Fundamentalisme aan de IJse

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Intussen ben ik oud genoeg om al een tijdje te denken dat niets me nog uit het lood kan slaan, dat ik al wel alles gezien en meegemaakt heb, dat niets me nog kan verbazen. Fout! Vorige week verslikte ik me in m’n ochtendkoffie bij het lezen van de krant. In Maleizen (Overijse), slechts een steenworp bij Leuven vandaan, gaat een kostschool weer de ultrakatholieke toer op. “De moderne maatschappij is in ons opzicht fundamentalistisch in atheïstische zin,” heet het daar.
Met toenemende verbazing, wat zeg ik, met stijgende verstomming las ik verder dat de leerkrachten belijdend katholiek moeten zijn en dat in de lessen moeten meegeven, dat de leerlingen dagelijks een rozenhoedje zullen bidden, naar de mis – volgens de oude Latijnse ritus – en het lof moeten, dat de godsdienstlessen gefundeerd zijn op het afdreunen van de Mechelse cathechismus (voor het laatst in 1954 gepubliceerd, nota bene) en dat men er nog niet helemaal uit is of men de evolutietheorie wel of niet zal doceren vanwege niet stroken met het scheppingsverhaal.
Er wordt duidelijk gemikt op het kroost van mensen die het niet zo begrepen hebben op echtscheidingen, abortus, homorechten, in vitro inseminatie, enz. Kortom, mensen die de sociale evoluties en humane verworvenheden in de hedendaagse maatschappij de rug toekeren met een smachtende heimwee naar het pre-consiliaire tijdperk.
Mijn kopje koffie was nog niet halfweg of ik zat al een heel eind in m’n eigen geschiedenis getorpedeerd via de teletijdmachine van professor Barabas. In 1957, slechts drie jaar nadat de laatste cathechismus was gedrukt, werd ik vakkundig in een internaat gedropt, uitgerekend in het Mechelen van die cathechismus. In de slagschaduw van het aartsbisschoppelijk paleis gold die stad in die dagen als het prototype van brave kleinburgerlijkheid en dat weerspiegelde zich wondermooi in de aldaar gevestigde scholen. Leerkrachten liepen er nog in wapperende soutanes bij en het regime dat er heerste, gold als een perfecte voorbereiding op de militaire dienstplicht die ons in het verdere leven te wachten stond. De eerste drie dagen van de week mocht er uitsluitend Frans worden gesproken en gezien ik ook maar een Vlaamse boerenpummel was, had ik de basisknepen van de taal van Molière nauwelijks onder de knie. Gevolg: elke week een ‘retenu’ wat inhield dat ik haast nooit naar huis mocht met uitzondering van de kerst-, paas- en grote vakantie, maar dan nog minstens een dag later dan de andere leerlingen.
De dag begon zwijgend. Je ritste het gordijn van je ‘chambrette’ open en onder het prevelen van weesgegroetjes of de litanie voor alle heiligen ging het naar de waszaal. Daarna een stille studieperiode waarbij je uitsluitend stichtende lectuur mocht lezen, een gebed ten gunste van de heiligverklaring van de oprichter van de onderwijzende orde, een heilige mis met verplichte communiegang – wie dat niet deed, moest wel een zondaar zijn! – en pas na het genoten ontbijt mocht je de gewijde stilte verbreken. Tot donderdagmorgen in het Frans, uiteraard.
Elke les begon met een onzevader en een weesgegroet en iedereen die meer dan de anderen de vrome Frans uithing, kreeg steevast de vraag of er misschien een roeping in de lucht hing. In de bibliotheek geen Louis Paul Boon, Hugo Claus of Buysse maar wel Gezelle, Timmermans, Streuvels of Ernest Claes. Onze kennis van de Nederlandse literatuur hield op bij heimatschrijfsels en een opsomming van de Tachtigers. Van die calvinisten van over onze noordgrens hoefde men in Mechelen niet te weten. Seksuele voorlichting was een onderdeel van de lessen biologie waarin een hoogrood aangelopen pater ons, jonge pubers, vertelde over de bloemetjes en de bijtjes. Om later die dag een of andere prille knaap te bepotelen.
In Overijse wilt men in het gezegende jaar 2015 dus bijna een eeuw terug in de tijd. Mij niet gelaten; iedereen zijn eigen mening. Waar ik het wel moeilijk mee heb is dat dit soort fundamentalisch geleuter betaald en gesubsidieerd wordt met mijn belastinggeld. En dan de vraag van tien miljoen: Wàt als we het woordje ‘katholieke school’ zouden vervangen door ‘islamitische school’? Het kot zou te klein zijn en de scherven nauwelijks te ontwijken. Wees daarvan maar overtuigd. Arm Vlaanderen.

Advertenties

Goede morgen, buurman

vos 6
Wat is me dat toch in ons geciviliseerd Europa? Voor alles waar we geen blijf mee weten, alles wat we niet ergens weggemoffeld krijgen, voor alles wat we niet in een bepaald schuifje kunnen stoppen of alles wat min of meer naar een minderheid ruikt, vinden we wel een ‘internationale dag’ uit. Gedurende die ene dag zetten we die dingen dan in de schijnwerper om er dan weer 364 dagen niet meer naar om te zien of aan te denken.
Kijk, dat bepaalde onderwerpen eens per jaar sterk geaccentueerd worden, lijkt mij niet direct een verkeerde zet. Helaas zet dat ook de deur open voor ridiculisering. Op Google zijn in een recordtempo ellenlange lijsten te vinden van de meest belachelijke feestdagen. Wat anders te denken van: Dag van de Lelijke Truien (22/1), Dag van het Alarmnummer 112 (11/2), Dag van de Dwerg (7/3), Dag van de Bril (8/4), Dag van het Naakt Tuinieren (2/5), Dag van de Lichtrail (18/6), Dag van de Komkommer (1/7), Dag van de Linkshandigen (13/8), Dag van de Kokosnoot (2/9), Stotterdag (22/10), Dag van de Stralende Beroepen (8/11), Dag van de Kleine Schrijver (10/12). Een dag voor Rechtshandigen of van de Grote Schrijvers heb ik tot nu toe nog niet kunnen vinden en wat er zoal allemaal onder Stralende Beroepen moet gerekend worden heb ik nog altijd niet begrepen.
Op 29 mei j.l. was het ook Dag van de Buren en dat mocht ook in Leuven niet onopgemerkt voorbij gaan. Schepenen Bieke Verlinden en Mohammed Ridouani holden van het ene adres naar het andere. Op zo’n 60 plaatsen in Leuven kwamen enkele buren bijeen voor een drankje en een hapje. Aangename kennismaking met steun van het stadsbestuur.
Nu levert dit stadsbestuur al jaren ernstige inspanningen om allerlei initiatieven in die zin te ondersteunen met een kleine toelage en logistieke hulp. Versterking van de sociale cohesie, heet zoiets dan. De resultaten bleven dan ook niet uit. Elk zomers weekend wordt er wel ergens een straatfeestje gebouwd. Op sommige dagen zijn er dat gelijktijdig wel meer dan twintig. In 2013 waren er dat over heel Leuven verspreid niet minder dan 123.
Ook in mijn straat begonnen we er zo’n twintig jaar geleden aan, toen nog zonder steun van het stadsbestuur. We versierden een garageoprit, kochten enkele bakken bier, sleurden ons terrasmeubilair naar buiten. De ene bracht een paar flessen wijn mee, de andere had een taart gebakken, nog een andere haalde blokjes kaas uit zijn koelkast. We luisterden naar straffe verhalen van oude buurtbewoners, maanden de kinderen aan voorzichtig te zijn en bleven hangen tot een gat in de nacht. Opruimen deden we de volgende dag wel en dat werd opnieuw een feestje.
Daarna moest het allemaal iets officiëler. Voor de veiligheid diende de straat afgesloten, er moest een orkestje bij, tenten voor het geval van slecht weer, tafels en stoelen, een springkasteel, animatie voor de jeugd, en ja, waarom zouden we ook geen BBQ voorzien? Bekenden kropen bij elkaar en spraken nauwelijks met anderen, de groepsmentaliteit was eruit en de lol was eraf. De sfeer was niet meer hetzelfde. Een week later liep je mensen tegen het lijf waarmee je nog samen had staan drinken maar die je nu nog nauwelijks een blik waardig vonden. Vreemden voor elkaar, zeg maar.
Nu ben ik natuurlijk een oude sok en dus grootgebracht in een periode die voor sommige gelijk staat met de Middeleeuwen. In die tijd was het bij ons elke dag Speelstraat en elke dag Buurtfeest. Daarvoor hoefde de straat niet eens met dranghekken afgesloten te worden. Buren haalden stoelen naar buiten, zaten gezellig op de stoep met elkaar te kouten of speelden met de kaarten terwijl het jonge grut met tientallen tegelijk met een conservenblikje of een afgedankte fietsvelg allerlei inventieve spelletjes bedacht. Iedereen kende iedereen en als je het als snotneus iets te bont maakte, kreeg je wel van andere ouders een educatieve tik rond de oren onder het goedkeurende oog van je eigen ouwelui. Het spreekwoord: ‘Een goede buur is meer waard dan een verre vriend’ ging niet helemaal op want je buren waren je vrienden.
Hallo Leuvenaars, als jullie buiten komen, zeg dan eens ‘Goede morgen, buurman’. Het kost niets en je hoeft niet te wachten tot het volgende buurtfeest om iemand te leren kennen.