontdek dat Gaby enorm veel weet over de katharen, de Tempeliers en zelfs onderzoek heeft gedaan in de regio rond Limoux en Rennes-Chateau. Slotsom: er zijn nog veel geheimzinnige krachten die we wetenschappelijk niet kunnen verklaren noch plaatsen. Dat zal dan ook wel zo zijn, zeker.
Ik hoef niet overal met mijn snufferd op te staan, denk ik dan maar en ik laat de afspraak bij Matheo aan mij voorbij te gaan. Mijn toegelaten dosis alcohol zit voor vandaag toch al lichtjes tegen de limiet aan en als ik daar nog een cana of twee bovenop kieper, zit ik daar zeker tien rode streepjes overheen. Even op adem komen, dus.
Mijn betrekkelijke vreugde over de zege van Fabian Cancellara in de E3 wordt lichtjes (om niet te zeggen heel zwaar) overvleugeld door een telefoontje van Mieke die het me tot snottens toe verdomde kwalijk neemt omdat ik haar niet gebeld heb om haar gelukkige verjaardag te wensen. Bij mijn volgende reis mag ik niet vergeten een exemplaar van ‘Beknopte Handleiding bij Mieke Wellens (model 1955)’ mee te nemen. Zelfs na 30 jaar samen ken ik de juiste gebruiksaanwijzing nog altijd niet uit het hoofd. Stom van mij.

Mop van Frey: De politie houdt op de snelweg in Bertem een Jaguar tegen omdat die maar 40 km/u rijdt. Aan het stuur zit een oude dame. Vraagt een politieman waarom ze maar zo traag rijdt, en dat je op een snelweg minstens 70 km/u moet rijden. Zegt de mevrouw: ‘Ik zag hier platen staan van E40 en dus dacht ik dat je maar 40 km/u mocht rijden.’ Naast haar zit haar echtgenoot te sidderen, te beven en te zweten waarop de politieagent vraagt of het met hem wel een beetje in orde is. Zegt de man: ‘Mijnheer, we komen net van de E314 af.’