It’s only rock n’roll

Ik was vijftien toen er bij ons eindelijk een pick-up in huis kwam. Zo’n onooglijk ding van Philips met een luidsprekertje in het kofferdeksel, weet je wel. De collectie van mijn moeder bestond toen uit net geteld vijf platen van haar topfavorieten. Twee 78-toerenplaten van Zarah Leander, eentje van Catharina Valente, een van Vico Torriani en een meer moderne EP (45 toeren!) van Edith Piaf. Veel keuze was er niet en dus kreeg je wel honderd keer per dag ‘Ich weiss, es wirdt einmal ein Wunder gescheh’n’ , ‘La vie en rose’, ‘Du schwarzer Zigeuner’ en/of ‘Sweetheart my Darling, mijn Schat’ in de strot geramd.
Al iets eerder hadden wij een radiootje geërfd; zo’n klein mormeltje in bakeliet. Niet dat je daar vrolijker van werd. Met heel veel geduld, en alleen bij goede weersomstandigheden, slaagde je er soms in om er iets meer uit te krijgen dan gepiep, gefluit, gebrom en gegons. Kreeg mijn pa dan toch eens een post scherp gesteld, was dat uitsluitend om naar ‘Het Gesproken Dagblad’ te luisteren. Een enkele keer mochten we opblijven om een ‘Bonte Avond’ met Pol Cabus uit te zitten en in de zomer kregen we soms ook een verslag te horen over de Ronde van Frankrijk. Daarvoor moest wel eerst Rik Van Looy deelnemen, Wim van Est 80 meter diep in een ravijn duiken, of de Arend van Toledo weer een spectaculaire bergrit winnen.
Onze zondagen kenden een vast ritueel. Na het middageten plofte mijn pa in zijn luie zetel neer en na het radionieuws volgde meteen ‘Opera en Belcanto’ van Etienne Vanneste. Nog vòòr het kenwijsje van dat programma (Vedi! Le fosche notturne spoglie, uit Il Trovatore van Verdi) gedaan was, lag mijn pa al te ronken en overstemde zijn gesnurk de slagen van de zigeuners op hun aambeeld. Om dan weer met een bars ‘Afblijven!’ wakker te schieten als je ook maar even probeerde op een andere post af te stemmen. Daar zat je dan, als tiener die net Expo 58 achter de rug had, stomweg en puisterig jong te zijn met Renata Tebaldi en Mario Lanza op de achtergrond.
Ouders werden toen nog niet verondersteld om begrip op te brengen voor hun kroost, laat staan om rekening te houden met hun verzuchtingen, in casu hun groeiende voorkeur voor een ander soort muziek. Dus moest je wel bij vrienden naar Radio Luxemburg gaan luisteren om er kennis te maken met de ‘basics’ van rock n’roll. Little Richard, Fats Domino, Everly Brothers, Jerry Lee Lewis, Bill Haley, Chuck Berry, Fabian… dat soort. Je ondernam wel eens een schuchtere poging om je ouders warm te maken voor de muziek van jouw generatie maar voor zover dat niet op een donderpreek werd onthaald over ‘duivelse krachten’ en ‘bederf van de jeugd’, botste je toch op een muur van onbegrip en ongeloof. De slijmerige Pat Boone kon er nog net door maar Elvis bleef voor mijn ouders zowat de persoonlijke incarnatie van Lucifer. Toch was mijn allereerste zelf gekochte plaatje er eentje van The King. Meer nog: ik wist mijn ma ervan te overtuigen dat hij ‘That’s allright mama’ speciaal voor zijn moeder had opgenomen. Meteen verhuisde Elvis van de hel naar het vagevuur. Dat zette het sein op groen voor mijn allereerste lp in 1960: ’50.000.000 Elvis fans can’t be wrong’. Het fundament van een verzameling die in de loop der jaren uitgroeide tot zowat 3.200 langspelers.
Bij die nieuwe muziek hoorde een passende vestimentaire uitrusting. Je liet de klassieke ‘coupe à la brosse’ uitgroeien tot een strak achterover gekamde vetkuif. Omdat jeans – destijds kon je die nog rechtop naast je bed zetten – volgens mijn ma een broek voor werkvolk was, kreeg je dat niet en dus moest je zo’n ding maar in het geniep kopen. Later wilde je dan zo’n zwart fluwelen vestje zonder kraag en wilde je alleen nog mocassins aan de voeten. Tegen de tijd dat die klederdracht min of meer algemeen aanvaard werd, was je er alweer op uitgekeken. Na de films ‘Jealhouse Rock’ en ‘King Creole’ wilde je alleen nog in lederen outfit de straat op en toen Elvis afzwaaide wilde je absoluut ook zo’n schreeuwerig Hawaïhemd.
Je zocht een lief in de Seven Oaks en/of later aan de Vismarkt. In de ‘Bue Note’ van pa Van Rillaer brulde je mee met ‘Tem me dan’ van Jaap Fischer, liefst in het bijzijn van een net veroverd lief waarop je weer alleen naar huis mocht, maar daar leerde je ook Miles Davis en Charly ‘The Bird’ kennen. De vetkuif werd in de shampoo gezet en je liet de haren tot ver over je oren groeien. Je kocht een parka en Spaanse laarzen en sprak iedereen aan met ‘Peace, brother’.
En toch… het was allemaal rock n’roll. Een halve eeuw later is het dat nog altijd.

Zal ’t gaan, ja?

Jakkes, jakkes zeg, wat ik in deze zelfde rubriek van vorige Leuven Actueel allemaal niet te lezen kreeg… Het leek er wel op of ik stond op het punt mijn laatste adem uit te blazen; zo goed als op sterven na dood. En dat allemaal na een stomme appelflauwte, waarop kameraad B.M. meteen alle registers open trekt. Ik durf er niet aan te denken welke ronkende superlatieven hij allemaal niet zal bedenken om mijn lijkrede te schrijven. Enfin, ik kan daar misschien maar beter zelf aan beginnen; ’t zal alleszins bondiger zijn.
Mijn gemeende verontschuldigingen aan die twee mensen die zich ongerust hebben gemaakt. In feite kwam het hier op neer dat ik me maar moeilijk kon neerleggen bij het feit dat mijn overwintering in Spanje voorbij was. Met de lente die maar niet op gang kwam, dacht ik dat je even goed naar de regenwolken kunt zitten staren vanuit een ziekenhuisbed dan vanuit je eigen luie zetel. Een extra vakantie, als het ware, met een super vriendelijke bediening er bovenop. OK, je moet er een paar onhebbelijkheden bij nemen zoals een onbeschofte bullebak die bij de minste prul het verplegend personeel uitkaffert. Of iemand die dagelijks ijverig zijn drie bestelde maaltijden in een schriftje noteert en telkens controleert of hij wel krijgt wat hij gevraagd heeft. En ja, je moet er wel tegen kunnen dat men om de haverklap je bloeddruk en temperatuur komt opmeten, of bloed komt aftappen (soms dacht ik een bijrol te spelen in een vampierfilm). Je moet kunnen verdragen dat men allerhande buisjes in je lijf stopt en met een flinterdun cameraatje een toeristische uitstap doorheen je bloedbanen en hartkamers maakt. Kortom, je moet lijdzaam allerlei ingrepen ondergaan die je in normale omstandigheden en in een normale omgeving – de Oude Markt bij nacht, bijvoorbeeld – niet over je heen zou laten gaan zonder de dader te trakteren op een stevige dreun in of net onder het middenrif. Maar ja, je hebt je lot in handen gelegd van hoogopgeleide folteraars in witte stofjassen of groene kielen. Mét mondmaskers! Als die je dan uiteindelijk laten gaan, weet je even veel als toen je er binnen kwam. Niets dus. Tja, dan rest er je niets anders dan maar weer vanuit je luie zetel naar de regenwolken zitten staren.
Dan ploeter je met beide poten weer in de modderige brei die met een mooi woord ‘dagelijkse actualiteit’ heet. Je bladert weer door je krant, je kijkt weer naar het televisienieuws. Mensen lieve deugd, je schrikt je kapot van de rotzooi die je medeburgers er weer allemaal van gebakken hebben. Je hebt dan toch weer veel zin om op megafoonsterkte te gillen: ‘Stop the world, I want to get off!’. Neem nu de VUB die van Kim Clijsters een eredoctor maakte omdat ze haar professionele tenniscarrière perfect wist te combineren met haar moederschap. Zal het gaan, ja? Op deze aardkloot zijn er honderden miljoenen vrouwen die dat elke dag ook doen. Zonder een uitgebreide staf professionele babysitters. Als er in elk boerengat van deze wereld een universiteit mocht bestaan, dan nog is er niet voldoende voorraad om al die vrouwen een eredoctoraat te verlenen. Hopelijk houdt de nieuwe rector van onze Alma Mater er goed het hoofd bij en bespaart hij ons van dergelijke absurditeiten.
Nog zo’n giller was de cinema rond de GAS-boetes. Hoewel ik me kan voorstellen dat een gemeentebestuur een instrument in handen moet hebben om op te treden waar het parket bepaalde zaken niet vervolgt, blijft heel die zooi toch vrij sterk naar ‘ondemocratisch’ stinken. De eerste de beste pippo met een badge van de stad mag nu zowel benadeelde partij als rechtertje spelen. OK, pak vandalen, sluikstorters of ander zootje ongeregeld aan, desnoods (en liefst) met een alternatieve werkstraf maar laat a.u.b. de brave, plichtsbewuste burger met rust. Zo vergiste iemand uit de Weldadigheidstraat zich onlangs van week waarop papier en karton moet buiten gezet worden. Patat, een GAS-boete van 250 euro aan de broek. Waar zijn we in godsnaam mee bezig? Ik wil me desnoods nog met het principe verzoenen als de omgekeerde beweging ook zou kunnen. Als de stad een burger mag beboeten wegens hinderlijk gedrag moet diezelfde burger ook openbare diensten kunnen beboeten als die daar hinderlijk optreden. Een put in het straatdek die niet wordt opgevuld: knal, 250 euro boete. Een straatkolk die niet tijdig wordt geruimd: 150 euro. Een norse loketbediende: 50 euro. De weerman die voor volgende week regen voorspelt: 500 euro boete.
Ziezo, daarmee heeft de gemeenteraad weer werk: een sluitend tarief uitwerken en goedkeuren.

Leuven: onderkoelde minnares

Ik houd van Leuven maar die liefde is niet altijd wederkerig. Je durft je kont van die stad niet keren, of ze straft je daarvoor af met er weer helemaal anders uit te zien. Blijkbaar is er slechts één ding dat constant mag blijven: de verschrikkelijk slechte toestand van mijn straat, negen jaar nadat de schepen voor openbare werken de plechtige belofte deed om er zeer snel iets aan te doen. Voor de rest is Leuven een groot zoekplaatje als je er een tijdje niet meer geweest bent. Daar ligt alweer een straat open, nog wat verder staan weer de oranje bordjes ‘wegomlegging’, ginder is weer een mooi huis gesneuveld en vervangen door een afschuwelijke nieuwbouw, aan de zoveelse perfecte gezinswoning is weer een half dozijn belknoppen bijgeplaatst – eentje voor elk studentenkot – en er staan bijna even veel winkelpanden in hun leegheid te verkommeren als in Tienen.
Als je, zoals ik, langer dan vier maanden van huis bent geweest, en je wilt in de eigen stad nog je weg terugvinden, kan je eerst maar beter een afspraak met de Gidsenbond regelen of de website Leuven Weleer raadplegen.
Onderweg kreeg ik twee frapante veranderingen op mijn boterham, veranderingen die me niet alleen onderdompelden in een intens gevoel van ‘tristesse’ maar ook de aloude verontwaardiging en boosheid in mij opstuwden. Feit 1 is horeca gerelateerd. In de Mechelsestraat is een cafeetje dicht gegaan. Die zaak had een klein, intiem ingesloten terrasje waar je als verstokte kettingroker zelfs in de winter buiten van een perfect ingeschonken Lavazzi kon genieten, luisterend naar de zeer smaakvol gekozen muziek. Boeken toe. Ook weer een afgesloten hoofdstuk.
Erger nog is de sluiting van ’t Poske, zowat een nationale ramp. Dat Michèle en zoon Christophe er de brui aan wilden geven, tot daar aan toe, maar dat er alweer een karakteristiek café plaats moet ruimen voor een zielloze brasserie, is er voor mij te veel aan. Wat er intussen met dat café gebeurd is, zou je welhaast aanzetten om het Oud Testament weer te herlezen, vooral de passages waarin de begrippen molestatie, gruwel, destructie en barbarij kwistig voorkomen.
Minder bijbelse gevoelens kreeg ik met feit 2: het opdoeken van Passe-Partout dat vervangen moest worden door het al even nietszeggende als taalkundig onjuiste titel ‘Rondom Leuven’. Zowat heel de staf van dit ‘Leuven Actueel’ heeft zijn strepen verdiend bij het blad van de familie Hoebeke; van leedvermaak of ander boosaardig plezier is hier dus geen sprake. In tegendeel zelfs, met z’n allen hebben we ons destijds uitgesloofd om van dit Leuvense blad een nationale titel te maken en we zijn er het hart van in dat zo’n historisch gegroeid blad, gesticht in 1949, absoluut moest verdwijnen.
Die duistere beslissing werd genomen in de directiekamers van een taalgrensoverschrijdend mediabedrijf. Aan de Vlaamse kant bestaat dat bedrijf uit de uitgever van de krant die nog niet zo lang geleden verscheen met AVV-VVK in de bovenhoek. Aan de Waalse zijde betreft het de uitgever van een krant die naar de toekomst wees en waarvan het bisdom Namen hoofdaandeelhouder was. Met zoveel christelijk geïnspireerde waarden in huis zou je toch denken dat menslievendheid, mededogen en sociaal engagement in hoofdletters in het bedrijfsbeleid zijn ingeschreven. Niet dus want er is nog altijd dat spreekwoord over de kat die de kandelaar likt. En zodoende kreeg een twintigtal medewerkers van de prepress-afdeling in Wijgmaal vorige vrijdag – uiteraard op het laatste werkuur van de week – te horen dat ze ontslagen werden. Een herschikking, zoals dat heet. Eén enkele pennentrek en twintig jonge mensen staan op straat. Zo eenvoudig kan het leven zijn. Wat mij vooral boos maakt, is dat een zeer inventieve, creatieve en hard werkende afdeling dicht moet in het voordeel van een gelijkaardige prepress in Ronse. In dat stadje met taalfaciliteiten werken ook Walen en die laten niet toe dat je hun job afpakt zonder een hoop sociale heibel en hardnekkige weerstand. Die brave Leuvenaars zullen het wel zonder veel trammelant over zich heen laten komen.
Ik denk dat ik volgend week maar weer eens uit Leuven vertrek.