Zaterdag 16/07 The end, my friend

 

Met elk nieuwsbericht zijn we er ons meer en meer van bewust dat we geluk hadden om al op 14 juli, nog vòòr de aanslag in Nice, de grens tussen Spanje en Frankrijk te zijn gepasseerd. In een krampachtige en veel te laat komende stuiptrekking heeft Frankrijk besloten zijn grenzen weer eens heel streng in de gaten te houden. Gevolg: aan de grensovergang richting Barcelona stilstaande file tot in Perpignan. Hoe ver tot in Spanje de tegenliggers dienden aan te schuiven om weer Frankrijk in te mogen, heb ik niet vernomen. Of er aan de Somport gecontroleerd werd trouwens ook niet. Hoe dan ook, van Ria en Jan krijgen we een berichtje dat ze aan de Belgisch/Franse grens al bijna een uur verloren hebben.

Vandaag is er nog maar 215 km te gaan en daar nemen we dus onze tijd voor. Nog rustig genieten van een koffie op het terras en dan al even rustig de N21 oprijden. Als wij in Limoges de A20 oprijden, zien we aan de andere kant zo’n 10 km stilstaande file staan om die snelweg weer af te rijden. Ria houdt ons constant op de hoogte: file op de ring rond Parijs (zoals altijd trouwens), lang oponthoud net voor Orléans. Rond 12.30 u rijden we Ardentes binnen en we vrezen dat we in de gegeven omstandigheden toch nog pakweg 2 à 3 u op Jan en Ria moeten wachten. Een uurtje later komen ze er al aan. Toch nog wat geluk gehad onderweg.

En daarmee begint mijn vakantie en eindig deze reisblog. Voorlopig toch. De voorbije 10 maanden heb ik die blog dagelijks met zo’n 500 woorden dikker gemaakt. Dat betekent dat ik al die tijd 10 x 30 x 500 = 150.000 woorden totaal nutteloze onzin heb uitgekraamd. Heb ik dan een beetje vakantie verdiend, ja of neen? De eerstvolgende maanden wil ik mijn saaie leventje van totaal niets doen gewoon verder zetten, niet op Benisol maar in huiselijke kring. Mocht er in die tussentijd iets gebeuren wat de moeite loont om met de rest van de wereld te delen, zal ik dat wel doen. Geniet nog van de zomer, of toch van wat daar moet voor doorgaan…

IMG_1996
Nog eventjes genieten van het terras van La Charmille en dan weer op weg.
IMG_2019
Nog wat vakantie met vrienden Jan en Ria en dan weer op Leuven aan.

 

Advertenties

Vrijdag 15/07 Hopsa, de Périgord

’s Morgens opstaan met het nieuws over de aanslag in Nice… er zijn aangenamere manieren om wakker te worden. De vrouw des huizes loopt er erg bedrukt bij; ze was gisteren met haar kinderen naar het vuurwerk in Oloron gaan kijken. Het kon ons daar ook overkomen zijn, zucht ze. In deze bedrukte en bedrukkende sfeer slurpen we onze kop koffie uit en gaan we maar weer op pad.

We rijden via de indrukwekkende stadsmuren van Navarrenx, voor één keer kan ik zonder problemen de juiste weg vinden in Orthez, ik moet weer kinderachtig grinniken als ik doorheen Sallespisse rijd. Vanaf Hagetmau wordt het verkeer iets drukker en op de ‘circulaire’ D932 rond Mont-de-Marsan is het helemaal erg druk. Dan rijden we door één van de, volgens mijn bescheiden mening, meest vervelende stukken van Frankrijk: de Landes.

In Saint-Justin ziet Mieke terrasstoelen buiten staan en ze vraagt of het nog geen tijd voor een koffie is en dat ze dringend naar het toilet moet. In een fractie van een seconde is mijn besluit genomen. In plaats van te stoppen, sla ik meteen af de richting uit van Labastide-en-Armagnac. In dat dorpje hebben Frank & Lea, Huub en ik toevallig anderhalf jaar geleden overnacht en ik vond dat dorpje toen al een door toeristen vermeden slapende schoonheid. We hadden daar behoorlijk wat lol in het restaurantje Sucre & Paille en dus gaan we daar nu ook maar een terrasje doen. En kijk, intussen zijn er toch nog 2 Belgische toeristen die deze bastide ontdekt hebben; een jong koppeltje op een motorfiets.

In Marmande steken we de Garonne over en zo’n 10 km voor Bergerac gaat het 2 km linksaf (rechts ligt Monbazillac) naar Sigoulès. Ooit mocht een wijn uit dat dorp proeven en dat viel verdorie zeer goed mee. Dus gestopt bij de coöperatieve aldaar en Mieke goed moeten tegenhouden of we hadden ergens nog snel een vrachtwagen moeten huren om haar hele bestelling thuis te krijgen. Nu ja, de kofferruimte moeten herschikken, de vrijheid van Huub achteraan een beetje moeten inperken en zo konden we toch met een behoorlijk aanvaardbare voorraad onze reis weer verder zetten.

Even voorbij Périgueux, de stad met de lelijkste kathedraal van het westelijke halfrond, begint het zoeken naar overnachting. Ik wilde naar Thiviers of La Coquille maar bij het eerste het beste Logis de France wilde Mieke gaan kijken. We zijn daar dan maar gebleven in Hostellerie La Charmille in Antonne et Trigonant. Dat ligt op de hoofdweg tussen Périgueux en Limoges en die N21 is voor velen (ook voor mezelf) een goedkopere weg zuidwaarts dan de betalende snelweg over Cahors en Toulouse. Neem daarbij dat het 15 juli is en dat er dus een nieuwe lading vakantiegangers op pad gaat, en je kunt wel raden dat we daar ergens zaten waar je niet om de 10 seconden door voorbij razende auto’s gestoord werd. Dat gerij bleef trouwens heel de nacht doorgaan. Opvallend: er waren verdacht veel Belgen onderweg. Wij hadden in La Charmille zogezegd de laatste vrije kamer gekregen, wat ik meteen afdeed als een klassiek verkopertrucje, maar nog tot heel laat kwamen mensen toe die gereserveerd hadden.

Op het aardige tuinterras heb je van de autodrukte maar weinig last. Van de keuken wél. Je hebt een beperkte keuze en twee weinig tot de verbeelding sprekende suggesties van de dag: Escalope Cordon Bleu en/of Tournedos Rossini. Ik schrik wel van de prijzen: respectievelijk 18 en 28 euro. Hoe dan ook, Mieke gaat het voor laatste en ik bestel het kalfslapje. Zij krijgt een aardig stukje filet met daarop een lap verse foie gras, zo groot als haar stuk vlees en een vinger dik gesneden, daar twee eetlepels saus overheen, een dozijn prinsesboontjes en een hoopje gestampte aardappelen. En dan komt het: “Ik lust geen foie gras…” Tja, had je toch maar beter géén Rossini besteld, hé. En wel helemaal niet in de Périgord, waar foie gras aan de bomen groeit. Och ja, Huub is er wel bij gevaren. Zelf had ik een stuk van een minstens vier jaar overjarig kalf, kurkdroog gebakken en het was zoekend vissen naar de ham. Daarbij een kwak groene sla en murw gekookte pasta. De wijn en de koffie nadien vielen bijzonder goed mee.

Vandaag gereden: 330 km.

IMG_2444
Klein maar fijn: Labastide en Armagnac.

IMG_2445

IMG_2442
Labastide en Armagnac: op de achtergrond het terras van Sucre & Paille.
hostellerie-charmille-351753-6449159_w600
La Charmille, hostellerie in de Périgord.

 

Donderdag 14/07 Terugreis dag 1

 

Om 7 u eruit om dan nog maar gauw alles te doen wat de vorige dagen op de lange baan is geschoven. Ik laat Huub uit en breng in één moeite de auto mee van de parkingplek. Een in Helsinki wilt die hond niet meer uit de auto. Uiteraard heeft die al heel lang in de gaten dat er wat aan de hand is en blijft hij zitten met een air van “Als jullie eraan denken om hier te vertrekken zonder mij, zal dat deze keer niet lukken”. Het inladen begint, Lea komt ons nog uitwuiven en na een zo kort mogelijk gehouden afscheid rijden we iets na half negen de camping af. We zien wel waar we straks uitkomen.

Als het van mij afhangt, begint dat ‘zien’ en dat ‘uitkomen’ pas voorbij de Franse grens. Het is niet erg zonnig maar vandaag komt ons dat bijzonder goed uit. Wat mij ook bijzonder goed uitkomt is dat Mieke iets na Teruel voor anderhalf uurtje het stuur overneemt tot bijna eind voorbij Zaragosa. Het rijden verloopt allemaal nogal vlot en eens in Jaca is de Somport natuurlijk zeer nabij. In het naar beneden rijden, valt één ding op. Een of andere malcontente is over 20 km elk verkeersbord, elke blinde muur en het hele wegdek met een spuitbus te lijf gegaan met de slogan: Ours Non! Dat het een enkeling betreft die het niet zo op de uitzetting van beren voorzien heeft, kun je aan zijn handschrift wel zien. Trouwens, het lijkt heel sterk op dat van de vorige keren toen die gekant was tegen de aanleg van de E7.

Ik wil absoluut Oloron-Sainte-Marie halen (waarom is me ook niet duidelijk) en nog liever naar hetzelfde hotel in Navarrenx als op de heenreis, maar gezien mogelijke feestelijkheden vanwege 14 Juillet – mét gevreesd vuurwerk – wil ik toch liever buiten de steden blijven. Zodoende stoppen we in Gurmençon, een deelgemeente van Oloron en net iets te klein om er nachtelijke feestelijkheden te organiseren.

Het onthaal in Auberge Relais Aspois (17, route du Somport) is hartelijk en familiaal. Huub wordt meteen herkend en geadopteerd als “streekgenoot”, hij is hier zo’n beetje régional de l’étappe, om het met Tourtermen te zeggen. Op een vorige passage over de Somport heb ik ooit vijf minuten achter een kudde schapen aan moeten rijden, begeleid door drie Huubjes, 3 Pyrenese herders dus. Plus een herder, natuurlijk. Wat me weer doet aan denken aan de al jaren gekoesterde intentie om einde september eens af te zakken naar ‘La fête des chiens des Pyrénées’ in Argeles-Gazost. Het enige wat me ervan weerhouden heeft om daarheen te gaan, is het feit dat je dan eerst doorheen Lourdes moet rijden ik wil het risico niet lopen om daar ergens in de buurt een verschijning te krijgen…

Mieke wilt meteen aan het aperitief en ik ben de laatste om haar daarin tegen te spreken. Na de pastis even naar de kamer en op de tv zie ik nog net Thomas De Gendt als eerste op de Mont Ventoux toekomen en daarna wordt nog tientallen keren de marathonloop van Froome vertoond. Wat ooit moest gebeuren met al die waanzinnige gekken, zogenaamde koersfans die er alleen op uit zijn om ooit eens wereldwijd op de televisie te komen, is nu gebeurd. Dat ASO op het laatste nippertje beslist om – zogezegd uit veiligheidsredenen – de beklimming in te korten, zonder daarbij rekening te houden met de massa volk die van dat ingekorte stuk weer naar beneden komen, is toch schandalig en kompleet onbegrijpelijk. Dat een internationale jury dan nog eens drie kwartuur nodig heeft om tot een m.i. terechte beslissing te komen, is al evenmin te snappen. Het ergste vind ik het nog voor Thomas die zijn ‘moment de gloire suprême’ helemaal overschaduwd ziet door het ongeluk van Froome, Porte en Mollema.

Nog een voordeel van deze Relais Aspois is de veel belovende keuken die op het bord ook nog eens bewaarheid wordt. We laten ons door de maître verleiden tot een wijntje waar we nog nooit van gehoord (laat staan geproefd) hebben, namelijk een Irouléguy en dat blijkt één van de kleinste AOC gebieden van Frankrijk te zijn, slechts 220 ha. Opperbeste keuze, blijkt.

Al om 9 u lig ik in bed. Tien seconden later zit ik in dromenland.

Gereden: 670 km.

IMG_2437
Gespot tussen Teruel en Zaragosa. Nog een geluk dat er geen constructeurs bestaan met de naam LENBAK of BRACHT om hier achter te rijden…
hotel-au-relais-aspois-facade-gurmencon-180223
Auberge Relais Aspois in Gurmençon. Goede keuken, mooie wijnkaart.
IMG_2439
Room with a view…
IMG_2438
…en terras met passend aperitief.

 

 

Woensdag 13/07 Laatste dag

 

Is het omdat vandaag een 13de van de maand is? Is het omdat ik geen oog heb kunnen dicht doen? Hoe dan ook: de lucht betrekt en de wolken stapelen zich op boven de bergketens. Voor de eerste keer is Mieke eerder op dan ik zodat ik al om 9 u meteen aan de koffie kan. Kranten lezen en dan maar beslissen om naar Albir te rijden. Om te rijden heb ik een andere zonnebril nodig dan de huidige; in bepaalde omstandigheden is die echt wel té donker om nog het verkeer nog veilig in te schatten. Twee huizen verder dan de optiekwinkel ligt één van Mieke’s favoriete boetieks en laat het nu dat je daar bij elke aankoop een tweede stuk gratis krijgt. Dus steek ik maar de straat over want daar is het terras van café Malibu en ik zeul nu al bijna twee jaar in mijn bagage rond met een hemd van Stella Artois, bestemd voor Alonso, de baas van die zaak. Bij wijze van spreken zeven kopjes koffie, vier Stella’s, een half pakje tabak en 3 cm extra baardlengte later duikt Mieke weer op. Al die tijd zat ik te denken dat ze me ongezien voorbij was gelopen en alle andere boetieks die Albir rijk is met een bezoek had vereerd. Niet zo. Ze was alleen in Zebra Fashion gebleven en met de typisch vrouwelijke variante van logica probeert ze me uit te leggen dat ze nu 8 stuks heeft voor de prijs van 4. Wat er in feite op neerkomt dat ze voor dat goede geld eigenlijk 48 stuks had moeten krijgen en om de winkel nog niet in de verliescijfers te dringen. Och ja, je mag niet tegen de lokale commercie zijn, denk ik dan maar.

Vraag me niet wat ons bezielt, maar geen een van ons beiden is blijkbaar gehaast om te pakken. Ik doe de lege blikjes naar de container buiten, ga de elektriciteit betalen en afscheid van Eva nemen. Dan komt Jacqueline, samen met kleindochter Gilbe nog eens groeten. Marijke is dringend naar België moeten vertrekken omdat er wat loos was met haar zoon die ijlings naar een ziekenhuis moest.

Ik kan het niet laten om tòch naar de koers te kijken, en wel zeker omdat de Tour in Pézenas voorbij komt, een stadje waar ik best in wil wonen omdat het in een straal van zo’n 20 km middenin verdomd prachtige wijngaarden ligt. Al dan ook nog groen én geel samen de benen nemen in de finale, kan ik alleen blij zijn dat ik gekeken heb. Eindelijk hebben we met Sagan een renner die zijn trui van wereldkampioen voor elk regenboogstreepje dubbel en dik zijn geld waard is en ik moet mijn mening over Froome dringend bijstellen.

Op voorstel van F&L gaan we deze laatste avond in het campingrestaurant eten; kunnen we tijdig naar bed. Ondanks alle goed voornemens loopt dat toch een beetje uit. Huub was er eerst bij maar in het zwembad waren nog kinderen aan het spelen en dan gaat mijn hond zo’n beetje uit zijn dak; van pure ellende heb ik maar weer naar de caravan gebracht.

 

Dinsdag 12/07 Twijfel

 

De meeste Belgen en Nederlanders gaan al in maart/april naar huis omdat ze “dringend-hun-tuin-een-goede-beurt-moeten-geven”. Op deze voorlaatste afteldag was dat mijn taak. Nu ja, als mijn 2 vierkante meters hier ‘tuin’ kunt en mag noemen. Het is vooral een kwestie van de overal spontaan opschietende Spaanse margrieten in toom te houden. Van zodra zo’n takje de bodem raakt, schiet het wortel. Als ik dan in september/oktober weer naar hier kom, vind ik alle andere planten overwoekerd en verstikt. Bovendien: snoeien doet bloeien. Hoop ik toch.

De verzengende hitte blijft aanhouden; elke vinger die je uitsteekt is goed voor een emmer zweetdruppels. De airco en de ventilator moeten nu wel de hele dag full speed blijven draaien zodat je toch ergens een oord van verkoeling kunt vinden of een zuchtje wind rond de oren krijgt. We laten het eigenlijk een beetje over ons heen komen, deze voorlaatste dag. Geen zweem van agitatie, niet de minste drukte over ‘oei-dat-en-dat-moet-nog-gedaan-worden-voor-het-vertrek’. We gedragen ons alsof we nog maar zijn aangekomen en nog enkele weken te goed hebben.

De enige opwinding komt uit de koers. Man van de dag is (alweer) Sagan. Neem hem uit de Tour weg en ik hoef niet meer te kijken. Zo gauw die nog maar eens in het groen is gestoken, komen Rabisto en Lapin op bezoek, of eerder gezegd afscheid nemen. Dat ontroert me zelfs maar dan wel enkele uren nadat ze alweer vertrokken zijn. Die avond – na de zoveelste aflevering van ons onderling kampioenschap Rummikub, vandaag glansrijk door Mieke gewonnen – blijf ik in het donker nog wat mijmeren. De voorbije twee weken keek ik er min of meer naar uit om weer noordwaarts te trekken. Ik heb hier toch bijna tien maanden gezeten en als het op is, is het op. Deze avond ben ik daar sterk beginnen aan twijfelen en eigenlijk heb ik niet zo erg veel zin hier weg te gaan. Vandaar misschien ook dat hardnekkige uitstelgedrag.

Hoe dan ook: ik ga de slechtste nacht van de voorbije tien maanden tegemoet. Pas ruim na vijf uur wilt het enigszins lukken om in slaap te soezen.

IMG_2435
Rabisto en Lapin: tot binnen enkele maanden dan maar weer. Het ga jullie intussen goed.

 

Maandag 11/07 Hollanders als voorbeeld. Hallo?

Om de verplichte krop in de keel, waarmee ik als Nederlandstalige Belg vandaag verondersteld wordt op te staan, zo lang mogelijk uit te stellen, blijf ik koppig tot 10 u in bed liggen. Ook al omdat er onrustige nacht aan vooraf ging. Dan sla je de krant open en word je rond de oren geklopt met een stoute uitspraak van de minister-president van het nieuwe Vlaanderen. In een ijdele poging om zijn imago van grijze muis af te leggen heeft de Izegrim uit Izegem (vergeef me deze goedkope woordspeling) de Walen nog maar eens proberen te schofferen. En ze krijgen er nog een stevige uitgespuwde fluim bovenop met de intentie zijn stilaan terug naar het Vlaams Belang overlopende achterban te paaien. Daarna komt Peumans ons nog op de mouw spelden dat we vandaag – en wat met gisteren en morgen? – trots en zelfbewust moeten zijn en vooral over de noordergrens heen moeten kijken. Een voorbeeld nemen aan de Hollanders? Hallo? Kreunt België onder een hittegolf? Hebben die kerels te lang en onbeschermd in de zon gelopen?

In een toevallige vlaag van inspiratie schreef de overigens onuitstaanbare speknek Verminnen een nummertje met de tekst:

Ieder met zijn hymne
ieder met zijn vlag
ieder in dit landje
heeft zijn eigen feestjesdag.

Waarom zou ik het Vlaams nationalisten niet gunnen dat zij een feestdag van een hele gemeenschap helemaal voor hun eigen clubje inpikken. Wat ik hen wél kwalijk neem is dat ze met hun romantisch gebeuzel mijn wereld proberen in te krimpen tot café Onder de Toren en het aangrenzende marktplein. Wat ik hen ook verwijt is dat ze dat nationalisme baseren op en zichzelf optrekken aan uit hun historische kader gerukte feiten en figuren uit een roman van de man die zijn volk zogezegd leerde lezen. Alsof Frodo, Gandalf, Aragorn en Boromir hier straks levend zouden opduiken omdat Tolkien er ooit een boek over schreef. Alsof Darth Vader, Han Solo, Luke Skywalker en Yoda binnen 600 jaar in de USA voor echte vaderlandse helden worden versleten omdat George Lucas er ooit een film over maakte. Nu ja, dat men in Brugge, Gent, Ieper en Kortrijk een feestje bouwt rond Jan Breydel en Pieter de Coninck, laat ze zich vooral door mij niet tegenhouden. Dat we dat in Leuven – de aloude hoofdstad van Brabant – ook doen, is al bedenkelijker. Vlaanderen was een leengebied van Frankrijk, Brabant van het Duitse Rijk met de Schelde als grens (en voor mij nog altijd). Ook onze belangen lagen bij Engeland vanwege de wol en hertog Jan II (de Vredelievende) schipperde daar tussenin. Helaas had hij ook een oom Godfried die op de troon van Brabant aasde en daarbij vond dat de hulp van de Franse koning best een duwtje in de rug zou geven. Die trok in 1302 met enkele edelen en patriciërs op naar Kortrijk, maar dan wel aan de andere kant van de Groeningebeek; aan de Franse kant. Waar hij samen met zijn zoon Jan en de heren van o.m. Wezemaal, Boutersem en Walem sneuvelde. Jan II was daarmee nog niet uit de zorgen want ongeregeldheden, sociale onlusten en rampzalige financiën dwongen hem in 1312 tot de ondertekening van het Charter van Kortenberg. En dàt, waarde vrienden, is wellicht het meest belangrijke gevolg van de Guldensporenslag want een tot dan in heel Europa onbestaande stap in de richting van een rechtstaat waarin alle burgers, en niet alleen edelen, rechten hadden (onsen lieden, riken en armen, wet en vonnesse doen). Een sprong naar een beginnende democratie, voorwaar. Alleen daarom al zou het noordelijke deel van België niet 11 juli 1302 maar 27 september 1312 als nationale feestdag moeten vieren.

En daarom heren Vlaams nationalisten, in afwachting dat jullie natte droom ‘een onafhankelijk Vlaanderen’ werkelijkheid zou worden, begin ik alvast met een nieuwe afscheidingsbeweging: de Verenigde Staten van Brabant. Hiermee doe ik dringende oproep tot het samenvoegen van de provincies Waals- en Vlaams-Brabant, Antwerpen en Noord-Brabant tot één onafhankelijke staat, met – nogal vanzelfsprekend – Leuven als hoofdstad. Op termijn pikken we daar wel het Brusselse Gewest bij aan. De beide Limburgen mogen zich daar op vrijwillige basis bij aansluiten. Laat men in Gent en Brugge dan maar ruziën over wie het aan de andere kant van de Schelde voor het zeggen krijgt.

Als ik vandaag dan toch trots moet zijn… Vandaag op Radio Classico, de Spaanse tegenhanger van Klara, een volledig namiddagprogramma mogen beluisteren met muziek van Cypriano de Rore, geboren in het Vlaamse Ronse in 1515, en gebracht door het Huelgas Ensemble van Paul Van Nevel, een Limburger uit 1946 en persoonlijke vriend.

En omdat we dan toch in het absurdistische hoekje zitten, lees er dit nog eens bij na: http://www.demorgen.be/binnenland/5-vlaamse-mythen-in-hun-blootje-b8f8f83e/

IMG_2432
Zo vier ik hier 11 juli of moet dat 27 september zijn?

 

Zondag 10/07 EK voor coiffeuses

Als het gisteren heet was, is het vandaag nog iets heter. Zelfs te heet voor dolle honden; voor Engelsen nog altijd niet. Die blijven maar af en aan lopen onder de brandende zon, liefst met zo weinig mogelijk kleren aan. Wat voor hun bleke huid erg bevorderlijk is om er meteen een parade van ‘Homard en Bellevue’ van te maken. Mét bijbehorend garnituur. Zonder cocktailsaus. Het soort volk dat hier gedurende drie weken vakantie hun werkloosheiduitkering of ziektebijstand komt spenderen en met verheven stem verkondigt dat iedereen die beneden de grenslijn Loire – Alpen – Povallei woont één grote bende klaplopers, nietsnutten en uitzuigers is omdat men daar over voldoende verstandelijke vermogens beschikt om in deze hitte zo weinig mogelijk te bewegen en het heetste van de dag te besteden aan een siësta. De klasse van vetgemeste noorderlingen die absoluut met een toeristenkleurtje moeten thuiskomen en zich – op het gevaar van huidkanker af – beurtelings een half uurtje op de buik en de rug in de zon laten kissen tot een stuk uitgekaand varkensvlees.

Mij niet gelaten. Zelf kruip ik wel in een voorgekoelde caravan om vol verwachting naar de koninginnenrit in de Pyreneeën te kijken. Oei, oei, toch. Deze rit werd alweer één groot pleidooi voor het afschaffen van de ‘oortjes’ en als men daar toch mee bezig is, schaf dan ineens ook maar die volgauto’s af of haal er minstens de laffe angsthazen uit die zichzelf sportbestuurder noemen. Die kerels zijn meer met wiskunde bezig dan met koers en dirigeren met hun voorzichtigheid een prachtige rit helemaal naar de kloten. Gelukkig bestaan er nog wat dwarsliggers als een Thomas De Gendt of een Sagan die vinden dat je moet krabben als het jeukt. Zelfs als je jezelf daarmee in de vernieling rijdt. Of een Tom Dumoulin, die zijn moment weet af te wachten en nog wint ook. En die Quintana is misschien wel een ultiem begaafde klimmer maar je kunt die Columbiaan toch geen “coureur” heten. Gisteren laat hij Froome vertrekken, omkijkend naar Valverde die het van hem moet overnemen en vandaag als een bangscheet aan de broek van Froome blijft hangen.

Dan zit je weer buiten nog wat na te grommen over deze flauwe Tour vertoning (of het gebrek daaraan) en net als je tot de conclusie komt dat er meer spanning zat in de grootte van de neer donderende hagelkogels dan in het geleverde spektakel, komen Alex en Francine het hoekje om. Die zijn in drie dagen met de auto naar hier gereden (Alex moet wat klusjes opknappen in een appartement in Calpe) en onderweg hebben ze de rit over de Aspin meegepikt, waardoor ze voor en na de rit uren lang in de file moesten staan om over die Pyreneeën heen te komen. Het leven van een fervente wielerliefhebber kan hard zijn en er is veel geduld bij nodig…

Mijn Nederlands/Australische overbuur Edward herinnert er ons aan dat er vandaag in Parijs nog wat te gebeuren staat maar eindelijk is het buiten zodanig lekker dat we daar nog wel geruime tijd van willen genieten. Als we nadien toch nog vijf minuten van de reguliere speeltijd + verlengingen meepikken, hebben we zelfs minder te zien gekregen dan in de Tour. Tweeëntwintig miljonairs die meer oog hebben voor elkaars enkels dan voor de bal, die bij de minste aanraking kronkelend van de pijn ten gronde storten, die krokodillentranen met tuiten zitten te huilen en zichzelf belangrijker vinden dan, zeg maar, een Nobelprijswinnaar Geneeskunde. Als er tijdens dit EK iets duidelijk is geworden, is het wel dat voetbal méér met geld, coiffeuses en kapsalons van doen heeft dan met sport.