Di 28/02 Peper

 

Gisteren zijn Bert, Tibor en Jos eraan begonnen om in de voortent van Helsinki 1 een vaste zijwand te plaatsen. Vandaag wordt die klus verder geklaard waarbij Tibor zich door Louis laat vervangen. Als die mannen opduiken, is het vooral zaak om jezelf zo klein mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat je zover mogelijk bij hen vandaan blijft. De ene zegt dat, de andere vindt dat het beter zo zou kunnen en de derde heeft nog een andere suggestie. En dan heeft die grijze betweter uit Valencia met zijn oranje scootertje zich er nog niet mee gemoeid… Dus trek ik me wijselijk terug achter het scherm van m’n MacBook. Als je geen scheef antwoord zoekt, kun je maar beter geen vragen stellen. Mieke vangt het allemaal heel erg diplomatisch op. Zij zet een resem kopjes + een volle thermoskan koffie op de terrastafel en roept naar de overkant van de straat: “Schafttijd!”. Helpt altijd.

Zaterdag is hier een Nederlandse ACSI groep aangekomen. Zoals elk jaar, trouwens. In dit seizoen kun je hier in de verre omtrek maar één camping vinden waar je als club met zo’n dertig caravans of campers samen kunt staan, en dat is hier op Benisol. Daarvoor dient de weide, voorheen oefenveld voor golfspelers. Op een gedeelte daarvan zijn nu camperplekken gerealiseerd, een ander gedeelte is verhard maar daar staat nog altijd een Britse club van Auroroller-campers op. Uitgerekend op dat gedeelte had die ACSI club gerekend. Nu moesten de Nederlanders meer naar achter opschuiven, waarop die groepsleider daarover moeilijk begon te doen en ermee dreigde vervroegd te vertrekken. Olivier haalde de schouders op en voor deze keer geef ik hem daar groot gelijk in. Vorig jaar was er helemaal geen verharding en toen was alles koek en ei, en had men hier de tijd van zijn leven. Trouwens, veel ontevredenheid onder de deelnemers heb ik toch niet kunnen merken. Het zal dus wel een kwestie geweest zijn van verkeerd ingeschatte geldingsdrang van die verantwoordelijke. Zo van: kijk eens hoe sterk ik voor mijn groep opkom en wat voor een baasje ik wel ben. Afvoeren, dat soort!

Mieke heeft duidelijk een dosis peper uitgestreken op een plek waar ik het niet graag zou hebben en waar de zon maar zelden schijnt. Het terras wordt geborsteld en gekeerd dat het een lieve lust is. Geen sprietje onkruid dat nog veilig voor de toekomst is want dat krijgt geen kans om uit te zaaien. Daarna vindt ze dat de auto dringend een beurt moet krijgen, daarin heel fanatiek bijgetreden door Jos. De voorbij dagen hebben we nogal wat woestijnzand over ons heen gekregen. Volgens het campingreglement moet je auto’s wassen op de daarvoor bestemde plaats aan de toegang. Haha, gezagsgetrouw als wij zijn, doen we dat dan maar. Moet je wel € 0,50 betalen voor twee minuten water en dan nog zit er geen druk op. Heb je net je auto in het sop gezet en moet je weer in je zakken naar een muntje zoeken. Commentaar van Jos: OK dat je er moet voor betalen maar dan moet je ook wel degelijke waar voor je geld krijgen. Olivier zegt daarop met een verbaasde blik dat het tot nu toe altijd goed gewerkt heeft maar waarschijnlijk zegt hij dat al drie jaar lang en zal hij dat nog ettelijke jaren blijven herhalen…

Daarna zoekt Mieke naar een nieuwe slachtoffer om haar ijverige werklust op bot te vieren. Ze wilt absoluut mijn intussen sterk uitgegroeide haardos kortwieken en dat botst zoals gewoonlijk op enige weerstand. Haar idee van “te lang” komt altijd overeen met waar voor mij “te kort” begint. Uiteindelijk moet je alle bezwaren toch maar beter aan de kant zetten en alles lijdzaam ondergaan.

Sjef en Anita zullen morgen vertrekken en zijn druk met alles in te pakken. Eerst rijden ze tot in Javea – hier toch maar een boogscheut vandaan – waar zijn zus verblijft. Daarna doen ze het wel langzaam weer naar het noorden. Die avond wordt er nog wat gedronken op het afscheid maar dan jaagt de opkomende kou het bonte gezelschap uit elkaar.

Advertenties

Ma 27/02 Juan Abril

 

Vorige week met Frey & Fab afgesproken om vandaag een stapje in de wereld te zetten. Afspraak om 13 u op de Cap Blanch. Tot het zo laat is, mogen we nog ferm genieten van een heerlijk zonnetje en het gezelschap van de vaste stamgasten. Huub mag bij Lea op vakantie en we vertrekken iets eerder omdat we onderweg nog eventjes in Nova86 willen binnen springen, de winkel met e-sigaretten. Zelf heb ik een nieuwe lading vloeistof nodig en Jos moet dringend een nieuwe ‘coil’ hebben. Dat is het verbrandingselement van die elektronische sigaret. Helaas zijn die niet voorradig en moest de bestelling al van vorige week binnen zijn. Volgende keer hopelijk meer geluk.

Je hebt nog maar één voet op de Cap gezet of je hebt al aanspraak. Voor de meeste mensen daar ben ik Huub en zo zal ik blijven heten. Niet erg, denk ik dan maar, want die zachte G in mijn echte naam ligt bij de meeste Nederlanders erg moeilijk in de mond. Wel opvallend: verscheidene overwinteraars die hier voorheen met de camper stonden, hebben die nu voor een caravan ingeruild.

Bij F&F drinken we een aperitiefje en mag Mieke voor het eerst Pranill in levende lijve zien. Een heerlijk hondje is me dat. Daarna gaat het naar Altea, maar gezien de nog altijd nier herstelde verzakking in de kustweg moeten we via de 332. Verdorie, zowel in Albir als in Altea is het bijzonder druk en moeilijk een parkeerplaatsje te vinden. Wij gaan naar restaurant Juan Abril, een échte Spaanse zaak tussen alle door buitenlanders gerunde eethuizen op de wandeldijk van Altea. Er is een dagmenu van € 14,50 en gezien de zaak reclame maakt als ‘arroceria’ en op dat menu ‘arroz con pescado’ staat, gaan we daar voor. De dames kiezen sardines vooraf; Frey en ik voor een carpaccio. Een flesje witte en een fles rode wijn + koffie achteraf en we zitten al gauw aan € 25/pp. Dat ik slecht gegeten heb, kan ik niet zeggen maar dat ik toch ontgoocheld ben, kan wél. In mijn arroz zwommen 2 (twee) mossels, 2 stukjes inktvis en 1 (één) petieterig stukje vis. Waarschijnlijk wilde de rest van de pescado vandaag niet bijten…

Waar gaan we nog iets drinken? Tegen de Fronton in Altea pleit het feit dat we nog moeten rijden (hoewel we dat sowieso overal moeten doen), De Blue Rock bij de Cap Blanch is gesloten wegens verbouwingen en dus komen we uiteindelijk toch terecht waar we al altijd heen wilden: bij Mateo. En zo is het maar goed ook. Het blijft gezellig tot we in de verte de plicht horen roepen, in de figuur van onze respectievelijke hondjes. Weer een fijne dag die voorbij gevlogen is.

bij-mateo
In dit gezelschap vliegen de dagen voorbij…

Zo 26/02 Komt de lente?

 

Kijk, kijk, de zon is nog eens van partij en al tegen 10 u geeft ze bijzonder goed van jetje. Lekker. In een recordtempo verandert mijn terras in een soort volksvergadering en wordt er gezellig gekwetterd. In één wip worden de frustraties over weken minder goed weer afgereageerd. Somberheid en pessimisme maakt plaats voor spontane vrolijkheid. Heerlijk. Marcel vertelt over de carnavalstoet in Benidorm gisterenavond. Wat een verschil met wat er in België van gemaakt wordt, vindt hij. Daar is dat meer een competitie van wie er met de grootste tractor op uit trekt, welke groep het luidst djoenke-djoenke-djoenke-muziek kan draaien en wie het meeste confetti weet te spuiten. In Benidorm zijn het mooi uniform aangeklede groepen, begeleid door trommelkorpsen. Ik weet verdorie niet eens waar hij het over heeft, laat staan dat ik die onwetendheid ook maar voor één cent zou willen veranderen.

Goed, na het middagboterhammetje installeer ik me alweer achter de tv. Kuurne-Brussel-Kuurne in de hoop dat Jasper Stuyven, net als Greg gisteren, zijn exploot van vorig jaar weet over te doen. Alweer een mooie koers met die knotsgekke Slovaak in de regentrui alweer in de hoofdrol. Spijtig voor Jasper maar de man van het weekend heet wel Petr S.

Mieke heeft er een wasdag van gemaakt. De zon schijnt en er staat een aangenaam briesje. Perfect droogweer. De koers is nog maar net binnen of het koelt in één klap verschrikkelijk af. En dus moet de kachel weer aan. Hopsakee, daarmee is er toch alweer een in normale omstandigheden saaie en vervelende zondag voorbij gevlogen.

 

Za 25/02 Groeten in Beerse

 

Terwijl Willy en Luc gisteren van iedereen uitgebreid afscheid namen, kreeg ik een kort “Wij zien je morgenvroeg nog wel” te horen. Dat schept verplichtingen. Jos zou hen om 8.30 u komen oppikken om naar de luchthaven te rijden. Oei, voor mij een moeilijk tijdstip want meestal draai ik me dan nog eens goed op m’n andere zijde. In tegenstelling tot andere nachten, waarbij ik meestal zin heb om hem te wurgen als hij me wakker maakt, had ik er deze ochtend geen problemen mee toen Huub me uit m’n bed blafte. Daarmee heb ik nog wel voldoende tijd over om koffie te zetten en m’n weekendkrant door te nemen. Bij een nadere blik op de horloge – intussen zonder prut in de ogen – bleek het pas 6.30 u te zijn. Twee uur te vroeg, dus. Waarmee Huub het risico op wurging nog niet helemaal ontlopen was.

Anderhalf uur later hoor je dan toch enig gestommel aan de overkant. Willy steekt de straat over met een zak overtollige etenswaren. Tegen elke geldende wetmatigheid in, komt zelfs Mieke uit bed om afscheid te nemen. Als die twee in de auto weg rijden, neemt de kilte van de ochtend nog scherper toe. Het licht komt nog maar pas in de dag maar het lijkt er meer dat de duisternis weer invalt. Ze zijn de camping nog niet afgereden en je mist ze al. Je kunt alleen maar hopen dat die twee voor even toch een goede tijd hebben gehad en dat ze maar snel beslissen om nog eens deze richting uit te komen.

Na een eerste thermoskan koffie zijn Mieke en ikzelf wakker genoeg om eindelijk eens haar geplande reisschema te bestuderen. Zeer ingewikkeld. Neen, dan gaat dat niet want dan heb ik nog gemeenteraad. Oei neen, dan gaat het ook niet want dan zit ik nog in Rome. Helemaal problematisch wordt het met de twee reizen naar Indonesië die Hobo graag door haar begeleid zou zien. De eerste zou vertrekken net als wij van hieruit onderweg naar huis zijn, de tweede terwijl we in Frankrijk met vakantie zijn. Een stapel cijferwerk, inpassen en heel veel ‘wat als we dat doen’-vragen. Het leven van Mieke zit oneindig ingewikkelder in elkaar dan het mijne; ik moet er alleen voor zorgen dat ik op 20 juni weer in Leuven sta voor mijn controlebeurt in Gasthuisberg. Als je al van 2 oktober hier bent, maakt een week eerder vertrekken me niet zo veel uit. OK, zegt Mieke, maar die septemberreis ga ik wel laten vallen. Alsof ik daar ook maar voor 1 cent in te beslissen heb. Blijkt achteraf dat ze zich vergist heeft. De eerste reis vertrekt niet op 15 juni maar wel op 15 juli. Waarmee alle discussies en rekenwerk overbodig waren…

En dan is het 13.30 u, het uur dat alle sociale leven stilvalt want de start van de Vlaamse wielerlente. Eindelijk weer koers. Mieke maakt zich uit de voeten en ik mag ongestoord kijken naar de strapatsen van Sagan en Van Avermaet. Wat een mooie koers, alweer, alleen gestoord door talrijke valpartijen vanwege de gretigheid van het jonge grut om zich in de kijker te rijden. Ook wel omdat ploegleiders die jonge gasten aanporren om toch maar vooraan te zitten. Wat een zenuwen in het peloton, nog erger dan wanneer je benzine in je dieseltank doet.

img_4615
Adios compañeros. Tot heel spoedig.

 

 

Vr 24/02 Vlaai voor Jos

 

Wie dacht dat Mieke op enig erbarmen en mededogen van de weergoden mocht rekenen, zit er goed naast. Het regent alweer en pas laat in de namiddag begint het wat op te drogen. Na Marcel en Jos komt ook Lea buurten en als die weer naar huis wilt, moeten we haar een paraplu meegeven in de hoop dat ze daar onderweg niet mee weg waait of met het afgevoerde hemelwater mee naar de sloot spoelt. Luc en Willy worden lichtjes nerveus want morgen moeten ze weer vertrekken. Die twee zijn al volop druk doende met hun koffers te pakken.

Mieke en ikzelf zijn uren zoet met haar reisplannen te bespreken. Eindelijk, zou ik zeggen. Nu weet ik tenminste òòk waar zij de eerstvolgende maanden zoal zal uithangen.

Jos wilt zijn verjaardag in de bistro vieren met koffie en taart. Je bent tenslotte Limburger of je bent het niet. Om er zeker van te zijn dat ook ik erbij zal zijn, voorziet hij zelfs een glaasje wijn. Nu dacht Jos waarachtig dat hij nog in Maasmechelen of Neeroeteren vertoefde, Limburgse oorden waar je in de namiddag gewoonweg naar de bakker gaat om er met enkele vlaaien onder de arm weer vandaan te komen. Zo niet in Benidorm; zelfs niet bij wat heet ‘de Belgische bakker’; wat op zich meer een soort tearoom is waar je ter plekke een gebakje met koffie kunt nuttigen. Taarten, mijnheer? Om mee te nemen? Tja, ik denk dat zoiets wel mogelijk is als je dat minstens een dag voordien bestelt. Oeps, daar sta je dan. Gisteren reed hij met Mieke mee naar de Consum in Alfaz en daar verkocht men ook taart. Dus naar Alfaz. Helaas, het is vrijdag en dus marktdag. Dat betekent enkele extra kilometers verder lopen dan voorzien want met de auto raak je vandaag niet aan die winkel. Eind goed, al goed en een goed gezelschap vult de bistro. Frank en Lea hebben een schitterend cadeautje voor Jos, listig vermomd als een nieuwe onderbroek: een e-sigaret. Met een roze mondstuk! Een kleurtje dat vooral bij Luc en Willy in de smaak valt. Die twee moeten trouwens nog naar Chris voor een ander feestje. Hun laatste pretmoment want morgenvroeg is het voor hen gedaan.

img_4618
Opgeluchte jarige nadat hij tòch nog tijdig taart heeft gevonden: Jos.
img_4608
Goed gezelschap in de bistro.

Do 23/02 Tarte au whisky

 

Het moet toch weer lukken. Mieke is in ’t land en het begint te regenen. OK, dat is dan wel ’s nachts om 4.10 u en laat ons zeggen dat het tegen 10 u toch weer opgedroogd is. Het blijft heel de dag evenwel frisjes in het gezelschap van Mister Sombermans. Eigenlijk zouden we Mieke’s reisplannen eens moeten bekijken – en eventueel bespreken – maar dat wordt een hopeloze zaak want stelselmatig wordt onze tête-à-tête onderbroken door bezoekjes allerhande. Ach ja, dat ceremonieel had ik wel verwacht; het is immers vaste koek bij iedereen die een tijdje weg is geweest en dan weer moet bijpraten. Er wordt dus wel wat koffie gezet…

Wie er gisteren bij was op het feestje voor Lea’s verjaardag, is vol lof over de keuze van het restaurant. Prachtige locatie met een verbluffend uitzicht op de baai van Calpe tot in Benidorm. Iemand vond het spijtig dat we per vier aan een tafeltje zaten, maar zet 16 personen aan één grote tafel en je kunt ook niet praten met iemand die twee plaatsen verderop zit. Tot aan het dessert zat ik nog stijf van de zenuwen zodat ik me van het etentje zelf maar weinig meer herinner. Het dessert wél want dat was taart met whisky. Een hapje naar de bek van Frey en mezelf. We suggereerden zelfs die taart zo maar te laten en te vervangen door een dubbele portie whisky. Helaas lukte dat niet. Al met al een lekker nagerechtje.

Na het petanque komen Sjef, Anita, Wim en José wat drinken. Om dat naar hun aloude gewoonte buiten te doen, is het nu toch wel wat te fris. Een gezegend recept voor een portie gegarandeerde gezelligheid = men neme enkele biertjes, enkele flessen wijn en daar laat je 6 Brabanders op los, zowel noordelijke als zuidelijke. Het verschil tussen die twee soorten Brabanders is eerder klein, ondanks een kunstmatige staatsgrens. Boven die lijn gaat men iets sneller uit de bol bij de woorden ‘carnaval’ en ‘polonaise’, en sinds de Vrede van Munster heeft men zich door de Hollanders een vreemd accent laten opdringen. Voor het overige weten zij – in tegenstelling tot die van boven de Moerdijk – wél waarom hun provincie Noord-Brabant heet, namelijk omdat er ten zuiden daarvan ook nog een Brabant bestaat, weliswaar verspreid over drie Belgische provincies en een hoofdstedelijk gewest. Harba lori fa, zong de hertog! Wij hebben een ander pensioenstelsel, een andere gezondheidszorg en betaalbare huisvesting is langs beide kanten van de grens even moeilijk te vinden. José houdt nog altijd even veel van haar Lakense herder Rex als wij van onze Groenendalers Moor I en Moor II. We lezen allemaal graag boeken met dit verschil dat Anita voorstander is van de elektronische versies – “Op die manier kan ik er 300 meenemen in de camper” – terwijl ik nog altijd de geur van drukinkt en het knisperend geluid van de papieren versie nodig heb.

Als iedereen maar gelukkig is…

img_4580
Te veel taart, te weinig whisky…

 

Woe 22/02 Diesel

 

Wat een dag van jubelende Hallelujah’s en feestelijke kreten moest worden, is uitgedraaid op een rampvlucht die duivenmelkers nog nooit moesten doorstaan. Na de krant hier en daar nog een vergeten stofvlokje weggenomen, nog gauw een spiegel gepoetst en dan Jos gaan oppikken. Iets vroeger dan het altijd even nipte tijdstip van anders vertrokken want ik moest nog dringend tanken. Van het tankstation naar de snelweg en nog maar net na de bocht… gepruttel, een stotende en bokkende motor tot volledige stilstand. Even nadenken. Verdomme, Jos, zou je geloven dat ik benzine getankt heb in plaats van diesel? Nog dieper nadenken. Heb me laten misleiden door de aanduiding op die pomp: gasolina of iets in die richting. Nergens was het woord ‘diesel’ te bespeuren en de verwarring met was de Fransen ‘gasoil’ noemen, ligt voor de hand. Oeps, daar staan we, 200 meter van een praatpaal verwijderd. Vijf minuten later komt er een vrachtwagen van de snelwegen aangereden. Die mensen beveiligen de plek met kegels en zetten alle alarmlichten aan. In ons beste Spaans (wat nog altijd even belabberd is als vijf jaar geleden) het probleem uitgelegd. Tja, daar moet een sleepauto aan te pas komen. Is u lid van een of andere hulpdienst, mijnheer. OK, ik bel dus naar VAB en doe mijn verhaal nog eens over. Met de exacte coördinaten van de plek waar ik hopeloos stil sta. Sorry, mijnheer, maar uw polis bij ons is al sinds december 2015 niet meer verlengd. Oei. Intussen is het middaguur voorbij en zal Mieke geland zijn. Ik bel haar om het allemaal uit te leggen. Intussen probeer ik Frank te bereiken maar die heeft zijn Belgische gsm ergens in een kast zitten. Het nummer van Hugo heb ik niet bij mee en dus doe ik vijf, zes pogingen om de camping te bereiken. Bij het naar buiten rijden, zat Olivier nochtans aan de balie maar die weigert blijkbaar stelselmatig de telefoon op te nemen. Die kerels van de snelwegendienst hebben een takelwagen gebeld; binnen een half uur of zou die er zijn. Jos komt aandraven met het lumineuze idee om naar Casa Maja te lopen want kijk, daar kun je de Toyotagarage zien. Zo ver van hier is dat niet, vind hij. OK, Jos, wil je dan Mieke dan verwittigen dat er hulp op komst is en mij ook maar want dan hoef ik me niet meer zo ongerust te maken. Ondertussen houd ik niet meer uit van de zenuwen. Daar sta ik dan alleen; Huub zit nog altijd rustig op de achterbank en begrijpt er geen jota van. Verdorie, ik heb ook het telefoonnummer van Fab en Frey, denk ik dan pas. Die kunnen Frank & C° waarschuwen als ze in het restaurant aankomen. Nog eens het hele verhaal en Fab laat toevallig de naam van garage Eddy Kramer vallen en als het nodig is, komen ze me daar wel oppikken. Geen seconde later is de sleepauto er. Voor € 120 brengt die me wel naar Kramer en F&F zijn er geen twee minuten later. De hond overladen en een tiental minuten later zijn we in Nucia Park. Nog drie kwartier lang blijf ik met Huub buiten ijsberen tot Jos en Mieke eraan komen… Laat het feestje nu maar beginnen.

Tegen de tijd dat het dessert wordt geserveerd, heb ik eindelijk mijn zenuwen weer onder controle. Het feit dat je met goede vrienden aan tafel zit, en enkele schampere sneren van mijn allerliefste, helpen daarbij geweldig goed. Dan moeten we er nog voor zorgen op tijdig weer bij Eddy Kramer te zijn want de garage sluit om 17.30 u. Het is er druk geweest want aan mijn auto is nog niet veel gebeurd. In afwachting gaan we dan maar iets drinken in een cafeetje verderop, een verzamelpunt van stoere jongens met nog stoerdere motoren. Het loopt al tegen 19 u aan als we eindelijk weer de camping oprijden.

Enkele besluiten na deze rotdag:

Hoe sterk ik ook wel mag denken dat ik de dingen intussen wel allemaal op een rijtje heb, in onvoorziene omstandigheden reageer ik veel zenuwachtiger dan vroeger het geval was. OK, in dit geval speelden wel enkele bezwarende factoren mee. Mieke zat op de luchthaven te wachten, Jos en Huub zaten bij mij in de auto en Frank en Lea wisten niet wat er aan de hand was.

In tegenstelling tot alle vorige keren, zal ik vanaf nu nooit meer met de auto vertrekken zonder een helemaal opgeladen gsm en daar moeten dringend extra nummers in opgenomen worden.

Een mens kan pas echt gelukkig zijn als ie er een handvol goede vrienden op nahoudt. Bedankt daarvoor Frey en Fab.

Het zijn niet alleen domme Belgen die benzine verwarren met diesel. Volgens Eddy Kramer maken Nederlanders ook die fout. Soms wel drie op één dag. Dus Herman, neem die grijns van je gezicht!