Omilh me ya

petit-renard
Mag ik hopen dat we de volgende vier jaar verlost blijven van het pompeuze gedoe rond Wereldoorlog I met al dat militaire tromgeroffel en trompetgeschal? Laat de Westhoek maar verder van gesneuvelden een toeristische troef maken, laat Studio 100 er zelfs een spektakelmusical omheen bouwen. Er zal wel altijd iemand in slagen om geld te kloppen uit menselijke misère, zoals dat in elke oorlog het geval is. En als we in 2018 het einde van WO I herdenken, mag dat dan opnieuw met ‘The Sack of Louvain’ van Piet Swerts? Waarvoor nu reeds mijn dank.
Later dit jaar volgt nog een herdenking waar ik wél met veel ongeduld en een vrolijker gevoel naar uitkijk. De onvolprezen Fundaciòn Patagonista bestaat dit jaar namelijk 25 jaar en dat zullen we geweten hebben. Even terug in de tijd. Een kwart eeuw geleden besloten radiomaker Dree Peremans en de diep betreurde muzikant Dirk Van Esbroeck (1946-2007) zich niet langer op te sluiten in hun eigen fantasiewereld en ze deden anderen daarvan kond in het toenmalige Radio 1-programma ‘Het einde van de wereld’. Beide heerschappen waren zwaar onder de indruk van het leerzame werk van William Henry Hudson (1841-1922) die ettelijke lezenswaardige pagina’s over Patagonië had geschreven. Zonder er zelf ooit een poot te hebben gezet, betekende die eindeloos kale vlakte voor Dree en Dirk hét sprekende symbool van vrijheid in denken en doen. Al gauw vonden ze een schare lichtjes anarchistisch ingestelde volgelingen die de wereld wilden bewijzen dat je niet absoluut zwaar gestoord hoeft te zijn om dit ondermaanse tranendal met een glimlach te overleven; dat je niet hoogbegaafd hoeft te zijn om intelligent en fijnzinnig met humor om te springen; dat je de saaiheid van dit bestaan aangenaam kunt verdrijven met spitante woorden, leuke beelden en dromerige muziek. Immers, de ernst van dit leven is de beste grap op deze planeet, aldus Dree Peremans.
In die dagen betekende Ushuaia – hét meest spreekwoordelijke hol van Pluto – voor mij niets meer dan een boeiend reisprogramma op de Franse televisie en de eindbestemming van Paul Theroux in diens boek ‘The Old Patagonian Express’. Zelf was ik destijds ook op zoek naar mijn eigen mentale Ushuaia in de oerwouden van Indonesië maar tijdens nachtelijke gesprekken met Dree en Dirk kon je dat ook op een minder inspannende manier vinden. Minder reiskilometers, minder zweterig, en vooral zonder muskieten, zonder modder. De orang-oetan, Sumatraanse tijger en Mentawai makaak ruimden in de geest plaats voor de pampahaas, pinguin en spuitende potvis; de gamelan voor de ukelele.
Wat me in de Fundaciòn helemaal heeft omver geblazen, is de wapenspreuk ‘Omilh me ya’, bij de Yahgan-indianen uit Patagonië een vaste uitdrukking die letterlijk vertaald zoveel wilt zeggen als ‘voldaan ben ik’. Als je erfgenamen dàt boven je overlijdensbericht kunnen plaatsen en/of in je grafsteen laten beitelen, heb je ondanks alles de juiste keuzes in het leven gemaakt. En zo rolt een mens binnen bij een club die geen vereniging is en waarvan je geen lid kunt worden. Een club zonder bestuur, zonder reglementen noch hiërarchische structuren maar wel met een eigen vlag, een eigen hymne, een eigen kunstcollectie, een eigen liedboek en zelfs eigen postzegels. Kwestie van zichzelf niet helemaal au sérieux te nemen, nietwaar.
Om dit zilveren jubileum dik in de verf te zetten, trommelde medestichter en voorzitter-voor-het-leven Dree Peremans beeldende kunstenaars, toneelmakers, muzikanten en tekstschrijvers uit zijn achterhoede op, en voilà daar is het eindproduct: Patagonië, die Opera… “Voor minder doen we het niet,” knort Dree Peremans. En gelijk heeft hij natuurlijk want in zijn zog vertoeft een zwerm rasmuzikanten die de Patagonische principes erg genegen zijn: Guido Vanhellemont, Frans Ieven, Hans Mortelmans, Jan De Smet, Christel Borghlevens, Bert Van Laethem, Marc Hauman, Hilde Frateur, Wannes en Dree jr. Peremans… om Luc Tegenbos en Peter Van Eyck (Ukulogisch Museum) niet te vergeten.
Al dit moois krijgen u en ik op 20 december te aanschouwen in de stadsschouwburg van Leuven. Bestel tijdig uw kaarten zodat u en ik op het einde van die avond een welgemeend ‘Omilh me ya!’ kunnen uitstoten.

IMG_1891

De naakte aap in zijn blootje

vos-04
Onze burgemeester is iemand van honderdduizend rake oneliners en gevleugelde uitspraken. Eéntje daarvan zal ik blijven onthouden, namelijk: “Je kunt de mensen niet gelukkig maken tegen hun goesting.” Daar staat dan weer tegenover dat je de mensen – en met veel minder moeite – wél heel ongelukkig kunt maken tegen hun goesting. Dat was de laatste zondag van augustus ook weer het geval met die autoloze stad. Heel wat mensen die met de wagen de stad in of uit wilden, botsten tegen een muur van nadarafsluitingen en een onverbiddelijk ‘halt’ en ‘demi-tour’. Aan de andere kant van de barrière mocht wel de ene auto na de andere over de ringweg knallen. Dan zou je toch wel de vraag kunnen stellen of dit initiatief ook nog zinvol bleek, of het veel heeft bijgedragen tot minder luchtvervuiling en een blijvende invloed kon hebben op de klimaatneutraliteit. Reeds overtuigden zullen uiteraard volenthousiast ja knikken maar bij veel meer anderen heerste alleen een gevoel van wrevel. Op sociale media werd het woord ‘eco-fascisme’ zelfs niet geschuwd, wat ook alweer een heel eind over de rand getild is.
Voor mij mag het allemaal wel want verdorie ook ik leef graag in een gezonde omgeving. Meer zelfs, op onbewaakte ogenblikken durf ik me al eens als ecologist op te smijten. Helaas valt te vrezen dat al deze mooie intenties geen week later alweer in oeverloze blabla en een uitzichtloze droomfase zullen verzanden. Dromen mag en moet, en uiteraard moet je er ergens aan beginnen. Immers, woorden wekken, voorbeelden strekken. Misschien moet het discussieforum van Camping Zero Emissie op de Vismarkt – trouwens, waarom maken we daar geen permanente camping van? – zich bij een volgende gelegenheid toch ook even moeten bevragen over de aard van het beestje en hoe mensen in elkaar zitten. Deze stad levert al meer dan twintig jaar zware inspanningen als het op sorteren aankomt. Leuven zit op dat vlak bij de besten van de klas. En toch… ga maar eens kijken bij de glascontainers of aan de afvalbakjes in de straten. Je struikelt er over plompweg achtergelaten vuilzakken en kartonnen dozen. Om over het sluikstorten in onze groene zones maar niet te spreken. Elk jaar ettelijke vrachtschepen vol. Ofwel schort er wat aan het principe ‘de-vervuiler-betaalt’ of –en dat is zowel oorzaak als gevolg daarvan – aan onze algemene opvatting van je-m’en-foutisme. Desmond Morris schreef in zijn boek ‘De Naakte Aap’ dat de mens het enige zoogdier is dat zijn eigen nest bevuilt. Ik zal hem daarin niet tegenspreken. Helaas, als dat zoogdier, genaamd mens, niet eens in staat blijkt om het eigen nest propertjes te houden, moet je dat beestje zeker en vast nog meer ingewikkelde materie als klimaatneutraliteit in de strot te rammen. Je kunt een mens immers niet gelukkig maken tegen zijn goesting, weet je nog. En wel helemaal niet slimmer.
Wat me de voorbije weken vooral geërgerd heeft is de onverklaarbare kuddegeest van de menselijke soort, tot tegen het gênante af. De hype rond de Ice Bucket Challenge, ooit begonnen om de verschrikkelijke spierziekte ALS onder de algemene aandacht te brengen, mondde al snel uit in collectieve ijdelheid. Je kon op de sociale media nog nauwelijks terecht of er stond wel een of andere pipo een emmertje water over zich heen te kieperen. Dat moest dan ook nog eens in beeld en klank vereeuwigd en aan de wereld verkondigd worden. Wie dat niet leuk vond, daar niet zat op te wachten of het voorbeeld niet spontaan opvolgde, gaf in feite openlijk toe niet minder dan een asociale zak te zijn. Helaas lieten die mensen allemaal na om er ook nog een kopietje bij te plaatsen van het overschrijvingsformulier waarmee ze de ALS Liga royaal doneerden. Een beetje met water morsen ligt ons Belgen wel, maar geld storten… ho maar. Resultaat voor heel het land: een schamele 123.000 euro, terwijl men in Nederland vlotjes over het miljoen ging.
Ondergetekende aso laat zich door niemand uitdagen om tegen zijn eigen goesting een onverwarmde douche te nemen, en al zeker niet in aanwezigheid van een camera of smartphone. En om humanitaire doelstellingen te ondersteunen, heb je geen Facebook of Twitter nodig.
Met de dalende temperaturen van de nakende herfst zal het fenomeen wel uit zichzelf doven, denk ik dan maar. Helaas zal dat niet het geval zijn met de menselijke domheid.