Italië 2012 – Epiloog

Op mijn eenzame terugweg van Napels naar Leuven had ik tijd en ruimte zat om na te denken over zin en onzin van deze reis. Voor mij persoonlijk was het eerder een soort bedevaart naar het graf van mijn dochter, maar dan zonder ‘bede’. Achteraf gezien had ik met dat doel voor ogen beter het vliegtuig genomen, in Napels voor enkele dagen een autootje gehuurd, naar Capua gereden, onderweg de obligate bezoeken afgelegd (Pompei bijvoorbeeld) en dan weer snel naar huis. Het had me een hoop ergernis en honderden liters diesel (maximumprijs onderweg gezien 1,927 euro) bespaard, en ik zou minder vermoeid van deze trip zijn thuisgekomen. De aldus vrijgekomen tijd was ik dan misschien beter met de kar gewoonweg de Franse of Duitse grens overgestoken om met minder te rijden kilometers er hetzelfde gevoel van onderweg te zijn aan over te houden.

Tweede opmerking: deze reis was onvoldoende voorbereid, misschien ook al te wijten aan die ene doelstelling. We zijn onderweg hoogst waarschijnlijk de meest belangrijke bezienswaardigheden van Italië voorbij gereden om toch maar tijdig in Napels te zijn.

Derde opmerking: de Italianen zijn een volk met enorm veel erfgoed maar zonder cultuur of toch met een beperkt cultureel gevoel. De onverschillige manier waarop met dat erfgoed wordt omgesprongen is eerder schabouwelijk en vooral gericht op de mogelijke winst die eruit te halen valt. Ik kan niet begrijpen dat een zo belangrijke archeologische site als de Etruskische necropolis van Cerveteri er totaal verwaarloosd bij ligt, zonder afsluitingen, zonder begeleidend toezicht, open en bloot voor potentiële vandalen. Het is haast onmogelijk om je weg naar Ostia Antica te vinden – laat staan een parkeerplaats – terwijl dit toch de zeepoort van Rome was en een misschien nog belangrijker site is dan Pompei. In Pompei is alles gericht op de commercie: snelle hap eettentjes, souvenierwinkeltjes, uitstapjes naar de Vesuvius (€ 20/pp voor iets van 20 minuten). Er worden daar wel peperdure parkeerterreinen aangelegd op percelen waarvan men beslist weet dat er nog meer waardevol Pompei onder de grond steekt.

Tussendoor een positieve opmerking: +65 of -16 ga je haast in alle musea gratis naar binnen en er gelden andere tarieven voor EU-burgers dan voor bijvoorbeeld Japanners.

Vierde opmerking: de wegen in Italië zijn barslecht onderhouden, voor zover er al sprake kan zijn van onderhoud. De te betalen autosnelwegen daarentegen zijn wel van degelijke kwaliteit. Over mijn ervaringen met het rijgedrag van de Italianen heb ik een column geschreven in Leuven Actueel, een stukje dat je (binnenkort) kunt nalezen in de blogrubriek ‘Als de vos de passie preekt’.

Vijfde opmerking: als je naar Italië wilt, moet je je beperken tot één enkele regio, bijvoorbeeld Toscane of Umbrië. Het land is enorm groot en de schoonheid ervan is vanaf de autosnelweg nauwelijks te zien of te ervaren.  Je moet dus de kleinere wegen op en dan zit je weer met wat hierboven staat.

Zesde opmerking: Italië telt, na Frankrijk, het grootste aantal campers per inwoner. Nochtans zijn camperplaatsen zeldzaam, en/of moeilijk te vinden en zijn de campings in het algemeen erg duur. Op de meeste plaatsen zijn de servicemogelijkheden beperkt met het gevolg dat bepaalde zaken misbruikt worden. Vooral de Italianen maken geen onderscheid tussen grijs en zwart water en kieperen hun chemische toiletten gewoon uit waar ze het kwijt kunnen. Andere camperaars draaien daarvoor op.

Zevende opmerking: heel het land ligt er vuil bij. Waarschijnlijk is het de Italiaanse mentaliteit om alle afval zo weg te gooien en daar sta jij dan, met jarenlange campagnes om toch maar te sorteren achter de rug, wel een beetje op te kijken. In de omgeving van Napels kon je de vangrails langs de weg zelfs niet meer zien vanwege de ertegen opgestapelde vuilzakken. Zelf was ik er getuige van dat een huisvuilzak gewoonweg uit een rijdende auto in de berm werd gekieperd.

Achtste opmerking: de bureaucratie – met een strikte hiërarchie – doet een beetje lachwekkend – vanwege compleet archaïsch – aan maar woekert hier nog meer dan bij ons. Een ambtenaar doet gewoon zijn job maar zal je niet verder helpen als dat zijn/haar functie of bevoegdheid te buiten gaat. Op de begraafplaats van Santa Maria Capua Vetere was men erg behulpzaam tot men ontdekte dat mijn dochter daar niet begraven was. Dus moest het in Capua of Caserta zijn, maar een informerend telefoontje naar de collega’s van die gemeenten kon er niet af. Maanden geleden had ik al een mail verstuurd naar het stadsbestuur van Santa Maria CV maar op mijn in het Engels gestelde vragen heb ik nooit enig antwoord gekregen. De kennis van vreemde talen beperkt zich duidelijk tot verkoopstands in toeristische centra.

Negende opmerking: Italianen kwetteren zeer veel en erg luidruchtig onder elkaar maar zijn m.i. toch lichtjes eenkennig. Met vreemdelingen wordt geen contact gezocht, waarschijnlijk vanwege hun gebrekkige talenkennis. Dat is wel spijtig want daarmee hadden wij enkel contacten met Nederlanders, Duitsers en Britten. Daarvoor reis je niet naar Italië.

Tiende opmerking: ik vond Lucca een prachtige stad. Misschien iets te veel kerken maar best gezellig en vooral: het is de stad van Puccini.

Elfde opmerking en daarmee basta: ik vraag me nog altijd af waarom ik bij het oversteken van de Italiaans-Franse grens een gevoel kreeg van ‘oef, eindelijk weer thuis’ terwijl ik toch nog meer dan duizend kilometer te gaan had.

Finaal het laatste woord: we hebben aan deze reis zeer goede herinnering aan Marie, Jürgen, Jule en Lea Dlugosch en aan Paul Sanders en zijn vrouw met de haast onuitspreekbare naam Eiluned. Hopelijk blijft dit niet bij een toevallige vakantieontmoeting.

Advertenties

Italië 2012 – dinsdag 17 april

Nog 310 km te gaan en ik sta thuis weer voor de deur. Dat wilt zeggen: 300 km autosnelweg. Slechts twee vermeldenswaardige dingen vandaag, of misschien wel drie. Een: het eerste tankstation na de Frans-Luxemburgse grens trekt zodanig aan dat er op de snelweg een file vrachtwagens stond van meer dan een kilometer. Twee: de eerste dag sinds een week dat ik mijn ruitenwissers niet heb hoeven te gebruiken. Drie: Mieke zag abrupt een einde komen aan haar week totale rust. Waarvoor mijn verontschuldigingen.

 

Km-stand thuis: 58.704

Gereden 310 km

Totale afstand van deze Italië-reis: 3.004 km

Italië 2012 – maandag 16 april

Vandaag was mijn dag geel gekleurd. Tientallen kilometers doorheen koolzaadvelden gereden die nu in bloem staan. Gisterenavond besloten om eens te gaan kijken in Pont-à-Mousson, een camperplek waar iedereen met veel lof over spreekt. Eerst gaan tanken in de Intermarché, aan de ingang van Seurres. Volgens mijn visie zou de trip via Dijon verlopen, daar de D974 volgen tot Langres, zo naar Neufchâteau en Toul en dan naar Pont-à-Mousson. Tarara, Madame Garmin besliste er anders over. Die joeg me de richting Dole uit, wat toch wel helemaal de andere kant op is. Ach ja, dacht ik, laat haar maar eens doen voor een keer. Daar stuurde ze me naar Vesoul maar wel langs schitterende wegen met een perfecte asfaltlaag. Hoe doen ze het toch, die Fransen, om goede wegen ook goed te houden? Waarom kan dat bij ons niet? Ik had een vermoeden dat Garmin zoveel van Frankrijk houdt als ik. En van Brel. Maar… j’ai pas voulu voir Vesoul. Wel er voorbij gereden.

Omdat die wegen zo bijzonder goed zijn, worden ze natuurlijk ook veel gebruikt door vrachtwagens. Die mastodonten verplaatsen heel wat lucht en dan krijg je telkens een schok om je van de weg te duwen. Daar bovenop stuiven die camions nog eens tonnen water op zodat je de ruitenwissers op de hoogste snelheid moet zetten. En dan gaat het de N57 op en net voor Remiremont passeer je de waterscheidingslijn tussen het noorden en het zuiden. Als ik vanaf nu ergens in de kant ga staan, plas je in de Moezel of de Maas en niet meer in de Rhône. Het moest wel lukken dat uitgerekend aan het bord dat me vertelde dat ik het departement van de Vogezen in reed, het begon te sneeuwen.

Ja, en dan heb je snelweg tot Epinal, Nancy en Pont-à-Mousson. Zo schiet het wel heel goed en om 13.30 u draaide ik daar de camperplek op. Dit is echt een voorbeeld van hoe het zou moeten zijn. Prachtige plaatsen, mooi uitzicht met tientallen zwanen, stroom en water bij de hand en dat voor slechts 7,50 euro. Vanaf 1 mei gaat er hier een nieuw gebouwtje open mét toiletten en douches. Ook in de prijs inbegrepen. Plus een restaurant, uiteraard niet in de dagprijs inbegrepen. Het enige wat ontbreekt is wifi. Er is hier iets verder, zo’n 150 meter hogerop, wel een McDonalds, mét wifi, maar niemand zal het me kwalijk nemen dat ik mijn gezondheid niet op het spel zet om absoluut vandaag nog dit relaas op m’n blog te krijgen. En wat nog meer is: hier scheen voorwaar de zon en zaten sommige Hollanders netjes buiten te lunchen. Weliswaar warmpjes ingeduffeld want er staat nog altijd een strakke wind.

Mooi om zien was een oude dame met wandelstok die hier blijkbaar elke dag de zwanen komt voederen want van zodra ze dame zagen toekomen, kwamen ze er alle tegelijk op af.

 

Km-stand Pont-à-Mousson: 58.393

Gereden: 307 km

 

Italië 2012 – zondag 15 april

Regentapijt over de Drôme. Heel de nacht wat het één getik op het dak. We hadden nog maar net Crest achter ons gelaten of het hield op. Wel bleef de lucht dreigen. De campingbaas had het nog zo gezegd: het weer dat we nu hebben, hadden we in februari moeten krijgen.

Vandaag zondag en dus geen vrachtwagens op de weg; ideaal om een eind op te schieten. Mijn doel vandaag was Saint-Vincent-en-Bresse. Daar heeft een oude kennis van me een chambre-d’-hôtes ‘Les Monines’. Al honderd keer had ik erover gehad daar eens te passeren maar het wilde er maar niet van komen. Het feit dat Jan geen honden toelaat, heeft daar enigszins aan geholpen. In Valence nam ik de N7 en dan passeer je natuurlijk langs één van de grootste namen van de Côtes du Rhône: Crozes-Hermitage. Voor een keer liet ik me niet in bekoring brengen. Het was intussen weer beginnen druppen en dat voor de rest van de dag. Op die N7 kreeg ik bijna een lamme arm. Ik kruiste meer dan honderd campers op weg naar het zuiden en dan gaat telkens een groetend handje omhoog. In Vienne reed ik in een grote boog om Lyon heen, via kleine departementales en dan kom je door dorpjes met rare namen, zoals Saint-Exupérie, bijvoorbeeld. Et lors apparût le renard… Bourg-en-Bresse was vrij druk voor een zondagmiddag en in Louhans stonden tamelijk wat campers. Dit zou straks mijn overnachtingsplaats worden indien… Heel de weg had ik de mogelijkheden voor vandaag overdacht. Ofwel kon ik daar ergens in de buurt van La Monine blijven staan want Jan kan behoorlijk goed koken en springt royaal om met de drank, met soms desastreuze gevolgen. Ofwel hebben we elkaar niets te vertellen en dan blijft het bij een goedendag en we zien elkaar wel weer eens, en ga ik naar Louhans want daar zijn plenty restaurants en cafés.

Nu kostte het wel enige inspanning om die B&B van Jan te vinden. De aanwijzingen die hij onderweg geplaatst heeft zijn misschien wel een beetje kunstzinnig van aard maar weinig opvallend en dus ben ik er twee keer voorbij gereden zonder het te weten. Uiteindelijk op het erf van een boerderij gestopt en met Huub door de regen een paar honderd meter gelopen. Aangebeld en daar stond zijn vrouw. Jan n’est pas là, Madame? Non, il est en Belgique pour l’instant pour l’anniversaire d’une amie. Lap, daar sta je dan om drie uur in de namiddag, in de kletsend regen. Heb je heel je reisschema doorheen Frankrijk aangepast om hier te komen en dan is het nog noppes. Even de Facile en Route erbij gehaald en in plaats van terug naar Louhans te rijden, ervoor gekozen om iets noordelijker naar Seurre te rijden. Dat scheelt hem meteen tientallen kilometers.  Om 16 u kwam ik daar aan, er stonden nog twee campers en Huub wilde na twee plasjes al weer naar binnen. Ik trouwens ook. Van pure ellende de kachel aangestoken want het was amper 6° buiten en het bleef maar waaien en regenen. De kar schudde heen en weer. Een doorloper en enkele pagina’s in Monaldi & Sorti later, én na het obligate telefoontje van Mieke, maar weer The Killing opgezet en de afleveringen die ik voordien gemist had, bleven zodanig spannend dat ik er vier achter elkaar heb uitgezeten. Het was al 2 u toen ik het welletjes vond. Intussen was het gestopt met regenen en dus kon Huub nog eens lekker buiten. Pas toen kreeg ik door dat er ondertussen nog zes campers waren bij gekomen.

 

Km-stand in Seurre: 58.086

Gereden: 334 km

 

 

Italië 2012 – zaterdag 14 april

Vandaag blijf ik lekker in Crest staan op deze wel prachtige camping (www.lesclorinthes.com) die vooral prachtig is omdat er van de ruim 200 plaatsen slechts vijf ingenomen zijn. Rustiger kan je het moeilijk hebben. Ik kan hier Huub zelfs een beetje vrij laten rondlopen, vooral op het achterste gedeelte van de camping. Vooraan kan niet want de eigenaars hebben ook een hond en tussen die en Huub wil het niet klikken. Vraag is natuurlijk bij welke hond het wel zou klikken met Huub.

Het is verdorie fris vandaag maar het blijft wel droog. Bij het afhalen van mijn baguette deze ochtend vroeg de heer des huizes meteen of ik nog een dag zou blijven. Hoe wist die dat? Kon die aan mijn gezicht zien dat ik een rustdag nodig had? Hij vertelde me ook dat er vandaag markt is in Crest. Voor alle toeristen een welgekomen afwisseling misschien, voor mij een martelgang waar ik me liefst zo ver mogelijk vandaan houdt. Vooral met Huub erbij vermijd ik liever alle drukte.

Tegen 13 u, in de hoop dat de markt dan wel zou gedaan zijn, toch naar het middeleeuwse stadje gelopen en dat viel best mee, zoals er in Frankrijk wel tientallen van deze stadjes te vinden zijn. Opvallend was wel dat de terrassen aan de bars allemaal vol zaten en dat er stevig geheven werd. Raar volkje, dat wel. Blijkbaar zitten die heel de week ergens in een of andere negorij in de bergen en mogen ze dan op zaterdag eens naar de stad komen, eerst de markt en daarna pinten of pinards hijsen. Dat wordt intens ter harte genomen want 90 % van het terrasvolk had hem al stevig om. Hoogst waarschijnlijk had ik er me tussen gezet maar waar ik ook zocht, er was nergens één plekje vrij. Raar volkje, deze mensen aan de Drôme. Als alternatief heb ik dan maar een zeer lange wandeling gedaan. We liepen door kronkelpaadjes in een bosje naast de rivier en Huub heeft minstens 10 km met de tong uit de bek gerend alsof zijn leven ervan afhing. Van hem had ik de rest van de namiddag dus weer geen last.

Nog iets over de toren die het stadje beheerst. Die zou gebouwd zijn in 1398, als uitbreiding van het bestaande kasteel. Het zou met zijn 52 meter de hoogste versterking van de wereld zijn. Richelieu liet het kasteel vernielen maar behield wel de toren die tot laat in de 19de eeuw als gevangenis diende.

Op de camping staan nu 2 Nederlandse caravans, een Duitse en een Franse. Voor mij, in een rode GMC Baron Cruiser staat een Noors koppel, nog norser dan de Noren die ik eerder dit jaar in Altea heb mogen (?) ontmoeten. Veel aanspraak heb ik dus niet. Om buiten te zitten is het echt veel te koud en te guur, er staat een strakke wind en dat is een serieuze spelbederver.

Toch heeft deze dag deugd gedaan. Waarschijnlijk heb ik tussen hier en thuis geen internet meer.  Maar dat zien we dan wel.

Italië 2012 – vrijdag 13 april

Geen mens die gelooft in het verhaaltje van vrijdag 13 maar om uitgerekend één minuut na middernacht begon het toch weer te regenen dat het kletterde. Zou er dan toch iets van waar zijn? Die regen verhinderde trouwens ook dat ik om 4 u naar buiten kon voor mijn nachtelijk plasje. In plaats van de vrije natuur zijn werk te laten doen, moet het nu via chemische reacties in de Thetford.

Om zeven alweer uit bed en gezien ik hier boven 1.200 meter hoog zit, was het behoorlijk koud. Buiten 6° en binnen slechts 8°. En nog altijd regenen… Pas om 9 u hield het op en kon ik op weg naar Gap, een van die historische aankomstplaatsen van de Tour. Onderweg kom je dan wegwijzers tegen naar beruchte cols zoals Pra-Loup, La Moutière, la Bonette, Bayard, Vars… waarvan er enkele nog dicht zijn vanwege de sneeuw. Zelf moet ik op weg naar Die (nog zo’n Tour-traditie) over de Col de Cabre. Dat viel in dit seizoen wel erg mee omdat er haast geen verkeer was. In de zomer zit iedereen achter je aan te drummen maar nu kon ik op mijn eigen tempo naar boven. Tja, en dan rijd je langs de Drôme in een mooie vallei doorheen het middengebergte zoals dat heet. Mooi, mooi.

Ik had gekozen voor Crest, een stadje onder Valence en iets boven Montélimar. Je zou daar stroom kunnen krijgen en internet. Daar kwam ik om iets na 13 u toe maar die plek bleek een grote parking te zijn aan de rand van het stadje, met enkele voor campers gereserveerde plaatsen die bijna allemaal waren ingenomen door gewone autos. Je moet dan wel je 10 euro gaan betalen bij de lokale politie. Langs drie zijden van het plein veel gerij. De stroomvoorziening was al jaren geleden  vernield en dus afgesneden. Wel positief, heel Crest is één grote wifi-zone. Dus meteen mijn tekst voor Leuven Actueel doorgestuurd want die moest vandaag binnen zijn. Nog enkele mailtjes gedaan en toen was de batterij van m’n Mac bijna leeg. Voor de hond was dit geen ideale plek en dus ben ik op internet gaan neuzen naar een camping. Blijkt dat er hier eentje in de buurt is, zo’n 600 meter van het centrum en open van 5 april, met tamelijk wat goede reacties. Snel daarheen en inderdaad een leuke plek tussen de bomen, rustig gelegen, veel ruimte en een zeer vriendelijke mevrouw die zelfs wist hoe ze Leuven moest schrijven zonder dat ik het moest spellen. Naam van de plaats van misdaad: Les Clorinthes. Geen idee wat het betekent; dat is iets om later op te zoeken. Ik sta hier nu voor de laagseizoenprijs van 17 euro, alles inbegrepen. Morgen wordt hier voor mij zelfs een verse baguette afgeleverd. Wat wil je nog meer? Alleen vroeg de mevrouw om met de camper op de verharde weg te blijven staan omdat het de laatste weken erg geregend had en ze angst had dat ik me zou vastrijden. Wel mooi om zien hoe de campers hier alle wegen innemen; eentje vooraan zodat die rechtuit kan wegrijden, eentje erachter die dan weer achteruit moet.

In de zomer zou ik hier niet graag staan. Er zijn meer dan 200 plaatsen en huurchalets. Dat moet hier nogal een drukte geven, vooral omdat deze plek heel populair is bij de Nederlanders.

In de namiddag mijn rommelkot een beetje opgeruimd, een beetje gaan wandelen en omdat er weer zwarte wolken dreigen, snel terug naar binnen. Of ik deze avond nog het stadje weer inga, betwijfel ik sterk. Misschien blijf ik hier een dag langer staan want ik voel me toch wel behoorlijk vermoeid. Mijn schouders doen pijn en als de meteo voor morgen een beetje mee wilt, neem ik een rustdag.

P.S: Nog een groot voordeel van weer in Frankrijk te zijn: de diesel kost hier bijna een halve euro minder dan in Italië.

Km-stand in Crest 57.752

Gereden 201 km.

Italië 2012 – donderdag 12 april

Hoewel op haar graf 13 april staat, is mijn dochter wel degelijk vandaag 30 jaar geleden overleden. Alleen werd de dood pas na middernacht vastgesteld. Vandaar. De herdenking begon al meteen met een regenbui. Alweer. Alsof Lucca in België ligt. Toch kon ik nog om 9 u vertrekken, nadat Huub weer een half uur nodig had om zijn hoopje te doen. Na een tankbeurt meteen de snelweg op. Vlot. Alleen Genua stelde enige problemen om de juiste weg te vinden. Ik had Mondovi ingesteld als doel, een gratis camperplek bij een verdeler van campers. Leek me niets en bovendien was ik er al tegen de middag. Dus een alternatief gezocht. Cuneo zag er niet al te best uit in Facile-en-Route.  Wel mooi hoe je hier heel de Alpen ziet liggen met hun besneeuwde toppen. Hoewel, het zijn ook maar hopen steen met daar een sneeuwlaagje overheen. Dus maar gekozen voor Vinadio, de allerlaatste CP op Italiaanse bodem. Ik had Mieke immers beloofd niet te ver te rijden en ik voelde me toch wel een beetje moe worden. Zelfs op de autoweg (iets meer dan 25 euro betaald) slaat de vermoeidheid toe. Op de kaart zag Vinadio er uit als vlak op de S20 gelegen, de weg naar de Passo de la Maddalena. Ja watte, dat gat lag nog 4,5 km er vanaf, wel heel erg bergop. Daar toegekomen, niets gevonden van een CP behalve een ondergesneeuwde vlakte. Maar weer eens in het boek gekeken en dan ontdekt dat die plek pas in juni opent. Terug naar beneden want hier is verder geen reet te beleven, en Barcelonette ingedrukt. De Maddelena overgestoken. Aan Italiaanse kant 21 genummerde haarspeldbochten, aan Franse kant misschien evenveel maar niet genummerd. Gestopt in Jausiers op zo’n 10 km voor Barcelonette. Ik had er mijn bekomst van en Huub ook. Het weer zat mee, het landschap was betoverend, ik zat in Frankrijk en ik stond hier weer moederziel alleen. Eens gaan kijken in de restaurants hier. Een menu à 21 euro met salade, viande ou poisson du jour, plat de fromage, leek me net iets te duur. In een winkel met streekproducten een potje klaargemaakt blanquette de veau gekocht en daar heel smakelijk van gegeten.

De rest van de avond lekker naar het landschap gekeken – wel prachtig zicht zo vanuit mijn living – en het gezelschap gezocht van m’n fles Knockando. Een troostende vriend in bange momenten, vooral op deze treurige dag.