Do 20/04 Karavaan

 

Het weer blijft wisselvallig. Dan is het ‘marcelleskestijd’ en twee minuten nadien heb je alweer zin om een skipak aan te trekken. Dat heeft ook zijn weerslag op het humeur van mijn teerbeminde. Haar (meestal) stralende glimlach verkrampt meer dan me lief is tot een pruilmondje. Wellicht zit het feit dat gisteren namiddag alles moest wijken voor de Waalse Pijl daar voor iets tussen. Meer nog – geloof ik toch – mist ze de drukte van het bestaan dat ze voor enige tijd in Leuven heeft achtergelaten. De mezelf opgelegde toestand van zen en sunyata is aan haar vooralsnog niet besteed. Haar motto is eerder “Ça doit bouger”. Nog te veel bezield door de katholieke stelling dat ledigheid het oorkussen van de duivel is. Geef haar maar het gekakel van een gemeenteraad (volgende maandag) en daarna haar geplande reis naar het Roemeense adoptiedorp Cristian. Nog later volgt dan een weekje Rome want in die stad zullen wel enkele monumenten te vinden zijn die ze nog niet gezien heeft en musea die ze nog niet bezocht heeft. Intussen zal haar oude grijsaard wel zien of de zon nog opkomt (en weer onder gaat), de onzin en vergankelijkheid van het leven in de gaten houden, luisteren naar wat de vogels, en sommige mensen, te vertellen hebben. Dat allemaal in de wetenschap dat de honden blaffen maar dat de karavaan desondanks verder zal trekken.

Met Gerarda gaat het allengs beter en beter. De wonde is intussen voldoende dicht getrokken zodat ze niet langer naar de kliniek moet en dat ze wel zelf voor de verdere verzorging kan instaan. Veel erger is het verontrustende berichtje van vriendin Gerda. Mijn vriend en jaargenoot Eddy is dringend in het ziekenhuis opgenomen maar verdere informatie blijft uit. Wat natuurlijk van die aard is om een mens helemaal in de gordijnen te jagen van ongerustheid. Vooral vanwege zijn medische verleden… Het bepaalt wel hoe je jezelf doorheen de rest van de dag wringt. Niet op een aangename manier.

Advertenties

Zaterdag 30/04 Slecht karakter

 

Van het zuidelijk front geen nieuws, om eventjes Erich Maria Remarque te parafraseren. De meest schokkende gebeurtenis vandaag was dat we een kort maar hevig onweer over ons heen kregen. Omdat ik m’n hok moest poetsen, had Lea Huub meegenomen en die heeft heel de periode van dat onweer alweer hijgend in hun wc-ruimte doorgebracht. Toen ze hem weer naar mij bracht, was het buiten nog behoorlijk nat en dus kon ik weer beginnen dweilen. Bij nat weer leeft Huub namelijk op bijzonder ‘grote voet’ en laat hij duidelijke sporen na.

Nog een markante gebeurtenis vandaag: Frome heeft de koninginnenrit in Romandië gewonnen op een manier die je van hem wel mocht verwachten. Opvallend daarbij is wel dat die man constant een ‘bleitsmoel’ heeft, ook als hij triomferend op het podium staat in een poging tevreden te lachen.

Eveneens markant: Antwerp tegen Eupen niet verder kwam dan een 0-0 gelijkspel en dus op de derde plaats eindigt i.p.v. kampioen te spelen. Uiteraard vind ik dat sneu voor alle Antwerp-supporters, meer bepaald voor kameraad Snelle Eddy, zonder dat ik mezelf daarbij een lichte vorm van leedvermaak ontzeg. Toen ik de leegte probeerde te omschrijven toen Mieke hier twee weken geleden was vertrokken, schreef de Snelle dat hij er even aan had gedacht om me een touw te brengen zodat ik aan mijn missend gevoel een definitief einde kon maken. Wel, na de uitzending van Stadion dacht ik precies hetzelfde voor hem te doen, ondanks het toch al gevorderde uur. Het idee dat ik het me niet kan veroorloven om nog een van mijn toch al zo weinige kameraden kwijt te spelen, heeft me daarvan weerhouden. Veel erger is het denkbeeld dat Antwerp volgend seizoen tegen OHL moet aantreden. Na de beelden in het late journaal van de ravage die zogenaamde Antwerpse supporters zich na hun verlies dachten te mogen permitteren, dook het doembeeld op van dit soort gefrustreerde horden in de straten van mijn geliefde Leuven. Voetbal als sociologisch verschijnsel? Het zal me wat.

Intussen is Frank erin geslaagd om zijn badkamer/toiletruimte netjes te slopen zodat die klaar gemaakt kan worden om de nieuwe wc – mét waterspoeling en vermaler – te installeren. Nu heeft Lea gevraagd om de koelkast in de caravan uit te bouwen, wegens toch niet gebruikt en aldus verloren ruimte. Dat is blijkbaar andere koek want dat ding laat zich zo maar niet van zijn plaats halen.

Tweeduizend kilometer meer naar het noorden heeft Mieke thuis een kaartavond georganiseerd, met een etentje vooraf. Om mij het er goed in te wrijven dat het niet alleen op Benisol aangenaam kan zijn, stuurt ze me dan dit soort foto’s door met de boodschap: Klaar voor aperitief + etentje + kaarten. En ik ondertussen maar denken dat ons gezin met mijn slecht karakter al voldoende hartvreterij in huis had. Niet dus.

IMG_1239
Voorbereiding voor het Nederlandse koningsfeest? Nee hoor, gewoon een tafel waar straks op gekaart wordt…

 

Vrijdag 29/04 Nog 362.000 te gaan

 

Het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT) telt maar liefst 400.000 woorden. Daarmee is dat het dikste en meest uitgebreide van al zijn soortgenoten. In het Nederlands hebben we dus het grootste aantal woorden ter beschikking om ons uit te drukken, je zou kunnen zeggen dat het de rijkste taal is onder alle talen ter wereld. Dat heb ik gisteren weer geleerd tijdens ‘De Tafel van Taal’. Jaja, zo nu en dan kijk ik ook al eens naar een tv-programma waarvan je iets kunt opsteken.

Daarbij maakte ik bij mezelf meteen de bedenking: je hebt nog veel aan je vocabulaire te schaven, kerel. Je zult dringend moeten studeren, nog 362.000 woorden uit het hoofd leren. Immers, blijkt dat we met z’n allen slechts een woordenschat van gemiddeld 38.000 woorden gebruiken. Wat dan met de rest? Erger nog: als je sommigen hoort praten of hun gezwets op bijvoorbeeld Facebook leest, komen de meesten met amper 1.000 woorden toe. Om dan eigenlijk nog altijd niets te zeggen.

Gisterenavond ook een telefoontje van Eva ontvangen. Vandaag, tussen 10 en 11 u, zou men de airco komen installeren. Nu ja, het kan natuurlijk ook veel later worden, gaf ze me nog mee. De Spaanse flexibiliteit qua uurschema’s nu toch zo’n beetje kennend, was er deze ochtend dus helemaal geen haast bij maar laat het zijn dat die kerels hier wel stipt om 10.30 u aan de deur stonden. Nu ben ik wel blij dat ik daar twee weken op wachten moest en niet geloofd heb in de adviezen van dit-is-een-gemakkelijk-zelf-uit-te-voeren-klus die ik van verscheidene kanten mocht ontvangen. Die twee mannen, toch specialisten in hun vak, zijn er tot 15.30 u aan bezig geweest – dat is 2 x 5 uren – en ik kan iedereen verzekeren dat er geen greintje gelanterfanter bij te pas kwam. Die mannen liepen wel honderd keer van binnen, over het terras en de straat, om dan achter de caravan te kruipen waar de buitenunit geplaatst werd. En terug. En dat altijd tegen een spurttempo. Al die tijd bleven ramen en deuren open staan, de hemel was betrokken om niet te zeggen dat het koud was en tot overmaat begon het ook nog te regenen. Ik was totaal verkild toen die kerels in hun auto stapten, moest de gaskachel aansteken en pas na een uurtje ontdooien voelde ik me weer tot het mensdom behoren.

Sinds gisteren zijn er weer wat minder Belgen op de camping. Chris en Mia zijn in de Mercedes gestapt en naar huis gereden. Pas later zag ik dat de vrienden van Louis en Gerarda, waar ik vorig seizoen een serieuze babbel mee had en aan wiens naam ik twijfel, ook vertrokken waren. Zeer snel zal ook de Engelse dame (?) op Helsinki 1 weg moeten. Die had verzwegen dat ze 3 katten bij zich had, waarvan ik er maar twee gezien heb omdat die constant over mijn terras liepen tot grote ergernis van Huub. Hugo wilt niet dat er huisdieren meekomen in zijn huurcaravans uit respect voor volgende huurders die misschien allergisch reageren op honden en/of katten.

Nog nieuws van Hugo: na onderzoek blijkt ook zijn linkerknie een hopeloos geval. Dat betekent dus twee protheses. Het is nu afwachten wanneer dat zal kunnen gebeuren. In plaats van met scooter, fiets, auto of heftruck over de camping te snorren, kan hij dat in de toekomst maar beter in een scootmobiel doen. In zijn geval moet er dat dan wel eentje met vierwielaandrijving zijn.

Verdomme toch, wie de uitdrukking ‘een mooie oude dag’ heeft uitgevonden, is hoogst waarschijnlijk zeer jong gestorven.

IMG_2367
Kijk, kijk, na twee weken dagen de installateurs toch op.
IMG_2370
Na vijf uur zwoegen, hangt de nieuwe airco er dan toch.

Donderdag 28/04 Hier is’em terug

 

Ik zeg het niet graag, en misschien is het niet eens écht gemeend, maar vandaag was ik met genoegen op een vliegtuig gestapt, terug naar België. Niet in een vlaag van niet langer in te tomen heimwee naar de grijze luchten en laag hangende wolken maar wel om tijdig op een belangrijk evenement aanwezig te zijn. Ik zeg het niet graag, en dat meen ik wel écht, dat evenement vindt plaats in Antwerpen en als het even kan wil ik daar liefst zo lang mogelijk uit wegblijven. Uitzondering gemaakt voor deze gelegenheid dan toch omdat Wannes Van de Velde erbij betrokken is en tot nader order blijft dat in mijn ogen nog altijd het allerbeste product dat die stad heeft voortgebracht.

Wannes is toch al een tijdje dood, hoor ik u nu morren. Jazeker, hoewel een poëet als hij nooit dood kan gaan. En nu wel helemaal niet, nu er eindelijk een uitgebreide biografie over hem verschijnt. Daar is mijn kameraad Dree Peremans schuldig aan. Die had eerder al een biografische hulde gebracht aan die andere diep betreurde vriend Dirk Van Esbroeck. Nu is het dus de beurt aan Wannes. Is het omdat Wannes zo’n druk en vrij ingewikkeld leven heeft gekend, of een vorm van writers block, hoe dan ook Dree heeft er zijn werk aan gehad. Bij mijn weten is hij er jaren aan bezig geweest daar op zijn Au Bout du Monde in Hautefage-la-Tour. Bij elke ingewonnen informatie doken er weer andere vraagtekens op en dan moest hij weer die of die getuige in België gaan opsnorren. Uiteindelijk en na dicht tegen 600 pagina’s aan, is het boekwerk gedrukt en klaar voor verspreiding.

Heel vroeger kreeg ik nogal eens een recensie-exemplaar van EPO maar sinds ik niet meer op de perslijst van die uitgeverij sta, moet ik de boeken van Dree ook zelf kopen. Tenzij hij me er eentje zou opsturen maar in dat verband komt hij nogal vrekkig over. En daarom, dames en heren, zou ik vandaag dus graag op een vliegtuig richting Brussel zitten. Om aanwezig te kunnen zijn op de voorstelling van dat boek. En uiteraard om het achteraf mee terug naar hier te brengen en rustig op mijn terras te lezen. Dus vrienden, wie kan, morgenavond als de bliksem naar de Roma in Borgerhout. En doe Dree mijn groeten.

Krijg ik toch wel verrassend bezoek uit Leuven: Francois Swevers en zijn madame. Cois ken ik al van toen hij nog politieagent was en enkele jaren geleden kwamen we elkaar toevallig tegen, in een onooglijk gat op zo’n 100 km ten zuidwesten van Clermont-Ferrand waarvan ik de naam absoluut nog eens moet opzoeken in m’n logboek. Ik was op weg naar huis en zij op weg naar het zuiden. Het was op een camping, annex hotel/restaurant, duidelijk tegen hun zin gerund door Nederlanders, waar er die avond nog alleen brochettes met frietjes te krijgen waren. Om kwart na acht werden we er al met enige aandrang naar buiten gekeken en gelukkig had Francois nog een voorraadje Stella bij dat nooit in Spanje is geraakt. Nu waren ze op weg naar Torrevieja maar zijn wel drie maanden in Benicassim blijven hangen. Ze staan nu enkele dagen op camping Villasol en gingen een kijkje nemen in El Cisne. Uiteraard heb je elkaar dan weer een en ander te vertellen. Best leuk, zo’n bezoekjes.

Frank zal wel nooit rond raken met zijn werk als ik mag voort gaan op de wensdromen van Lea. Op het keukendak moet dringend isolatie komen want die keuken begint allengs meer op een sauna te lijken. En dan moet de zomer nog echt beginnen. Als het kan ook nog een klapraam want de verluchting in die keuken is toch maar gebrekkig. Dan moet hij de bestaande douchekuip + toilet nog slopen en in de plaats daarvan een water gespoeld toilet (dat in de camper op hem ligt te wachten) installeren. Volgens Herman is die klus in minder dan twee dagen geklaard maar ik vrees dat er net een wielkast in de weg zal staan, net zoals dat bij mij het geval was. Kortom: extra werkzaamheden. Dan is er nog de vloer in de voortent die een beetje begint te schudden en waar het vloervinyl begint te slijten. Misschien kunnen we daar dan laminaat leggen, is de suggestie. Er werd ook al gesproken over het isoleren van de voortent wat m.i. niet direct een makkelijk werkje is. En daarstraks werd ook gesproken over een verharding van het terras, desnoods met houten of kunststoffen vlonders. Frank heeft net zijn 64ste verjaardag gevierd maar tegen de tijd dat heel dit programma is afgewerkt, mag hij alweer een tafel bestellen voor zijn 74ste verjaardag.

Eindelijk maakt de Ronde van Romandië zijn reputatie waar. Na de eerste bergrit kan tweevoudig winnaar Frome het al wel schudden.

Terloops: mijn sprinkhaan Crembo is al enkele dagen andere oorden gaan opzoeken. Niet nadat hij alle onderste groen van mijn rozenstruikje heeft kaalgevreten. Ik wist wel dat ik voor mijn tijdelijk nieuw huisdier een perfecte naam had gekozen.

wannes vdv
Allen daarheen! En zo niet: het boek kopen.
12552959_196413770711930_4801460078834160771_n
Hoog bezoek uit Leuven.

 

Woensdag 27/04 Didden

 

Deze ochtend werd ik overvallen door een spontane aandrift om al mijn vrienden en kennissen wereldwijd op te bellen met de dwingende boodschap: koop vandaag De Morgen. Meer bepaald de boekenbijlage. Na enige reflectie had ik aandrang alweer onder controle. Eén omdat mijn telefoon zich toch al een rampzalig kaduke toestand bevindt. Twee omdat mijn telefoonrekening nu al op een oncontroleerbaar hoog bedrag uitkomt, toch voor iemand die, zoals ik, erg matig met dat ding omspringt. Bovendien vrees ik dat niet al mijn beoogde contacten de inhoud van mijn oproep naar waarde zouden weten te schatten. Zelfs als ik erg selectief sorteer op bekenden met voldoende goede smaak om dat wél te doen, gaat nog de helft van mijn maandelijks pensioentje op aan telefoonkosten. En bij dat lieve geld weet ik wel andere (en betere) doeleinden te verzinnen.

In die betreffende boekenbijlage geeft Marc Didden zijn impressies weer bij het boek ‘Een schilder in Parijs’ van Eric Min. De schilder in kwestie is Henri Evenepoel (°1872) die ocharme maar 27 jaar oud mocht worden. Sinds Jimi Hendrix, Janis Joplin en Jim Morrison is geweten dat die leeftijd voor echte artiesten levensgevaarlijk kan zijn. En een échte artiest was Evenepoel wel. Net als Marc Didden trouwens, zij het dat die laatste niet met palet en penselen werkt maar rijke kleuren met stevige borstelstreken aan de taal weet mee te geven. Als je een zin als deze uit je mouw schudt, heb je meteen mijn volstrekte aandacht:

Ik blijf er soewieso lang bij stilstaan, ook al gaat het om een schilderij, een tekening, een foto die ik al tientallen keren eerder gezien heb. Dat komt omdat ik genetisch gesproken ideaal in elkaar gezet ben om het werk van Evenepoel mooi te vinden.

Nu vind ik van mezelf dat ik genetisch goed genoeg in elkaar zit om zo’n zin naar waarde te appreciëren maar net niet goed genoeg om er zelf zo eentje neer te pennen. Marc Didden dus wél. En dan moet morgen de bijdrage van Hugo Camps nog verschijnen…

Mieke stuurde enkele foto’s door van de weersomstandigheden in Leuven en dat zijn niet meteen de meest aangename prentjes om te ontvangen. Dikke hagelbollen op onze terrastafel thuis… een parasol boven mijn terrastafel hier. Van contrast gesproken.

Deze verder nogal kleurloos verlopende dag wordt opgevrolijkt door het feit dat mijn rozelaar zijn eerste bloemen open gooit. Daar zit een heel verhaal achter, veel mededogen en veel verzorging. Drie jaar geleden kreeg ik van F&L zo’n pot miniroosjes en die hielden het op de Cap Blanch tamelijk goed uit omdat ze ginds overwegend in de schaduw stonden. Net voor de thuisreis werden die gewoonweg in de garage van de camper geflikkerd en daar vond ik ze pas na ettelijke weken in abominabele conditie terug. Daarop kregen ze iets meer licht en wat water en in oktober 2014 kwamen ze terug mee naar Spanje. Vorig jaar verhuisden ze mee van de Cap naar Benisol waar dat sukkelende potje ergens in een verloren hoekje terecht kwam, zonder ook maar één keer te bloeien. Toen ik hier voor deze overwintering weer toekwam, was mijn roosje door slakken kaal gevreten en restten er alleen nog enkele semiverdorde stengeltjes. Een grotere pot, een stevige snoeibeurt, afgemeten dosissen kunstmest, veel water, een afwisselend zon/schaduw standplaats… en dit is het resultaat. Ik voel me behoorlijk trots.

IMG_2364
Rozen met een avontuurlijk verhaal.
hagel
Met hagel overdekte tafel moet nog een tijdje op overkappende parasol wachten…

 

 

 

 

Dinsdag 26/04 Groot bakkes

Vandaag is het de beurt aan Rabisto om een jaartje ouder (en wijzer?) te worden. Gisteren vertrouwde hij me toe dat hij eerder deze week het allermooiste verjaardagsgeschenk uit zijn leven had gekregen en wat dat zoals inhoudt, moet je hemzelf maar vragen. Vergeet het maar dat ik dat hier aan jullie lange neuzen zal hangen.

Vandaag heb ik ook een nieuwe overbuur in Helsinki 1. Wat ik al vreesde, wordt dus bewaarheid: het IS die Engelse dame (?) die hier zondag poolshoogte kwam nemen en waarvan ik meteen dacht: oh neen, doe me dat niet aan. Weer zo’n overdadig getatoeëerde (en nu moet ik goed op mijn woorden letten) lellebel uit een of andere achterbuurt. Ze heeft twee katten die ze los laat rondlopen en waar Huub al meteen achteraan zat. Het goede buurschap is dus al meteen in de beste omstandigheden begonnen.

Van Mieke een bericht ontvangen over de gemeenteraadszitting van gisteren. Vrijwilligers van de jeugdhuizen hadden d            aar actie ondernomen tegen de geluidsbeperking tot 90 dB tijdens fuiven. Er werd gemeenteraadsleden gevraagd om eens hard in hun geluidsmeter te roepen. Het resultaat staat vandaag in een persmededeling en luidt als volgt (slechts een uittreksel):

Natuurlijk, onze actie was ludiek, en niet zonder winnaar, want ook al waren er verschillende luide stemmen te horen, er kon er maar één de luidste zijn. Het doet ons dan ook plezier de officieuze eretitel Luidste Stem van de Gemeenteraad van Leuven toe te kennen aan mevrouw Mieke Wellens, die met meer dan 120 decibel onze geluidsmeter even buiten werking stelde. Proficiat, maar helaas moeten we u verzoeken om iets stiller te zijn wanneer u op bezoek komt in onze jeugdhuizen!

Voilà, daarmee is officieel vastgesteld wat ik al heel lang weet en waar ik dagelijks het niet altijd even gewillige slachtoffer van ben: mijn vrouw heeft een meer dan grote mond. Moge deze meting van de Leuvense jeugdhuizen bijdragen tot een beter begrip voor mijn beweegredenen om me hier in Spanje ettelijke maanden terug te trekken. Intussen zou Mieke wellicht kunnen solliciteren als misthoren in de haven van Altea. Of zich bij de stad aanbieden als publieke omroeper. Jaja, 120 dB is het geluid van een straaljager op 100 meter afstand. Zelfs een drilboor op 1 meter maakt minder lawaai.Voor het overige ben ik echt wel gelukkig getrouwd…

decibelmeter_1
Dit voorwerp beeft van angst als Mieke in de buurt is.

Maandag 25/04 Frank 64

 

Nu moet ik toch dringend iets vertellen wat al enkele dagen oud en dat ik voor welke reden dan ook vergeten ben neer te schrijven. Met Lea zat ik op m’n terras aan de koffieklets als daar een kerel mijn richting kwam uit gewandeld met een dikke map onder de arm. Automatisch klonk het bij mij hardop: “Verdomme, weer eentje van dat soort”. Moet je weten dat je hier wel om de andere dag iemand aan de deur krijgt die je een verzekering wilt aansmeren of op bedeltocht is voor dak- of werklozen, of typisch Engelse gebakjes verkoopt. Die man stelde een vraag in het Spaans en omdat ik me al helemaal in mijn eigen negativiteit had opgesloten en al even hardnekkig met de handen ‘neen’ zat te zwaaien, deed ik niet eens de moeite om naar de man te luisteren. Zoniet had ik zeker en vast de woorden ‘climatizaciòn’ en ‘aire acondicionado’ opgevangen. Gelukkig had Lea dat wèl gedaan en begon ze stevig ‘si si’ te knikken. Met twee woorden Spaans en heel veel lichaamstaal kon ik de man uitleggen waar dat ding moest komen, dat die oude airco niet meer werkte, dat hij dat nodeloze ding mocht slopen en dat ik wel een de deur van een extra in te nemen kastje zou afschroeven. Gewetensvol nam de man foto’s van de toekomstige werkplek en hij beloofde me dat ik men woensdag of donderdag aan de klus zou beginnen en dat ik vooraf zou gebeld worden.

In mijn platste Leuvens nam ik afscheid van de man. Het had natuurlijk ook in het Borgloonse dialect gekund. Op al mijn reizen heb ik het altijd ridicuul belachelijk gevonden dat mensen – voor zover ze de taal van het bezochte land niet kennen – zich proberen in een verhakkeld Engels uit te drukken terwijl de gesprekspartner niet de minste yota van die taal begrijpt. Doe dat dan toch in je eigen dialect, denk ik dan altijd. Dat is de taal die uit je hart komt, die je het beste beheerst, waarbij je gezichtsuitdrukking en gebarentaal het beste past, en bijna door iedereen begrepen wordt. Beter dan het gebroken schoolse Engels waarmee jij probeert iets gedaan te krijgen. Met de Mentawai in het oerwoud van Siberut praat ik gewoon Leuvens dialect, alsof ik met een stel kameraden op de Oude Markt in Leuven een pint zit te drinken. Werkt perfect. Ook bij de Spaanse airco-man die geen woord Engels kent.

Terug naar vandaag. De madammen Marijke en Jacqueline komen Helsinki 1 poetsen want morgen zou er een nieuwe bewoner in komen. Ik nodig hen uit op de koffie en we hebben een gezellige babbel. Het verbaast hen dat er hier nog altijd geen water in het buitenbad staat. In hun eigen bad wordt al sinds de paasvakantie gezwommen. Ze weten met zekerheid dat het binnenbad hier op 15 juni dicht gaat voor onderhoud en dat dan pas het buitenbad zal gevuld worden. Reken daarbij nog eens twee weken vooraleer dat water voldoende opgewarmd is en dan kan er pas vanaf 1 juli gebruik van gemaakt worden. Van het beleid op deze camping mag je alles verwachten zolang het voor logisch denkende mensen maar totaal onbegrijpelijk blijft. Dat buitenbad moet gerepareerd worden maar de voorbije maanden is daar geen vinger meer naar uitgestoken. Nochtans is dat zwembad één van de troeven van Benisol. Eigenlijk is het nog een geluk dat de maand april veel minder warm is dan vorig jaar.

Pas tegen 13 u werd ik eraan herinnerd dat het vandaag de verjaardag van Frank is en dat we om 14.30 u in Ta Casa moesten zijn om dat te vieren. Heb je een hele dag geen reet te doen en dan nog vergeet je dit soort toch wel belangrijke afspraken. Het is lekker weer en dus hopen we dat de tafel buiten gedekt is, wat ook het geval blijkt te zijn. Nu was Lea toch al van plan om Huub mee te nemen, zelfs als we binnen zouden zitten. Tijdens het tussendoorse sigaretje konden we hem dan uitlaten. “We laten dat arme beestje hier niet zo lang alleen,” was haar betoog. Nu kon hij zelfs heel de tijd onder de tafel liggen. Nogal vanzelfsprekend had ik geopteerd voor de ‘cordero’, lam uit de oven, een specialiteit van Ta Casa. De bout die ik op m’n bord kreeg was van een grootheid die we thuis voor ons twee zouden klaarmaken. Huub zou niet ontgoocheld weer naar huis moeten…

Rabisto, die morgen verjaart, had zijn nieuwe madame meegebracht die zich voorstelde als: “Moi, je suis son lapin”. Met zo’n opening breek je natuurlijk meteen het ijs en gezien ze nogal graag babbelt, moest ik wel heel erg concentreren op de vocabulaire en grammaire van de taal van Brel en Brassens.

Lekker weer, goed gezelschap, smakelijk eten, veel drank… meer heb je niet nodig om er een geslaagde dag van te maken. Ik zette nog maar een potje koffie om er ons drieën van te bekomen. Huub kon zich eindelijk verlustigen aan een geweldige lamskluif.13087814_601919526637483_1478627474497298441_n

13043266_601849116644524_4881830784441775542_n
(foto’s listig gepikt van Rabisto, wegens alweer vergeten mijn fototoestel mee te nemen)