Donderdag 30 januari

Paul van de Eroticabeurs in Hasselt heeft een nieuwe voortent besteld en die is nu toegekomen. Al om 8 u is hij eraan begonnen maar zoals ik in veel gevallen heeft hij wel altijd twee linkerhanden. Hij mag dus hoogstens de tentstokken vasthouden. Zijn vrouw Laura regelt alles wel, samen met hun buurman Jan, de man die zelf twee dagen heeft zitten knoeien met zijn voortent. Ik wil wel een handje toesteken maar merk al snel dat de Engelse uitdrukking ‘two is a company, three is a crowd’ heel veel waarheid inhoudt. Blijkbaar is er toch wel iets fout gelopen met de nummering van de stokken want het ding wilt maar niet vlotten en nog veel minder perfect in elkaar passen. En toch blijf ik erbij dat ze wat fout doen, en wel helemaal zeker als ik toch nog maar eens ga kijken. Tegen 13 u staat het ding dan toch recht.
Fab heeft heel de voormiddag in bed gestoken. Ik wilde wel eens aankloppen om te zien of ik niet kon doen maar gezien er geen beweging was, heb ik haar maar met rust gelaten. Net na de middag is een beetje bij mij in de zon komen zitten en ze heeft zelfs mee ‘gebouled’; een teken dat er beterschap is.
Lucas was gisteren bij Skyler langs gereden en die zouden tegen 13 u naar hier komen. Spaans uur, wel te verstaan. Tegen 15 u had ik beeld en een rekening om duizelig van te worden maar Fab verzekerde me dat die som wel eens heel dicht bij de realiteit zou kunnen liggen.
Daarna kwam de kapster ook nog aanlopen en die zou me vandaag nog onderhanden kunnen nemen. Goed zo, dan kan ik morgen nog een rabistoke gaan doen vooraleer de zaak definitief aan de anderen wordt overgedragen. Onder het deskundige oog van Fab, en mede op haar aanwijzingen, gingen mijn manen eraan terwijl de zon langzaam achter de horizon zakte… Ik had het ineens verdomde koud in m’n nekstreek en betrapte mezelf later die avond meerdere malen op het naar mijn haarstaart tasten die er niet meer was. Zo’n beetje als iemand die na een amputatie nog altijd pijn kan voelen in het lichaamsdeel dat bij hem werd verdwijderd.
Het beloofde etentje is tot zondag uitgesteld want Frey was vrij laat terug en Fab is toch nog altijd niet 100 %. Hopelijk gaat het haar morgen een beetje beter af tijdens het grote tornooi.
Na twee maanden heb ik vandaag Martine weer eens het nieuws weten brengen en bij het weerbericht kon ik met moeite een monkellach onderdrukken. Het verschil tussen België en hier is niet alleen 2.000 km maar ook minstens 15 C°.

Woensdag 29 januari

Huub jankt me om half acht alweer uit m’n nest, net zoals de voorbije drie dagen. Dit mag geen gewoonte worden maar aan de andere kant ben ik dan wel op tijd wakker voor de bakker (anders trouwens ook) en met een beetje geluk krijg je dan een mooie zonsopgang te zien.
Ik vraag Piet of hij al nieuws heeft van Moniek en Danny. Die zijn gisteren van hier tot in Macon gereden, goed 1.200 km. Met een caravan achter hun kont. Ik mag er niet aan denken; daar heb ik drie tot vier dagen voor nodig. Als ze onderweg geen sneeuwval over zich heen krijgen (wat blijkbaar wel het geval is) zijn die deze avond al weer thuis.
Het wordt bewolkt en dat blijft zo heel de dag duren tot ongeveer 16 u. De voorbije dagen zijn we beter gewend en dus is het koud. Temeer omdat er ook wind staat. Vandaag kon ik misschien maar anderhalf uur buiten zitten. Tegen 14 u naar Rabisto. Mocht de zon erdoor komen, zit je daar tenminste uit de wind. Er komt nog een koppel bij mij in de hoek zitten en dat blijken ook twee ex-cafébazen, een dame die in Antwerpen een zaak had en een Nederlander die net over de grens ‘in Bels’ een tijdje lang achter de toog stond. Die man is echt een grootprater. Je kunt niets opnoemen of hij heeft het wel gedaan, je kunt niets gedaan hebben of hij heeft het beter gedaan. Een zwendelaar, qua. Hij tettert er maar op los en de drie ‘Belzen’ hoeven elkaar maar in de ogen te kijken om elkaar te begrijpen. Als het op betalen aankomt, is hij evenwel veel minder spraakzaam en laat de dame betalen.
Ik moet er wel voor zorgen op tijd terug op de camping te zijn want de kapster zou langs komen. Dan begint het te regenen, wat weer niet lang duurt maar als je er doorheen moet, word je wel zeiknat. Frey komt zeggen dat de kapster er niet doorheen komt met de scooter, wat ik wel kan begrijpen. Uitstel tot vrijdag maar dan is mijn haar ook alweer wat langer geworden en heeft ze weer meer werk.
Hoewel ik me voorgenomen had vandaag buitenshuis te eten, heb ik uiteindelijk geen zin meer om me om te kleden. Het wordt dus weer een trieste maaltijd waardoor ik weer 100 gram lichaamsgewicht kwijt speel.
Fab ik heel de dag in bed gebleven. Die hoest is koppig en ze heeft er ook nog koorts bij gekregen. Ze zal morgen niet mee gaan wandelen en dan moet het wel heel erg menens zijn. Als Frey op tijd terug is, nodig ik hen uit om naar de Sacristan te gaan. Dan hoeft zij toch alweer niet te koken.
En daarmee is deze frisse dag ook alweer voorbij.

Dinsdag 28 januari

Omdat Danny deze ochtend heel vroeg zou vertrekken, zat ik me mentaal op te laden om zeker en vast op tijd op te staan. Gevolg: ik kon de slaap niet vatten. Om 4.30 u zag ik Moniek uit de caravan komen en koffie zetten. Ik dacht: nog een uurtje en dan sta ik wel op. Uiteraard viel ik toen pas goed in slaap. Tot ik met een ruk om half acht weer ontwaakte, uit mijn raam keek en de caravan niet meer zag. Verdomme, die zijn al vertrokken. Ik stormde nog naar buiten en zag hen net vertrekken. De caravan stond op het petanqueveld, in een dode hoek vanuit mijn raam. Ik kon hen nog net veilige reis en goede thuiskomst toewensen en weg waren ze. Ik zal ze wel missen, vrees ik.
Ik stond nog een beetje met Piet te praten en daar was Paul al om enkele zaken op het vrijgekomen terrein te zetten. Daarna sleurde hij en zijn vrouw hun voortent naar hier en daarna probeerde hij met veel zuchten en nieuwe pogingen zijn camper op de juiste plek te krijgen. Een hilarisch moment werd het toen de stroom werd aangesloten en Paul uitriep: “Wacht even want er zit een knoop in de draad en zo krijg ik geen stroom.” Het heeft minstens tien minuten geduurd voor we met z’n allen weer gewoon konden praten zonder in lachen uit te barsten. Mij deed het vooral plezier dat er op deze camping nog ergere technische klunzen dan ik rondlopen. Eigenaardig genoeg begonnen ze toen hun voortent weer op te plooien en weg te bergen. Vreemd, dacht ik, als je zo’n ding hebt, gebruik je het toch. Niet dus.
Het is niet te geloven hoe de zenuwachtigheid en de spanning hier toeneemt naargelang we dichter bij vrijdag komen. Er zijn maar liefst 68 deelnemers voor het petanquetornooi, de lotingen zijn verricht en iedereen houdt angstvallig het spel van de toekomstige opponenten in de gaten. Hans krijgt uit alle hoeken adviezen en vragen. De ene wilt meer grind, de andere minder en nog anderen vinden dat er te veel grote keien tussen zitten. Hoe die man met klasse dat allemaal over zich heen laat gaat, is bewonderenswaardig. Met evenveel plezier harkt hij elke ochtend weer die velden aan.
Tot 13 u kan ik nu lekker aan mijn tafel zitten, lekker in de zon. Dan verdwijnt ze (voorlopig nog) in de schaduw. Dat feit, samen met de opgestoken wind, zorgt ervoor dat het geen marcellekesdag wordt, hoewel ik hier in mijn donker hoekje toch 18 C° noteer. Nog altijd iets hoger dan in België, denk ik dan maar.
Bij Huub en Corrie worden de olijfbomen bijgeknipt zodat ze nu nog meer zon hebben. Dat brengt me dan weer terug op m’n eigen coiffure en Fab maakt meteen een afspraak met de campingkapster. Morgen rond 18 u gaat de staart eraf.
Hoe het er van kwam, weet ik ook niet maar plots speelde het begip ‘kip aan het spit’ me door het hoofd. Fab zit al enkele dagen met een eigenaardige hoest en moest naar de apotheek en daar liggen de kippen van Tio Pepe dicht bij. Uiteindelijk kwam het hier op neer dat zowel op plaats 13 als op 115 kip werd gegeten.
Alsof ze het geroken had, begon Mieke ook al meteen over dat haar van me. “Ik wil nog naast je kunnen lopen en met zo’n kop haar doe ik dat niet,” dreigde ze. Voor mijn part mag ze ook drie meter achter mij lopen maar zover kon ze niet ook alweer geen begrip opbrengen voor bepaalde islamitische gewoonten.
Na de slotafleveringen van The Bridge 1 en een Morse zat er weer een dag van totale ledigheid op.

Maandag 27 januari

Gisteren keek Fab naar het weerbericht en dat zag er goed uit. Geen veranderingen, beloofde de voorspelling. En inderdaad, het zag er weer naar uit dat het nog maar eens een marcellekesdag zou worden maar de Spaanse meteo had er wel vergeten bij te vertellen dat er veel wind zou staan. Om 10 u was het bij mij toch al 18 C°. Dat terwijl het in België toch zweeft rond het vriespunt. Hoor je mij klagen? Jawel, hoor. Met die wind zit iedereen weer binnen, én op het internet en dus moet je al extreem veel geluk hebben om daar nog tussenin te komen.
Gelukkig blijft niet alles wat het lijkt en kan de korte broek toch weer aan. En zo kabbelt de dag rustig voorbij. Ik doe nog een rabistoke om te zien hoe Lucas het in Nederland gehad heeft. Hij is vol lof over Rotterdam en dat zal men hier in mijn directe omgeving graag horen. Ik zit daar op het terras en aan het tafeltje naast mij komt een koppel zitten waarvan je al op een kilometer afstand kunt zien dat het Russen zijn. Hij en zij leggen elk twee gsm’s op tafel waarin ze om de beurt beginnen tateren. Hij in een rood T-shirt met het logo van Ferrari erop. Zij overdreven opgemaakt, met een Gucci-zonnebril en een Prada-handtas en tussen de uiterste topjes van haar vingers een Davidoff-sigaret. Of het echte merkartikelen zijn, betwijfel ik ten zeerste. Russen zijn al veel te lang gewend om in namaak rond te lopen om nu zo maar ineens op het echte spul over te stappen. Voor de rest zijn zo smakeloos mogelijk gekleed. Ze doen hun uiterste best om hun status van ‘nouveau riche’ alle eer aan te doen maar dat gebeurt zo opvallend stuntelig dat ik besluit dat Huub meer klasse uitstraalt dan zij. Ik krijg van Lucas een opvouwbaar steekkarretje mee zodat ik mijn toilettank ook alweer niet hoef te dragen.
Eens terug op de Cap Blanch heeft Piet, Danny en Jan me geholpen om de lang beloofde tafel naar mijn perceel over te brengen. We huldigen het nieuwe meubelstuk in met een biertje en dan komt ook Lucas aanlopen. Uiteraard vertelt die over Rotterdam en ik zie m’n gezelschap van Feyenoord-supporters glunderen. De reputatie van Lucas kan hier niet meer stuk.
Ik zit heel snel door mijn voorraad koude drank heen en dus gaan we even groeten bij F&F want die hebben een grotere koelkast. Het begint al te donkeren als we daar weer buiten komen. Lucas heeft duidelijk nog geen zin om naar huis te gaan maar ik wil hem daarin liever niet volgen wegens nog altijd te moe.
Mieke rukt me rond elven uit een aflevering van The Bridge. Ze had gemeenteraad en die is blijkbaar sneller afgelopen dan verwacht. Er zijn weer enkele onvoorstelbare voorstellen gedaan, duidelijk geïnspireerd door Rik Daems die er zelf niet bij was. Als het waar mocht zijn dat een gemeenschap de bestuurders heeft die ze verdient, vraag ik me toch af wat ik de mensheid misdaan heb.

Zondag 26 januari

Zoals eerder al eens geschreven: de slokdarm verslijt minder snel dan de blaas. Om half acht moest ik al de derde keer het bed om naar het toilet te gaan. Ik ben dan maar opgebleven met een stevige verwensing aan het adres van bepaalde drankgewoonten. De gemiste slaap haal ik straks wel in met een siësta.
De zon komt stralend uit de zee op en het wordt dus een marcellekesdag, m.a.w. je zit gewoon op je luie krent in de zon koffie te drinken, je probeert iets te lezen wat niet lukken wilt omdat iedereen weer langs komt voor een ochtendpraatje.
De geplande lange wandeling moet weer ingekort worden omdat Huub ellendig veel met zijn voorpoot sleept. Die kan maar beter een beetje rusten. Op de boulevard verdringen Spaanse dagjesmensen elkaar en dus loop ik maar door de verlaten straten met het nadeel dat je daar ook veel schaduw hebt. In die schaduw is het dan toch nog altijd 20 C°. Hoor je mij klagen?
Laat-Ons-De-Here-Loven dat alle bijbels hervormden hier op de plek zich aan hun verdomde zondagsplicht houden en geen reet verroeren, op een bezoek aan de markt na. Je ziet F&F vertrekken voor hun wandeling, samen met Ton en nog een Nederlands koppel dat ook in zo’n petieterig VW-busje hokt. Je ziet Hans de petanquebanen aanharken, waarop Huub bijna wild wordt want Hans is zijn beste vriend hier. Je ziet de Noren weer in groep naar hun stamkroeg trekken, de Britten weer bij elkaar hokken en de Belgen mag je vergeten. Die zijn hier een beschermde minderheidsgroep.
Voor je het goed beseft, is het alweer middag en komt Danny, mijn drinkebroer van afgelopen nacht, uit zijn nest. We praten nog een beetje na en ik kom alles te weten over hoe zijn vrouw werd aangereden, daar een hersenletsel aan overhield en de nog altijd voortdurende revalidatie. Ik bewonder de jongen voor zijn opofferingsgeest en zijn geduld.
Dan belt Mieke met iets meer details over haar tocht(en) hierheen. Ze heeft nog andere grootse plannen, heeft een vakman gevonden die onze badkuip zal vervangen door een inloopdouche, onze oude gasketel zal vervangen worden door iets met een hoger rendement en minder verbruik en de gesel van mijn oren, onze dampkap, wordt vervangen door een geluidloos exemplaar. Al die wijzigingen zullen gebeuren terwijl zij hier in Albir zit. Mooi. Ze vertelt ook dat heel de vertrouwde bende deze avond bij Vital in Gelrode mosselen gaat eten. Gerda zal blij zijn want dat is zowat de enige plek ter wereld waar men haar mosselen met appelmoes serveert zonder te vragen of ze een slag van de molen heeft gehad.
Tot kwart na zes zit ik lekker buiten maar dan wordt het wel wat te fris. In dit seizoen staat m’n plek maar tot iets voor twee in de zon en dan begint het hier snel af te koelen. Binnen een maand of zo staat de zon weer veel hoger en dan heb ik wel altijd een beetje zon (voor zover die door wolken priemt, natuurlijk).
Het is dan wachten op de terugkomst van F&F want voor deze avond mocht ik niets voorzien om te eten; ik was immers uitgenodigd om een estouflet met Reblochon te komen eten, een bereiding die ik thuis zeker en vast eens zal uitproberen met mijn favoriete stinkkaas uit Herve.
Ocharme, ze hebben weer meer dan 6 uur gestapt en het is al na acht als ze erdoor komen. De twee flessen die ik meegenomen heb, gaan vlot naar binnen maar omdat ik vergeten ben mijn siesta te houden en zij toch weer kilometers gelopen hebben, zijn we geen van ons drieën nog in staat om ook de derde fles helemaal leeg te krijgen.
Het is lang geleden dat de donsdeken zo aanlokkelijk was.

Zaterdag 25 januari

Oei, oei, dacht ik deze nacht toen het weer begon te waaien. De geweldige weersverwachting voor deze zaterdag – nog warmer dan gisteren – zouden we wel mogen vergeten. Niet dus. Een stralende zon bij het opstaan. Terwijl ik m’n koffie drink, zitten Piet, Jan en Leen zoals gewoonlijk heel druk de Nederlandse voetbalcompetitie te analyseren. Net zoals dat bij ons het geval is, zitten de beste voetbaltrainers in de tribunes (of in dit geval ver weg in Spanje) maar nooit naast de lijn of in de dug-out. Voor F&F is het vandaag boodschappen- en wasdag en dat zou het voor mij ook wel mogen zijn. Maar ja, zo lang de zon wilt schijnen, kun je daar maar beter van genieten. Bovendien ben ik nog altijd in de war wat wasproducten betreft.
Rond 10 u trekt de hemel dicht, verdwijnt de zon maar eigenaardig genoeg begint de temperatuur op te lopen. We halen zelfs 20 C°. Ik loop nog even tot bij Yvonne maar die heeft de zaak al dicht gegooid. Ze moet dringend boodschappen doen, de hond uitlaten en zelf is ze ook wel doodop na alle drukte van de voorbije dagen.
Ik lees nog wat. Frey is op zoek naar aanmaakblokjes en die weet ik toevallig wél zitten in mijn garage. F&F willen een tadjine maken en ik ga even kijken of zijn houtskoolvuurtje goed gaat. Frey kraakt een fles Freixenet en daarna nog een fles witte wijn, we kletsen wat en het blijft verdorie 20 C° terwijl de duisternis begint in te vallen. Het is etenstijd voor de honden en Huub krijgt ook een schoteltje. Als ik hem dezelfde korrels zou geven als hij hier krijgt, zou hij er z’n neus voor ophalen maar hier schrokt hij alles naar binnen. Omdat ik er toch zit, mag ik ook mee-eten wat helemaal niet m’n bedoeling was. Ten lange leste durf je de straat niet meer oversteken zonder ervan verdacht te worden dat je jezelf uitnodigt aan een rijk gevulde tafel. Hoe dan ook gaat die tadjine er bijzonder goed in. Als ik ooit Marokko haal, moet ik van daar ook maar zo’n stel mee naar huis nemen. F&F gaan vroeg slapen en moeten zich nog klaar maken voor de wandeling van morgen. Zelf voel ik me ook wel moe en besluit om na één aflevering van The Bridge naar bed te gaan. Maar misschien toch eerst nog eens op facebook kijken. Domme beslissing want voor ik het weet is het 1.30 u. En dan tikt Danny, m’n overbuur, op het raam. Die heeft tot nu op café gezeten en wil nog wat praten. Dat doen we dan maar met nog een pilsje erbij, en nog eentje en nog eentje, om met een stevig glas wijn te besluiten. Het is intussen 4 u geworden maar omdat ik heel vlot op internet kom, zit ik nog tot 5 u aan m’n Macbook.
Wie zei daar weer dat ik naar hier was gekomen om te rusten?

Die felle met de rooden baerde

Vorige week schrok ik me kapot toen een Nederlander me vroeg of ik de schrijver van deze column was en waarom onder de titel ‘Als de vos de passie preekt’. Zit je 2.000 km van het thuisfront en dan krijg je zo’n vraag op je boterham van iemand die je van haar noch pluim kent. Een vreemde ervaring, dat kan ik je wel verzekeren. Via, via, via was hij bij m’n blog terecht gekomen, waarop ik deze stukjes plaats nadat ze in Leuven Actueel verschenen zijn, en aan de sticker ‘Leuven’ achterop mijn camper meende hij dat ik was wie ik ben.
Tja, mijn fascinatie voor vossen is helemaal de schuld van het mooie verhaal dat ‘Willem die Madoc maacte’ ooit schreef. Dat kreeg je tijdens je studiejaren te lezen in een opgeschoonde en ontmande versie want in de bloemlezingen en handboeken van die tijd hoorde het scabreuze taaltje van de middeleeuwse Willem niet. Mijn favoriete schrijvers of dichters kregen daar trouwens ook geen plaats in want dat waren toch allemaal goddelozen. Hun naam uitspreken was al genoeg voor minstens een millennium voorgeborchte en er een pagina van lezen stond gelijk met eeuwig hellevuur. Je kreeg alleen iets te lezen als er het ‘Imprimatur’ of ‘Nihil Obstat’ onder stond, liefst nog eigenhandig door kardinaal Van Roey ondertekend.
Nu zat er in de afgelikte avonturen van Reinaert toch al voldoende stof tot nadenken hoewel je nog niet duidelijk wist waarover je moest nadenken. Als puber wilde je jezelf graag herkennen in de weerbarstige tegendraadsheid van ‘die felle met den rooden baerde’. Hoe hij erin slaagde om gezaghebbers in hun hemd te zetten, hoe hij zich wel altijd uit hachelijke situaties wist te lullen, hoe het hem lukte om geldende normen een zodanige draai te geven dat ze toch in zijn voordeel uitkwamen. Zo wilde je zelf ook wel in het leven staan.
Toen kwam er een tijd dat ik een kroeg wilde beginnen. Daar ik in die dagen toch ook wel middens frequenteerde waarin nogal wat kerels met ringbaard-zonder-snor het voor het zeggen hadden, gingen die meteen op zoek naar een mooi klinkende, écht Vlaamse naam. Er bestond al een Munt, een Pallieter, een Kempenland en een Peylkoker en zo kreeg mijn eigen voorstel om de zaak gewoonweg ‘Reynaert’ te dopen toch nog enig goedkeurend applaus mee. Meer zelfs, van hen kreeg ik een stapeltje ingelijste gravures cadeau met taferelen uit het Reinaert-verhaal. Maar ja, het was 1968 en de ringbaarden-zonder-snor ruimden de plaats in voor volle baarden-met-snor en lange haren, de volumeknop van de muziekinstallatie ging een tikje de hoogte in en de Reinaert-etsen werden vervangen door prenten van Bob Dylan en Jimi Hendrix. Bij mijn vriend Adri, die in de Naamsestraat de alternatieve boekenwinkel Evergreen openhield, vond ik toevallig ‘Wapenbroeders’ van Louis Paul Boon. En dat boek, waarde vrienden, is zowat mijn persoonlijke bijbel geworden. In de hem kenmerkende taal wist hij je de achterliggende gronden van wat Willem die Madoc maacte eigenlijk had bedoeld duidelijk te maken. Meteen wist je waar je over nadenken moest.
Terwijl aan de ene kant van de straat bordeauxkleurige en muisgrijze petten met leeuwenvlaggen zwaaiden en ‘Leuven Vlaams’ scandeerden, rolden leninisten, maoïsten, stalinisten, trotskisten en andere marxisten al vechtend over de andere kant van de straat. Reynaert stond erbij, keek ernaar, sloeg nog een pagina van ‘Wapenbroeders’ om en kon maar niet snappen waarom iedereen constant op zoek is naar een eigen koning Nobel om hem onderdanige dienstbaarheid te betonen. Waarom deze wereld bezaaid is met mensen die zich vereenzelvigen met Bruun de beer, Hersinde, Carcofas, Tibeert of Cuwaert.
Met het grijzer worden van de ‘rooden baerde’ is ook de felheid afgenomen, samen met de haren worden ook de streken steeds dunner maar het blijft boeren toch altijd geraden om hun ganzen goed in de gaten te houden. Helaas, om het met Boontje zelf te zeggen, schuilt in ieder van ons minder een Reinaert dan wel een Isengrimus, ‘de tragische, die het gelag en de gebroken potten had te betalen’.