Zondag 30 december

Mijn verslag van gisteren was nog maar net gepost of ik kreeg al commentaar van kameraad Eddy. Het betrof camping  Volta in Penniscola. Ik had geschreven dat het daar maar 6 euro per dag kostte, wat na controle van mijn eigen verslag, niet helemaal correct is. Met stroom is het acht euro en dat zou sinds de laatste passage van Eddy aldaar (eind oktober) opgeslagen zijn naar 6 + 3 euro. Waarmee de puntjes weer eventjes op de i staan. Hoop ik toch.

Het heeft deze nacht nogal wat gewaaid. De kar schudde ervan. Volgens de ouwe rotten hier, was dat alleen maar een bries. Zo van: in november, toen hebben we hier pas wind gehad. Hoe dan ook, heb ik deze nacht heel wat mensen weten opstaan om hun schotelantenne dicht te klappen.

Lucas was er vandaag tamelijk vroeg bij; iets na de middag al. We hadden gisteren afgesproken om samen wat te eten maar hij moet mee naar Denia. De man wikt, de vrouw beschikt. Zijn snorfiets is intussen gerepareerd en er waren meer kosten aan omdat hij zelf geprobeerd had eraan te sleutelen. We kwamen samen tot het besluit dat je van bepaalde dingen maar beter je vingers vandaan kunt houden.

Het is weer zo’n dag uit de duizend vandaag. Volop zon en de wind is (tijdelijk althans) gaan liggen. Ik maak met mezelf de afspraak dat ik hier volgend jaar 30 december weer zit. Vooral omdat ik van de Nederlanders moet horen dat het ginder maar 6° graden is. Hier 23°. Helaas gaat het nu tegen 16 u aan en dan zie je de shorts toch plaats ruimen voor iets langere broeken; over de marcellekes wordt een pull aangetrokken. Eens de zon in een hoek van 30° staat, begint het snel af te koelen. Hoor mij klagen bij 17°.

Intussen ben ik het al aardig gewoon om van een blikje te drinken. In deze buurtschap is het met flesjes echt niet bij te houden vanwege te volumineus. Een leeg bierblikje geef je een goede trap en dan krijg je er zo’n 15 in een plastic zakje. Probeer dat maar een met flesjes, zonder scherven. We zitten nu al een paar dagen achter elkaar met dezelfde ‘stamgasten’ bij elkaar: Martin, Omer en ikzelf. Als zelfbewust sorteerder houd ik die lege blikjes dan apart, om ze daarna toch in één en dezelfde container te moeten gooien waarvan de inhoud hoogst waarschijnlijk toch ergens in open lucht wordt verbrand. Ook qua milieukwesties is er in dit nog veel werk, of moet ik zeggen dat er hier minder hypocrisie rond hangt dan bij ons. Wij sorteren ons een ongeluk zonder te weten waar het uiteindelijk allemaal terecht komt. Hier gaat het allemaal naar een belt en dan de fik erin.

Er heerst een zekere nervositeit op de camperplek. Morgen gaat het zeker met 50 man richting Japans restaurant uit. Links en rechts vragen mensen zich af hoe het daar moet omdat ze nog nooit Japans gegeten hebben. Hoe houden wij dat hier toch vol met al die problemen en een hele dag zonneschijn?

 

Zaterdag 29 december

Vandaag wordt mijn vriend Jean-Lou Vounckx begraven, drie jaar ouder dan ik. Heel de nacht heb ik liggen nadenken wanneer ik hem voor het laatst gezien heb. Het moet 1979 geweest zijn, op een late namiddag in ’t Moorinneken. Van de uitbundige, spitse, niet op zijn tong gevallen Jean-Lou was toen al geen sprake meer. Hij leefde toen al in zichzelf, een indigestie overgehouden aan de wereld om zich heen. Dat was de laatste keer dat hij me aansprak met ‘pitteke’. Daarna sloot hij zich volledig op in de ruimte tussen zijn oren en in zijn huis. Hij wilde niemand meer zien. In de jaren 60 een gedreven promotor van kunst en cultuur, zelf een dichter met potentie, een denker die je in enkele woorden kon uitleggen wat je moest verstaan onder de dialectiek van Marx. En vooral wat niet. Dat hij de 70 gehaald heeft, verbaast me. Net zoals zijn keuze om met een zuchtje als een theelichtje uit te doven. Alleen. Eenzaam. Zonder vrienden. Hij was en blijft een mysterie. Ik rouw.

Hoe erg kan het leven zijn als je bij het eerste contact met je buurman moet vragen: ‘Hoe houden wij vandaag weer zo’n zwaar leven vol?’ en het dan moeten we het beiden uitproesten. De zon schijnt maar er staat een stijve bries en uitgezonderd de klassieke ijsberen, loopt iedereen met een fleece aan.

Ronny is terug uit kerstvakantie die hij bij zijn kinderen en kleinkinderen heeft doorgebracht. Echt rouwig dat hij hen weer heeft moeten achterlaten is hij toonbaar niet. Hier een bonjourke doen, daar wat kletsen met intussen gearriveerde oude bekenden, en dan meteen de scooter op en weg is hij alweer. Waarschijnlijk wat boodschappen doen. Hij woont hier op zijn eentje omzeggens 7 maanden per jaar in zijn camper, zeg maar van half oktober tot einde april. Dan voor enkele zomermaanden terug naar de Kempen om daar met zijn fietsvrienden een paar duizend kilometers rond te rijden, en dan weer klaar maken om terug naar hier af te zakken. Er zijn ergere manieren om je leven in te delen.

Deze ochtend hebben hier drie Belgische campers op de straat gestaan, eventjes komen kijken of er toch geen plekje meer vrij was (ondanks het bord complet, full, voll aan de poort). Een voor een zijn ze daarna iets hogerop gereden, naar de Orange Grove, een andere camperplek, maar ik zag ze nadien stuk voor stuk weer naar beneden rijden. Elders een staplaats zoeken. Tussen Camperpark Costa Blanca (hier dus) en die Orange Grove komt het nooit meer goed. Het is ginds wel wat luidruchtiger en veel minder familiair dan hier. Zelfs al is het daar iets goedkoper dan hier, geen Belg wil er gaan staan. ’t Is dan ook al GB en D dat je er ziet staan. Er zijn het afgelopen jaar in de onmiddellijke omgeving maar liefst drie camperparken bijgekomen, en de camping in Albir heeft zijn parking ook al omgevormd tot een camperplek, en toch blijft het zoeken naar een plaats. Maar er wordt ook steeds meer gemord onder de camperaars. Iedereen wil van zijn plek een 5 sterren gelegenheid maken. In Altea vraagt men nu al 15 euro per dag + stroom per kW + toeslag voor wifi. Dan zit je al gauw aan 20 euro/dag maar voor 500 euro kun je hier al een appartementje huren in dit seizoen. Dat alternatief wordt dan ook hardop geopperd, of het tweede alternatief: iets verder weg van hier trekken. Vorige keer stond ik op camping Volta in Penniscola en dat was maar 6 euro, alles inbegrepen. Tja, er wordt gerekend want op drie maanden scheelt hem dat toch een aardige duit.

Luc komt er net op tijd aan om aan het aperitief te beginnen maar als het iets te koud wordt, kruipen we in de kar om er nog een pastis overheen te gieten. Mieke belt en ik wordt geïnterpelleerd over de manier waarop ik gisteren de ‘wortelstoemp’ van Luc bewierookte. En of die van haar dan minder goed was en zo voort en zo verder. Gelukkig brak ze die gebundelde klachten en verwijten abrupt af omdat Wivine binnen kwam om te aperitieven. Wij hebben er hier smakelijk moeten om lachen maar ik moet wel iets beter opletten als ik nog eens wat schrijf over stoemp.

 

Vrijdag 28 december

Vandaag Onnozele Kinderendag of zoiets… Walter Pauli verjaart vandaag. Gisteren was het de beurt aan mijn hartsvriendin van 45 jaar geleden. Een van de mooiste vriendschappen uit mijn leven waar dan abrupt een einde aan moest komen omdat ze naar Amerika uitweek, ik haar levensstijl niet meer kon volgen of gewoonweg omdat ik niet meer in het plaatje paste. Hoe dan ook: het was zeer intensief, in die mate dat mijn (intussen al weer heel lang ex-) vrouw dacht ik er een relatie mee had en het achteraf zelfs spijtig vond dat dàt niet het geval was. Gelukkige verjaardag Bieke.

’t Is nu 10 u en de dames aan de overkant smeren elkaar in met zonnecrème. Niet belangrijk, misschien, maar daarmee weten jullie welk weertje we hier weer hebben.

De buren links van mij (als je in het midden staat, heb je natuurlijk veel buren en langs alle kanten) vertrekt vandaag weer naar elders. Hun kinderen hebben samen met vrienden ergens een huis gehuurd en daar gaat het nu heen om samen eindejaar te vieren.

Zelf begint mijn reputatie sterk uit te breiden. Men bekijkt me raar omdat ik wellicht de enige ben die de camperplek nooit verlaat, behalve voor een wandelingetje met de hond. Mensen beginnen medelijden te krijgen, terwijl ik helemaal niet begrijp waarom je per se naar de markt zou moeten, of naar Benidorm fietsen om daar op een terrasje gaan zitten en je te ergeren aan de zatte Britten. Ik doe mijn praatje, zit wat op fb, lees wat, altijd wel te weinig, zit wat in de zon, en voor je het beseft is het alweer aperitieftijd. Dan is het uitkijken naar het bezoek van Luc ‘Rabisto’ De Roover, altijd een welkome gast. Gisteren, toen we terugkwamen van boodschappen doen en door het landschap reden, zei ik nog maar al te best begrijpen waarom hij hier blijft hangen. Luc stopte en wees naar de zee in de verte. “Soms dank ik ook wel eens ‘wat doe ik hier eigenlijk’ en dan kijk ik eens om me heen en dan zie je al die kleuren en de zon, en dan weet ik weer waarom,” was zijn antwoord. Mooi!

Kameraad Omer is weer eens naar Benidorm gefietst op zoek naar het graf van zijn oom, nu met een door Eddy vertaald briefje met uitleg bij de hand. Na de zoveelste verwijzing kwam hij dan toch bij de juiste dienst terecht maar hij vanwege ‘zware opzoekingwerkzaamheden’ moet hij wel wachten tot 3 januari vooral een antwoord te krijgen. Laat dat nu net de dag zijn dat hij hier weer moet vertrekken om op 7 januari tijdig weer op zijn werk te zijn.

Eddy komt toe met een gezicht alsof de wereld toch op 21 december vergaan is. “Dat zou ik niet zo erg gevonden hebben als wat er nu staat te gebeuren,” vertelt hij. Que? Het restaurant Sabor zal vanaf 7 januari 2 weken gesloten zijn, en wie Eddy kent, én dat restaurant, weet dat dit nieuws inderdaad erger is dan welke Maya-voorspelling dan ook. Er zit maar een ding op: van zodra ik meer naar de kust verhuisd ben, vriend Eddy mee sleuren naar El Sacristan. OK, niet van dezelfde orde en minder van kwaliteit maar ik moet toch ook een beetje uitkijken dat ik hem tijdens die veertiendaagse dat hij Sabor moet missen een beetje in evenwicht zie te houden. Zoveel ben ik hem wel verschuldigd.

Luc De R. is nog eens langs gekomen maar wel met tijdgebrek. Vanwege het goede weer heeft hij heel wat te doen gehad vandaag. Een nieuwe collectie Denen is neergestreken in zijn omgeving en die mannen kunnen zich hier eens deftig uitleven, toch wat drank betreft. Gisteren had hij me een portie ‘worteltjesstoemp’ beloofd, en die is hij toch nog snel komen afleveren. Wat een kerel! Eerlijk toegegeven: zijn stoemp mag gerust naast die van Mieke staan. Een perfecte verhouding tussen wortels en uien, net smeuïg genoeg, niet te plat niet te hard. Perfect, qua. Doe daar een hamburger bij en je hebt een koningsmaal. Maar dan wel eentje zonder kerstmistoespraak.

 

Donderdag 27 december

Weer slecht geslapen vanwege aanslaande honden. Huub is er hoe dan ook vrij rustig bij gebleven. ’t Was ook erg koud vannacht maar kijk, om 8 u al een azuren hemel en een stralende zon.

Eddy is deze nacht in zijn camper over iets gestruikeld en heeft zich bezeerd. In die mate zelfs dat hij niet gaat fietsen vandaag. Van fietsen gesproken, mijn vouwfiets van De Morgen zit nog altijd in de garage en ik vrees dat het ding er ook deze week niet uit zal komen. Aan de andere kant heb ik hier overburen met een Qvik-vouwfiets met elektrische ondersteuning, een ding waar ik stiekem informatie over opgezocht had en die je op Kapucijnenvoer kunt kopen. Helaas kosten die dingen daar nog altijd meer dan 1.500 euro, terwijl Nederlanders er toch wel altijd in slagen om hetzelfde te vinden voor goed 350 euro minder. Al met al heb ik toch wat spijt dat ik de investering niet heb gedaan want als ik die ‘ouderen van dagen’ hier de camperplek zie af- en opstormen, ben ik toch wel wat jaloers op hun mogelijke actieradius en hun onafhankelijkheid van derden. Uiteraard kan ik dat ook maar dan wel met onmiddellijk verzuurde benen, pijnlijke rug en kapotte knieën + sterretjes voor de ogen vanwege ademnood. Omdat je toch niet alles kunt hebben in het leven, kies ik er dan maar voor om nog gauw een Gauloises te rollen.

Roovertje is weer eens langs gekomen om me mee te nemen naar de supermarkt. Onderweg pas gemerkt dat ik m’n boodschappenlijstje vergeten was. Luc vond dat niet erg. “Het is toch alleen maar bier en wijn dat je moet hebben,” troostte hij me. In feite is het een beetje dank zij hem dat ik hier overleef; en mijn buurmensen ook. Zonder hem geen bevoorrading van Mahou of Estrella; zonder die bevoorrading geen sociaal contact. Geef toe, ’t zou dan maar een trieste bedoening worden. Nu hou ik het weer vol tot na nieuwjaar en dan zien we weer verder.

Omer, de man uit Sint-Truiden, is in Benidorm op zoek naar het graf van een oom van hem. Dat valt duidelijk niet mee want aan een Spanjaard vragen om er ook nog een tweede, vreemde, taal bij te leren, is blijkbaar net iets te ver over de streep. Nu heeft hij enkele zinnetjes opgeschreven en laten vertalen door Eddy om dat die ambtenaar onder de neus te drukken en hopelijk een antwoord te krijgen. Afwachten.

Tja, en dan is het weer aperitieftijd en met stoelen en zeteltjes opschuiven naar de grens tussen zon en schaduw om het laatste sprankeltje warmte mee te pikken. Eens 17 u staat de zon te laag en begint het behoorlijk af te koelen. Dan zak je van boven 20° in tien minuten tijd naar 10° en zelfs daar onder. Ook voor de meest winterharden onder ons is die daling er toch net iets te veel aan. Eens 18 u zit iedereen wel weer lekker in zijn camper. Zoals deze man, nu.

Van Frey en Fab vernomen dat ze pas rond 5 januari in België zouden vertrekken. Nog veel te regelen. Daarmee heb ik nog wel een tijdje hier op deze plek te gaan.

Me deze avond razend kwaad gemaakt op De Morgen. Al meer dan een jaar spaar ik de verzameling van de Soprano’s op met de bedoeling om me daar, a rato van twee à drie afleveringen per avond, in één rush doorheen te werken. En dan kom je tot de vaststelling dat seizoen 1 niet in die box zit en dat er op de eerste cd van seizoen 3 niets staat. Wie weet welke verrassingen me in de loop van deze week nog te wachten staan.

Hopelijk brengt Mieke bij haar bezoek The Killing III mee. Ik zou bijna geneigd zijn om te zeggen dat alles wat boven het Skagerak en het Kattegat gemaakt wordt, van het beste is wat op de buis verschijnt.

 

 

 

Woensdag 26 december

Met al dat zatte gedoe gisterenavond is het toch nog een leuke kerst geworden. Let wel op het te pas en te onpas gebruik van het woordje ‘leuk’… de sterke beïnvloeding van het buurtleven en wie met de hond slaapt…

Het heeft deze nacht geregend, verdorie. Rond half vier wakker geworden van het lichte getik op mijn dak maar bij het opstaan (wel wat later) was daar al niets meer van te merken. Het condensatievocht dat elke ochtend van m’n kar afdruipt, laat meer sporen na dan dat regenbuitje.

Het camperpark wordt heel langzaam en vooral heel laat wakker. Slechts drie mensen schuiven aan bij de bakker. Pas rond half elf begint de drukte, m.a.w. water wordt aangevuld en vuil water afgevoerd, kortom dingen die men gisteren niet kon doen, vanwege de zondagse kleding, moet vandaag wel dringend gedaan.

Huub voelt zich bijzonder in zijn schik vandaag. Misschien omdat het minder warm is dan de voorbije dagen. Honderd keer per dag loopt hij met zijn koord rond de hals naar binnen en dan weer naar buiten maar telkens schudt hij wel een halve vracht kleine steentjes uit zijn vacht. Twee keer per dag sleur ik de stofzuiger bij en dan is het weer voor 2 minuten acceptabel.

Luc is langs gekomen voor de bevestiging van het etentje op oudejaarsavond. Met de ervaringen van kerstavond, met die gekke Spanjaarden die er op los knallen, ben ik intussen wel wat van gedachten veranderd. Ik wil Huub liever niet alleen laten. Hij raakte niet meteen in paniek maar was toch behoorlijk zenuwachtig en kroop bijna op mijn schoot. Ik zal er dan toch maar bij blijven. Trouwens, de meeste mensen met honden hebben hetzelfde besluit genomen. Ik ben toch al niet zo te vinden voor halfrauwe vis.

Het grootste gevaar van dit camperbestaan is wel dat je willens nillens dreigt alcoholicus te worden. ’t Was nog maar net 11 u geworden of de Belgische commune zat al bijeen voor het aperitief. Weigeren is onbeleefd… maar wel iets gezonder. Nog geen uur later krijg je dan weer een echte Jupiler in de hand gedrukt. Wie zegt daar nu neen op? En dan zijn de vaste ‘ballenmannen’ nog maar net bezig met hun petanque spelletje of het is weer tijd om samen met Martin aan het aperitief te gaan. En wie komt daar dan aangelopen met een sixpack gekoelde Mahou: onze Lucas Rabisto. En dan maar vertellen dat je alleen een gezelligheidsdrinker bent en dat je, alleen thuis, nooit automatisch aan de drank gaat en dat er soms weken voorbij gaan zonder ook maar één biertje. Ballen! Ik begin steeds beter te begrijpen waarom camperaars een buikje hebben. Van pure gezelligheid, natuurlijk. We zitten met z’n drieën naar de bijna volle maan te staren en komen tot het gezamenlijke besluit dat je veel minder kunt drinken dan twintig jaar geleden, dat het véél langer duurt om te recupereren en dat je er vroeger 24 kon drinken en dan 1 keer gaan pissen maar dat je nu 24 keer naar de pot moet als je er eentje drinkt. En dat is dan nog maar één van de vele schaduwzijden van het ouder worden. We knikken elkaar begrijpend toe – filosofen onder elkaar – en we drinken er nog eentje.

 

 

Dinsdag 25 december

De Spanjaarden zijn desnoods nog vuurwerkgekker dan alle verenigde Nederlanders bij elkaar. Die begonnen er hier gisterenavond al om 19 u mee te knallen. Gevolg: alle honden die gelijktijdig een huil- en balkconcert begonnen. En er zitten er hier in de buurt héél veel. Ik hou mijn hart vast voor wat dat met nieuwjaar zal geven met onze honden hier op de camperplek. Misschien ga ik met oudejaar maar beter niet mee naar dat Japanse restaurant want ik kan me niet goed voorstellen hoe Huub in paniek zou slaan en welke ravage hij daarbij aanricht. Hoewel, hij gedraagt zich (althans tot nu toe) heel voorbeeldig.

Deze kerstochtend was het zoals voorspel: een dicht overtrokken hemel en zoals voorzien blijft het heel de dag bewolkt. Pas net na de middag kwam de zon er eventjes door. Toch nog altijd 17° hoewel ik de thermometer van de kar niet al te erg betrouw. Er zijn er, zoals ik, die hun pull aanhouden en je hebt er die al heel de dag in hun ‘marcelleke’ rondlopen.

Mijn Britse overburen hebben een soort ‘altaar’ aan hun camper gezet met een kersttafereeltje en twee musicerende kerstmannen. De dame in kwestie krijgt er maar niet genoeg van die ‘White Christmas’ te laten spelen. Ik ben dan maar op het toilet gaan zitten in de hoop dat de batterijen het geen vijf minuten zouden volhouden.

Er bestaat geen ontkomen aan White Christmas...
Er bestaat geen ontkomen aan White Christmas…

Eddy en zijn pa Louis (82 en heel kras) hebben gisteren gevierd bij Luc en Sonja, de exploitanten van deze plek hier. Tot half drie, naar verluidt. De oom van Luc was ook te gast en die heb ik tegen die tijd toch horen wegrijden. Voor de eerste keer sinds ik onderweg ben, heb ik onrustige nacht gekend, met veel wakkere momenten, zelfs eventjes opstaan (maar snel weer onder de dekens wegens iets te koud) en haast heel de nacht geknal van die imbecielen die vuurwerk een leuk gegeven vinden. Zelfs deze middag was er nog een stel aan het knallen. De reden daarvoor ontgaat me maar van een land dat zijn gewoonten en geloofswaarden ons te vuur en te zwaard in de strot geramd heeft, kan je moeilijk iets anders verwachten.

Eddy is apetrots omdat zijn cache na slechts één dag al gevonden is en een tamelijk hoge quotering meekrijgt. Leuk voor hem en voor de Spanjaard die zich nu als FTF in het logboek mocht inschrijven. FTF = First to Find, zowat een eretitel in het milieu van de cache zoekers en –vinders.

Mijn Nederlandse buren hadden zich allemaal in hun zondagse kleren gehesen om gezamenlijk naar de Chinees te gaan. Lekker en goedkoop, hoorde ik er eentje zeggen. Iedereen moet maar zien hoe hij/zij deze periode overleeft en op welke manier deze dagen doorgesparteld worden.  Hopelijk gedraagt iedereen zich vanaf 2 januari weer normaal.

Ik heb met Martin en Omer (een man uit Sint-Truiden) al enkele pintjes op als de Nederlandse kolonie terug aangestoven komt en ze hebben duidelijk nog wat anders op dan sushi en wat er zoal uit de Japanse keuken wordt geserveerd. ’t Is behoorlijk fris geworden, om niet te zeggen koud maar ze halen de stoeltjes erbij en zetten nog wat flessen op tafel. De dames zijn, zacht uitgedrukt, vrij rumoerig en uitgelaten. Ron komt me inviteren, en nu we toch gelanceerd zijn, kan er nog wel een biertje en nog eentje bij. Als er daarna ook nog een rum cola bovenop gegoten wordt, beginnen de benen toch wel wat zwaar te wegen. Het grote voordeel is dat ik niet ver moet lopen, laat staan dat ik nog moet rijden. Ik maak mijn prakje klaar en slaag er toch weer in om daarmee te knoeien, uiteraard op mijn propere broek. Tegen dit tempo moet ik nog voor nieuwjaar naar de wasserette om nu en dan nog wat deftigs aan m’n kont te hebben.

Als er in de verte toch nog een dwazerik is die met bommetjes laat knallen, moet heel sterk aan Wannes Vandevelde denken, meer bepaald aan zijn liedje: Kerstmis is die dag dat ze niet schieten…

 

 

 

 

Maandag 24 december

Het hing gisterenavond al in de lucht. Toen ik de hond uitliet voor de nacht, lag er al een dik misttapijt over de plek hier. Deze ochtend was het misschien nog iets meer. Hoewel je aanvankelijk in de verte de bergen goed kon zien, verdwenen die ook in de mist. Het was gewoonweg kil terwijl het deze nacht niet onder 15° was gezakt. Om iets na negen stond de zon weer vol aan de hemel. Wie nog de laatste boodschappen moest doen, haastte zich naar de winkels. Wie dat niet nodig had, plantte zich in de zon neer.

Eddy probeerde me het principe van ‘caches’ uit te leggen want hij is trots als wat dan ook omdat hij sinds deze ochtend zijn eerste eigen geheime bergplaats internationaal geplaatst ziet. Mij lijkt het een vermoeiende hobby waarbij nogal wat administratief werk bij komt kijken. Eerder iets voor boekhouders. Maar zoals met alles heb je daar amateurtjes in en zij die er fanatiek door gebeten zijn.

De boodschapdoeners komen druppelsgewijs weer toegestroomd en iedereen klaagt erover dat het onderweg en in de winkels zo verschrikkelijk druk was. Tja, ’t is hier natuurlijk niet anders dan bij ons.

Voor één keer geen zenuwachtig getik met de petanqueballen, vandaag. Immers, om 16 u wordt iedereen aan het kantoor verwacht voor warme wijn met kerstgebak, een attentie van de Luc en Sonja, de exploitanten van deze heerlijke plek. Luc is net aangereden gekomen en wij zitten nog wat in de zon met een biertje en met een aangename babbel met buurman Martin als plots de bel gaat en wij dringend aangemaand worden om samen te troepen. Luc, die beroepsmatig zijn portie van de Glühwein-ellende al achter zich heeft, maakt dat hij weg is en ik vind het alleen maar spijtig dat ik niet met hem mee kan. Er is dus geen ontkomen meer aan.

Als je deze man ooit ontmoet, laat het dan niet in dit pak zijn. Eddy als kerstman.
Als je deze man ooit ontmoet, laat het dan niet in dit pak zijn. Eddy als kerstman.

Mijn maat Eddy, die desnoods nog minder dan ik in dit kerstgeleuter gelooft, heeft zich voor de zoveelste keer weer in een kostuum van kerstman verpakt en neemt de honneurs waar. Ik sta er van een afstand op te kijken maar begin dan toch te begrijpen waarom hij dat allemaal doet. Het is gewoon een bindende factor in deze grote maar o zo heterogene familie, het houdt het sociale systeem in deze beperkte plek in ere en in orde. Het is gewoonweg mooi om aan te zien en ik begin te begrijpen waarom mensen hier jaren na elkaar steeds weer in deze periode naar toe komen. Zoals dat koppeltje uit Sint-Truiden dat zich hierheen gehaast heeft en waarvoor Luc de omheining van zijn stukje privéterrein heeft weggehaald om de mensen nog een plek te geven. Die sparen hun vakantie op en komen naar hier voor iets meer dan week. Een jaar of wat geleden zou ik daar nog ironisch de schouder bij opgehaald hebben; nu niet meer. Te meer omdat ik vandaag ook nog vernomen heb dat vriend Jean-Lou Vounckx overleden is; drie jaar ouder dan ik. Een verhelderde geest, zoals ik er altijd over sprak, iemand zoals Dirk Lambrechts destijds. Mensen die mij heel ver vooruit waren, constant in de wolken leefden en vergeten zijn dat ze regelmatig eens naar hun voeten moesten kijken. Want daar sta je tenslotte mee op deze wereld; twee onnozele raakvlakjes van zeg maar 30 bij 10 centimeter. Ons enige contact met deze wereld – en dat is wel wat anders dan onze ecologische voetafdruk – is dus niet groter dan 60 vierkante centimeter. Onze pretentie en onze grote muil is daar een honderdvoud van. Verdomme, krijg ik dan nog zwaarmoedige gedachten op deze kerstavond? Neen!

Dank zij Luc De Roover heb ik toch nog een fijne avond. Met veel genoegen warm ik de overschot van de lamsragoût op die hij in de week meebracht, en veel te immens was voor één maaltijd, en speel die naar binnen met een goed glas wijn. Meer moet dat niet en daar is zelfs Huub het mee eens want die krijgt één van de schenkeltjes te verwerken. En zo werd het toch nog een leuke kerst, zo onder ons tweetjes. Hopelijk vermaken jullie je even goed als wij met zijn tweetjes.