07-12 Weekje Haute-Saone

Zaterdag 7 juli 2012

Een vrouwtje dat geopereerd moest worden, een hond die ook al met de gezondheid sukkelde en ikzelf die zich ook al niet te best voelde… Sedert onze thuiskomst van Italië, heeft de kar nog maar weinig kilometers meer afgelegd. Een ritje en een weekendje Ardennen om Phil Gilbert luid aan te moedigen in LBL; een weekendje Genk en voor de rest uitsluitend stilstand en brute nutteloosheid. Wel om de twee uur aan die verduivelde parkeerkaart draaien om te verhinderen dat de stadskas nog meer gespijsd wordt.

Mieke vertrekt vandaag naar Indonesië en omdat het weer ook niet mee wil, vertrek ik ook maar. Mochten we nu min of meer een zomer hebben, zou ik misschien ook eerder thuis blijven. Om met je luie reet in de zon te zitten, met je drankje en een boek in de onmiddellijke nabijheid, hoef je niet per se honderden kilometers ver te rijden.

Niets van deze omstandigheden dus, en nog voor Mieke opgestegen was, zat ik al in Dun-sur-Meuse (alweer). Daar scheen de zon wél en zelfs intens. Ik stond er naast een Brits koppel uit North-Yorkshire. De man had zijn Mercedes van 20 jaar oud helemaal zelf ingericht en het zag er goed uit. Ze waren voor minstens vijf maanden onderweg. Leuke babbel gehad; samen ook weer aan de drank gezeten en onze Huub en hun Molly (hun labrador) konden het, na het macho ceremonieel van Huub, toch wel met elkaar vinden.

Geen zin om iets te koken en dus maar naar het enige restaurant van Dun getrokken, waar nog een plekje op het terras was. Pizza gegeten met typisch Ardense ingrediënten: aardappelen, spek en kaas van Maredsous, met daarover heen zowat een halve krop sla. OK ’t was geen kwaliteit zoals we gewend zijn in de Aurora op de Blauwe Hoek maar als je honger hebt, moet je niet té kieskeurig zijn. Net was de rekening betaald en de terugweg ingezet of daar braken de hemelsluizen open. In een mum van tijd was ik helemaal doorweekt en werd Huub tot een derde van zijn normale volume herleid. Dat mormel bestaat immers voor 66 procent uit haar.

Met droge kleren aan en de fles Knockando bij de hand werd deze mooie –nou ja- dag afgesloten.

Zondag 8 juli

Ochtendwandeling met Huub na een regenachtige nacht met veel donder en bliksem waarvan ik, vanwege het drankmisbruik van gisteren, weinig last had ondervonden. Afscheid van de Engelse buren en dan maar weer verder. Toch zeker 200 meter. Twee politieagenten met opgestoken arm. De kant in. Blazen! Hallo, ’t is verdorie 11 u en het is zondag. Ik kom net van de camperplaats vandaan. Blazen tot je een klik hoort, mijnheer, en wilt u a.u.b. die sigaret wegdoen. Uiteraard alles OK. Bonne route, monsieur. Vive la France.

Voor welke reden dan ook gaat het richting Chalons-sur-Marne uit. Het begint weer te regenen, de wolken zakken dreigend tot net boven de velden en op die manier is er ook geen lol aan om dit mooie land te doorkruisen. In Chalons dan maar de camping municipal opgezocht voor een namiddag ‘doorlopers oplossen’ en wat te lezen.

Pas tegen de avond wilt het een beetje opklaren en kan ik met Huub naar buiten. Onderweg raak ik in gesprek met een oudere dame die een hondje heeft dat een geslaagde mengeling is van Maltezer en een broertje uit de familie van Huub. Un labrit, monsieur, comme le vôtre. De lokale zondagskrant gekocht en met grote interesse het artikel gelezen over de dame en de ‘frite glissante’. De dame in kwestie is ooit in het Quick-restaurant in Reims uitgegleden over een frietje dat daar op de grond lag met een gecompliceerde kniebreuk tot gevolg. Ze heeft tot in het hof van beroep geprocedeerd tegen Quick en heeft nergens haar gelijk gehaald. Daarom gaat ze heel de procesvoering van vooraf aan opnieuw beginnen in België. Hopelijk kan ik dit in de toekomst blijven volgen…

Maandag 9 juli

Verdorie, zou ik toch niet naar Wim rijden? Wim ken ik al van toen hij 16 was, heeft in een vorig leven nog achter de toog van het Moorinneken gestaan, heeft heel de wereld rond gezworven in functie van het valschermspringen en heeft zich nu in een negorij in ‘la France profonde’ gevestigd. Het dorpje heet Trécourt (Haute-Saone), telt een huis of 15 en je hebt al een goed gedetailleerde landkaart nodig om het te kunnen plaatsen. Ik laat Madame Garmin haar werk doen en ze voert me langs akelig smalle D- en C-wegen naar de gewenste rue du Fourneau, numéro 4. Niemand thuis. Een uurtje gewacht en daar duikt in mijn achteruitkijkspiegel ineens een langharige grijsaard op. Wim! In zijn hangar mag ik naast zijn 2CV, zijn Berlingo en zijn Opel staan. Wim heeft vorige week een smak met de Honda gemaakt – hij moest kiezen tussen prikkeldraad (het Johnny Hogerland-statuut) of een schuiver van je welste. Het werd de laatste mogelijkheid met een gedeukte ribbenkast en gescheurde kruisbanden van de schouder als gevolg.

Het kan goed 20 jaar geleden zijn dat we elkaar nog eens zagen en dus valt er heel veel te vertellen. De zon is van de partij en met zijn aangename madame Carola erbij wordt het een nostalgische terugblik op onze wederzijdse levensloop. Een paar biertjes en wat pastis later en het loopt al gauw tegen halftien aan. Zo snel holt het leven aan ons voorbij. Nog wat eten – verdomde lekker trouwens – nog wat over en weer lullen en dan (veel te laat voor deze natuurmensen) naar bed.

Dinsdag 10 juli

Onder het dak van de hangar heb je van de eerste zon geen last en nog veel minder plezier. Ik laat de hond uit en het alarm slaat aan. Gisteren vergeten af te zetten en verdorie toch: waar in godsnaam is die sleutel. Och ja, die hangt nog aan de garagedeur. Eindelijk stopt die sirene en ik maar hopen dat niet heel het dorp wakker is geworden. Uiteindelijk, zoals achteraf blijkt, heeft geen mens het gehoord.

De kippen uitlaten, koffie zetten en dan maar weer meteen aan de doorlopers. Wim heeft nog wat facturen te betalen en in plaats van dat gewoonweg over te schrijven (ik weet niet of home banking hier mogelijk is) rijden we naar hier en naar daar om die rekeningen te vereffenen.

Daarna schuift hij mij een harddisk onder de neus met niets dan muziek op. Een onvoorstelbare schat aan schoonheden, meer dan 250 giga groot, zowat zes keer zoveel als ik op iTunes heb staan. Uiteraard kopieer ik daar meteen een flink stukje van. Op Internet gaan blijkt toch niet zo best te lukken, maar wie baalt daarom. Op de vraag of het nog geen tijd is om iets te drinken, hoef je in feite geen negatief antwoord te verwachten. Dus zitten we samen weer in de tuin met een overschotje Italiaans bier, nog wat Cara pils en wat er ook maar voorhanden is. Geen pastis, denkt Wim. Vandaag niet.

Huub voelt zich hier bijzonder in zijn sas. Alleen heeft hij het niet begrepen op de kippen en op vogels in het algemeen. Toch als die op de grond zitten; dan wilt hij ze altijd verjagen. Vogels moeten vliegen, volgens hem.

Ik heb hier weer veel bijgeleerd. Hoe mensen zich niet laten dicteren door de geldende normen in deze maatschappij en door opvoeding opgelegde levenswandel. Hoe mensen hun eigen weg kunnen uitstippelen, kunnen kiezen voor wat zij op dàt ogenblik belangrijk vinden en als een gewijzigde situatie zich opdringt, men zich daar maar moet aan aanpassen. Wim en Carola zijn zo lang ze konden met parachutes in de weer geweest, hebben jaren in caravans en tenten gewoond en nu, door een gelukkig toeval, dit huis hier in Trécourt gekocht en opgeknapt. Carola is intussen gaan studeren om haar vliegbrevet te halen en heeft nu een job als piloot bij DHL. Morgen vertrekt ze met de auto naar Brussel om dan een hele week – vooral ’s nachts – te pendelen tussen Leipzig, Israël, Italië en Portugal en waar de pakjesdienst haar ook maar heen stuurt. Een week werken, een week thuis. Je moet het er wel voor over hebben.

Intussen verzorgt Wim de paarden, doet verder aan de verbouwingen en onderhoudt zijn groentetuin. Die mensen hebben geen nood aan overbodige luxe, leven van één wedde, zijn tevreden met wat ze hebben en genieten van elke seconde. Chapeau! Ik kijk echt op naar deze prachtige mensen en bedenk daarbij dat ik het altijd ook wel zo had willen doen, dat ik ook wel zou had willen leven, maar dat omstandigheden dat soms verhinderd hebben. Toch een beetje spijtig dat ik pas na mijn pensioen die levensstijl kon proberen te verwezenlijken. Dus: laat mij maar genieten van mijn kar en daar erg dankbaar voor zijn.

Woensdag 11 juli

Hijs de leeuw vandaag! Had ik het toevallig niet op facebook gezien, op een van de weinige momenten dat het me lukt om internet te hebben, ik zou niet eens geweten hebben dat het vandaag die feestdag is waarop alle Vlamingen een krop in de keel dienen te krijgen en met veel misbaar in het luchtledige moeten klauwen. Mij niet gelaten, in de wetenschap dat mijn voorouders uit het hertogdom Brabant en het voormalige Land van Loon aan de zijde van de Franse koning stonden, aan de overkant van de beek waar Conscience zijn romantische fantasie op botvierde. Op de iPod zoek ik heel speciaal naar het nummertje van Wannes ‘De flamingant ne me traitez…’ en daarna naar ‘Les Flamingants’ van Brel.

Huub voelt zich duidelijk niet zo schitterend als ik mij voel. Hij eet niet, wilt niet naar buiten, zelfs de kippen passeren een rustige voormiddag. Carola is vertrokken naar een vriendin in Nieuwrode. Daar zal ze dan enkele uurtjes proberen te slapen om daarna naar Zaventem te rijden en dan in haar Boeing te kruipen en naar Leipzig te vliegen. Courageuse madame, verdorie.

Met Wim erwtjes zitten peulen en dan komt de vraag: kijk jij zodadelijk ook naar de Tour? Hoewel ik vandaag meende te vertrekken, wordt dat voor een tourrit in de Alpen graag uitgesteld. We lachen nogal wat af met de commentaar van Michel Wuyts. Vandenbroeck doet drie keer een uitval en wint ocharme een twintigtal seconden. Hij had meer verdiend.

Ik wil Wim een beetje met rust laten – hij ziet zeer duidelijk af van zijn kwetsuren – en trek me terug in de kar. Beetje rijst koken voor Huub, mezelf maar weer eens wijs maken dat ik met een blikje sardines ook gegeten heb, een fles wijn helemaal konijn gemaakt en bed in.

Donderdag 13 juli

Met de hulp van een slaapmiddeltje heeft Wim toch eens kunnen slapen. Het afscheid zo kort mogelijk gehouden. Onderweg alweer van idee veranderd – zoals altijd wel –en de coördinaten van de camperplaats in Charmes ingetikt. Ik wil die plek graag zien want dat stadje propageert zichzelf graag als ‘campervriendelijke stad’. Dat is ook wel zo maar helaas staan er voor alle plaatsen verbodsboden vanaf morgenvroeg 8 u. Het duurt wel weer even voor ik doorheb dat het morgen 14 juli is en dat deze ruimte voor de feestelijkheden zal moeten dienen. OK, nu heb ik de keuze om hier te blijven en ervoor te zorgen dat ik er morgenvroeg als de kippen bij ben, ofwel moet ik een plek gaan zoeken op de camping municipal. Met Huub in de buurt zal het me wel lukken om tijdig weg te zijn; dus blijf ik staan terwijl er enkele Belgen en Nederlanders ervoor kiezen om elders heen te gaan.

De zon schijnt maar het is nogal winderig en dus niet aangeraden om buiten te zitten. De verkenning van het stadje is héél snel gedaan. Niets lijkt zo op een Frans stadje als dit, zoals een ander Frans stadje als dit.

Ik luister naar het programma van Michiel Hendryckx dat hij voor Klara opnam in verband met zijn reis waarbij hij Cyriel Buysse achterna reed. Geweldig.

Aan de overkant speelt men petanque, gevolgd door een gezamenlijk drankje. Ik doe hetzelfde maar dan op mijn eentje. In het stadje heb ik geen winkel gezien waar ik, zoals gepland, wat wijn of bier kon kopen en mijn voorraad is zo goed als uitgeput.

Mijn plan is om morgen nog even langs het vertrouwde Fuusekaul in Luxemburg te rijden en dan kom ik zaterdag wel weer thuis. Kan ik daar naar de winkel gaan en een vettig frietje eten.

Vrijdag 14 juli

Het heeft weer heel de nacht geregend en dat doet het ’s ochtends nog altijd. Op de radio deelt Méteo France mee dat ik onderweg niets anders dan van hetzelfde mag verwachten. Ik ben de allereerste die van de camperplaats wegrijdt, mede dank zij Huub. Onderweg naar Nancy verander ik maar weer van idee. Om een hele dag in Fuusekaul in de kar te zitten omdat je vanwege de regen toch niet naar buiten kunt, vind ik al met al een beetje te gek. Dus maar ‘home’ ingedrukt op de gps.

Opvallend: aan de overkant van de snelweg is het stapvoets aanschuiven (voor zover het niet helemaal stilstaan is) van de Frans/Luxemburgse grens tot zowat 20 km nà de Luxemburgs/Belgische grens, of zowat 65 km. Vooral veel Nederlanders met hun caravans. Leve de vakantie, leve het gevoel van vrijheid.

Iets na 13 u kan ik in de Noormannenstraat eindelijk de ruitenwissers stil leggen. Wat een fijne dag, verdorie. Nog voor ik mezelf de kans geef om er spijt van te krijgen dat ik noordwaarts gereden ben en niet verder naar het zuiden ben afgezakt, duik ik in de zetel en kijk naar de rit die de renners van de Alpen, over de Rhône, naar de Ardêche voert. Die mogen wél in de zon rijden.

Advertenties