The Walrus en gedeïoniseerde appels

Het was gisteren mijn televisieavondje wel… Nadat ‘la Cools’ een beetje mocht kouten met Patrick Dewael en Hendrik Vuye over de fraude met humanitaire visa, kon het echte ding pas beginnen. Snel zappen naar NPO3 om de klassieker Keuringsdienst van Waarde (KvW) niet te missen. De uitzendingen van Teun van de Keuken en zijn bende zouden voor iedereen – ook in Vlaanderen – verplichte kijkkost moeten zijn want KvW is zowat het meest indringende consumentenprogramma dat in de Lage Landen op het scherm komt. Met veel scepsis, gevoel voor humor maar zonder ook maar een greintje genade worden producten, hun fabrikanten en de verdelers ervan (lees: supermarkten) onder de loep gelegd en wetenschappelijk ontleed. Altijd probeert KvW door te dringen tot en getuige te zijn van het productieproces. Maar weinig producenten zetten de deur voor hen open, bang voor de kritiek of omdat ze iets te verbergen hebben.

Deze aflevering ging over gedeïoniseerde vruchtensappen, iets waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Appel- of druivensap wordt ontdaan van alle geur, smaak, kleur zodat er een waterachtige substantie overblijft die louter bestaat uit de suikers die van nature in de betrokken vruchten zit. Dat goedje wordt in ettelijke landen door tientallen fabrikanten geproduceerd maar niemand wil zeggen waarvoor het gebruikt wordt. Tot KvW ontdekt dat het onder een litanie van omhullende en misleidende namen in duizenden voedingsproducten zit als vervanger van suiker. Als er biet- of rietsuiker in zit, moet dat voor de Europese wetgeving klaar en duidelijk als ‘suiker’ op het etiket vermeld staan. Zodoende vind je nu zelfs producten met in koeien van letters “Zonder toegevoegde suiker” op de cover maar waar handenvol van dit duistere ‘vruchtenextract’ in gekwakt zijn. Marketingsgewijs klinkt dat iets minder mierzoet maar het is blijft een suikerbom.

Hierdoor geïnspireerd, bekeek ik deze ochtend, toen Mieke ijverig haar potje Volle yoghurt Cassis + Muesli (163 gr.) leeg had gelepeld, eventjes naar de ingrediëntenlijst. Een verbazingwekkende ontdekkingsreis werd dat. Lees even mee:

Yoghurt: 75,5 % (volle melk, magere melkpoeder, suiker, levende yoghurtfermenten) Fruitbereiding: 16,6 % (zwarte bes 8,4 %, suiker, glucose-fructosesiroop, gemodificeerd maïszetmeel, verdikkingsmiddel pectine, zuurteregulatoren calciumcitraat en natriumcitraat, aroma. Granenpreparaat: 7,9 % (havervlokken, glucose-fructosesiroop, maïsvlokken, maïs, suiker, gerstemout, emulgator lecitine, zonnebloemolie, tarwevlokken, siroop van invertsuiker, kokosnoot, geëxtrudeerde rijst, rijstebloem, tarwebloem, tarwemout, suiker, tarwegluten, dextrose, zout, suiker, natuurlijk vanillearoma, zout. Bevat gluten, melk. Gemaakt in een bedrijf waar ook soja en noten worden verwerkt.

Ziezo, in de volle overtuiging dat ze hiermee een natuurlijk en gezond product – zo van de hoeve vandaan – een deugddoend ontbijt naar binnen heeft gespeeld, kan Mieke het voor de rest van de dag weer stellen.

In schril contrast met Keuringsdienst van Waarde stond ‘Villa Politica’ waarin elke fractie zijn woordje mocht doen over de schandalige zwendel met humanitaire visa. Een plaatsvervangend gevoel van schaamte overviel me daarbij. Zowel qua inhoud als qua stijl presteert onze volksvertegenwoordiging beneden alle peil. Voorwaar, ik kreeg te doen met Theo Francken, en reken maar, dat behoort niet tot mijn vaste gewoonten. Dat je als (voormalig) staatssecretaris totaal gefileerd en afgemaakt wordt, tot daar aan toe. Maar mag dat a.u.b. ook wel enigszins met doorslaande argumenten, in correct gekozen bewoordingen en met enige klasse worden gedaan, ja? En kunnen we het parket eventjes zijn werk laten doen, ja? En onze commentaren opsparen tot er een gerechtelijke uitspraak is, ja? Treurnis alom was het nu. In de tribune zat een grinnikende Tom Van Grieken slapend rijk te worden.

Na al dit gezucht werd mijn avond toch nog gezellig afgesloten. Nu ja, gezellig… eerder met een gevoel van nostalgie. Canvas zond, ongeveer gelijktijdig met NPO3, de documentaire “John & Yoko, Above Us Only Sky” uit. Vanzelfsprekend speelde mijn hoogst persoonlijke “Working Class Hero” hierin de hoofdrol maar mijn tweede favoriete Beatle George kwam er ook in voor. De meeste aandacht ging uit naar het ontstaan van de onsterfelijke LP ‘Imagine’ maar nog belangrijker vond ik het gevecht dat Lennon moest leveren om zichzelf te kunnen worden, onder het juk van de Beatles vandaan. “The dream is over. I once was the Walrus but now I’m John”. Schitterend toch. Dat de man daarvoor het gekrijs, de floddergedichten en de totaal van de pot gerukte conceptuele kunst van Yoko nodig had, pleit misschien niet direct in zijn voordeel, maar alla… Tenslotte: alle beetjes helpen, ook al komen die uit Japan.

_mg_0132d

 

 

 

 

Advertenties

Spektakel in Westminster

“Hela kerel, je hebt me geduwd en daarbij heb ik de helft van mijn pint over mijn broek gekregen!”

“Wel, dat zal je leren. Jij zit al heel de tijd naar mijn lief te lonken! Kom eens naar buiten, als je durft. Ik sla je verrot!”

“Weet je wat? We vechten het hier binnen uit, zie!”

Een beetje in die stijl begint meestal een klassieke caféruzie. Haantjesgedrag in het kwadraat. Meteen wordt het aanwezige publiek meegezogen in één van beide kampen, er ontstaat een kleine veldslag, iemand trekt een mes, er vallen zwaar geblesseerden. Het aantal bloedneuzen is niet te tellen, de schade aan het café-interieur niet te overzien.

Wel, dat is zo een beetje wat zich momenteel in het Britse parlement afspeelt, toch algemeen aanvaard als de bakermat van onze parlementaire democratie. Het debat over de Brexit-deal van premier May begint aardig veel weg te hebben van een wederzijds gelal tussen dronkenmannen dat escaleert in een uitslaande caféruzie. Haantjesgedrag van enkele pronkerige egocentristen en de belangenverdedigers van politieke partijen. Is het al of niet aanvaarden van het EU-akkoord wel gunstig voor de Britse bevolking? Geen enkele MP (Member of Parliament) die zich dat nog afvraagt. Voor zover ze zelf al begrijpen wat de gevolgen van een Brexit kunnen zijn.

Gisteren nog sloofde mijn krant zich uit om mij met enkele mooie getekende grafiekjes duidelijk te maken wat de volgende stappen konden zijn indien het parlement dit of dat zou beslissen. Goed geprobeerd, dacht ik halverwege, want toen al was ik hopeloos verdwaald in de wirwar van pijltjes en doorverwijzingen en snapte ik er – net als die ruim zeshonderd Britse MP’s – geen jota meer van.

Al met al kom ik er nog goed vanaf dat ik nu niet op camping Benisol zit, langs alle kanten ingesloten door Britse onderdanen. Nog maar pas had Cameron zijn idee over een referendum geopperd of ik probeerde dat onderwerp met die mensen aan te snijden. Slechts één gesprekspartner was onvoorwaardelijk tégen de Brexit. Een Schot. Die wilde al meteen een afscheuring van Schotland uit het United Kingdom. Paul uit Belfast zag er nog niet zo klaar in. Die vreesde dan weer dat een harde grens met de Ierse republiek voor een opflakkering van geweld zou zorgen. Mijn achterbuur uit Liverpool stond voor 100 % achter de Brexit en was van mening dat Ulster in de kortst mogelijke tijd al die lastige katholieken maar over de grens moest zetten. Mijn overbuur uit Newcastle vond alle Schotten maar een zootje ongeregeld dat er niet aan denken moest dat het witte Andreaskruis op blauwe achtergrond ooit uit de Union Jack zou verdwijnen. De andere overbuur uit Manchester was ook 100 % pro Brexit voor zover Europa het hem persoonlijk niet moeilijk maakte om naar het vasteland over te steken. Tja, één wel overwogen argument voor of tegen kreeg ik niet te horen en voor de mogelijke consequenties haalden ze de neus op. Die bestonden voor hen niet. De EU was voor hen weliswaar niet helemaal een kolonie van het British Empire, maar het scheelde hem toch niet veel.

In daarop volgende gesprekken ging het dan voornamelijk ook over het scheren van de hagen, over het mindere weer van de dag of hooguit een enkele keer over voetbal. Je kunt al die Baas Ganzendonken van over het Kanaal maar beter lichtjes in hun eigendunk laten sudderen.

Voor het overige zal ik vanavond weer gezellig naar de nieuwsbulletins op BBC zappen en verbaasd het spektakel in het Lagerhuis aanschouwen, een drama dat zelfs een Shakespeare in zijn beste dagen niet eens zou weten te verzinnen. U kijkt toch ook?

 

PS: Uit domme vergetelheid is hier vorige keer geen foto van een kunstwerk van Dany Tulkens verschenen. Ik ben daarvoor zeer streng op het matje geroepen. Om het goed te maken nu dus twee prentjes…

copy_of__mg_8109b_

afbeelding_2 (1)

 

 

 

 

 

 

 

Heilige Cools

Als er op deze pagina’s één journalist regelmatig met de ruwe rasp onderhanden wordt genomen – om het woord ‘afbranden’ niet te gebruiken – mag Kathleen Cools met die eer gaan lopen. Nu wordt ze toch wel al dagen lang in zowat in alle media de hemel in geprezen, zeker. Elke Neuville, van zichzelf en in haar vak toch wel ruim begaafd, vroeg zich af wie haar yogaleraar wel mocht zijn en waar Cools het talent vandaan heeft om ijzig kalm te blijven bij het geleuter van haar studiogast. Waar ze de beheersing heeft opgedaan om die met een goedgeplaatste uppercut de coulissen in te kloppen. Ook onze eigen justitieminister Koen Geens sloofde zich het voorbije weekend uit in lofuitingen en is van mening dat ‘La Cools’ het debat met Van Langenhove gewonnen heeft met een dubbele knock-out.

Wel, zoveel gezwaai met het wierookvat verdient geen enkele journalist, en zeker Cools niet. Wel helemaal niet omdat ze eindelijk voor één keer haar werk heeft gedaan. De voorbije jaren blonk ze eerder uit in een kruiperig hielen likken van alles en iedereen die van verre of van dichtbij met Alt-Right te maken had terwijl ze haar kritische aanpak als journalist alleen reserveerde voor wie daar niet besmet door was.

Woensdag 9 januari had ze in Terzake breedsmoelkikker Dries Van Langenhove tegenover zich zitten in een poging tot debat. Al tijdens de aankondiging van het gesprek brulde ik rood aangelopen naar het scherm: “Geef die klootzak toch geen podium, godverdomme!” Zoals wel altijd wilde Cools ook nu weer niet luisteren. Of eerder gezegd: de redactie van Terzake. Hallo zeg, had men het kerstmaal slecht verteerd of zat men daar nog met een fameuze kater na de nieuwjaarsreceptie? Sinds wanneer is het voldoende dat iemand als regionale lijsttrekker wordt aangeduid om hem voor de camera te sleuren? En mocht dat zo zijn, waarom krijgen we dan geen defilé van de honderden lijsttrekkers die zich in mei zullen presenteren voor federale, regionale en Europese verkiezingen. Dan heb je wel een hele week lang de gehele zendtijd van Canvas nodig.

En dus mocht deze voor de gelegenheid als ideale schoonzoon opgetutte straatvechter op de openbare zender ruim 12 minuten lang gratis publiciteit voor zichzelf en zijn twijfelachtige smeerlapperij komen maken. Zijn opzet werd snel duidelijk: als ik verkozen ben, ben ik parlementair onschendbaar en kan ik straffeloos de schandelijke praktijken van Schild en Vrienden verder zetten.

Het is een schrale troost dat Van Langenhove als een vette luis in de pels van Theo Francken zal opereren. De eerstvolgende maanden mogen we in Brabant dus wel een discours verwachten waar elk goedmenend oor van zal tuiten.

 

 

 

Het mirakel van Fiere Margriet

Wat een geluk dat je in Leuven ook nog eens kunt lachen, zij het – in dit geval – begeleid door een meewarige blik naar de hemel en de verzuchting “waar-houdt-men-zich-toch-mee-bezig-om-de-gazetten-te-halen”. Dat laatste is alleszins gelukt want zelfs De Standaard zette er zijn kolommen voor open. En waar gaat het over? Over het beeld van de Fiere Margriet, dé Leuvense volksheilige uit de 13de eeuw.

Voor wie tot zijn/haar grootste spijt niet van Leuven is eventjes een beknopte cursus “Van Legende tot Zaligverklaring”. Magrietje (1207-1225) werkte in een herberg en werd naar Wilsele om wijn gestuurd. Onderweg werd ze aangerand en liever dan haar maagdelijke deugd te verliezen, verkoos ze de dood. Haar lichaam werd in de Dijle geworpen en dat dreef stroomopwaarts terug tot in het centrum van Leuven. Tot zover het verhaaltje. Feit is dat er rond haar figuur een diepgaande volksdevotie ontstond en na lang lobbywerk werd ze in 1902 zalig verklaard. Misschien moet het lieve kind nog eens zeven eeuwen wachten vooraleer ze een officiële heilige wordt maar in Leuven is ze dat al lang.

Goed zo. In 1982 mocht beeldhouwer Willy Meysmans haar in brons vereeuwigen. Meysmans was leraar aan de Leuvense kunstacademie en had als bijnaam ‘den IJzeren’ of beter nog ‘den Oëzere” in het Leuvense dialect. Destijds dronk ik met hem regelmatig een glas wijn in zijn atelier aan de Pasteelsblokweg in Kessel-Lo waar ik dat kunstwerk zag ontstaan. Hij stelde haar voor als een naakte vrouw die op het water dreef en om dat effect te bereiken was er ook een fontein nodig. Dat beeld stond ruim dertig jaar op de hoek van de Tiensestraat met de Muntstraat. Tja, zo’n naakte vrouw in het straatbeeld, laat het nog een bronzen zijn, had uiteraard een bijzondere aantrekkingskracht op schijnneukende studenten en andere nachtbrakers die in de waterpartij kwistig omsprongen met badschuim. Sinds een jaar of vijf is het beeld verplaatst naar iets rustigere oorden, verder weg uit de studentenbuurt, namelijk de terrassen aan de oevers van de Dijle; dichter bij de bron van haar legende, zeg maar. Bij extreem hoge waterstand krijg je inderdaad wel de indruk dat ze ook echt op het water dobbert.

Onze Fiere Margriet werd dus een vertrouwd standbeeld, tot algemene tevredenheid en zonder morren van de Leuvenaars. Met uitzondering van enkele verfkladden of de fontein, die het voor de zoveelste keer weer eens liet afweten, kende het beeld geen verdere tribulaties. Tot het stadsbestuur in 2000 een foto van Meysmans’ beeld op de stedelijke website plaatste. Prompt kwam er op het stadhuis een aanmaning van Sabam binnen. Of de stad Leuven wel zo vriendelijk wilde zijn zo spoedig mogelijk de ronde som van 30.000 BEF (nu € 750) aan portret- en auteursrechten te storten? Met de dreiging van dagvaarding indien niet akkoord of andere nalatigheden. Waarop Tobback in zijn gekende stijl de mensen van Sabam aanraadde om maar in de kortst mogelijke tijd te leren fluiten want dat was wat ze naar hun geld mochten doen. Voor mij zat daar een sappig stukje voor Passe-Partout in en dus snel ‘den Oëzere’ opgebeld voor een reactie. Die viel uit de lucht. Ja, hij was inderdaad lid van Sabam en neen, hij wist van die brief niets af, laat staan dat hij daar de opdracht voor gegeven had. En neen, hij wilde de stadskas niet extra pluimen, en jawel, hij zou dat zo spoedig mogelijk in orde brengen. Bij Sabam zitten ze intussen nog altijd ijverig te fluiten…

Maar kijk, na een lange poos van rustige wederwaardigheden ontspint zich in deze stad plots een soort theologische discussie rond Fiere Margriet. Aanstoker van dienst is Steven Vermoere, een lokale politicus die op 14 oktober j.l. nog goed was voor een massaal aantal van 153 voorkeurstemmen. Steven is een best geschikte kerel die mij wel altijd doet denken aan een van de vrolijk drinkende figuranten op schilderijen van Adriaan Brouwer of Frans Hals. Volgens Vermoere is het beeld van Meysmans zo “fake” als maar kan zijn. Immers, de legende vertelt dat Fiere Margriet met haar hoofd vooruit stroomopwaarts dreef. Volgens de wetten van de fysica moet het haar dan ook achter haar hoofd om over haar rug gedrapeerd liggen en niet vooruit steken zoals het beeld nu laat zien. Kijk, zoveel opmerkzaamheid raakt mij diep. Dat wij hier nu al 36 jaar tegen een beeld zitten aan te kijken dat volledig in strijd is met de wetmatigheid van de natuurkunde, duidt toch wel duidelijk op een schrijnend gebrek aan kennis, en dat nota bene in een universiteitsstad. Foei Leuvenaars, ik schaam me kapot. Bedankt Steven voor zoveel scherpzinnig observatiegeest. Spijtig genoeg ken ik het huidige telefoonnummer van ‘den Oëzere’ niet om hem te vragen of hij nu gezondigd heeft tegen de wetten van de beeldhouwkunst of tegen die van de fysica. Trop is teveel en zoveel creatieve vrijheid kan zelfs een Dany Tulkens zich niet permitteren.

Hoe dan ook, doodernstig stelde Steven Vermoere zijn vraag wel aan Denise Vandevoort, schepen van cultuur, en voormalig schepen van Openbare Werken Dirk Robbeets. Op hun beurt vielen die uit de lucht. Van zoveel opmerkzaamheid hadden ze niet terug. Denise Vandevoort probeerde er zich magertjes vanaf te maken met de opmerking: “Misschien dat haar de haren ten berge zijn gerezen uit angst voor haar moordenaars?” Tja, hoe zou je zelf reageren in het uur des doods, nietwaar. Robbeets bekijkt het allemaal erg nuchter. Volgens hem is dit gewoonweg een mirakel van Fiere Margriet en in het geval van mirakels is alles mogelijk.

Hallo kerkelijke overheden. Niet stil zitten en meteen Rome contacteren a.u.b. en er op aandringen dat onze Fiere Margriet maar beter meteen haar officiële heiligverklaring kan krijgen. Met zo’n mirakel kan dat niet lang meer op zich laten wachten. En Steven Vermoere die, op voorspraak van Fiere Margriet, in de hemel een bank vooruit mag schuiven. Bedankt, kerel!

De_Fiere_Margriet_liggend_standbeeld_-drijvend-.jpg

PS: Tulkens, beste kerel, vandaag mag jij fluiten achter een foto van een van jouw kunstwerken. Eén Leuvense beeldhouwer (al komt hij uit Mechelen) per keer is meer dan voldoende. En verdomme, durf het niet aan mij Sabam op m’n dak te sturen.

 

 

 

Wereldeconomie op de Wadden

Het blijft maar aanslepen daar op de Waddeneilanden. Nog altijd blijft er op de stranden rotzooi aanspoelen. In de nacht van 1 op 2 februari verloor MSC Zoe niet minder dan 281 containers. Slechts 222 daarvan zijn gelokaliseerd, deels ergens aangespoeld, deels ergens op de zeebodem. Tot op vandaag is men van 41 het spoor helemaal bijster. Op de Nederlandse Waddeneilanden moet men man en macht mobiliseren om de troep uit 18 aldaar gestrande containers op te ruimen.

MSC Zoe is één van de allergrootste containerschepen ter wereld. Een bakbeest van maar liefst 395 meter lang, 59 meter breed en een tonnenmaat van 193.000. Dat lijkt mij toch wel iets indrukwekkender dan een doordeweeks plezierbootje in de haven van Nieuwpoort of Blankenberge. Dan zou je toch denken dat je zo’n disproportioneel groot gevaarte, met bijna 20.000 TEU containers beladen, niet zo maar de zee op stuurt zonder strikt georganiseerde en tot in de puntjes opgevolgde veiligheidsmaatregelen. Dan zit je toch met de vraag hoe het mogelijk is dat een iets meer dan stijve bries – niet eens een storm – op de Noordzee kan volstaan om 281 containers overboord te slaan. Zijn die dan niet voldoende verankerd? Op de oceanen tussen China en Bremerhaven kan het anders ook wel gevaarlijk spoken en is het risico op stormachtige moessonwinden, orkanen en tyfoons met exotische namen wel iets groter dan voor onze kusten.

Strandjutters konden op Vlieland, Terschelling, Schiermonnikoog en Ameland hun hart ophalen. Alles waar zij geen extra profijtje uit konden slaan, lieten ze wel liggen voor de honderden opgetrommelde vrijwilligers zodat die ook nog wat op te ruimen hadden. Breedscherm televisietoestellen, meubeltjes voor IKEA, speelgoed, gloeilampen, schoenen, textiel in alle maten en kleuren… je kunt het je niet voorstellen of het lag er allemaal zo maar voor het grijpen. Doorweekte symbolen van onze onstilbare consumptiehonger.

Erger is dat er nog altijd twee containers zoek zijn met daarin organisch peroxide. En wie weet welk ander chemisch spul er nog meer overboord geslagen is. Daarover houden zowel de rederij als de overheid de kaken stijf op elkaar. Over de mogelijke schadelijke effecten, eens dat goedje vrij komt, is men het niet nog niet helemaal eens. Feit is wel dat het hoe dan ook geen deugd zal doen aan de zeefauna en –flora, om van de invloed op de menselijke gezondheid nog niet te spreken.

Telkens ik de beelden van al die rotzooi op de mooie stranden van de Wadden te zien krijg, schieten me toch weer enkele vragen te binnen. Vragen over de niets ontziende globalisering, bijvoorbeeld. Waarom laat een Zweedse meubelgigant zijn spullen uitgerekend in China fabriceren, nota bene met hout dat hoogst waarschijnlijk eerst vanuit Zweden naar China is gebracht. Waarom moeten onze kleren per se uit Bangla Desh of Cambodja komen terwijl in heel Europa weverijen gesloten worden en tienduizenden confectiewerkers op straat staan. Een antwoord is snel gevonden: WINST! Immers, onze economie moet blijven groeien. Als de economische groei stagneert, gaan de dreigende hellepoorten open, klinkt het dan. Als er in ons lichaam een organisme blijft groeien, noemen wij dat gewoonweg kanker. In de kapitalistische economie heet dat vooruitgang. En méér winst, uiteraard.

Gelijktijdig zit je met de vaststelling dat al die rommel niet in zee kan terecht komen als er geen vraag naar is. Wat bezielt ons toch om al die prullen vanuit de andere kant van de wereld naar hier te zeulen? Hebben wij al die spullen wel écht nodig? En zo ja, waarom maken we die dan niet zelf, en liefst iets dichter bij huis. We verzuipen zowat in nutteloze prullaria en onze honger naar nog meer van hetzelfde – dan wel in een ander kleurtje of aangepaste vorm – is maar niet te stillen.

Vrienden van me, die met vrucht aan de faculteit economie afgestudeerd zijn, proberen me dan van naaldje tot draadje uit te leggen hoe de wereldeconomie in elkaar zit en dat al die rommel daar deel van uitmaakt. IJdele moeite van hen want ik snap er geen ene moer van. Eerder dan de logica daarvan in te zien, zal ik de relativiteitstheorie van Einstein begrijpen. En dus zal ik voor de rest van mijn dagen gelaten moeten ondergaan dat de aardappeltjes op mijn bord uit Cyprus komen, de boontjes uit Kenia, mijn runderlapje uit Argentinië, asperges uit Peru, de avocado uit Mexico, tomaten uit Andalusië met daarop in Marokko gepelde garnalen. Zo’n menu zit weliswaar niet erg logisch in elkaar maar het is goed voor de wereldeconomie.

Steeds beter begin ik te begrijpen waar die antiglobalisten zich zorgen over maken…

afbeelding_41

 

 

Werkende armoedelijders

Het nieuwe jaar is nog maar pas begonnen en daar mag je al het meest absurde en meest hypocriete voorstel van het jaar noteren. Dat komt van VOKA, het netwerk van Vlaamse ondernemers. Om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken en meer mensen aan het werk te krijgen, stelt VOKA voor dat inkomens onder € 2.500 er best een bonus van 100 euro bovenop mogen krijgen. Verdomme, denk je dan, wat mooi toch van die werkgevers. En zo sociaal betrokken. Hola, hola, niet zo snel, roept VOKA dan weer, die € 100 moet niet uit onze zak komen maar wel uit die van de Vlaamse regering. Uit de zakken van de belastingbetalers dus. Ach zo. Tja, op die manier kan zelfs ik het ook. Gelukkig reageert minister van Werk Philippe Muyters daarop met een opgestoken grote vinger en een luide ‘njet’.

Bravo VOKA, met uw voorstel klop je qua schijnheiligheid met voorsprong die andere kampioen van de hypocrisie Kris Peeters, ook al een creatuur uit de stal van ondernemers. Die wil staatsbank Belfius gedeeltelijk privatiseren om daarmee de gedupeerden van ARCO te vergoeden. Waarop de jonge De Croo meteen reageert met een grote vinger en een luide ‘njet’. Nu weet Peeters maar al te goed dat zijn ideetje op los zand gebouwd is want hij heeft geen enkele legaal been om op te dansen. Maar ja, als je jezelf in de schijnwerpers wilt zetten met het oog op de aanstaande verkiezingen, moet je nu toch al lichtjes aan klantenbinding beginnen te denken. Wat een weerzinwekkende cinema, toch.

Terwijl deze grote heren al even loze als ronkende verklaringen afleggen, moeten 1,8 miljoen Belgen (een komma acht miljoen!) het met een inkomen stellen dat onder de armoedegrens ligt. Dat betekent dus dat die het moeten zien te rooien met een maandelijks inkomen minder dan 1.139 euro (alleenstaanden) of minder dan € 2.392 (gezin met twee kinderen). Dat zijn niet alleen werklozen en/of andere steuntrekkers, verre van, volgens Europese cijfers zijn 5 % daarvan werkende mensen of zelfstandigen. Dat betekent dus dat op 4,6 miljoen Belgen met een job, er niet minder dan 230.000 daarvan met de armoedegrens flirten en de grootste moeite hebben om rond te komen. In werkelijkheid zullen dat er nog veel meer zijn dan deze sombere cijfers van Eurostat laten vermoeden, zelfs meer dan het dubbele daarvan. Misschien wel een half miljoen. Het zijn vooral jongeren, alleenstaande ouders en laaggeschoolden die tot de grootste risicogroep onder de werkende armen behoren. Voor hen is een job dus helemaal geen garantie om uit de armoede weg te blijven.

En dan verlangen die grote heren van VOKA en UNIZO – daarin geestdriftig bijgestaan door hun stropoppen in de regering – nog iets meer toegeeflijkheid en meer flexibiliteit van de werknemers. Versta daar vooral onder: vlottende uren, verlaging minimumloon, meer inzet, minder sociale bescherming, geen inmenging van vakbonden, enz. En maar blijven zeuren over lastenverlaging voor bedrijven, strengere controles op ziekteverzuim, inkrimpen van werkloosheid. En er maar blijven op hameren dat alleen zij – het bedrijfsleven – een garantie zijn voor werkverschaffing en groei van de economie. Fuck off! Nog nooit heb ik een industrieel in bijvoorbeeld Wakkerzeel een fabriekje weten opstarten met de enige intentie om er een x aantal arbeiders kunnen tewerk stellen en hen een goed loon uit te betalen.

Dan krijg je toch wel braakneigingen bij dat korte rapportje van het ministerie van financiën. Daar kwamen in 2018 niet minder dan 726 aanvragen binnen voor fiscale regularisatie van achtergehouden inkomsten, voor een totaalsom van 343 miljoen euro. Dat zijn dus Belgen die op hun knietjes komen smeken om 343 miljoen zwart geld officieel weer wit te wassen. Hoeveel van totaal zouden die tot inkeer gekomen ontduikers betekenen? Tien procent? Neem nu nog twintig procent. Probeer je dan maar eens voor te stellen hoeveel miljarden aan zwart geld die 80 of 90 % resterende minder berouwvolle Belgen in veilige bankkluizen in een of ander belastingsparadijs opgepot hebben. Dat zijn dus geen caissières, behangers, kleermakers, geen ruitenwassers, vuilnisophalers of een kleine kruidenier van op het hoekje. Die hebben geen Zwitserse bankrekeningen, hun namen zul je niet terugvinden in de Panama Papers, die weten de Maagdeneilanden niet eens liggen. Die industrieel uit Wakkerzeel weet dat wél.

Je hoeft de krant maar open te slaan en je beseft maar al te goed waarom je hart aan de linkerkant ligt.

afbeelding_31

 

Reyes Magos

Kameraad Snelle Eddy moet nu ongeveer weer in Alicante geland zijn en ook Frey en Fab zijn intussen weer naar het zuiden vertrokken. Na een bijzonder drukke kerstmarkt had Frey toch wel een klopje van de hamer opgelopen en dus diende hij een rustperiode in te lassen. Voor alle zekerheid tussendoor nog een doktersbezoek en behalve een iets te hoog suikergehalte in het bloed en de vaststelling dat hij geen twintig meer is – iets wat hij stelselmatig weigert te aanvaarden – kreeg hij dan toch het medische fiat om op weg te gaan. Hoeveel tussenstops ze voorzien en/of via welke omwegen ze nu naar Albir zullen rijden, valt nog af te wachten. Hoe dan ook, volgende week komen ze alleszins in betere weersomstandigheden terecht dan hier het geval is.

Met die aanhoudende grijze, lage lucht boven mijn hoofd begin ik toch ook enige symptomen van heimwee naar iets zonnigere oorden te vertonen. Hoewel ik met een lichte vorm van afgunst de foto’s bekijk die me haast dagelijks uit de Costa Blanca bereiken, ben ik er niet helemaal boos om dat ik nu nog – en vooral vandaag – in België vertoef. Reden: vandaag begint in heel Spanje de jaarlijks weerkerende waanzin rond Reyes Magos of het grote kinderfeest met Driekoningen. Ginds is dat de tegenhanger van onze Sinterklaas.

Als buitenstaander moet je dan twee dagen alweer de maniakale dwangmatigheid van Spanjaarden ondergaan waarmee die met vuurwerk omspringen. Een feestdag – en die hebben ze in overvloed – een huwelijk, een verjaardag, zelfs een scheet in een fles, kan er niet voorbij gaan zonder vuurwerk. Neem daarbij nog dat elke badplaats en elk kustdorp, dat zichzelf op de kaart wilt zetten om toeristen aan te trekken, je een zomer lang trakteert op een wekelijks weerkerende feeërieke lichtshow met bijzonder veel lawaai. Want knallen moet het; hoe meer geknal hoe liever. Volgens mij zijn de Spanjaarden blijven hangen in hun prechristelijke overtuiging dat je boze geesten alleen met oorverdovende bomgeluiden kunt verjagen. Dat geloof heeft zelfs de Inquisitie er niet weten uit te kloppen. Ooit heb ik hier geschreven dat, mocht Spanje een heel jaar lang geen vuurwerk afsteken, het land met het uitgespaarde geld in één wip bij de rijkste naties ter wereld mag gerekend worden.

Wat heb ik toch tegen dat verdomde vuurwerk? Wel, zoals elke bij elke oude knar neemt ook bij mij het gehoorvermogen af. Dat vind ik bijzonder sneu want ik luister veel te graag naar muziek. Na een vuurwerk duurt het bijzonder lang vooraleer mijn oren daarvan een beetje hersteld zijn, soms wel twee dagen lang. Maar, net zoals bij je hersencellen het geval is: wat je kwijt raakt, ben je voor altijd kwijt en komt niet meer terug. En verdomme toch, ik heb geen zin om de rest van mijn dagen volledig doof af te sluiten.

Niet alleen ondervind ik er zelf last van maar mijn hond (en andere dieren) nog veel meer. Huub hoort een dreigend onweer vier keer eerder dan ikzelf op ons afkomen. Een harde knal heeft bij hem hetzelfde effect als bij ons, mensen. Onvolmaakte schepsels die wij zijn, horen de ultra lage frequenties van zo’n knal niet helemaal maar hij wél; de pijngrens ver voorbij. Afhankelijk van plaats- en weersomstandigheden werden bij vuurwerk decibelwaarden opgetekend die 170 decibel benaderden. In Nederland ligt de wettelijk toegelaten grens op 156 dB (decibel). Een geweerschot naast je oren produceert 140 dB, een laag overvliegende straaljager 120 dB en een rockconcert 110 dB. Geluiden boven 120 dB kunnen tot blijvende schade leiden. Zo zie je maar.

Nu ja, de fascinatie voor vuurwerk is niet het enige wat ik aan de Spanjaarden minder aangenaam vind. De primitieve barbaarsheid waarmee ze dieren behandelen, bijvoorbeeld. Brandende fakkels aan de horens van stieren binden en die dieren dan in paniek door de straten jagen, kan ik toch moeilijk anders omschrijven als onbeschaafd. Een windhond vastgebonden aan een boom achterlaten, vind ik onmenselijk. Telkens ik zo’n macho Spanjaarden in de ogen kijk, moet ik weer denken aan de manier waarop ze in de 16de – 17de eeuw in onze eigen gewesten huis hebben gehouden. Met hun verdomde inquisitie en hun fanatieke katholicisme. Ik kan het niet nalaten in hen telkens een kleine Filips II of een doorslag van de hertog van Alva te herkennen. Oef, wat een geluk dat ik nog in België ben…

Nu het toch over vuurwerk gaat. Eerder deze week vroeg ik me af wanneer dat stupide gebruik van vuurwerk tijdens de oudejaarsnacht begonnen is. Dat had ik immers nooit gekend tijdens mijn jeugd. Meer nog: voor zover ik me herinner was het op Expo 58 dat ik voor de allereerste keer in mijn leven een vuurwerk heb gezien. Waarom niet eerder? Zoals wel vaker gebeurt, schiet een redelijk klinkend antwoord je pas te binnen lang nadat je de vraag hebt gesteld. De generatie die mij moest opvoeden, had net een oorlog, en de nasleep daarvan, achter de rug. Rotjes of voetzoekers waren in mijn jonge jaren taboe. Dat riep te veel slechte herinneringen op aan gevaarlijke tijden. Ik zie het nog altijd voor mij: mijn moeder die in een panische schrikreactie naar de kelderdeur liep toen een Caravelle laag over ons huis vloog. “Een vliegende bom!” riep ze wanhopig.

Misschien vandaar mijn argwaan voor vuurwerk.

150929_dany_tulkens59717blr