Zondag 27 april KUT

Dag Zes Na Mieke. Voor F&F ook de eerste zondag zonder wandeling. Vandaar dat ze – in tegenstelling tot alle voorgaande zaterdagen – zich gisteren een beetje konden ‘laten gaan’. Ze zijn namelijk met hun afscheidnemende buren gaan eten in Benidorm, in Le Sol meer bepaald, een etablissement dat al heel lang op het verlanglijstje van Fab staat. Specialiteit: tapas en goede wijn. Publiek: haast uitsluitend Spanjaarden. Prijs: menu 17 euro voor 5 tapas. Eindbeoordeling: hemels.
En nu ze toch in hemelse sferen verkeerden, zijn ze die avond nog de Kaktus ingedoken waar de stemming er deze keer wél goed in zat. In die mate zelfs dat Frey sprak van een ‘absolute première’. Voor de eerste keer van zo lang ze hier al komen, hebben ze de Kaktus gesloten. ’t Was half twee.
Op een zeer aanschouwelijke manier kwam Frey vertellen welke taferelen hij alweer had moeten aanschouwen in dat duivels Benidorm. Wordt daar bij ons smalend over gedaan als een soort bejaardentehuis, loop je in Benidorm hoofdzakelijk jong volk tegen het lijf. Helaas het soort volk dat je liefst niet in je buurt hebt. Voornamelijk Britse vierde wereldfiguren die in T-shirt en shorts landen in Alicante, enkele dagen met een goedkope formule in Benidorm verblijven, liefst in een hotel ‘all inclusive’ (met die ‘all’ beogen ze dan vooral de drank). Als ze goed murw zijn, gaan ze de stad onveilig maken en na enkele dagen gaan ze roodverbrand weer naar huis in dezelf T-shirt en shorts als ze gekomen zijn. Alleen staan die stijf van het gemorste bier en de eigen kots. Fijn volk dat de werkverschaffing in Benidorm moet garanderen…
Op de middag duik ik weer de kar in want de laatste mooie klassieker staat op het programma: Luik-Bastenaken-Luik. En verdomme, hoe is het toch mogelijk dat al die grote vedetten er een saaie koers van konden maken omdat ze elkaar constant zaten te beloeren, en dat tweederangs figuren moesten zorgen voor enige spanning en de overwinning. Waar is de tijd van de heroïsche tonelen die heren als Eddy M. en Bernard H. ons opdienden. Of Dirk De Wolf die er al op de Wanne vandoor trok. Dat waren nog coureurs, geen rekenmachientjes. Een namiddag die op een meer nuttige manier had ingevuld kunnen worden. Bah.
Niko wilt absoluut mijn reisroute kennen en op een kaart aanduiden. Daar komen dus weer kaarten bij te pas en verdorie toch, dat heb ik niet zo graag want dat veroorzaakt het dubbele gevoel van willen vertrekken maar sterker nog van willen blijven. Frankt komt op het onzalige idee om er de fles pastis bij te halen, Christa zorgt voor hapjes en Frey voor dikke ijsblokjes met een lange smelttijd. Fab vertelt het afschuwelijke verhaal van een paard dat ze tijdens hun laatste wandeling onderweg aan een boom vastgebonden vonden. Alles in de buurt was afgegraasd en het dier kon niet meer aan zijn drinkbak. Ze hebben het dier elders vastgebonden waar nog wat eten voorhanden was en ze hebben al hun nog beschikbare watervoorraad in de emmer gegoten. Zelf zou ik het dier helemaal losgemaakt hebben en laat die kloothommel van een eigenaar er dan maar op zoek naar gaan. Fab vroeg me om dit verhaal niet te erg aan te dikken en dit niet af te doen als typisch Spaans want zo’n dierenmishandeling komt bij ons ook wel eens voor. Het gebeurt wel vaker dat ik niet naar Fab luister en dus blijf ik erbij dat je Spanjaarden maar beter ver weg kunt houden van honden, stieren en paarden, en misschien ook nog wel van vrouwen. En houdt ze zeker en vast weg van de Lage Landen, vooral als ze Alva of Philips II heten. Er loopt nog een massa volk rond dat niet er niet volledig van overtuigd is dat Franco al in 1975 overleden is.
Anneke komt afscheid nemen want zij en haar Jan Hoed vertrekken morgenochtend heel vroeg naar Alicante om naar huis te vliegen. Ze laten hun camper en de BMW RT1200 hier achter. In september komen ze terug. Ik mis ze nu al.
Huub heeft zijn domein nu ook uitgebreid tot de camper van Niko en Christa. Die laatste is daar niet mee opgezet en moet hem regelmatig uit hun huisje jagen. Het is duidelijk dat Huub één zaak gemeen heeft met Mieke: een lichte aversie voor mijn kar. Of hij zit bij Lea en Frank of nu ook bij Christa en Niko. Ik zie me nog verplicht om ook een Hymer te kopen, desnoods een MacLouis. Alleen om erin te vreten, is mijn Dethleffs genoeg voor mijnheerke.
We komen er eindelijk weer bij welke bewoordingen Lisette gebruikte om kut duidelijk te maken: Kwalitatief Uitermate Teleurstellend. Dat gevoel overviel me gisterenavond, tamelijk laat. De deur stond nog open want Huub zit graag buiten in het duister. Na tienen begint het toch wel sterk af te koelen en ik floot mijnheerke binnen. Hij zat bij Lea en Frank, kwam eens buiten kijken en ging weer naar binnen. Zij moesten daar keihard mee lachen, ik veel minder. Er moet toch dringend een goed gesprek volgen met Mieke over een andere camper…

Advertenties

Vrijdag 14 maart Mooie helikopterbeelden

Het mindere weer van de laatste dagen zou nu helemaal over moeten zijn maar toch had de zon veel moeite om er doorheen te komen. ’t Was heel de voormiddag tamelijk druk aan mijn tafel en hoewel we er niet in geslaagd zijn de wereld te verbeteren, wisten we die wereld toch een stukje aangenamer te maken, zij het vrij lokaal. Er werden nogal wat nuttige informatie, handige tips en spijtige ervaringen gedeeld en daar steekt een mens wel altijd wat van op. Door sommigen aangeraden campings zou je in het rood als ‘te mijden als de pest’ in je geheugen moeten griffen want dat blijken vakantiedorpen te zijn waar je alles onder je kont krijgt gelegd van zolang je er maar veel centen voor neertelt. Geef mij maar de gezellige rommeligheid van Cap Blanch want in het feit dat dit een perfecte stek is, kan iedereen zich terug vinden.
Het werd middag en geen Skyler te zien. ’t Werd 1 u en daar kwam eindelijk een herkenbare auto aangereden. Op een ik en een gij was die schotel weer correct uitgelijnd, misschien een halve millimeter. Je kon nauwelijks zie dat er iets verschoven werd. Als een meute vliegen op een vers geproduceerde drol, komen de Nederlanders op die auto van Skyler af. Ze hebben nooit een probleem, alleen een klein vraagje over hoe dit en hoe dat. Fab maakt met dit soort altijd korte metten. Die zegt dan goed luidop dat wij zo lang op Skyler moesten wachten omdat iedereen de man lastig valt waardoor hij zijn werk niet kan doen en dat iedereen met een probleem met zijn tv dan maar een afspraak moet maken. Misschien daarom heeft ze niets moeten betalen want die van Skyler was erg dankbaar voor wat ze gezegd had. Hetzelfde had ik hier voor met de man van Caravan Care. Meteen een troep Hollanders bij mij aan de deur en de man maar uitvragen over mogelijke oplossingen voor hun problemen. Toen heb ik die ook weggestuurd met de opmerking dat ik intussen wel de werkuren aangerekend kreeg.
Hoe dan ook: deze namiddag kreeg ik een mooi stukje wielrennen te zien maar ik houd mijn hart vast voor wat er dit seizoen nog komen zal. Het is me toch van een onvoorstelbare saaiheid met een voorspelbare ontsnapping van zodra de startvlag naar beneden gaat en een alles controlerend peloton, gedicteerd en gedirigeerd vanuit de volgwagen. Meer dan 200 km pure verveling, dan een jagende bende achtervolgers om te eindigen in een spurtje. Panache, c’est moi, beweerde Chavanel en hij toonde zijn gelijk nog eens duidelijk aan. Merçi, Sylvain.
Als het mooiste wat in Parijs-Nice of Tirreno-Adriatico te zien is, de helikopterbeelden van het landschap zijn, zegt dat toch wel bijzonder veel over de toekomst van het wielrennen. Je zou bijna denken: laat het maar weer snel winter zijn en het veldritseizoen herbeginnen.
Die avond was ik uitgenodigd om bij Frank en Lea te gaan eten. Heerlijk varkenshaasje met een berg groenten en zeer goede wijnen, waaronder ook weer een Pata Negra. Maar achteraf krijg je dan weer een opstandig makend verhaal te horen dat me naar m’n eigen verleden katapulteerde en waarbij je jezelf zo slecht begint te voelen dat je maar weer naar je eigen kar verlangt.
Mieke had gebeld maar het was al middernacht en dus stuurde ik maar een sms om mijn afwezigheid (of het alweer vergeten van mijn telefoon) uit te leggen. Geen seconde later een telefoontje van Jantje. Ze waren samen gaan eten en zaten thuis nog iets te drinken. En verdorie als het niet waar is, maar sommige dagen mis ik dat gezelschap hier wel in de eenzaamheid van mijn kar. Kwam er ook het voorstel om in augustus naar Frankrijk te gaan in het gezelschap van Jantje en Charlotte. Een voorstel waar ik geen neen kan op zeggen maar waarbij ik stilletjes dacht: Mieke is weer bezig de dingen te regelen…

Zaterdag 4 januari

Onheilspellende berichten uit België en Nederland vernomen. Winden van orkaankracht over zich heen gekregen. Volgens de voorspellingen zouden we ook hier tegen de avond winden van 7 tot 8 beaufort over ons heen krijgen. Afwachten wat dat zal geven.
Anneke kon geen beet van het ontbijt door de keel krijgen. Het lieve kind was tot tranen toe bewogen. Ik kan daar niet goed tegen maar het staat ons allemaal vroeg of laat te wachten dat we weer huiswaarts moeten en er zullen er wel altijd zijn die langer blijven dan wijzelf. Ik ben wel heel erg benieuwd of Omer de door mij gebruikte reisroute zal volgen. Hij wilde het eens zonder ‘payage’ proberen en dus heb ik hem via de Somporttunnel gestuurd. Als hij een beetje rijdt zoals gewoonlijk, dat wilt zeggen veel sneller dan ik, moet hij deze namiddag al in Oloron-Ste-Marie zijn. Als ik dat op een dag kan doen, moet hij daar zeker en vast in slagen. Maar… nadien hoor ik hem mij nu al vervloeken. Iemand die altijd de snelwegen gewend is, moet zich op de ‘nationals’ en de départementals’ in Frankrijk wel een beetje weten in te houden. Ik hoor de ‘nondedju’s’ en de godverdommes nu al vliegen bij elke ‘gyratoire’ die op zijn weg ligt. En dat zijn er toch wel wat. Als je 160 euro wilt besparen moet je er wel iets voor over hebben, natuurlijk.
Tegen tien uur was ook ik klaar om te vertrekken. Afrekenen, handjes schudden van de onmiddellijke buren en dan maar karren. Nu ja, tegen de tijd dat je motor warm is, moet je alweer stoppen want die 3 km naar de Cap Blanch is natuurlijk snel gereden. In de buurt waar ik wilde staan, was alleen nog plek 95 beschikbaar, een ondankbare stek want haast geen zon, uitkijk op de muur en veel grotere keien voor de deur. De man op plek 115 heeft ook voor enkele maanden geboekt en dus mag ik wel naar mijn stek van vorig jaar fluiten. We zien wel.
Aan allen die dit lezen op de Costa Blanca: wilt u a.u.b. in mijn naam mijn verontschuldigingen aanbieden aan iedereen waar ik niet persoonlijk afscheid van heb genomen. Ik houd daar niet erg van want mijn emotie schiet meteen vol en al de Mahou van de voorbije weken komt dan via mijn ogen weer naar buiten. En dat is geen gezicht.
Eerst naar de bank want gisteren had ik 100 euro geleend van Rabisto om mijn rekening te kunnen betalen. Dat moet direct gecompenseerd worden met een koffietje op zijn terras. Hij moet naar de groothandel rijden en zal dus mijn drankvoorraad weer wat kunnen aanvullen.
Opvallend is wel altijd dat je uitkijkt naar welke zaak nu weer gesloten is en wat er intussen aan nieuwigheden is bijgekomen. De Hertbreak Hotel, een Harley-tent aan de ingang is potdicht, het restaurant Da Vinci is zoals te verwachten was potdicht. Vorig jaar heb ik daar ooit één klant weten eten. Op de dijk is een nieuwe bar Gao geopend en aan de droge rivier is er een nieuwe zaak met allerlei prullaria geopend. Voor de rest lijkt alles bij het oude gebleven. Mijn favoriete Italiaan is gesloten tot 7 januari maar de Engelse pub Cat’s whiskers naast de ferriteria heeft de zomer niet overleefd. De pizzeria die ik nooit open geweten heb, is nog altijd dicht en de blitze cafetaria naast de Sacristan heeft het ook maar een seizoen uitgezongen. En in feite heb ik nu nog maar door 2 straten gelopen…
En dan komt er plots goed nieuws. De man die op mijn plek staat komt zijn kar uit en hij ziet dat ik ook Belg ben. Nu had ik al gehoord dat hij Franstalig is en dus deed hem een bonjour. Ik legde hem uit dat ik zijn plek ambieerde omdat ik dan rechtstreeks bij F&F naar binnen kan kijken. Waarop de man meteen voorstelde om van plaats te ruilen. Hem maakt het niet uit; hij staat hier alleen maar om te slapen, voor zover hij al naar ‘huis’ komt. Hij heeft vrienden wonen in Altea, gaat daar elke dag heen en blijft er soms ook overnachten. Dat doen we dan morgen wel. De wetenschap alleen dat ik er toch op terecht kan, is mij al voldoende.
Lucas komt eraan met mijn bestelling. Ik mezelf een ‘follieke’ gepermiteerd, in de vorm van een fles Lagavulin van 16 jaar oud. Dat moet mijn komende droeve momenten kunnen opvullen zonder te verdwalen in een droeve drank.
Plots komt Petra en Martin hier over de camping lopen. Surprise, surprise. Ze willen niet binnen komen want er is nog een ander koppel bij en ze komen alleen maar eens kijken hoe het er hier aan toegaat.
Vandaag doe ik mijn eerste Sacristan van het seizoen. In feite is dat ook maar een veredelde frituur, maar dan iets duurder dan een echt fritkot. Moet gezegd dat de heer De Koster, netjes vertaald in El Sacristan, behoorlijk goed werkt. Die kerel draait welke elke dan minstens 100 couverts en je vraagt je dan wel af waarom die andere keten niet draaien en op de fles gaan. Wat je er ontmoet zijn schreeuwerig geklede matrones en luidruchtige +zestigers die denken dat de nulmeridiaan door hun kont loopt. Het zit er, kort samengevat, vol familie Flodders. Veel goedkoop glitter, weinig goede smaak en nog minder goede manieren. Nu ja, je kunt er natuurlijk wel een behoorlijk brok eten voor weinig geld. Alleen moet je dan wel een beetje op je drankrekening letten.
De beloofde wind begint zich nu te manifesteren. Bij de overburen waait de schotelantenne omver. Weer een Nederlander die het zonder tv moet stellen vanavond. Op een zaterdagavond dan ook nog. Als dat maar goed komt. ’t Is nu 21 u en zowat van overal komt het geklop van hamers mij aangewaaid. Hier nog een haring bij, daar nog een spijker.
Huub stelt het behoorlijk goed. De wandelingen met hem halen nu ongeveer een gemiddelde van 0,5 km/u. Je kunt geen meter lopen of hij moet wel ergens minutenlang zijn snufferd tegenaan drukken. Och, deze eerste dag hier beneden laat ik hem maar doen als compensatie voor zijn trauma van daarboven. In plaats van angst te hebben voor de bullenbijters van Alfaz kan hij zich nu concentreren op al de vreemde plasjes die hier nu op hun afkomst en geslacht te beoordelen zijn. Soms zou ik willen dat ik een hond was. Liefst wel ergens bij de een of ander domme kloot in een camper.
Benieuwd hoe ver Omer vandaag gereden heeft…
Vandaag werd de mama van Bob en Gerda begraven. Hoewel niet aanwezig was ik er vandaag de hele dag bij. Sterkte mijn vrienden.

En zoals beloofd: een foto van wat wij hier op nieuwjaarsdag allemaal deden, en hoe…

IMG_1735

Epiloog

Ik ben 134 dagen van huis weg geweest en heb 4.067 km gereden. Gewoonweg om de druilerige winter hier te vergeten. Was het de moeite waard?

Alleen onderweg zijn, is niet leuk. Zoveel is zeker. Alleen ergens verblijven ook niet. Onderweg kun je alleen of tegen jezelf zitten lullen of tegen de hond. In dat tweede geval hou je er weinig of geen conversatie aan over.
Van nabij ondervonden dat een man alleen met heel veel argwaan wordt bekeken en je veel minder kans maakt op sociaal contact. Op een bepaald ogenblik stonden we met een tros alleenstaanden op één lijn: 2 Nederlanders, een Zweed en ik, en aan de overkant van de straat een Engelsman. Die straat van ons kreeg op de camping meteen de naam: Vrijgezellenlaan. Daar laat je je vrouw niet alleen doorheen lopen. Ik kreeg pas goede contacten op het ogenblik dat of nadat Mieke op bezoek was.
Waarom zich al die tijd beperken tot één plek? Van vrienden hoor ik altijd dat het ginder zo leuk is en weer elders nog veel leuker. Daar sta je lekker in het wild, vlak aan het strand en het is nog gratis ook. Wat er niet bij verteld wordt, is dat ze met een koppel zijn (zie hierboven), dat ze een zonnepaneel op de kar hebben liggen, dat ze vlak bij een totaal verlaten dorp staan, dat ze 5 km moeten fietsen om water te halen, dat de meest nabije winkel of restaurant 15 km verder is en dat de politie je elk moment van de dag (of nacht) kan wegjagen. Een tweede argument dat ik vaak hoor is ‘het weer’. Meer zuidelijk lijkt het altijd beter weer te zijn tot je ginder toekomt. Als het in Albir slecht is, is dat elders in Spanje gegarandeerd nog veel slechter. Een derde argument is dat ik zo toch niet veel te zien krijg van Spanje. Nu ja, daarmee bedoelen ze dan die kunstmatig uit de grond gestampte kustdorpjes met nieuwbouwprojecten want zelf komen ze ook niet in het binnenland, tenzij om er in sneltreinvaart doorheen te sjezen. En dan komt mijn argument: ofwel ga je reizen ofwel ga je overwinteren. Ik ga voor dat tweede en dus, als ik me ergens goed voel, waarom dan elders op zoek gaan naar iets dat hooguit even goed kan zijn?
Voor het geld moet je het zeker niet doen. Je kunt goedkoper naar Alicante vliegen dan erheen te rijden. Je kunt zo goedkoop een appartementje huren met alles erop en eraan als kampeergeld betalen. Helaas mis je dan het sociale contact van een camping.
Op dat vlak was die maand op camperpark Costa Blanca (bij Luc en Sonja) wellicht de meest intense. Niet zozeer omdat ik daar Eddy, Louis en Ronnie (die ik trouwens weinig te zien kreeg) al kende maar omdat het met de andere mensen ook direct goed in de haak zat. Telkens ik nog eens Nieuwjaar vier, zal ik denken aan Omer en Anneke waar ik tot 2 u ’s ochtends in de kou pintjes stond te drinken. Telkens ik het woord ‘oliebol’ zal horen, zullen mijn gedachten meteen naar Hans en Bettie gaan. Ik kan het woord ‘zuignap’ niet meer horen zonder te denken aan Ron en Marja en de uitdrukking ‘de zon staat onder de draad’ is onlosmakelijk verbonden met Martin en Petra. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat mijn verblijf daar op de berg niet zo lang zou geduurd hebben zonder Luc De Roover ofte Lucas Rabisto. Hij zorgde voor een regelmatige aanvoer van drank en eten, voor lange avonden van opgehaalde herinneringen, waarvoor mijn eeuwige dank. Slechts twee nadelen aan die plek. Een: in feite wel ver verwijderd van de stad, zonder (liefst elektrische) fiets of scooter ben je daar niet veel. Twee: de massa honden die ’s nachts niet ophouden te blaffen en tijdens de dag niet te betrouwen zijn. Huub heeft er een trauma aan over gehouden.
Mijn verhuizing naar camping Cap Blanch heeft ook verscheidene redenen. Een: Mieke drong erop aan omdat zij die plek blijkbaar wel ziet zitten na er vorig jaar maar vijf dagen geweest te zijn. Twee: de aanwezigheid van Frey en Fab waardoor je je toch een beetje minder alleen voelt en omdat er wel altijd iets te vinden is waar je hard mee lachen kunt. Drie: je komt de camping uit, steekt de straat over en daar is het strand met één van de mooiste panorama’s van Spanje. Vier: de winkel/horecabedrijf van Rabisto ligt op vijf minuten lopen en een dagelijkse wandeling erheen eindigt altijd in een groots verhaal. Vijf: in een straal van 500 meter heb je ontelbaar veel restaurantjes waar je voor minder dan 10 euro kunt eten; in een straal van 1 km heb je vier supermarkten. Zes: hoewel veel groter dan bij Luc en Sonja, heb je toch ook wel meteen goede contacten, niet in de minste plaats omdat F&F je bij alles zoveel mogelijk betrekken. Zeven: Huub voelde er zich helemaal thuis; na een maand hoefde ik hem niet meer aan het touw te hangen. Alleen die verdomde duiven die hem constant kwamen uitdagen…
De meest spijtige ervaring was het feit dat we er niet in geslaagd zijn om de voortent op te zetten zoals het hoort. Voor een langer verblijf is zo’n ding wel noodzakelijk omdat er zoveel dingen een plaatsje moeten vinden en omdat zo’n tent je toelaat ook buiten te zitten als de wind blaast.
Een andere spijtige ervaring is het feit dat mijn plooifiets niet is uitgerust met een elektromotor. Die fiets heeft net geteld 200 meter gereden. Eens heeft Mieke er het blokje op de camping mee rond gereden en daarna ikzelf ook een keer.
Een derde spijtige ervaring is de zwakte van de wifi op de camping. Net op de momenten dat je internet het meest nodig had, raakte je er niet op omdat heel Klein-Holland zat te skypen en maar wat met de kleinkinderen zat te leuteren.
Nog een spijtig toeval: het feit dat ik er niet in geslaagd ben om foto’s op m’n blog te plaatsen. In realiteit ben ik ook te tam om foto’s te nemen. Als ik dat dan eens wil doen, heb ik m’n camera niet bij en als ik die wel bij me heb, vergeet ik het ding te gebruiken. Ik beloof mijn leven te beteren.

Ik wil hier nogmaals al mijn oude en nieuw gemaakte vrienden hartelijk bedanken voor alle moeite die ze gedaan hebben om het mij zo aangenaam mogelijk te maken. Geen namen want anders wordt het lijstje te lang. Toch een vermelding voor Dree Peremans en Greet en voor Jean-Pierre Janssens en Jeanine. Ik mocht in Hautefage-la-Tour en Couze-St.Frond weer fijne momenten beleven. En lekkere wijn drinken.

Dinsdag 23 april

Het is koud geweest deze nacht. Nu ja, alles is betrekkelijk, maar toch: slechts 6° als je buiten komt… je bent toch wel wat anders gewend. Ook Huub is anders gewend want hij springt mestnat van de dauw de kar in en ik kan de vloer opnieuw dweilen.
Iets na negen ben ik weer op pad. Het wordt dus Montargis en Sens. In die laatste stad neem ik de raad van Madame Garmin (ik had nog een Nüvi in reserve) niet au sérieux op de plek waar ze me de autosnelweg wilt opsturen (bleek dat achteraf toch wel de juiste beslissing) en dus reed ik rechtdoor, de stad in. Is me dat een gehannes geworden, ja. Veel tijd verloren, natuurlijk.
Achteraf heeft ze dan wraak genomen, die madame. Ze heeft me door de meest onooglijke maar wel best leuke dorpjes laten rijden, langs kleine D-wegen waar twee auto’s elkaar nauwelijks konden kruisen, en via allerlei kruispunten waar ik het noorden volledig kwijt raakte. Maar… ze had het bij het rechte eind.
Eerst dacht ik te stoppen in Provins maar daar was ik al iets na elven. Volgende doelstelling: Dormans aan de Marne. Daar was ik al iets na één. Dan maar door trekken tot Laon. Ook dat ging vlot. En dan zie je ineens een bord met daarop Bruxelles 128 km. Tja, dan heeft het ook geen zin meer om nog een camping op te zoeken.
Best jolig als je naar Mieke kunt bellen met de boodschap: ‘Schat, wat eten we vanavond?’ Antwoord: ‘Oei, ben je toch blijven rijden en ik moet deze avond gaan eten in ’t Zwart Schaap.’
Hoe dan ook, iets voor zessen draaide ik de Noormannenstraat in en Huub was heel blij dat hij weer thuis was. Ik ook trouwens. Een flesje witte wijn uit mijn koelkast mee naar binnen genomen, met het vrouwtje nog wat op het terras kunnen zitten en dan moest die naar haar afspraak.
Ik heb dan de straat maar overgestoken om met de familie Lombaerts iets (te veel) te drinken. Mieke was ook vroeg thuis want die moet er morgen om vijf uur uit.

Vandaag gereden: 512 km

Maandag 22 april

’t Is al kwart voor acht als ik wakker schiet. Ik ben nog net op tijd om de mannen JP, Jeremy en David uit te waaien. Ze hebben een betonwerk in Lalinde en JP kennende komt die niet voor half acht weer thuis. Ik speel met het idee om nog een dag te blijven hangen maar dat blijkt toch niet zo’n goed idee. De mensen mogen zich niet verplicht voelen en het begint toch te jeuken om weer thuis te zijn.
Ik praat nog wat met Jeanine maar tegen half tien ben ik weer op pad. Niet na alweer een jacht te hebben gemaakt op Huub die duidelijk te verstaan geeft dat hij geen zin heeft om weer een dag in de kar rond te tuffen.
Graag wil ik toch wat kilometers vreten vandaag. Dus gezwind naar Bergerac, Perigeux en Limoges en daar de A20 op tot in Vierzon. Daar neem ik richting Auxerre, een slechte gewoonte blijkbaar. Helaas heb ik op die weg nu af te rekenen met de ene omleiding na de andere. In Vailly-sur-Sauldre houd ik het voor bekeken. Het loopt tegen vier uur aan en mijn bobijn is af. Die van Huub nog veel meer. De zon schijnt maar het is fris. Het is een mooie plek met veel groen en bankstellen, zelfs WC’s. Er staat een camper of vijf, allemaal Fransen, maar geen mens te zien. Waarschijnlijk allemaal fietsen of wandelen. Iets na zessen komen ze toe en het is meteen een groot feest met veel gelach en er wordt zelfs gezongen. Mooi zo.
Na mijn portie spaghetti wil ik gaan afwassen als net de ontvangster toekomt. Staplaats = 3,50 euro + elektriciteit 2,50 euro. Een habbekrats voor wat je hier krijgt.
Morgen zie ik wel welke richting ik uitrijd. Het wordt Auxerre of Montargis en Sens.

Vandaag gereden 416 km

Zondag 21 april

Als ik wakker word, is het al te laat om die andere camper te zien verdwijnen. Ook de tentbewoner is al op stap. Om het kort te houden, na een telefoontje naar JPJ en een pot koffie, ben ik op weg naar Couze-Saint-Frond. Iets meer dan een uur later rijd ik zijn parking op en moet ik ondervinden dat hoe meer noordelijk, hoe frisser het wordt. Je kunt met moeite buiten zitten. David is er, Nicolas met zijn verloofde ook, Jeremy is gaan sporten en komt later toe, en Julie woont nu met haar drie kinderen weer bij papa en mama. Ze is dan eindelijk toch gescheiden van haar bullebak van een militair.
We kletsen een stuk, drinken een roseetje en kletsen nog wat verder. De zon komt er later in de namiddag toch doorheen maar warm kun je het niet noemen. We gaan een kijkje nemen aan de Couze waar JPJ een vistrap heeft gebouwd, een serieus groot werk voor zijn bedrijf. Op het terrein ernaast ziet het zwart van het volk dat zich aan de nationale sport begeeft: pétanque.
Mijn tekst voor Leuven Actueel is dan toch klaar gekomen en met toegang tot internet, verdwijnt die richting Bartje Mertens.
Gisteren heb ik bij Dree ook even tijd gehad om de mail van F&F te beantwoorden. Telkens als ik denk (en dat doe ik zowat voortdurend) aan de mooie tijd die we samen hebben doorgebracht, vind ik het weer spijtig dat ik naar huis rijd. Maar… onderweg krijg ik vaak een lachkramp als ik me de grappen en grollen weer herinner.
JPJ en Jeanine hebben toch wel hun deel van de ellende gehad. Je mag dan al in een kasteel zitten, ze hebben het ook niet cadeau gekregen en wat JP daarin allemaal op eigen kracht gepresteerd heeft, mag velen tot voorbeeld zijn. Het ergste van die kerel is nog wel dat hij geen seconde kan stil zitten. Plots is hij weer ergens een machine aan het verplaatsen, dan zit hij weer zakken cement in te laden. “Als we morgen willen presteren, moet ik er ook klaar voor zijn,” is zijn commentaar.
Hij heeft nu al zes ezels in de wei lopen. “Als ik met pensioen ben, zal ik me daar intens mee bezig houden,” zegt hij dan wel maar hij weet zo goed als ik dat er nooit een pensioen of een rustperiode zal komen.
’s Avonds zitten we bij de open haard nog wat te kletsen met een goede fles Bergerac, maar rekening houdend met het feit dat de man morgen heel vroeg op moet, stap ik maar naar de kar. Huub heeft daar helemaal geen zin in en wilt niet binnen komen. Ik moet hem zelfs met de leiband naar de kar sleuren. Hij vindt het hier best naar zijn zin, krijgt van iedereen veel aandacht en kan lustig rond hossen zonder die verdomde leiriem waar hij nu al vier maanden aan vast heeft gehangen.
Ik probeer nog wat te lezen maar de ogen willen niet mee. Om 22 u lig ik al te maffen.