Heiwee naar Malpertuus

UnknownEn zo gebeurde het dat Reynaert lichtjes uitgekeken raakte op zijn tussentijdse stek in het land van veel te veel heiligen en nog veel meer kerken, van Semana Santa en Los Reyes Magos. De amandelboompjes waren uitgebloeid, de appeltjes van oranje raakten hun beste sap kwijt en de wilde ganzen – een lekkernij die hem tenslotte naar hier had gelokt – vlogen in grote V-vormen weer naar het noorden. Hij had zijn tijd wel besteed, zich goed vermaakt samen met Fredo en Rabo, die andere uit Nobelstad gevluchte vossen, maar sommige avonden liep zijn gemoed vol met heimwee naar het eigen Malpertuus en gade Hermeline. De hem opgedrongen bedevaart via de Schelpjesroute was, zonder tot inkeer te komen, gewijzigd in een lange verpozing tussen vreemdelingen uit andere Dierenbossen, die thuis met de nek werden aangekeken omdat ze met hun stramme knoken niet meer in staat waren om zelf op jacht te gaan, of zich de tanden uit de muil hadden gekauwd op veel te taaie prooien.
En dus stak Reynaert met slepende pootjes de nog besneeuwde bergtoppen over, doorkruiste het land waar de afbeelding van Canteclaer de haan zowat overal stond opgesteld, trok door het eigen Dierenbos en belandde weer in Nobelstad.
Tiecelijn de raaf had hem onderweg al iets verteld over wat hem te wachten stond. In het Dierenbos waren weer verkiezingen voor de Grote Leeuwenraad op til en koning Nobel in hoogst eigen persoon rekende erop dat Reynaert ook zijn stem zou uitbrengen. Liefst van al op zijn welp die ook kandidaat was en aanvoerder van het Nobelkamp. “Holapola,” dacht de vos die niet vergeten was dat Nobel hem op bedevaart had gestuurd, “eerst eens kijken wat de anderen te bieden hebben en in dat kieshokje doe ik nog altijd wel mijn eigen goesting.” De aanhangers van Coppe de kip wilden meer grasvelden om hun kuikens gezond te houden, Belijn de ram probeerde met enkele flinke horenstoten het Nobelkamp een beetje meer naar links op te schuiven, het clubje van Lupo de witkuif kaketoe wilde hetzelfde maar dan naar rechts, en de volgelingen van Bruin de beer wilden zoals altijd het sop én de kool sparen.
Het meest van al schrok Reynaert van de alomtegenwoordigheid van Isegrim. Geen boom of zijn portret hing eraan. Isegrim beloofde het Dierenbos op te splitsen; dieren op vier poten aan deze kant, en alles wat vliegt en kruipt aan de andere kant. Immers, die pikten toch maar al te vaak en veel te gretig de kruimels uit de bek van de viervoeters. En als die minderwaardige dieren op hun eigen terrein bleven, zou er voor de viervoeters aan deze kant van de grens ook meer te vreten zijn. Eén van zijn nalopers, die het grote woord voerde in een gat net buiten Nobelstad, beweerde zelfs dat de meerderheid van zijn horigen niet eens meer moesten jagen. De duiven kwamen er zò in de muil gevlogen. Reynaert dacht er het zijne van.
Hij vond het al bij al uitermate vreemd dat Isegim zichzelf nu voorstelde als een toonbeeld van vastberadenheid en recht-door-zee. “Iedereen beschouwt die Isegrimse eerlijkheid als een deugd maar niemand wilt de waarheid horen,” dacht Reynaert luidop. En de waarheid was dat hij maar al te vaak door Isegrim was belogen, bedrogen en bestolen, daarbij ongegeneerd gebruik makende van zijn wolvenkracht en als dat niet voldoende was, riep hij er wel zijn broers Rumen en Wildelanken bij. Reynaert herinnerde zich al die keren dat hij in zijn grote trukendoos moest graaien om aan iets eetbaars te komen en dat de wolf er telkenmale mee ging lopen. En dan was er nog iets: op zijn reis door het Grote Dierenbos had hij weten te overleven omdat alles wat vliegt en kruipt hem gewoon onder de tanden was gevallen zonder daarover moeilijk te doen. Als Isegrim dat soort dieren apart wilde zetten, met Firapeel de luipaard als grensbewaker, zou het veel meer moeite kosten om zijn Hermeline van lekkere hapjes te voorzien.
Hoe dan ook, al die koude drukte werd Reynaert te veel. Om van het gekrakeel verlost te zijn, dacht hij er heel even aan om de hele Schelpjesroute dan toch maar eens af te lopen, zonder afdwalingen onderweg. Hij wreef zich eens door z’n grijs wordende baard en wist dat hij, de aard van het beestje indachtig, wel weer een of andere sluwe streek zou verzinnen om ook dit te overleven.
“Potverdomme,” dacht Reynaert bij zichzelf, “ze kunnen voor mijn part allemaal de boom in.” Hij krabde zich eens aan zijn gat en ging er in de Gambrinus eentje drinken.Unknown

Advertenties

Woensdag 7 mei Loire – Dijle

Dag Zestien Na Mieke en Dag Een Weer Bij Mieke. Jullie hebben gisteren niet goed genoeg gebeden want ik ben dan toch in één ruk naar huis gereden. Onderweg was het bewolkt, regenachtig en op sommige plekken viel het water met bakken uit de lucht. Het was verdomme zelfs koud, in die mate dat ik regelmatig op mijn vingers moest blazen om die weer warm te krijgen.
Dat internet voor 3 euro is niet gelukt. Hoe ik ook probeerde om contact te krijgen, het ding blokkeerde telkens bij de gebruikersvoorwaarden. Dat ben ik deze ochtend op de receptie gaan zeggen en vraagt die kerel me of ik dan een andere code wilde hebben. Tja, daar ben je dan vet mee want je staat met je kar voor de slagboom om door te rijden. Helaas bleek het onmogelijk om die 3 euro in rembours te krijgen.
Van Gien naar Montargis en Sens. Bij vorige gelegenheden kon je in deze bosrijke streek geen parkeerplaats vinden zònder een tippelaarster. Dan durfde je niet te stoppen zonder de verdenking dat je op zoek was naar enig intiem contact. Nu kon dat feilloos. Blijkbaar heeft de nieuwe wet op de prostitutie toch wel effect hoewel je er dan meteen bij denkt dat die souteneurs en mensenhandelaren wel onmiddellijk andere manieren zullen bedacht hebben om hun maffiapraktijken verder te zetten.
In Sens wilde ik op Provins – eventueel om daar nog te overnachten – maar vanwege de koude en vooral omdat het regende, veranderde ik weer van gedacht. Als je niet buiten kunt zitten zonder klappertandend nat te worden, is er ook geen lol aan en als je dan toch in je kar moet blijven zitten, kun je even goed rijden. Dus tikte ik de thuiscoördinaten in en toen begon Madame Garmin heel gek te doen. Ik kies meestal voor de N2 naar Soissons, Laon, Vervins en zo naar Maubeuge, misschien niet de kortste weg maar daar gaat het wel vooruit. Zij stuurde me terug naar Meaux en Senlis en dan via parallelwegen met de snelweg naar Cambrai. Vandaar op Valenciennes en dan de snelweg op. Misschien is dat iets korter, misschien ook niet maar het is wel een verdomd moeilijke weg om te rijden want doorheen allerlei dorpjes en je kunt geen 2 km rijden zonder een rotonde.
Onderweg nog getankt bij Leclerc en dan ben je toch wel een beetje boos op jezelf omdat je dat net voor Chateauroux nog op de snelweg hebt gedaan. Daar was het 1,449 euro/liter; bij Leclerc 1,207 euro. Een verschil van 0,242 euro of 1 euro per 4 liter. Als je je bak vol gooit, kun je via Leclerc 100 km verder rijden voor hetzelfde geld. Om over na te denken.
En rijd je België in en je hebt daar zelfs geen gps, geen ogen of geen aanduidingen bij nodig; dat voel je gewoon aan de toestand van de rijweg. En in Mons blijft men maar aan die weg werken. Drie jaar geleden was dat al zo en dat is nog altijd gaande en tegen de tijd dat men er mee klaar is, kan men van vooraf aan alweer beginnen.
En dan is het 16 u en je krijgt het radiobericht dat er alweer filevorming is op de E40 – wat had ik anders verwacht – en dan sla je in Tervuren maar af om zo naar Leuven te rijden. Even voorbij het museum staat dan een bord dat de weg is afgesloten. Alweer sluipwegen moeten zoeken om in Vossem terug op de weg te komen. Kom je in Bertem aan, en jawel hoor, ook daar zijn werkzaamheden gaande. Welkom thuis…
En dan rijd je Leuven binnen en al aan Tabor begint het gehannes met roekeloze fietsers met zelfmoordneigingen, opdringerige want toch o zo gehaaste chauffeurs die je de weg afsnijden. Welkom thuis…
Om 17 u stak ik de sleutel in m’n voordeur en Mieke was thuis, vroeger dan gewoonlijk. Ze had me verwacht, de lieve schat. Je kunt haar ook nooit verrassen.
Doodmoe maar uitermate tevreden trok ik een blikje Stella open op de gezondheid van Nico, de Mister Blue Eyes uit Prinsenbeek. Wat heb ik intussen toch al erg zijn grollen en grappen gemist, zijn steevast optimisme, zijn rust. Als jij met een probleempje zat, wilde hij wel dagen over een mogelijke oplossing nadenken. Fijne kerel. Blij dat ik hem heb leren kennen.
En dan staat Jan en Charlotte voor de deur en omdat het morgen de verjaardag van Christa is, kraken we de twee flessen cava die ik heel de weg had koel gehouden en omdat twee flessen toch maar sukkelachtig is, doen we er nog een fles champagne bovenop die Mieke voor de gelegenheid had klaar gezet. Jantje maakt een spaghetti carbonara en dat overgieten we met een Pinot Noir uit Corsica, het idyllische Ile de Beauté waar ik zo’n intens aangename herinneringen aan heb. De vermoeidheid en de drank halen het op het goede gezelschap en mijn vaste intentie om Huub nog uit te laten. De nieuwe douche kan wachten tot morgen voor ze in gebruik wordt genomen. Deze ouderling kruipt in z’n bed en weet van de wereld geen kwaad meer.

Opgestaan aan de oevers van de Loire, gaan slapen aan de boorden van de Dijle.

Vandaag gereden: 519 km
Totaal van Albir tot hier: 1.879 km of 15 km méér dan in het oprijden (was 1.864 km)

Huub mag nu voor een tijdje afscheid nemen van de kar
Huub mag nu voor een tijdje afscheid nemen van de kar

Dinsdag 6 mei Garonne – Loire

Dag Vijftien Na Mieke en Hopelijk Nog Drie Dagen Tot Thuis. Heel de avond heb ik zitten wikken en wegen of ik van hieruit de richting Villeneuve uitga en kameraad Dree op z’n dak val. Maar dan verlies ik wel de dag ‘speling’ die ik min of meer heb ingebouwd. Als er dan onderweg iets fout loopt, ben ik nooit op tijd voor het feestje van Ria en Jan. En dat is wel het laatste wat ik zou willen. Immers, zonder dat feestje was ik nog niet vertrokken en als ik het mis, staat me eeuwige verdoemenis te wachten van zowel Mieke als Ria. Dus zal ik Dree maar bij een volgende gelegenheid aandoen. Die oude grognard zal het mij wel niet kwalijk nemen.
Meer nog, als ik er vandaag nog 85 km had bijgedaan, was ik bij JPJ in Couze toegekomen, even voorbij Bergerac. Dat was trouwens een beetje mijn streefdoel maar het kon echt niet meer. En om daar morgen net voor de middag binnen te vallen terwijl hij toch weer elders aan het werk is, vind ik nu ook weer niets waard. Dan ben ik die ingebouwde dag speling ook weer kwijt. Bovendien zal JPJ er ook niet op gesteld zijn dat ik hem van zijn werk houd. Die zal het mij dus ook wel niet kwalijk nemen.
En omdat het beestje zijn stal begint te ruiken, en omdat eens de vakantiepret voorbij je daar maar beter geen staartje aan moet breien, zal ik in Bergerac maar rechtdoor naar Périgeux rijden. Zo ver was ik gisterenavond toch gekomen.
Mijn eerste (of is het mijn laatste) gedacht toch maar gevolgd. Deze ochtend nog aan de oever van de Garonne, deze avond aan de boorden van de Loire. Meer bepaald in Gien of 470 km verder noordwaarts.
Alweer verkeerde vestimentaire beslissing genomen. Deze ochtend nog in korte broek lekker gaan wandelen met Huub, maar nog geen 100 km noordwaarts weer moeten stoppen om iets warmer aan te trekken. Als je anderhalve maand in temperaturen heb gezeten die nooit onder 25 C° doken, wordt het erg fris als je maar 15 C° induikt.
Met wel wat pijn in het hart moest ik door die fantastische wijnstreek rond Bergerac rijden zonder te stoppen. Mijn hart is van steen als ik thuis wil (moet) zijn. Ook al doet dat pijn aan de smaakpapillen. En weer had ik me vast voorgenomen om onderweg aan een restaurant te stoppen maar tegen de Franse etenstijd zat ik al in Limoges en dus op de snelweg waarop je alleen maar junkfood voorgeschoteld krijgt. Iets verder, zoals Le Grand Jacques het zingt: ‘Et on a vu Vierzon’ en afslag 5. In Neuvy was er weer wegomlegging, net zoals vorig jaar. Blijkbaar zijn de gemeenten in de buurt bezig aan een ernstige facelift. En weer werd ik door de bossen gestuurd op wegen waar je niet panne wilt vallen.
Onderweg gestopt aan een Super U en een beetje mondvoorraad ingeslagen, in geval ik deze avond weer niet op een eethuis val. Wat hier trouwens het geval is. De camping die ik koos ligt in Pouilly-lez-Gien en dat is aan de zuidelijke oever van de Loire. Gien ligt aan de overkant van de rivier en zo ver wil ik niet lopen. Dus wordt het vanavond weer spek met eitjes.
De vierde verplichte Stella drink ik op de gezondheid van Lea. Al heel de reisweg heb ik moeten denken aan die momenten dat we samen in een schaterlach uitbarstten vanwege weer een of andere gebeurtenis of persoon die ons tot vrij belachelijke interpretaties inspireerde. Ik denk dan vooral aan de duivenmadame. Lea zat nooit om een praatje verlegen en was altijd even bezorgd. Santé Lea, en tot heel spoedig.
Deze camping Touristique de Gien (N47°40’56’’ en O 02°37’23’’) is duidelijk in orde maar ik betaal ook 16 euro (met ACSi-kaart) maar voor 3 uurtjes wifi komt er 3 euro bij. Wat ik toch allemaal niet doe om dit op mijn blog te krijgen.
De wereld behoort aan de volharders. Na een wandeling met Huub over het ‘strand’ van Gien – een grote zandvlakte trouwens – kom ik langs het restaurant van de camping dat daarstraks nog potdicht was. Zie ik de dagschotel: crème de lentilles avec oeuf poché en rable de lapin sauce moutarde avec tagliatelli et canterelles + fraises. Tapt men daar dan ook nog Stella a.u.b. Nu had ik toch al vier Mahou’s op want ’t is toch nog dorstig weer geworden. Dus toch nog maar een halve litertje Stella er bovenop. Oei, dat kost 4,50 euro. Neem je met je menu toch ook een half litertje wijn. Oei, kost 9,50 euro. Nog een koffietje toe. Weer 1,50 euro. Totaal zit je dan aan 37,50 euro en omdat de madame zo vriendelijk was laat de rest maar liggen voor de service. Nu ja, voor dat geld ge je in Albir met vier mensen eten. Dat spek met eitjes zal dus voor morgen zijn.
Volgens Madame Garmin zit ik nog op pakweg 8 u rijden van thuis. Laat iedereen de hemel bidden dat ik het niet in mijn hoofd haal om dat morgen in één ruk te doen. Zo denkt ook Mieke die mij pas tegen vrijdag verwachtte maar die me zeker op donderdag over zich heen krijgt. En met een beetje ongeluk is dat morgenavond al. Oei.

Vandaag gereden 470 km.

Gien aan de Loire
Gien aan de Loire

Maandag 5 mei Béarnaise

Dag Veertien Na Mieke en Waarschijnlijk Nog Vier Dagen Voor We Weer Thuis Zijn. Eindelijk nog eens goed geslapen en voor dat geld mocht het ook wel. De buren uit Herent waren nog niet wakker en als ik gehaast ben, vergeet ik nog al eens de meest fundamentele vormen van beleefdheid. Ik had even zo goed een afscheidsbriefje onder hun ruitenwisser kunnen plaatsen. Het werd een grote ronde om de stad Zaragoza heen vooraleer ik weer op de snelweg naar Huesca belandde. Kreeg ik plots het bericht op m’n GPS dat net voorbij die stad wegenwerkzaamheden bezig waren met een vertraging van 22 minuten tot gevolg. Aan de verplichte omlegging voor + 3,5 ton heb ik m’n broek geveegd en toch maar de weg naar Jaca blijven volgen. Onderweg zoefden aan de andere kant van de weg de vrachtwagens me voorbij. Zo erg zou het dus wel niet zijn, dacht ik. En jawel, er werd gewerkt en soms moest je al eens 50 km/u rijden maar in feite ging het allemaal even vlot als de vorige keren. Net voorbij Jaca kon je op de Pyreneeën nog dikke pakken sneeuw zien liggen. Hallo, ’t is wel al mei, hé. Met dit uitzicht voor ogen, voor alle zekerheid, en vooral voortgaande op de geruchten over het erg slechte weer in Frankrijk, ben ik dan maar gestopt om m’n lange broek aan te trekken. Weer een beslissing waar ik snel spijt van kreeg want het bleef voor de rest van de dag snikheet.

Sneeuw op de Pyreneeën, dus lange broek aan...
Sneeuw op de Pyreneeën, dus lange broek aan…

Die Somporttunnel is me toch iets vreemd. Dat is nu al de derde keer dat ik er doorheen rijd en telkens ben ik blijkbaar alleen om die tunnel te gebruiken. Ook nu weer had ik maar één tegenligger. Eens voorbij de tunnel was het andere koek. Ik zag talrijke pelgrims op weg naar Santiago maar die moesten nog over de col en dat kan goed 20 km verder zijn dan door de tunnel. Bovendien meer bergop.
Pal op de middag was ik in Oloron Sainte Marie. Ik mag er niet meer aan denken dat ik hier in het oprijden vertrok en in één ruk naar Alfaz reed. De weg naar Orthez vind ik mooi, vooral het stukje op de D 947. Die begint in het prachtige stadje Navarrenx, waar een omwalling van Vauban omheen ligt die nu nog bijna helemaal intact is. Die fameuze 947 loopt door rustgevende landschappen en slaperige dorpjes met monumentale huizen in de stijl van de Béarn. Juist ja, de streek waar onze Steack Béarnaise de saus vandaan heeft.
Ik had me vast voorgenomen om deze middag ergens aan een restaurant te stoppen want sinds de uitsmijter à la Frank van zaterdagavond heb ik niets deftig meer tussen de tanden gehad. Vooral iets met de originele Béarnaisesaus sprak me wel aan. Ballones, ja! Ofwel is men hier ’s maandags dicht ofwel is er uren in de omtrek geen restaurant te bespeuren.
Tussen Orthez en Mont-de-Marsan kom ik door een dorp gereden met de niet zo smakelijke naam Sallespisse. Spijtig genoeg had ik m’n camera niet in de aanslag en kon je nergens de kar kwijt om een foto te nemen. En dan is het in Mont-de-Marsan fout gelopen. Waarschijnlijk had ik foute coördinaten ingevoerd maar Madama Garmin stuurde me richting Bordeaux uit terwijl ik toch naar Marmande wilde. Het duurde langer dan normaal vooraleer ik argwaan begon te krijgen. Je rijdt hier immers door de Landes en niets lijkt zo fel op een pijnboom dan een andere pijnboom en andere herkenningspunten zijn er nauwelijks. Het is pas omdat ik veel te vaak een verwijzing zag naar de A65 dat ik begon te twijfelen. Dus maar opnieuw de coördinaten ingedrukt en toen begon de ellende pas goed. Ik werd langsheen C en D wegeltjes gestuurd met het karakter van de Koppenberg hoewel er geen kasseien te bespeuren waren. Mijn kameraad Dree Peremans vindt dat hij in ‘la France profonde’ woont. Wel, ik heb duidelijk iets ‘plus profond’ in La France gezeten.
Na een omweg van minstens 60 km en anderhalf uur rijden, kwam ik om 16 u in Marmande aan. Heel even dacht ik eraan om naar een camping te zoeken maar ik zat stikkapot en dus moest ik wel naar de camperplek. Op de foto in Facile-en-Route staat duidelijk een verkeerde foto of is de informatie achterhaald. De camperplek ligt aan een enorm domein met sportvelden, net buiten de stad. Er is water en stroom en een overnachting kost 8 euro. Helaas had ik geen rekening gehouden met het slechte weer dat men hier de voorbije weken gehad heeft. Iemand die uit Albir komt en gewend is om kiezel onder de wielen te hebben, misrekent zich vlug als er ergens gras groeit en wel helemaal als het daar dagenlang op geregend heeft. Natuurlijk zat ik meteen vast en was er geen beweging meer in de kar te krijgen. De aanwezige Fransen kwamen meteen helpen en met allerlei hulpmiddelen en – vooral – spierkracht raakte ik toch nog op het perceel. Wegens vermoeidheid en vooral nog niets gegeten, dacht ik eraan om meteen in m’n bed te kruipen. Huub beslist daar anders over. En omdat Mieke toch altijd denkt dat ik alleen maar met m’n luie reet aan de Stella wil zitten na een lange rit, ben ik met meneertje toch even de stad in gelopen. Best aangename stad en zeker de moeite waard om er een langere stop van te maken.
De vanwege gedane beloften verplichte Stella heb ik vandaag gedronken op de gezondheid van Frank. Mijn stille buurman op wie ik altijd zat te wachten tot hij zijn ‘winkeltje’ open deed en pas dan een babbeltje kwam doen. Als gewezen havenloods heeft hij me heel veel geleerd over een wereldje dat ik van haar noch pluim kende maar waardoor ik nu veel beter de scheve verhoudingen tussen havenbaronnen en vakbonden kan begrijpen. Santé Frank en nog veel jaren.

Vandaag 437 moeilijke km gereden.

Zondag 4 mei Weg zijn wij

Dag Dertien Na Mieke en Waarschijnlijk Dag Vijf Voor Thuiskomst. Niemand krijgt me nog zo gek om in dit seizoen op een zondag uit Albir te vertrekken, tenzij het stront regent. Daarover later meer uitleg.
Vroeg genoeg uit bed gekomen, hondje uitgelaten, schotelantenne bij elkaar geplooid, laatste ellende ingeladen en dan naar de receptie voor de laatste betaling. Dat maakt dan 542,5 euro, zei het lieve kind achter de balie. Dan moet je maar eens vertellen hoe je aan die som komt, was het antwoord. Wel ja, 31 dagen à 17,50. Het staat hier op de computer, wist zij alweer. Ik voelde me meteen middenin een aflevering van Little Britain, in de sketch ‘Computer says no’ (kijken op Youtube!). Na veel vijven en zessen kwam er dan toch een acceptabele rekening uit, uiteraard met een lichte toeslag voor die verduivelde Semana Santa.
Dan afscheid nemen van Huub en Corrie, van Leny en Bertram en dan moest de hoofdbrok nog komen. Ik probeerde het allemaal zo kort mogelijk te houden maar dat wilde niet echt goed lukken. Toen ik m’n rondje naar de uitgang had gereden, stond Frey al klaar om de slagboom open te doen en helemaal boven aan de dijk stond een witte-zakdoeken-afscheidscomité me nog eens extra uit te wuiven. Geen 200 meter verder moest ik alweer stoppen om zakdoeken te nemen en het duurde tot in Altea vooraleer ik weer iets minder troebel kon kijken.
En nu dan de zondagse ellende op de 332. Je doet dat dan omdat er minder vrachtwagens rijden maar dat betekent nog altijd niet dat de rest van de Spanjaarden ook thuis blijft. In Benissa stond alles stil omdat er een processie voor de parochieheilige zo nodig een eindje van de 332 nodig had. In Ondara hadden twee auto’s gebotst. Misschien wel 3 km stilstaande file. En dan troost je jezelf met het idee dat je even voorbij Sueca de AP7 op mag. Vier rijbanen! Blijheid om een dode mus, bleek dan al snel. Langs de kant van de weg stonden twee flikken te molenwieken om het verkeer aan te manen trager te rijden. En inderdaad, een kilometer verder stilstaande file. Met een beetje geluk raakte je in tweede versnelling maar het was vooral de eerste die werk moest doen. En de remmen! Minstens 14 km lang duurde die ellende. Oorzaak: de afslag naar de A3, richting Madrid. Blijkbaar moest iedereen die kant uit en daarvoor is maar één rijstrook beschikbaar. Eens daar voorbij ging het goed vooruit. Eerst had ik gedacht tot op de camperplek van Jerica te rijden maar het wilde wel vlotten met de schouders en de rug. Volgende kans op een halte zou Albarracin worden maar dan moest je wel een half uur van de snelweg weg rijden. En dan denk je maar dat je voor hetzelfde geld kunt door rijden tot in Zaragoza. Je moet wel want onderweg is er niets meer dat op een camping gelijkt.
Exact om 17 u stond ik aan de poort van Camping Ciudad de Zaragoza. Om eerlijk te zijn… het was tijd ook want ik begon toch wel wat te knikkebollen. Het is een mooie camping maar voor de prijs moet je er niet zijn. Voor mij alleen betaal ik hier 21,22 euro voor één nacht. Nu ja, er blijkt ook een camperplek te zijn maar dat is een gedoogplek en ik wil niet het risico nemen dat er om 2 u ’s nachts aan je deur geklopt wordt om je weg te jagen. Ik was nog niet goed uitgestapt of ik wordt aangesproken door een koppel met de vraag of ik van Leuven was. Niet moeilijk uiteraard, met zo’n sticker op mijn kont. Mensen uit Herent maar de dame is een echte Leuvenes. Zegt die man ineens: schrijf jij ook niet voor dat blaadje? Euh ja. En vroeger voor Passe-Partout? Euh ja. Dan moet je die en die en die ook wel kennen. Euh ja. Blijkbaar hebben we meer gemeenschappelijke kennissen dan we vermoedden. Zij zijn op weg naar het zuiden en ik moet de andere kant uit. Zij hebben een hele week regen gehad in Frankrijk en dus weet ik wat me te wachten staat. Of ook weer niet. Zullen we toch maar eerst de Pyreneeën oversteken?
Nogal vanzelfsprekend ben ik mijn koelkast ingedoken en heb de eerste van die zes Stella’s aangebroken die het gezelschap als afscheidscadeau had meegegeven met de opdracht er elke dag eentje te drinken en aan hen te denken. Die eerste heb ik opgedragen aan Fab. Zij is degene die ik het langst ken. Van naam dan toch want pas in Albir heb ik haar écht goed leren kennen en weten te appreciëren. Zo’n recht-door-zee madame kom je maar zelden tegen en ik ben maar wat blij dat ik haar tot mijn vrienden mag rekenen.
Even blij ben ik met Frey en omdat hij zo’n dikke vriend is, en ik hem niets te kort wil doen, heb ik om de evenredigheid te respecteren maar een Stella van 0,5 liter gedronken, een blikje dat hij me trouwens zelf cadeau had gedaan. Santé Frey!
Huub mist het gezelschap al even erg als ik. Als ik onderweg stopte om hem uit te laten, was dat duidelijk tegen zijn zin en hier op de camping begon hij meteen rond te kijken naar welke camper hij nu wel moest lopen. Geen Lea of Frank om hem te knuffelen; geen Christa of Nico om hem uit de camper te jagen; geen Filloud of Mitsy om mee te converseren op zijn honds. We halen de schade wel in, Huub.
Heb bijna een half uur moeten werken om mijn voorruit weer enigszins proper te krijgen. Die hing vol bloedspatten en andere smurrie van verpletterde insecten. Aan de voorkant van de kar te oordelen, is die al eeuwen niet meer gepoetst maar ik heb getuigen van het tegendeel. Dat laat ik er dan maar aan hangen tot ik thuis kom, of in de hoop dat het eraf regent in Frankrijk. Je weet maar nooit.

PS: Het is een plezier om hier op internet te zitten. Floep, en je bent erop. Dat Cap Blanch daar maar eens een voorbeeld aan neemt.

Vandaag gereden: Albir – Zaragoza 453 km

Zaterdag 3 mei Laatste dag Albir

Dag Twaalf Na Mieke, mijn laatste dag in Albir en waarschijnlijk Dag Zes Voor Het Weerzien Van Mieke. Hoe dan ook moet ik op 9 mei thuis zijn, zoniet moet ik volgende zaterdag nog een halve reservedag inbouwen. Ik vrees dat mijn bij de Chinees gekochte thermometer niet al te goed werkt want om 9 u is het alweer 26 C°. Om de ergste hitte voor te zijn, vouw ik m’n vloertapijt maar bij elkaar, tja en dan moet je maar beter weer in de schaduw kruipen. Bij ons zou men over een zomerse hittegolf spreken; hier is het vroege lente.
Straks nog de tafel bij Frank zetten die daarvoor de helft van zijn windscherm moet slopen. Dan nog proberen of de motor nog start. Mocht dat niet lukken, komt er een onverwachte verlenging van m’n verblijf hier. En verdomme, ik zou er niet eens boos om zijn. Helaas, bij de eerste draai aan de contactsleutel… Het zal dus toch rijden worden.
Niko + Christa + F&F trekken nog eens de bergen in want er is daar nog ergens een restaurantje waar het eten de moeite waard is. Nochtans voelden ze zich deze ochtend niet 100 % OK. Frey dacht dat het van die vis kwam; ik dacht eerder in de richting van de sangria.
In de namiddag is Igor en een maat begonnen met een doek over de plek van F&F te spannen. Stel je voor dat ze morgenvroeg komen zeggen dat ze slecht geslapen hebben omdat het te koud was…
We hebben heel de namiddag onder de luifel gezeten. Aan de tafel was het te warm. Zelfs op het terras van Lea & Frank was het nauwelijks te harden.
Toen de kliek weer compleet was, na de lekkere eetpartij in een weer een godvergeten gat dat Fab ontdekt had, was het hoog tijd voor een aperitiefje. Nico had gisteren – speciaal voor deze gelegenheid – een fles Ricard gekocht en die hebben we dan maar konijn gemaakt.
En zoals voorspeld werd het wel frisjes onder die toldo over plek 13. Ook wel omdat het intussen toch 20.45 u was geworden en omdat er weer een wind kwam opsteken. Ik voelde me wel een beetje weemoedig worden; morgen rond deze tijd zit ik ergens – wie weet waar – in m’n eentje een Stella te drinken en aan deze fijne ogenblikken terug te denken.
Frank en Lea nodigden uit voor een uitsmijter maar gezien de vier anderen al een halve dag getafeld hadden, was ik de enige resterende kandidaat. Ik werd weer een heel stuk wijzer gemaakt over het leven in een haven en het verbaasde me hoe complex heel dat systeem in elkaar zit. Helaas, was het opwinding van de laatste dagen, het slechte slapen of de drank… ik kon het geeuwen niet onderdrukken en m’n ogen nog nauwelijks open houden. En dus maar meteen het bed in.
Morgen nog m’n tv-schotel opruimen, gaan betalen, afscheid nemen en karren. We zien wel waar we uitkomen.
Het kan dus wel enkele dagen duren vooraleer hier nog iets verschijnt maar het is beloofd, dit verhaal blijft voortduren tot ik helemaal thuis ben.

Vrijdag 2 mei Surprise!

Dag Elf Na Mieke. Huub doet vervelend, maakt me om 6.30 u wakker, wilt naar buiten en eens in de straat wilt hij weer binnen. Komediant, verdomme. Daarmee is de dagvreugde dus ingezet. De laatste dingen worden uit de tent gehaald en met de hulp van Frank gaat dat ding tegen de vlakte. Niko komt goede raad geven: als je ze nu afwast, kan ze nog op tijd drogen. Juist ja, en Sinterklaas valt op 6 december. Dat ding moet gewoon in m’n garage, in welke toestand dan ook, want zolang dat niet het geval is, kan ik niet beginnen stapelen.
Daarna komt Frey me halen voor een laatste boodschappenronde. Dat wilt zeggen: ik ga mee naar de dierenzaak om de bestelling die Mieke er gedaan heeft op te halen. Die zak van 9 kg zie ik nergens liggen en dus wordt het weer een verpakking van 3,5 kg. Komt op 7,90 euro/kg. Toch eens uitrekenen hoeveel verschil dat is met België. Daarna gaan F&F nog naar de Lidl en de bank en ik loop gewoon tot in de Malibu om er op hen te wachten voor een Stella. Alonso een goed seizoen toegewenst en dan weer naar de kar om nog wat verder op te ruimen.
Vooraleer ik het fietsje dicht plooide, er toch nog een ritje mee gedaan om F&F te bewijzen dat er effectief mee gereden is. Bovendien komt de totale kilometerstand daarmee zeker op 4 km.
Enkele dagen geleden al had ik met de mensen hier afgesproken om samen bij Mateo een laatste pint te gaan drinken. Fab had uitgevogeld dat we dat, vanwege drukke en dooreen lopende programma’s, alleen nog vrijdag, vandaag dus, konden doen. Niko en Christa zegden meteen dat ze al andere afspraken hadden gemaakt en dat ze niet wisten of ze het wel zouden halen. Tenzij we daar heel lang zouden blijven hangen. En daarstraks kwam Frank dan ook nog af met een excuus. Lea had achter zijn rug om een andere afspraak gemaakt om met een ex-collega van hem te gaan eten. Verdomme toch, maar ja, dan maar onder ons gedrieën. We zitten bij Mateo nog maar net aan ons eerste drankje op het terras of daar komen de vier musketiers de hoek om. Surprise! En had jij dan niets in de gaten? Welnee, Frank kwam ter elfder ure nog aandraven met een uitvlucht en hij bracht dat op zo’n stuntelige manier dat het wel waar moest zijn. En Niko is altijd wel geloofwaardig. En verdomme, F&F zaten mee in de combine. Die knikken al dagen meewarig mee toen ik hen vertelde hoe spijtig ik het wel vond dat de bende niet compleet zou zijn. En dan kreeg ik ook nog een cadeau ook: een sixpack Stella ‘voor onderweg’, listig vermomd in een lege waterfles en geschenkverpakking. Waar ze die Stella vandaan hadden, is een goed bewaard geheim maar hoe dan ook moest ik een heel zwaar en lang emo-moment doorspartelen en een tijdje lang zag ik heel erg troebel en kwam er snot uit m’n neus terwijl ik toch helemaal niet verkouden was.
Je had een kamp bier en een kamp sangria. Dat laatste had voor Christa iets te weinig karakter en dus klutste ze er een stevige scheut vodka doorheen. Iets meer dan drie uur later werd het voor de personen die zich daar niet op voorzien hadden net ietsjes te fris en dat is niet bevorderlijk voor de goede stemming. Dus liepen we toch maar huiswaarts. En dan kwam het idee om in de Engelse pub – voorheen Aussi Bar met de aanbeveling ‘smack the bloody door’ op de deur – fish & chips te gaan eten. Op de camping zijn er nogal wat die dat elke vrijdag doen en daarvan zeer in de wolken zijn. Het terras stond open en dus kon Huub mee. Na al het pils-geweld van bij Mateo, wilde ik deze avond mooi afsluiten met een Guinness. Grote portie vis (cod) en frietjes met een goede kwak erwtenpuree daarbij. Erger Brits kun je het niet voorstellen. Hoewel, ik miste het krantenpapier… Hoeveel die schotel kost, weet ik niet. Ik mocht niet mee betalen omdat ik de rekening bij Mateo voor mij had genomen. Belangrijk is het niet want ik zie me hier volgend jaar niet direct weer eens langs komen. Het publiek is met iets te veel een exacte weergave van de Engelse maatschappij. Een zeer smalle upperclass, een kleine middenklasse in ernstige moeilijkheden, en een bijzonder grote massa vierde wereld. Verschrikkelijk smaakloos opgetutte en beschonken taarten op de versiertoer terwijl hun kleine kinderen zich maar moeten bezig houden met spelletjes of de andere gasten lastig vallen.
Ik probeerde die avond laat nog wat tv te kijken. The Godfather II was bezig – een klassieker die ik minstens één keer per jaar moet herbekijken – maar langer dan vijf minuten hield ik het niet vol. Deze hete dag waarin eindelijk toch eens gewerkt werd en waar dan nog een uitgebreid pakket emoties bovenop kwamen, eiste zijn tol. Guy kroop in z’n nest, een zo goed als slapeloze nacht tegemoet.