Donderdag 28 mei The End

-4
Ziezo, de eerste dag onder Leuvense luchten zit erop en daarmee ook deze dagelijkse epistels. Gezien dit een reisblog is – en daarmee is het nu alweer voor een tijdje afgelopen – valt er niet meer zo veel te vertellen. Jullie hoeven tenslotte ook niet alles van mij te weten.
Het vervolg zal erin bestaan om de kar schoon te maken, na te kijken en die klaar te zetten voor Jan (de beestjesman) en zijn Mieke. Ze willen ermee op vakantie gaan en gezien de kar hier anders toch maar stil staat, kan die even zo goed ergens onderweg zijn. Daarvoor is dat ding tenslotte gemaakt.
Hoewel ik zelf geen kilometer gereden heb, ben ik doodop thuisgekomen. Het zal wel hieraan te wijten zijn dat ik het voorbije half jaar maar weinig heb uitgestoken en dat wil ik de tijd die me op deze wereld rest gewoon zo verder zetten. Maximaal genieten met een minimum aan inspanningen.
Voor zover er zich de volgende maanden wereldschokkende gebeurtenissen voordoen, of voor zover ik in een onweerstaanbare bui verkeer, zal op deze blog zeker tot september niet veel meer te lezen zijn. Wie daar absoluut van op de hoogte wilt blijven, vinkt hier bovenaan de pagina maar het vakje ‘volgt’ aan.
Je kunt me natuurlijk ook vinden op Facebook.

Bedankt voor de aandacht en hopelijk hadden jullie zoveel plezier in het lezen als ik in het schrijven.

Tot volgende keer.

Woensdag 27 mei Weer thuis

Nog nooit eerder met zo’n mooi vogelconcert wakker geworden als vandaag. Dit is dus een schitterende camping! Op één punt na: geen vuilbakken te bespeuren. Helaas hebben we van al dat moois niet zo heel veel kunnen genieten want we vertrekken vroeg. Van La Ferté gaat het op binnenwegen door tot in Soissons en daar de N2 op. Laon, Maubeuge en Mons, waar je maar weer met wegeniswerkzaamheden wordt geconfronteerd. Hoe dan ook, om 13 u rijden we de Noormannenstraat in. Thuis.
Onmiddellijk begroet door Wivine, Jan en Charlotje. We laden de meest belangrijke dingen meteen uit, ik zet koffie en we wachten op Mieke van Jan die haar schat moet komen ophalen.
Voor Huub is het eerst erg onwennig want Mieke is er (nog) niet. Hij stormt naar boven om te zien of ze misschien nog in bed ligt. Na een plasje op ZIJN terras, gaat het al stukken beter. Mieke heeft de terrasmeubels gepoetst, de bloembakken al allemaal beplant… al mijn voor deze periode geplande werkzaamheden uit de handen genomen, zeg maar. Wat in godsnaam kom ik hier dan doen?
Dit epistel schrijven, misschien? En naar start van de Ronde van België kijken en daarna naar de Giro want de evolutie in de ronde van Italië heb ik vier dagen gemist. En te lezen dat OHL terug naar eerste klasse gaat…
Je doet je mailbox open en hebt een bericht van Willy en Luc ontvangen dat ze geen tijd meer zullen vinden om nog te komen overwinteren. En of ik niet zo maar een koper weet voor de caravan tegenover mijn deur want nu vinden ze dat ze die wel iets te impulsief gekocht hebben. Ik ben er echt niet goed van want het was echt al uitkijken naar volgende winter met die twee kerels in mijn buurt. Dit zet eerlijk gezegd een zware domper op de feestvreugde.
Een even grote opdoffer is het feit dat mijn iPod het laat afweten. Dat ding heb ik nog maar van net voor mijn vertrek naar Spanje. In het selectiewieltje krijg ik geen beweging meer en daarmee staat hij geblokkeerd op een strijkkwartet van Mozart. Het had erger gekund maar als je dat voor de zesde keer op rij beluisterd heb, wil je soms toch wel wat anders. Vorige zaterdag deed het ding nog probleemloos zijn werk maar zondag eens verhuisd naar de kar weigerde het alle dienst. Dat betekent dat ik het héél de terugreis zonder muziek heb moeten stellen. Persoonlijk betekent dat zoveel als een nationale ramp. Je moet in Spanje of Frankrijk maar eens naar de zwetsradio’s proberen te luisteren. Qua eeuwigdurend vervelend gelul kennen die zenders hun weerga niet. Ze hebben wel klassieke zenders ook maar op dat soort muziek heeft chauffeur Jan het dan weer niet zo begrepen. Hoe dan ook: ik zal het thuis weer met mijn collectie cd’s moeten stellen.
Nog zo’n uppercut is het feit dat ik in alle commotie van de terugreis vergeten ben dat het op 23 mei alweer 8 jaar geleden is dat Dirk Van Esbroeck overleed. Nog toegegeven dat die datum geen fetisj hoeft te zijn; ik denk wel heel vaak aan die veel te jong gestorven vriend; vooral als ik wel dagelijks muziek van hem draai. Om dit alles goed te maken, hier een kleine hint. Beluister dit en je zult weten waarom… https://youtu.be/h1eViF10w7A
3353284514
Tegen de tijd dat Mieke thuiskomt, ben ik zowat leeg. Het liefst van al wil ik naar bed maar dat kun je die lieve vrouw niet aandoen. Ook zij is doodop. Nogal normaal als je mondeling examen van zo’n 60 studenten moet afnemen. Morgen vervolg daarvan. Ze heeft nog wel een uitnodiging liggen om bij zeer goede vrienden te gaan aperitieven en een hapje te eten maar de toestand waarin wij ons bevinden zal niets bijbrengen aan de sfeer. En zodoende kruipen we in onze nest. Het is goed geweest.

Vertrokken 8 u
Thuis 13 u
Gereden 315 km
Totale afstand Benisol – Thuis: 1.883 (of 36 km minder dan de heenreis)

Dinsdag 26 mei Rijden maar…

JP en de zijnen kennende, weet ik dat het ’s morgens heel vroeg dag is. Om 7.30 u zijn wij ook al op. Beestjesman Jan heeft een mooie salamander gevonden en als hij er nog eentje vindt, wilt hij dat koppel mee naar huis nemen. Ik moet heel even slikken en stomverbaasd naar de wolken staren. Na de koffie komt er nog een ontbijtje bij JP en dan gaan we weer op weg. Onderweg dacht ik nog wat lekkers uit de regio van Bergerac mee te nemen, maar alle caves waren nog dicht. Perigeux, Limoges, de autosnelweg in Limoges op tot Vierzon, vandaar naar Gien, Montargis, Sens en ik hoop dat we in Provins kunnen landen want dat is 1) een mooi stadje; 2) er is een meer dan behoorlijke camperplek en 3) er is meer dan één restaurant te vinden. Neen, zegt mijnheer Jan, ik wil naar een camping.
Het is nog vroeg en dus rijden we maar door tot in Ferté-le-Gaucher, een slaperig stadje in het land van Brie. Daar is een camping want mijnheer Jan, de beestjesman en natuurmens, wilt vanavond absoluut onder de douche. Bovendien moeten we dan morgen maar pakweg 4 à 5 u te rijden. We komen daar om 18.30 u toe en de madame staat op het punt om de zaak te sluiten. We mogen er gelukkig nog in. De camping blijkt dan ook nog mee te vallen op dit ene puntje na dat het gras net gemaaid is en de pels van Huub helemaal onder kort gesneden hooi komt te zitten.
Bovendien wilt Jan ook nog een warme maaltijd en hij loopt eventjes terug naar het stadje en komt thuis met een portie konijn en een portie eend. Dat moet dan ook nog worden opgewarmd en met een flesje rood erbij, smaakt dat lang niet zo goed als gisteren, maar het laat toch een min of meer voldane gevoel na.

Vertrokken Lalinde 9 u
Aankomst Ferté-le-Gaucher 18.30 u
Gereden 593 km

Maandag 25 mei Bentley

Gisterenavond hadden we de koppen bijeen gestoken en de landkaarten open geplooid. Jan weet namelijk graag waar de volgende stop gepland is. Voor mij persoonlijk is dat altijd heel eenvoudig: ik stop wanneer ik geen zin meer heb om verder te rijden. Misschien kunnen we Bergerac halen, suggereerde ik en omdat kameraad JP Janssens daar in de buurt woont, zat er misschien ook wel een bezoekje bij hem in. Dus bel ik hem en jawel hoor, Lalinde is maar 12 km uit de richting. GPS ingesteld en het blijkt een haalbare afstand.
We vertrekken op tijd en tot de Somport gaat het lekker. Aan de andere kant van de tunnel hangt mist, het miezert en dus moet de snelheid naar beneden. Oloron, Navarrenx, Orthez. Daar gaat het fout want Madame Garmin stuurt ons de richting Dax uit en het voorziene aankomstuur wordt plots een uur later. Kaart genomen, binnenwegen gezocht om uiteindelijk terug op de weg naar Mont-de-Marsan uit te komen. Dan Marmande en de laatste loodjes tot Bergerac. Daar krijgt die GPS ook weer nukken en stuurt ons de wildernis in. Tegen beter weten in zelfs, maar we komen dan wel voorbij aan Mont d’Onel, de vroegere woonplaats van JPJ in Couze-et-St.Front. Onderweg worden we nog wel een wegje ingestuurd en plots staan we voor een brug waar men kunstmatig de breedte van versmald heeft tot 2 meter. Geen uitwijkmogelijkheid, dus proberen te keren in de straat zelf wat na een tiental pogingen vooruit-achteruit wel lukt.
JPJ zou ons staan opwachten op de straat en we komen bij hem behouden toe.
Hij en zijn zoons zijn weer druk met een nieuw project. Van een oud industrieel gebouw worden nu opslagplaatsen en/of bedrijfsruimten voor kleine zelfstandigen gemaakt. Intussen wonen ze in een stacaravan, in hun camper of in de vroegere kantoren van het meubelbedrijf dat hier vroeger was. Jeanine, de vrouw van JP, weet zich intussen wel aan alle omstandigheden aan te passen. Spijtig genoeg moet ik vernemen dat Jeremy een zwaar auto-ongeluk heeft gehad en drie maanden buiten strijd is vanwege een rugletsel. Hopelijk komt dat met hem heel snel weer goed.
JP heeft nog een totaal onverwachte verrassing in petto. We zouden met zijn vieren iets gaan eten die avond en gezien zij de streek kennen, laat ik de keuze aan hen over. JP reserveert, en Huub mag mee. Ik denk aan een eenvoudig maaltje ergens verderop in de straat maar dat is buiten JP gerekend. Mijnheer gaat naar de garage en rijdt een verdomde Bentley naar buiten, bouwjaar 1987.
Engelse nummerplaat. Ik wil een dekentje nemen voor Huub maar dat blijkt niet nodig op de witleren zetels.
IMG_2021

Maar neen, jong, een dekentje voor de hond is niet nodig...
Maar neen, jong, een dekentje voor de hond is niet nodig…

Waar gaan we eten? Bij de MacD.? Neen hoor. Mijnheer heeft gereserveerd in Château Les Merles, een kasteel met een golfterrein en een eigen wijngaard. We kiezen ervoor om op het terras in de binnenkoer te zitten. We eten het lokale menu (?) met asperges + zalm en speenvarken als hoofdgerecht. Daar overheen komt de (zeg maar) huisgemaakte wijn (x 2) en als redelijk voldane mensen krasselen we terug naar de Bentley. Gezellige babbel gehad, geweldig goed gegeten en gedronken, voor een zeldzame keer in een échte auto gereden… wat heeft een mens meer nodig om zeer tevreden in slaap te vallen? Een hoofdkussen, verdomme. Liefst dat kussen wat in Benidorm doelloos ligt te wachten.

De wijn van Château Les Merles maakt goede vrienden...
De wijn van Château Les Merles maakt goede vrienden…

…onder het goedkeurende oog van Jeanine.
…onder het goedkeurende oog van Jeanine.

Vertrek Jaca: 8.30 u
Lalinde: 15.10 u
Gereden 367 km

Zondag 24 mei On the road again

Geen oog dichtgedaan. Of toch heel weinig. Je zit constant te piekeren over wat er nog allemaal moet gedaan worden of anders maakt Huub je wel weer wakker van zodra er in zijn verbeelding een poes op 30 meter voorbij komt. Gisteren langs de neus weg nog aan Lea gevraagd, mocht ze weer niet kunnen slapen, dat ze dan rond 6.30 u mocht komen kloppen. Ik geloof dat ze haar wekker gezet had want haar klopje kwam er stipt op tijd. Opdracht 1 = koffie zetten. Voor de rest zien we wel hoe het verloopt. Gisteren was ik bij Veerle al gaan betalen voor de stalling van de kar en haar gevraagd of ik de kar de camping mocht oprijden om alle spullen in te laden. Geen probleem. Hondje uitgelaten, beddengoed afgetrokken, keuken nog wat op orde gezet en stipt om 8 stond ik bij Veerle voor de sleutel van de stalling. Zelf naar m’n plek gereden en de kar volgeladen met wat er ook maar te binnen schoot, vooral dingen vergeten die je onderweg goed zou kunnen gebruiken.
Een goede reis toegewenst gekregen van Herman, bij Lea afscheid gaan nemen en Frank laten slapen. Terug naar Helsinki 2 en geen seconde later stond Frank er ook. Om 9 u reden we weg en zwaaiden we Veerle als laatste bekende van Benisol uit.
Met de vlam in de pijp en de vlammende tongen van Pinksteren boven ons hoofd knallen we de AP7 op want vandaag de 332 nemen, lijkt mij geen goed idee. Op andere dagen trouwens ook niet. Veel te vertellen over het afgelegde traject is er niet. Ik ken het zowat uit mijn hoofd en ik hoef zelf niet te rijden. Om de twee uur gestopt want Huub voelt zich echt niet lekker en moet weer wennen aan het gerij. De laatste 100 km gaat het hem al een heel stuk beter af en gaat hij op zijn vertrouwde plekje liggen. Wel opvallend tussen Benidorm en Valencia zijn de talrijke, rijkelijk in bloei staande jacaranda-bomen. Hun paarse bloemen vlammen tussen het eentonige groen van sinaasappelplantages vandaan. Iets voor Teruel zie ik twee gieren op de vangrail zitten maar de beestjesman naast mij kijkt een andere richting uit als ik hem daar attent op maak en natuurlijk mist hij ze daardoor.
In Huesca gaan we tanken en verdorie toch wel, die aardige pompiste die mijn dieselpeil weer komt aanvullen, is de mooiste Spaanse vrouw die ik sinds 21 oktober vorig jaar te zien kreeg, de dag dat we door de Somporttunnel Frankrijk verlieten.
We mikken op Jaca en in mijn GPS staat alleen één camping en dat is niet camping Victoria. Die plek ken ik van Snelle Eddy maar de naam van die andere klinkt iets voornamer. Langs hobbelwegeltjes komen we daar aan maar we hadden een afspraak: als er geen restaurant is, draaien we gewoon om. Komen we daar toe en we zien geen enkel teken van leven. Dus terug naar het centrum en op zoek naar Victoria. Die camping licht op de weg naar Pamplona en het eerste wat we zien is een bar-restaurant. Dus wordt niet meer getwijfeld. Het tweede wat we zien is een sneeuwtapijt wat achteraf de pluisjes van de populieren blijkt te zijn. Na de inschrijving gaan we meteen enkele caña’s heffen want ons bier in de koelkast is nog lang niet koud genoeg.
Is de duivel ermee gemoeid of niet? Aan de bar staat de tweede mooiste vrouw die ik in Spanje te zien kreeg maar als ze met haar andere klanten begint te ratelen als een machinegeweer zakt ze heel sterk in mijn achting. Tegen ons praat ze zoals het past bij heren van onze leeftijd: heel langzaam en elke letter goed articulerend. We worden in één klap tien jaar ouder.
Goed, we blijven er eten; heel gewoon en niet eens buitengewoon lekker maar het vult.
Die avond ontdek ik allerlei zaken die in Benidorm vergeten werden: douchegerief + handdoeken en het ergste van al: de kussens die ik heel zichtbaar had klaar gelegd om ze zeker niet te vergeten. Allerlei kledingstukken en lakens tot een sigaar in elkaar gerold en heel de nacht geen oog dicht gedaan vanwege slechte ondersteuning van mijn nek.

Vertrek Benidorm 9 u
Aankomst Jaca 16.20 u
Gereden km: 608.

Vrijdag 22 mei Beestjesdag

Om het eufemistisch te zeggen: het ontwaken was een merkwaardige gebeurtenis. Het ging duidelijk niet zoals gewoonlijk. Gisteren blijkbaar toch een beetje te lang en te intens op dit plein gezeten.
IMG_1932
Terwijl ik mijn reptielenfase met sloten koffie probeer in te korten, gaat Jan voor een ontbijtje naar het campingwinkeltje. Hij moet ook dringend douchezeep en shampoo kopen want die dingen heeft men in Brussel uit zijn bagage gevist. Ik probeer nog een ijdele poging om Jan ervan te overtuigen dat we misschien ook wel maandag kunnen vertrekken maar hij hapt niet toe. Hij wilt een reservedag inbouwen en daarin heeft hij natuurlijk wel overschot van gelijk. Om 10.30 wordt zijn auto aan de receptie afgeleverd en weg is Jan. Naar de beestjes!
Lea stelt voor om mijn lakens en dekbedovertrekken te wassen zodat die weer spic en span zijn als ik in september of oktober terug komt. F&L zullen Huub dan ook meebrengen. Zelf zal ik enkele dagen eerder naar Alicante vliegen zodat ik hun koelkast al kan aanzetten en de voortent + caravan luchten. Dat zien we dan wel. Voorlopig zijn ze aan dag twee van Operatie Gasfornuis toe. Weer een halve dag winkel in, winkel uit. Resultaat = nihil. Volgende week misschien meer succes.
Jan heeft zijn tijd genomen want pas tegen 19 u komt hij er weer aan. Hij is erg tevreden over de dierentuin van Benidorm en nadien is hij nog eens naar de zeeleeuwen en dolfijnen van Mundo Mar gaan kijken. Dat interesseerde hem minder maar over de enorm grote volières was hij wel te spreken.
Hij stelde voor om nu nog naar de Cap te rijden. Ik wilde daar toch nog enkele mensen gaan groeten voor mijn vertrek maar dan wel liefst tijdens de dag. Stel je voor, je komt daar toe en iedereen is weg, ergens gaan eten of naar een optreden of zo. Bovendien moet ik mijn diepvriezer leeg maken en daarin stond nog spaghettisaus. Dus kieperde ik wat deegwaren in het hete water en net op dat ogenblik kwamen Alex en Francine toe. Die kletsten hier een beetje, daarna bij F&L en tegen de tijd dat ze daar uitgepraat waren, was het donker geworden en stevig afgekoeld. Die zijn hier dus klappertandend weer weggereden.
Toen onze fles wijn leeg was en we het ook wat frisjes begonnen te vinden, is Jan maar gaan slapen. Hij had immers ettelijke kilometers gelopen in zijn dierenparken. Zelf heb ik nog gekeken naar ‘Django Unchained’ van Quinten Tarantino en zoals te verwachten, spetterde het bloed weer alle kanten uit.

Donderdag 21 mei De beestjesman is er

Jaja, Jan is er dan toch tegen de middag doorgekomen. Helemaal zoals ik verwacht had, heeft hij nu wel elk hotel van Benidorm gezien en zijn eerste indruk over die stad is identiek aan wat ik erover denk: WEGBLIJVEN. Om de wachttijd te doden heb ik nog een wasje gedaan en ben wel tien keer met de hond naar de ingang gelopen. Tja, een douche zat er niet in want dan denk je “je-zult-zien-dat-ik-net-onder-de-kraan-sta,-dat-zal-hij-toekomen-en-niemand-thuisvinden”. Frank komt een babbeltje doen en dan hoor ik het zo bekende en typische wieltjesgeluid van een rolkoffertje op het asfalt.
Beken koffie, verhaaltjes over de reis, verhaaltjes over Leuven, kortom het soort conversaties dat bij dit soort gelegenheden de kop opsteekt. In zijn mailtje van gisteren had Jan te kennen gegeven dat hij zaterdag wilde beginnen rijden. Dat heb ik hem wel uit het hoofd gepraat. Komt daar dan ook nog bij dat hij een echte beestjesman is, m.a.w. waar hij ook komt, wilt hij een zoo bezoeken. Wereldwijd heeft hij er al minstens 300 op zijn conto staan en zijn ambitie op dat vlak is nog lang niet gekoeld. Hij wilt hier naar Terra Natura, naar het Rio Safaripark in Elche en als het even kan ook nog naar het domein van Stichting AAP in Villena. Snel heeft hij begrepen dat zo’n overladen programma niet in één dag te verhapstukken is. Uiteindelijk komt het er hier op neer dat hij voor twee dagen een auto zal huren en dan uitvissen hoe hij daar overal kan raken. Immers, met het openbaar vervoer wordt het wel een erg ingewikkelde operatie. Hoe dan ook, ik begin in mijn geheugen te boren of ik onderweg in Frankrijk ergens een aanduiding van een of ander dierenpark heb gezien want mocht dat zo zijn, zijn we binnen twee weken nog niet thuis. Gelukkig ligt het wolvenpark van Gévaudan een andere kant uit.
Dan gaan we toch maar eens naar de kar kijken en die ziet er echt niet uit, vooral niet omdat een zuidelijke wind eergisteren weer een stevige portie woestijnzand over ons heen heeft gestrooid. Ik haal er nog een paar dingen uit en denk na over wat er zeker moet in blijven voor onderweg.
Terwijl ik naar de Giro kijk en Flippe Gilbert naar de zege juich, zit Jan zijn Humo te lezen. Na de koers vindt hij het dringend tijd om aan het aperitief te gaan en hopsa, daar komt de pastis aan. Ricard heeft plaats geruimd voor 51. Prut, prut, prut… daar komt Rabisto aan gescooterd. Nu kun je van die kerel zeggen wat je wilt maar hij heeft wel een erg verfijnde neus als het op drank aankomt. Hij ruikt het gewoonweg als je nieuwe fles pastis aanbreekt. Blijkt dan ook nog dat die twee elkaar kennen van in de tijd dat ze nog samen school liepen bij de Montfortanen in Rotselaar. Een stortvloed straffe verhalen over het reilen en zeilen in zo’n internaat, die voor mij – die in Mechelen op kostschool zat – zéér herkenbaar overkomen.
Frank op speurtocht gegaan naar een gasvuur/oven en helemaal voorspelbaar heeft dat een hele namiddag in beslag genomen en heeft hij misschien wel tien winkels afgelopen. Om tenslotte met lege handen hier weer toe te komen. Zeg maar dat hij een preselectie heeft gemaakt en dat Lea morgen meegaat om de definitieve keuze te maken. We spreken af om samen iets te eten in het restaurant hier tot Rabisto plots bedenkt dat het vandaag AA Gent-Standard is en dat zou wel eens de kampioenenwedstrijd kunnen zijn. Dus knalt hij naar café Antwerpen in Benidorm waar die wedstrijd zeker en vast wordt uitgezonden. Achteraf blijkt dat de Buffalo’s het pleit hebben gewonnen, en daar ben ik enigszins mee opgetogen. Nu OHL nog winnen of gelijk spelen tegen Eupen en dan is het ook in Leuven weer uitzinnig feest.
Ik voel me toch al lichtjes overladen wat aperitief betreft maar Jan blijft naarstig dorst hebben. Ook na het eten. Als dessert neemt hij dan ook nog een paar keer een Cruz Campo van circa 0,5 liter. We komen thuis en praten nog wat na op het terras (het had maar niet zo’n mooi weer moeten zijn) en het voorraadje bier in de koelkast gaat er helemaal aan.
En zo kreeg deze 21 mei – datum die ik de voorbije dagen misschien iets te overdreven als mijn Doomsday heb voorgesteld – toch nog een happy end.