Zoek de professioneel georganiseerde dieven

En of ik ook eens iets kon schrijven over dingen dichter bij huis? Waarom gaat het bij jou altijd maar over het buitenland? Is Leuven niet interessant genoeg?  Tja, als je op straat een dergelijke indringende opmerking onder de neus geduwd krijgt zijn er maar twee reacties mogelijk. Een: hé verdikkeme, er is dan toch iemand die m’n stukjes in Leuven Actueel leest. Twee: als democraat moeten we de lezer min of meer inspraak verlenen.

En dus keek ik de voorbije weken in m’n eigen Leuven bedrijvig om me heen in de hoop op een of ander bruikbaar uitgangspunt of invalshoek te botsen. Noppes! In deze stad is alles peis en vree, alles verloopt gesmeerd, geen schandaaltjes, er wordt zelfs niet meer gevochten op de Oude Markt.

Gevolg: een aanstormend writersblock en in dergelijke crisissituaties wil ik nogal eens vluchten naar het terras van de Gambrinus. Niet dat daar plots de ideeën zo maar rond de oren gevlogen komen, niet dat de inspiratie als een vurige tong over je neerdaalt, maar je amuseert je wel rot met wat daar allemaal voorbij loopt. Ik kan me daar uren lang gniffelend zitten te vermaken met de vreemde gedragingen van de voorbijgangers. Een vaste passant op de Grote Markt (en elders) is mijn kameraad en gemeenteraadslid L.P. Die is constant op zoek naar weer een tekortkoming van de huidige coalitie en dribbelt met korte, afgemeten stapjes door de stad. Keetje Tippel, denk ik dan wel eens. Toevallig liep hij er voorbij in het gezelschap van zijn Grote Leidsman en, hoewel ik het hier helemaal niet over het delicate onderwerp ‘aanstaande verkiezingen’ wilde hebben, kan ik nu weer niet anders. De Onovertreffelijke Lijsttrekker diende de voorbije week immers een klacht in bij de politie omdat enkele van zijn verkiezingsborden waren gepikt. Door een goed georganiseerde, professioneel gevormde groep, wist de getroffen Leider erbij te vertellen en hij loofde prompt een premie van 1.000 euro uit voor wie hem op het spoor van de dieven kon brengen. Potverdekke, dacht ik meteen, de stuntpiloot is er toch maar weer fijntjes in geslaagd om de nationale pers te halen. Hoe sterk hij zich gedurende zes jaar in stille anonimiteit weet terug te trekken, eens de campagne met trompetgeschal is aangekondigd, is er in Leuven geen straathoek meer te vinden of onze vriend RD heeft er wel gestaan om zichzelf aan te prijzen als nieuwe burgemeester. Mijn slechte karakter fluisterde me meteen in dat achter die ‘diefstallen’ wel eens wat anders kon zitten, kwestie van ‘de gazetten te halen’. En wat blijkt achteraf? Dat mijn slecht karakter er niet helemaal naast zat. Naar verluidt werd er tijdens een gemeenteraadscommissievergadering op gewezen dat de verkiezingsborden van RD niet conform waren met artikel 69 uit de politieverordening ‘Openbare Orde bij Verkiezingen’. Daarin is uitsluitend sprake van ‘affiches’ en ‘aanplakking’ en voor zover ik weet heb je daar geen schroevendraaier bij nodig maar wel een stevige kwast en een emmer goede behangerslijm. Op die vergadering werd ook nog voorgespiegeld dat die borden desnoods door de stadsdiensten verwijderd zouden worden. Een partijgenote sloeg meteen alarm en bracht haar baas op de hoogte. Dus handelde onze vriend RD met voorkennis want hij wist heel goed wat hem mogelijk boven het hoofd hing. Toen hij de pers die sappige wortel van ‘georganiseerde diefstal’ voor de gretige muil hing, wist RD dus wél wie zijn borden had meegenomen. Laat hem zijn uitgeloofde premie dus maar aan de stadskas overdragen want volgens artikel 77 van datzelfde politiereglement kunnen de kosten voor het weghalen van die panelen op hem verhaald worden. Héhé denk je dan, RD kun je niets meer leren over alle mogelijke truken van de foor maar van een kandidaat-burgemeester verwacht je toch wel wat anders.

Nu we het toch over dat politiereglement hebben: er staat ook iets in wat niet helemaal goed te snappen en voor allerlei interpretaties vatbaar is. Artikel 75 laat ons weten dat het tussen 22 uur en 7 uur op generlei wijze toegestaan is verkiezingspropaganda te voeren, te verdelen, te plaatsen of aan te brengen. Een kandidaat-gemeenteraadslid die op weg naar het station nog gauw een foldertje in de je bus propt, is dus strafbaar. Tenzij hij een volgende trein neemt maar dan wel na 7 u. Een andere kandidaat die je in je stamkroeg om 22.10 een pint trakteert en je nog probeert te overtuigen om voor hem te stemmen, pleegt een inbreuk op artikel 75. Wie het onze lokale politici een beetje moeilijk wilt maken, houdt maar beter een chronometer bij de hand.

 

Advertenties

Ouwe zak, blijf toch thuis

Hoewel ik voorlopig nog niet direct een rollator nodig heb om me naar m’n stamkroeg te begeven, wordt ik toch al enkele jaren in de categorie Benidorm Bastards weggemoffeld. Zo ongeveer gelijktijdig met de officiële brief die me op de hoogte stelde dat de pensioengerechtigde leeftijd bereikt was, kreeg ik een stapel uitnodigingen in de bus. Of ik niet wilde toetreden tot een of ander clubje voor senioren, gepensioneerdenbonden en/of gelijkgestelde verenigingen die gespecialiseerd zijn in de opvang van mensen die dreigen in ‘het zwarte gat’ te sukkelen en daarvoor bezigheidstherapieën hebben uitgewerkt. Volledig toegespitst op en aangepast aan de derde leeftijd, zoals dat heet. Erger nog, er zat zelfs een invitatie bij om eens naar de open dag van een rustoord te komen en me daar te laten uitleggen hoeveel voordelen het verblijf in dat ouderlingengesticht zoal te bieden had. Al die dingen werden meteen verticaal geklasseerd. Er zijn al genoeg oude zakken in de wereld zonder dat ik me ook nog moet organiseren als dusdanig. Ik maak zelf wel uit waar en met wie een kaartje leg en petanque spelen doe ik liefst niet in het park Heuvelhof want daar zijn geen ijsblokjes beschikbaar voor de pastis.

In plaats daarvan schafte ik me een tweedehands camper aan en ik zou wel eens gaan zien wat er in de rest van Europa zoal te koop is. Intussen snor ik met dat ding toch al een tijdje langs  ‘s heren wegen. Na een uur of vier, vijf gereden te hebben, vind ik het al welletjes worden en zoek een plek op om de rest van de dag in aangename ledigheid op een aangename stek te slijten. Nu is dat eens in ‘the bloody middle of nowhere’, soms op een camping maar meestal op een of andere offiële camperplaats. Duitsland en Frankrijk zijn op dat vlak kampioenen. Als een plek je niet aanstaat, moet je in die landen hooguit 20 km verder rijden om er weer eentje tegen te komen. In het vroege voorjaar en het late naseizoen sta je vaak alleen op zo’n plek. Als er dan toch nog anderen staan, toch mensen waarvan je denkt dat ze er dezelfde levensstijl en filosofie als jij op nahouden, zijn ze nauwelijks aanspreekbaar omdat de weersomstandigheden niet meteen aanleiding zijn om een beetje buiten staan te kouten als goede buren met een glas wijn in de hand.

Helaas, helaas, helaas, van zodra de zon iets vroeger opkomt en de dagen beginnen te lengen, komen ze uit de grond geschoten: de mooieweer reizigers. Mensen die hun camper van oktober tot april netjes onderdak zetten, liefst van al in een verwarmde en goed bewaakte stalling. Na de jaarlijkse grote lenteschoonmaak maken die de wegen dan onveilig, palmen onderweg alle mooiste plekjes in, parkeren hun camper liefst in het midden van twee uitgetekende stroken. Madame stapt altijd als eerste uit en geeft aanwijzingen hoe manlief achteruit moet rijden zonder een stoeprand te raken of in de takken van de bomen verstrikt te raken. Daarna wurmt bompa zijn dikke bierbuik vanachter het stuur vandaan en begint het waterpas zetten van het vehikel. Volgende fase in het ceremonieel: de tv-antenne omhoog en maar zoeken naar de juiste sateliet. Daarna het tafeltje en de stoeltjes uitpakken en kijken waar de barbecue kan staan. Daarna de aardappeltjes schillen, een biertje ontkurken en dan maar vredig voor zich uit zitten te staren in de grote leegte. Het ideale tijdverdrijf voor de derde leeftijd.

Het zijn altijd oude mensen die in 99 procent van de gevallen alleen kunnen kakelen over de kleinkinderen en het weer en, na een meewarige blik op mijn tweedehandskoopje, over hoeveel hun paleisje wel gekost heeft en hoe goed dat is uitgerust – jaja, wij zouden niet zonder onze oven, microgolf, vloerverwarming en airco kunnen. En dan begint het gezeik over veiligheid. Jawel, zij zijn hier komen staan omdat ik er ook stond. Alleen is toch niet veilig, hé mijnheer. En ja hoor, je moet toch zo verschrikkelijk hard oppassen dat men geen slaapgas in je camper spuit en je dan komt beroven. Of dat men onderweg geen ei op je voorruit gooit zodat je verplicht bent om te stoppen. Al zelf meegemaakt? Neen, maar we hebben er toch al veel over gehoord. Daarstraks stonden we op een andere plek maar daar was ook een skatepiste en met die lawaaierige jongeren weet je maar nooit. Die staan stijf van de drugs, mijnheer. Ah ja, dat is wel zeker.

Van dat soort gesprekken krijg ik de sijsjes. Dan denk ik altijd maar van ‘ouwe sassa, blijf toch gewoon thuis of ga op hotel’.

En dan spijt het me heel erg dat ik die uitnodiging van dat rusthuis niet heb bijgehouden. Ik had er heel wat mensen blijkbaar een groot plezier mee gedaan.