Vr 31/03 Grote uittocht

 

Heel vroeg op de dag moet je vaststellen dat er al enkele campers zijn weggereden. Vic en Nieke uit Leopoldsburg, bijvoorbeeld. Verdorie, geen afscheid kunnen nemen omdat ik verkeerdelijk dacht dat die pas morgen zouden vertrekken. Wie ik nog wel kon uitwuiven was mijn nieuwe Britse buurman op nummer 4. Die moet terug naar Engeland voor medische inspectie. De man sukkelt met de longen. Wie ik ook zag vertrekken, was Flor uit Heist-op-den-Berg. Flor is een eenzaat die in België alles heeft verkocht en in zijn camper leeft. Vorige zomer kreeg hij een herseninfarct en toen hij hier toekwam, was hij aan een kant nog helemaal verlamd. Hij had zich met zijn camper naar hier laten brengen op voorwaarde dat zijn chauffeur onderweg naar het voetbal van FC Barcelona in Nou Camp mocht en dat zijn terugvlucht betaald werd. Hier heeft Flor zich in een aangekochte scootmobiel moeten verplaatsen. Een gesprek kun je er niet mee voeren want zijn gewauwel is nauwelijks verstaanbaar. Majo en Marcel hebben hem al die tijd geduldig moeten bijstaan. Tot in de kleinste details. Zelfs het dicht ritsen van zijn broek lukte hem niet. Intussen is die verlamming lichtjes verbeterd maar nog lang niet voldoende om zelfstandig de terugreis naar België te rijden. Iedereen vindt het totaal onverantwoord maar elke goede raad wordt genadeloos opzij geschoven. Als hij wegrijdt, neemt hij bijna een boom mee en al in de eerste bocht moet hij twee, drie keer manoeuvreren om er heelhuids doorheen te komen. Je kunt alleen meewarig je hoofd schudden en hopen dat hij zonder ongelukken thuis raakt. Voor zover de politie hem ergens onderweg niet uit het verkeer pikt.

Hugo is vanmorgen heel vroeg al naar de luchthaven gereden om zijn zoon Pancho + familie op te halen. Deze avond heel laat komt ook nog de dochter toe en tussendoor beloofde hij Jos en Lut ook nog naar Alicante te brengen. Van het goede te veel, vind ik, en dus wil ik wel rijden. Terwijl Jos zijn rekening gaat vereffenen en hier en daar afscheid neemt, krijg ik de kans om eens langer dan 30 seconden met Lut alleen te zitten. En te praten. Hoe tenslotte kun je iemand leren kennen als het niet verder komt dan luchtige oppervlakkigheden en verplichte dooddoeners? Net zoals wel iedereen heeft ook Lut haar eigen verhaal, draagt ook zij een zwaar beladen rugzak mee. Op zo’n moment vind je het spijtig dat onze wegen weer uiteen moeten lopen. De rit naar de luchthaven verloopt dan ook lichtjes bedrukt; die twee zijn nog niet vertrokken en je mist ze al. Stoerdoenerig neem je afscheid. Dag Jos, dag Lut. Tot in Leuven, misschien?

Op de terugweg rijd ik naar Alfaz. Bij de dierenarts moet ik dringend korrels voor Huub gaan halen en daarna naar de Consum. Helaas, stomweg vergeten dat het daar markt is en dat je niet tot aan die supermarkt kunt komen. Dus moet dat boodschappenlijstje maar weer wachten tot morgen. Terug op de camping stel je vast dat André ook al vertrokken is en Leo en Els hebben hun camper al op de parking klaar gezet om morgen vroeg te vertrekken.

Louis heeft nieuws gebracht over Gerarda. Daar hebben de artsen een apparaatje in de wonde aangebracht dat alle vuiligheid en etter wegzuigt. Dat moet die wonde ook samentrekken en sneller doen genezen. Als het goed verloopt, mag ze binnenkort weer naar hier. Als het niet lukt, ziet het alternatief er minder goed uit. Dan zal men elders spierweefsel en huid moeten wegnemen om in te planten. Laat ons maar het beste hopen. Via deze weg: snelle beterschap, Gerarda, en kom maar zo spoedig mogelijk terug.

Marcel en Majo komen er een lang afscheid van maken. Toevallig komt Gilbert en zijn vrouw hier voorbij en die komen er toch gezellig bij zitten. Deze Gilbert (niet de Gilbert en Linda van Londres 6) staat met de camper achteraan op de Golf en blijft nog tot einde april. Toevallig wonen deze mensen in Borgloon zodat mijn periode “plat Loons dialect praten” nog een staartje krijgt. Gilbert heeft een caravan gekocht op de hoek van Europa en Madrid en die willen ze meteen beginnen te reorganiseren en te poetsen. De Engelse eigenares heeft in de loop van de tijd nogal wat rommel bijeen gespaard.

Het exploot van Ruben Van Gucht bekijk ik even met gemengde gevoelens. OK, het betreft een test om in de toekomst de live verslaggeving via het G4-netwerk te doen verlopen maar het is wel treurige televisie om een eenzame fietser de Oude Kwaremont zien op te rijden. Trouwens, de toch al bestaande hype rond de Ronde van Vlaanderen nog meer opkloppen, is echt wel niet nodig. Daar wordt alleen Wouter Vandenhaute beter van.

IMG_2646
Dag Jos, dag Lut. Tot heel spoedig.

 

 

 

Advertenties

Do 30/03 Sateetjes van Bert

 

De trend van de vorige dagen zet zich voort: algemene drukte met de voorbereidingen tot vertrek. Hier is nog iemand bezig met het juist afstellen van de zelfzoekende schotelantenne op het dak van de camper – de voorbij tijd ging dat via een schotel op een vaste driepikkel. Daar is een dame in de weer met spons en zeemvel om toch met een min of meer klare blik door de voorruit de terugweg naar huis aan te vangen. Fietsen gaan alvast achterop het bagagerek. De Duitse buurtbewoners uit Hannover – vorig jaar stonden die verderop in Avd. Europa – zwaaien met het handje. Bis nächstes Jahr. Ook de nieuwe Britse overburen op Europa 24 vertrekken. Zij moeten terug naar Sheffield. De dame – aan de vrij mollige kant – geeft hier een staaltje stuurmanskunde weg waar ik bewonderd zit naar te kijken. In één vloeiende beweging rijdt ze de camper uit zijn toch wel ingewikkelde positie op de plek en zonder ook maar één keer een remlicht te zien, keert ze de camper in mijn straat de juiste rijrichting in. Châpeau! Mijnheer rijdt haar met de huurauto achterna; die moet hij nog inleveren aan de luchthaven van Alicante. Daarmee verlies ik in één klap twee rustige buren met niet iets meer standing en klasse dan de rest.

Hugo flitst hier ettelijke keren voorbij, maar dat is geen nieuws. Louis vertrekt plichtsgetrouw naar de IMED-kliniek zodat Gerarda zich niet te veel alleen moet voelen. Marcel weet nog niet welke weg hij zal nemen en we halen er de wegenkaarten van Spanje en Frankrijk bij. Op de thuisweg gaan hij en Majo nog even langs bij hun zoon die tijdens de winterperiode een ‘chambres d’hôtes’ uitbaat in de Alpen en in de zomer verhuist naar de Jura waar hij dan een camping, annex B&B, runt. Ik maan hem aan om het de eerste dag toch maar rustig aan te doen. Als je vijf maanden niet meer met de camper hebt gereden, willen de rug, de schouders, ellebogen en polsen wel eens beginnen op te spelen na een paar honderd kilometers. Hij heeft zich in het hoofd gehaald om in één ruk door te rijden tot Le Boulou. Zelf doe ik dat (beter gezegd: deed ik dat) in twee dagen. De eerste dag tot aan La Volta in Penìscola rijden, vond ik al een behoorlijk eind. In twee dagen wilt hij tot zijn bestemming nabij Chamonix rijden. Wat is me dat toch allemaal met die oude(re) mannen die, drijvend op een stevige dosis zelfoverschatting, blijven denken dat ze nog twintigers zijn?

Die avond ben ik uitgenodigd bij Frank en Lea voor de meest typische Vlaamse maaltijd bij uitstek: stoofvlees met frietjes. Hun nieuwe overburen op nr 8 hebben bezoek dat zich uitslooft om in de meest gezochte superlatieven de lof te zingen over de nieuwe aankoop. Als de schoonzoon dan ook nog aangeprezen wordt als de grootste BBQ-specialist en vleeskenner ter wereld, ben ik natuurlijk uitermate benieuwd. Als ik dan zie dat het hele gebeuren beperkt is tot een sateetje per persoon en dat je bijna een slijpschijf nodig hebt om het vlees van de spies ook nog op je bord te krijgen, denk ik er toch het mijne over. Met heel veel heimwee mijmer je dan over de satés van Bert en hoop je dat die zo spoedig mogelijk weer naar hier komt want ik ben het recept van zijn marinade hopeloos vergeten. Weer naar de realiteit: het stoofvlees van Lea was heerlijk. Nog belangrijker misschien: het was de eerste avond dat we buiten konden eten zonder klappertandend en helemaal ingeduffeld er bij te hoeven zitten.

Woe 29/03 Flor en Willy

 

Was het gisteren al een dag om snel te vergeten, dan kondigde deze woensdag zich desnoods nog saaier aan. Hier en daar heerst wel enige drukte. Op veel plaatsen maakt men zich klaar om binnen de kortst mogelijke tijd te vertrekken. Dat er duchtig wordt opgeruimd, merk je aan de gestage processie die met volle afvalzakken naar de vuilniscontainers trekt. Campers worden in een andere positie gemanoeuvreerd zodat men dat morgenochtend niet meer doen en dat men na de ochtendkoffie meteen kan wegrijden.

Dan moet je al heel ver doorheen je krant bladeren om twee opvallende overlijdensberichten te lezen. Meestal sla je daar geen acht op maar nu stonden daar ineens twee namen die in het artistieke wereldje luiden als klokken: Flor Hermans en Willy Courteaux. Geen van beiden heb ik persoonlijk gekend hoewel ik er voor een groot deel van mijn leven bijna dagelijks mee geconfronteerd werd.

Courteaux – de man met de baard – las je wekelijks in Humo (Dwarskijker/De Man in het Venster), zag je regelmatig op het televisiescherm en wie ooit Shakespeare of Euripides in het Nederlands heeft gelezen, deed dat ongetwijfeld in een vertaling van zijn hand. Een scherpe blik op het leven en een nog scherpere pen om dat leven te beschrijven. Geweldige kerel.1686151

Flor Hermans hoor ik bijna dagelijks – nu nog altijd – en zag ik enkele keren tijdens optredens van Wannes Van de Velde. ‘Ne zanger is ne groep’ zong de bard uit Antwerpen ooit en in die groep speelde Flor letterlijk en figuurlijk de eerste viool. Op een dag kwam ik in het atelier van beeldhouwer Wilfried Pas en schrok ik van de foto’s die daar aan de muur hingen. “Wat scheelt er,” vroeg Wilfried. “Ken jij die man misschien?” Jawel, hoor, het was Flor die poseerde voor het beeld waaraan Pas op dat ogenblik werkte en dat sinds 1994 het Mechelsplein in Antwerpen domineert, namelijk het beeld van Willem Elsschot.

Bij het overlijden van deze twee Vlaamse reuzen, zou je niet meer stil staan bij de Vlaamse kaboutertjes maar die zijn er wel. Het lawaai dat die maken is zoals altijd omgekeerd evenredig met hun eigen soortelijk gewicht. Grootsmoel BDW heeft in verband met die zogenaamde terroristische aanslag op de Meir niet alleen voor zijn beurt gesproken maar blijkt nu ook dat hij de raadgevingen van het parket helemaal in de wind heeft geslagen. Datzelfde parket had de politie zelfs verboden om over die misdaad te communiceren om het onderzoek niet te hinderen. En hopsa, daar gaat de paraplu open met BDW eronder en zijn politiecommissaris volop in de neer plonzende regen. Hoe klein kan een Vlaams kaboutertje zijn?

Dan heb je ook nog de vrouwelijke schaduw van BDW: Homans. Die wilt het hoofd van haar diversiteitsambtenaar op een schotel aan haar bureau geserveerd krijgen. Volgens Homans is Alona Lyubayeva niet loyaal, praat ze de minister niet voldoende naar de mond, doet ze te veel aan politiek en neemt ze veel te veel onafhankelijke standpunten in. En laat dat nu net de opdracht van die diversiteitsambtenaar zijn: volledig onafhankelijk de vinger op de pijnlijke plek leggen. Zo staat het in haar taakomschrijving, opgesteld door de Vlaamse regering waarvan diezelfde Homans deel uitmaakt. Hoe klein kan een Vlaams kabourtje zijn?

Dan heb je ook nog die andere personages uit het Vlaamse kaboutertjesvolk: Annick De Ridder en Andries Gryffroy. Die richten hun pijlen dan alweer op de Vlaamse ombudsman Bart Weekers omdat “die aanbevelingen doet die heel dicht bij het beleid komen”. Sorry… is dat niet de job van een ombudsman? Heerlijk toch de manier waarop Weekers reageert: “Als je iemand twee keer zes jaar lang ombudsman laat worden, dan zit die hier en zegt die tegen het parlement: u controleert de regering en maakt decreten. Ik kom u daar dingen over vertellen op basis van wat ik daar in mijn klachten over hoor.” Tja, de Vlaamse kaboutertjes hebben het enorm moeilijk met mensen die veel hoger dan zijzelf boven het maaiveld uit steken.

Die avond kreeg ik bezoek van de andere Guy en met een glaasje wijn bij de hand hadden we het over (niet noodzakelijk in deze orde) onze vrouw en kinderen, motoren en motortrips, wandelen, aardverschuivingen, pensioengerechte leeftijd, gezondheid in het algemeen, gezondheidszorg in het bijzonder, camperplekken in Frankrijk, vriendschap en de adembenemende snelheid waarmee zo’n fles Marqués de Riscal Rueda leeg raakt. Kortom: dingen waarmee heren van stand en op leeftijd zich voornamelijk bezig houden.

 

Di 28/03 Lederhosen

 

Er valt maar weinig te schrijven over deze periode van 24 uur waarvan de verplaatsing naar de douches zowat de meest spannende gebeurtenis van de dag was. Deze dinsdag zou uitgroeien tot de saaiste dag van de week indien de VRT de Driedaagse van De Panne niet live zou uitzenden en wel helemaal als Phil er de beuk niet had in gegooid. Waarmee de heer Gilbert nog eens het bewijs leverde dat er ook zoiets als ‘le muscle Wallon’ bestaat. Alweer een schitterende koers mogen zien. We worden verwend.

Eindelijk sijpelt er nog eens goed nieuws binnen. Nico en Christa zouden op 4 april arriveren. Dat staat voor 99 % vast, schrijven ze. Toch altijd dat één procentje onzekerheid overlaten…

Kameraad Marcel is al begonnen met inpakken en staat er verbaasd van hoeveel nutteloze dingen een mens zoal met zich mee sleurt. Die is nu al druk aan het uitrekenen hoeveel onderbroeken, T-shirts, sokken en handdoeken Majo nog mag inladen als ze volgende herfst weer deze richting uit komen. Mij moet je daar niets van komen vertellen. Ik zou al twee keer over en weer moeten rijden, alleen al voor de boeken die ik hier intussen bijeen gesprokkeld heb. In de loop van ons gesprek bezorg ik hem nog een hoop hoofdbrekens omdat ik hem vertel over de Oktoberfeste die men hier wilt organiseren en dat Hugo al op zoek is naar een echte Oberbayernkapelle om voor de passende muzikale omlijsting te zorgen. Als ik hem met een uitgestreken gezicht ook nog vertel dat ik de volgende keer een ‘Lederhosen’ mee naar hier breng en dat Mieke er gekleed in een ‘Dirndl’ zal bij lopen, voelt hij zich genoopt om heel de planning van zijn najaar overhoop te gooien. Marcel kan namelijk haast alle Duitse schlagers uit het hoofd meezingen en is gek op dat Tiroler-gedoe. Ik lees in zijn ogen dat hij nu al zin heeft om eind september weer deze richting uit te komen; zelf denk ik mijn vertrek uit te stellen tot half november om er zeker van te zijn dat al dat getoeter en billengeklets gedaan is.

Ergens weggemoffeld in een kort en bondig stukje in m’n krant lees ik dat de twintig grootste Europese banken, waaronder ING en BNP Parisbas Fortis, in 2015 een kwart van hun winsten hebben versluisd naar belastingsparadijzen. Wat met die andere drie kwart van de winsten is gebeurd, blijft in het vage. Waar die gestationeerd zijn, is niet te achterhalen. Toch gaat dat eerste kwart nog altijd over 25 miljard euro. Dus, dames en heren, die 20 banken hebben over één jaar tijd een winst geboekt van 100 miljard. Officieel bekend. Neem daarbij nog eens een veelvoud van dat met allerlei boekhoudkundige spitsvondigheden tussen de plooien geritseld werd en dan weet je het wel. Zullen we daar eens aan denken als we ook nog extra moeten betalen om ons eigen geld uit de muur te halen? Intussen creperen 20 miljoen mensen van de honger. Voor het overige leven we in de beste der werelden.

Jos en Lut zijn van de aardbodem verdwenen. Helemaal opgelost in de lucht of in zichzelf? Tja… die oude schuren toch.

Ma 27/03 Oude schuur

 

Nu Jos al drie dagen forfait geeft, zijn Marcel en Lea mijn twee resterende dagdagelijkse vaste gasten om het lezen van de krant of het schrijven van deze blog te onderbreken. Vandaag is Marcel weer met de bende gaan fietsen en dus blijft alleen nog Lea over. Die moet nu alweer wennen aan nieuwe overburen en of die zich aan de wensen en verlangens van Lea weten aan te passen, zal de toekomst nog moeten uitwijzen. Nu ja, alle begin is moeilijk. Een erger verhaal heeft ze te vertellen over Louis, de galgo van het Britse koppel bij haar verderop in de straat. Bij die hond werd toch kanker in de achterpoot vastgesteld en die mensen stonden voor de keuze: amputatie of genadespuitje. Ze hebben hun hart laten spreken en voor de eerste oplossing gekozen. Louis is m.i. veel te vroeg uit de dierenkliniek ontslagen want elke dag moeten de mensen er weer heen rijden om die wonde te laten verzorgen. Het vergt telkens ingewikkelde manoeuvres om die hond in en uit de auto te krijgen en daarvoor wordt nogal eens beroep gedaan op de hulp van Frank. Nu moet Louis antibiotica nemen maar al enkele dagen wilt hij niet eten waardoor hij ook die medicijnen niet naar binnen krijgt. Deze ochtend werd Frank erbij geroepen want die doodbrave Louis huilde van de pijn. Heel zijn kussen lag vol een bruine vuile smurrie; die wonde is duidelijk beginnen te etteren. Dus maar weer naar de kliniek, waar hij moet blijven en aan het infuus moet. Indien er de eerstvolgende etmalen niet snel verbetering optreedt, moet toch nog voor de tweede oplossing geopteerd worden. Arme Louis, na een ellendig leven ben je eindelijk in een zorgdragende gezin terecht gekomen en dan je niet meer rennen zoals van een windhond verwacht wordt.

Wie er ook hachelijk aan toe is, is Gerarda. Die moest vandaag naar de dokter en daar was de diagnose zeer duidelijk: weer zo snel mogelijk het ziekenhuis in. Dat advies kreeg ze twee weken geleden ook al maar toen wimpelde ze dat nog koppig weg. Nu is die wonde één en al infectie. Een hele maand na dat ongeval is ze erger aan toe dan ooit voordien en het genezingsproces kan nu nog wel maanden aanslepen. Hopelijk neemt ze het vanaf nu iets minder lichtzinnig op.

Terwijl Jos hier nog eens een zeldzame keer voorbij flitst, nog snel de afspraak gemaakt om vandaag eens naar café Retro in La Nucia te rijden. In haar wilde(re) jaren ging Lut ook wel eens op stap in de Jaguar in het Hasseltse, wat volgens haar toen een nogal ‘poshy’ club was. Deels uit nostalgie naar de eigen jongere jaren maar vooral uit nieuwsgierigheid naar hoe Ferdy het er nu vanaf brengt, wilde ze daar wel graag een kijkje gaan nemen. Na de hamburger ‘Alles-erop-en-eraan’ kregen we heel zijn levensverhaal te horen met alle details erop en eraan. Samengevat komt het hierop neer: kruiwagenladingen geld verdiend en met karrenvrachten weer laten rollen. Hier een put maken om een put elders te delven. Snel toeslaan, snel gewin en dan weer even hevig als voordien het feestvarken uithangen. De geestelijke leegheid van het dagelijkse bestaan bedelven onder klatergoud en schone schijn. De opeen gestapelde mislukkingen verkopen als heldendaden en met jezelf verstoppertje spelen achter een nonchalante grijnslach. Ik herken ze onmiddellijk, de kerels die met veel poeha en grootspraak proberen te verbergen dat ze geboren losers zijn. En dan zijn ze de zestig voorbij en moeten ze zichzelf een bestaansreden en de middelen daartoe bijeen zien te schrapen. Pseudoromantiek van het vagebondenbestaan, vind ik dat. Sic transit gloria, denk ik op de terugweg.

Nog iets dat me de rest van de avond door het hoofd speelt, is de aloude volkswijsheid: Als een oude schuur in brand vliegt, baat geen blussen meer. De conversaties in het dialect van noordoostelijk Limburg beginnen sinds gisteren steeds meer te gelijken op het geluid van koerende tortelduiven en Jos begint zich steeds meer en meer te gedragen als een baltsende korhoen, soms als een pauw die zijn staartveren niet meer dicht geplooid krijgt. Tja, de voorbije weken maar bij hoog en bij laag beweren dat het je allemaal niet meer interesseert en dat het een toevallige reünie betreft met iemand die je al 30 jaar niet meer gezien hebt… Het kan verkeren.

Vraag aan Hugo: in plaats van een caravan om te bouwen tot kraam voor hamburgers en hotdogs, kunnen we er misschien beter een rijdende duiventil van maken?

32
Een huidig beeld van Londres 5…
Galgo_Español
Arme Louis… nooit meer op vier poten kunnen lopen.

Zo 26/03 Plat Limburgs

 

Sommige mensen zien vertrekken, laat meestal een onaangenaam gevoel na. Vandaag maakt iemand me intens blij omdat hij naar huis gaat en definitief van de camping wegblijft. Met zijn vertrek stijgt de gemiddelde tolerantie- en intelligentiegraad hier met minstens 89 % en vermindert de graad van opgekropte frustraties en zure liefdeloosheid met desnoods nog een veel hoger percentage. Opgeruimd staat netjes. Er is weer ruimte voor ander en beter.

Hugo en Agnes komen het terras Helsinki 1 opmeten. Daar moet heel dringend een nieuwe bekleding op; eigenlijk al van vorig jaar. Achteraf komen ze een koffie drinken en Hugo zover krijgen, is een hele prestatie. Hugo langer dan 2 minuten te doen stil zitten, neen, daar slagen we er niet in. Dan fietst hij weer naar de receptie, dan moet hij absoluut daar nog eens gaan kijken; daarna moet er ginds nog iets worden opgelost en tegen de tijd dat hij min of meer uitgeraasd is, is het weer tijd voor het middagmaal.

Ik zit met spanning uit te kijken naar 14 u want vandaag is het Gent – Wevelgem. Meestal vind ik dat niet de meest boeiende koers van het seizoen, tenzij er waaiers gevormd worden in de Moeren, maar er zijn nu nieuwe hindernissen in verwerkt om de spurters een hak te zetten. Daar ben ik wel benieuwd naar. Tja, en dan komt Jos en Lut op de koffie, zoals gisteren beloofd. Ze zitten nog maar net neer of daar gaat de telefoon: een erg nieuwsgierige Mieke. “En valt die madame van Jos een beetje mee?” is de eerste vraag. Wat in vredesnaam kan ik daar nu op antwoorden na er nog geen vijf minuten mee aan tafel te hebben gezeten? Voor het overige krijg ik te horen dat Mieke vandaag een weerzienbijeenkomst heeft voor haar reisgroep naar Patagonië en dat het in Leuven schitterend weer is zodat ze zeker buiten kunnen zitten.

Jos en Lut besluiten daarop eens in El Cisne rond te neuzen zodat ik rustig naar binnen kan om naar de koers te kijken. Héhé, wat worden we toch weer verwend. En dat ommetje langs de veldwegen van Ploegsteert mocht er best zijn. Mooie winnaar en een wereldkampioen die ‘sleper’ Terpstra een lesje leert. Volgende zondag wil ik door niets of niemand gestoord worden want de boodschap van Sagan was duidelijk: het zal oorlog zijn.

Na de koers zijn Jos en Lut nog maar net terug van El Cisne; ze hebben zich er duidelijk goed vermaakt. Ze komen een aperitiefje drinken en dat loopt ongewild heel laat uit. Een avond lang zit ik naar ze te luisteren en indien dit zo nog twee dagen verder gaat, ken ik alle finesses van het taalidioom dat men er in Op- of Neeroeteren op nahoudt of hoe het dialect van de noordoostelijke hoek in Limburg ook mag heten. Trouwens, de voorbije maanden heb ik met de aanwezigheid van Marcel en Maurice al meer Zuid-Limburgs dialect uitgekraamd dan toen ik in de periode 1944 tot 1957 mijn jeugd in Borgloon doorbracht. Immers, in die tijd mocht je niet te veel zeggen. Toen was het nog usance dat van zodra je je mond open trok, die met een rake mep weer gesloten werd met de sneer “Snotneuzen moeten zwijgen als de grote mensen spreken” er bovenop. Jakkes, als ik morgen Frey en Fab eens ging opzoeken om weer eens een namiddag in het meest sappige Leuvens te kunnen converseren?

IMG_4977 kopie
De Patagonië-gangers van Mieke, samen geperst op mijn terras.

Za 25/03 Huwelijksconfederalisme

 

Deze zonnige dag begint met het veel te vroege afscheid van Wim en José. Die willen vanavond hun nachtkwartier opslaan in Jaca, wat hen – voor zover er onderweg geen problemen opduiken – met de vingers in de neus moet lukken. “Tot volgend jaar dan maar,” zegt Wim, terwijl hij bij leven en welzijn hier hopelijk al binnen zes maanden terug zal staan. Terwijl hij Helsinki uit rijdt, mis ik zijn vaste rituelen al, vooral het ogenblik dat hij hier elke morgen voorbij dokkert met de toiletcassette op een steekwagentje. Dat is de voorbije maanden een erg vertrouwd geluid geworden terwijl ik m’n krant lees. Wim en José, het ga jullie goed.

Van krant gesproken: in de weekendbijlage van De Morgen staat een geweldig interview met Mark Eyskens, waarvan vader Gaston destijds beweerde dat hij de enige was die mogelijk zijn eigen intelligentie kon benaderen. En jawel hoor, hoewel zoon Mark zich nogal graag verschuilt achter een ergernis opwekkend hautain intellectualisme, kan ik wel genieten van zijn taalkundige spitsvondigheden en bon mots. Dat interview gaat voornamelijk op de man/vrouw relatie. Daarin kraamt hij alweer de ene prachtige zin na de andere uit. Neem nu deze:

“Mijn vrouw en ik hebben lang geleden gekozen voor het huwelijksconfederalisme. Er zijn in dit huis twee deelstaten met elk hun eigen bevoegdheden. Zij beslist zowat over alles en ik mag elke ochtend op het knopje drukken dat onze rolluiken omhoog doet gaan.”

En verder:

“Ons huwelijk is een mooi voorbeeld van coöpetitie: een mengeling van competitie en coöperatie. Dat systeem werkt perfect. De politiek kan er een voorbeeld aan nemen.”

Met veel genoegen las en herlas ik deze zinnen. Een perfecte weergave van hoe ik mijn relatie met Mieke zou kunnen omschrijven maar er nooit de juiste woorden voor vond. Hoewel dat vinden van juiste woorden toch tot de bevoegdheden van mijn deelstaat behoort. Intussen kijk ik wel ongeduldig uit naar 5 april; tijdens de autorit van de luchthaven naar hier kunnen we dan een interfederaal overleg houden waarin we de voorwaarden kunnen bepalen waarop ik mijn confederale bevoegdheden over Helsinki 2 tijdelijk aan haar overdraag.

Wie ik heel de dag niet te zien kreeg, was Jos. Je krijgt die hier vier maanden lang haast klokvast over de vloer voor onze dagelijkse koffieklets. Als die dat dan overslaat, krijg je een hiaat in je dagschema, er schort wat, je dag is niet compleet. OK, sinds gisterenavond laat heeft hij bezoek en sinds dat bezoek werd aangekondigd praat hij haast over niets anders meer; weliswaar in erg verwarrende termen, nu eens koud dan weer warm blazend. Dat scherpt het verwachtingspatroon aan. Je wordt er (oh mooi Zuid-Nederlands) ‘curieus’ van, wat helemaal iets anders is als nieuwsgierig. Dus ga je daar niet achteloos voorbij lopen of aankloppen. Laat die mensen met rust. Mozes zal zelf wel naar de berg komen. En dan rukt Huub je, na de late namiddagwandeling, de richting van Frank en Lea uit. Je zit daar wat te keuvelen en als je weer op huis aan wilt, haalt Frank zijn geheim wapen uit de koeling: Jupiler! Welaan, ééntje dan. En wie komt daar dan doodgemoedereerd voorbij gewandeld? Juist ja, mijnheer Jos en madame Lut. Hallo, aangename kennismaking en een goede reis gehad, ja? Drie Jupilers later ga je eindelijk toch naar je eigen hok met de stellige belofte van Jos dat ze morgen op de koffie komen. A-la-bonheur!

José en Wim: hopelijk zitten we binnen zes maanden weer bij elkaar!