Di 31/01 Gouden Kalf

Geluiden bij de buur van nummer 4 maken me wakker. Oeps, zou Darren er dan toch weer zijn? Niet dus. Het is Willy die in alle vroegte zijn scooter vanonder het beschermzeil haalt. Hugo had die daar gisteren neergezet want die Darren heeft al een jaar niets meer van zich laten horen en weigert te reageren op alle aangetekende aanmaningen om zijn stageld te betalen. Het is nog maar goed acht uur en Willy gaat al fluks boodschappen doen want ze hebben natuurlijk niets in huis.

Zoals het hoort, duurt het niet lang of Jos komt langs voor onze dagelijkse koffieklets. Heeft hij thuis toch wel zijn e-sigaret vergeten. Onderweg naar de luchthaven heeft hij dan maar dat elektronische ding van zijn buurman over gekocht. Het is erg twijfelachtig of Luc en Willy enigszins van hun ontbijt konden genieten want zowat de helft van de camping passeert aan hun deur. Iedereen komt ze begroeten en dat resulteert in een vrolijke volksvergadering waarbij Willy met schuine moppen, aangebrande praat en seksueel getinte opmerkingen de toon zet voor de komende weken.

Minder aangename ervaringen heeft Ron en Marja met hun Britse buurman. Die is er niet vaak en altijd maar voor een kortere periode, maar… als hij er is, loopt hij er wel zo goed als altijd dronken bij. Gisterenavond laat Ron rond 23 u zijn hond nog eens uit en hij merkt dat er rook uit de voortent van die Brit komt. De kerel heeft zich nu wel helemaal lazarus gezopen en daarbij zijn oliekacheltje omgestoten. Heel de rommel staat in de fik en die kerel snurkt er ongestoord doorheen. Ron weet zeer nipt te vermijden dat het smeulende goedje in vlammen opgaat en dient een klacht in op de receptie. Carlos is van wacht en zoals je van dat directielid mag verwachten, doet die niets. Ron en de achterliggende buurman doen van heel de nacht geen oog meer dicht. Telkens die dronkaard weer een beetje bij zijn positieven komt, steekt die dat kacheltje weer aan, waarna Ron het weer gaat uitzetten. Zo gaat dat heel de nacht door.

Om dit soort toestanden te begrijpen, is mijn verstand te klein. Stel dat Ron al in bed lag en dat beginnende brandje niet had weten te doven. Tja, dan was die Brit in de rookontwikkeling gestikt en nadien verkoold omdat heel zijn hebben en houden in de fik was gegaan. De vlammen waren ongetwijfeld overgeslagen naar de camper van de Nederlandse buurman in Roma en die van Ron had zeker brandschade opgelopen. In het beste geval was er dan toch minstens één dode te betreuren. Met enige pech, geholpen door ontploffende gasflessen, was de helft van de camping weg. En wat doet een besluiteloze Carlos? Die zegt dat de betrokken Brit binnenkort weer voor even naar Engeland gaat. Kous af. De buurman van Roma is intussen verhuisd naar Tennis 1. Die zet zijn leven niet langer op het spel.

Jos heeft een lange boodschappenlijst en dus rijd ik met hem naar de Mercadona. Als die tegen 18 u geen aardappelen, groenten en vlees in de pan heeft liggen, is hij doodongelukkig. Dat willen we niet want het leven is zo al kort genoeg. Daar komt dan nog een verzoek van Marcel en Majo bovenop: of ik eventueel ook naar Finestrat wil rijden om daar in de Carrefour een nieuwe tv te kopen. Wat is er gebeurd? De zus en schoonbroer van Marcel zijn op bezoek en huizen in Lisboa 12. Die schoonbroer is op het trapje van de caravan uitgegleden, heeft daarbij zijn rug flink bezeerd en in zijn val heeft hij het splinternieuwe televisietoestel meegesleurd. Dat is hopeloos kapot en moet dus vervangen worden. Met Majo rijd ik dus naar hypermarkt Carrefour, die tempel van consumentisme. Als je zo’n joekel met kamerbreed scherm wilt, neem je er toch gewoon een van de torenhoge stapel, laad je dat gewoon in je wagentje en betaal je dat aan de kassa. Klaar is Kees. Oh wee, als je vraagt naar dat handige 32’ formaat, handig en passend in een caravan of camper… Dan moet één van de bedienden naar het magazijn sloffen, zich daar een ongeluk zoeken en met enig geluk sta je een uur later weer aan de auto. Intussen dwaal je wat rond tussen de rekken met Totaal Onnodige Spullen, driehonderd verschillende strijkijzers die allemaal hetzelfde doen, vijfhonderd koffiezettoestellen die allemaal op elkaar lijken behalve de prijs. Crisis? Nooit van gehoord. En dan te bedenken dat er in dit éne Centro Commercial La Marina/Finestrat nog minstens vijftig andere van deze immense koopparadijzen bestaan. Het Gouden Kalf listig vermomd in een shopping centre.

Ma 30/01 Luc, Willy, Jos en poezenmadame

 

Nog nagenietend van het Griekse etentje van gisterenavond, zet ik dan maar muziek van Mikis Theodorakis op. Het was me gisteren in El Griego toch al opgevallen hoeveel van zijn composities intussen als gemeengoed en Griekse traditionele muziek worden beschouwd. Met het gevolg dat die in haast elk Grieks restaurant dan ook verpieterd worden tot commercieel muzikaal behang. Een geschikt tegengif daarvoor is het live-album van het concert dat hij in 1974 na de val van het kolonelsregime gaf. Mijn teerbeminde Mieke was eerder toevallig op dat concert aanwezig en maakte haar voor het leven een trouwe fan.

Tussendoor krijg ik haar ook nog aan de lijn. Gisteren heeft ze verscheidene keren geprobeerd me te bereiken. Nu ben ik nogal slordig in het meenemen van mijn krakkemikkige gsm, niet als ik de hond uitlaat, niet als ik op het toilet zit, en wel helemaal niet als ik iets ga eten. Vooral als ik al in bed lig, blijft dat ding onaangeroerd. Op dit ogenblik zit Mieke in Gent, bij onze vriendin Chantal. Dat verklaart natuurlijk het onbekende telefoonnummer met zonenummer 09.

De madammen komen Helsinki 1 poetsen – nadat ze hier eerst hun kopje koffie hebben gekregen – want deze avond komen Luc en Willy weer aan en die moeten hun caravan natuurlijk netjes terugvinden. Zij vliegen vanuit Eindhoven. Twee uur later landt Jos dan met de vlucht uit Maastricht. Hugo zit geen seconde stil. Hij holt van Helsinki 1 naar Londres 5 want alles moet tot in de puntjes OK zijn als dat volk hier toe komt. Hij laat door CBSat zelfs een nieuwe schotelantenne plaatsen want wij weten allemaal hoe sterk Jos kan zeuren als zijn tv het niet doet. We moeten daar zelfs hartelijk mee lachen. Lea gaat met Frank mee om samen boodschappen te doen. Achteraf hoor ik dan dat ze dat maar beter niet gedaan had. Van de ene winkel naar de andere lopen, kan ze niet meer aan.

Op de camping wordt nog altijd druk gewerkt om de gevolgen van de stormschade op te ruimen. De lang verwaarloosde coniferen aan de parking worden nu stevig onder handen genomen en het lijkt daar meer op een kaalslag dan op een snoeibeurt. Van Marcel verneem ik dat er in het binnenland nog ettelijke wegen afgesloten zijn vanwege grondverschuivingen. Ze wilden naar het motormuseum in Guadalest maar dat kon niet. De weg werd omgeleid via alternatieve, toeristisch nog niet geëxploiteerde kronkelwegen die in de auto voor opeen geknepen billen zorgden.

Eindelijk zie je dan de auto van Hugo stoppen en kun je Luc en Willy verwelkomen. Die beweren alletwee dat ze enorm blij zijn dat ze er zijn. Je weet alleen niet of die blijdschap slaat op het feit dat ze eindelijk weer eens op Benisol zijn of dat het is omdat ze vermoeid zijn van de reis. Dat zullen we de volgende dagen wel uit vinden. Twee uur later komt Petra zeggen dat Jos gearriveerd is. Dus snel het hoekje om. Bert geeft hem een sumiere uitleg over waar hij wat kan vinden en hoe hij de Trumakachel kan aansteken. Hugo komt er geen halve minuut later bij staan en de eerste vraag van Jos luidt: “En waar is de tv?” Hugo en ik moeten het daarop wel uitproesten, zo van: zie je wel. Ik hou het echt wel kort want meteen begint de volgende aflevering van ‘Follow the money’. Voor één keer ben ik blij dat er tussen twee programma’s op NPO een reclameblok zit waardoor ik nog net op tijd weer in m’n zetel kan duiken en niets hoef te missen. En daarna volgt dan weer een meer dan boeiende aflevering van ‘Podium Witteman’. En zo begon en eindigt de dag alweer met enkele muzikale hoogtepunten.

poezenmadame
Mieke ontpopt zich tot poezenmadame. Gelukkig (voor mij en Huub althans) blijft dat experiment beperkt tot Gent.

Zo 29/01 El Griego

Kijk, ik reken me zelf niet meteen bij de gemakkelijkste mensen van de wereld maar toch ook niet bij de moeilijkste. Wat niet betekent dat ik de vraag niet zou mogen stellen waarom men het mij dan absoluut zo moeilijk wilt maken. Ik zal de laatste zijn die het anderen misgunt om een feestje te bouwen. Als men aan het kerkje hierachter de patroonheilige wilt vieren met knallend vuurwerk, en daarmee mijn dag verknalt, tot daar aan toe. Dat men ’s avonds dan ook nog dansfeestje opzet, wie zou daarover struikelen? Dat men daarvoor een dj inhuurt die meent dat een volumeknop alleen dient om op maximum te zetten, wie kan daar nu bezwaar tegen hebben? De tolerantiegrens bij feestgedruis ligt bij mij tamelijk hoog. Dat je iets vroeger dan normaal gaat slapen omdat Michel voor dag en dauw naar de luchthaven moet, is mijn eigen keuze. Dat je dan tot 2 u in je bed ligt te daveren, is niet prettig maar dat overleef je wel. Dat die dj tot kwart voor vijf alleen voor zichzelf blijft verder draaien en lawaai blijft maken en een hele camping belet te slapen, is dan weer net iets te veel. Alleen mijn spreekwoordelijke luiheid heeft me tot dat tijdstip ervan weerhouden om eens een hartig woordje met die dj te wisselen. Met een ijzeren staaf bij de hand om zijn boeltje in elkaar te timmeren, uiteraard. Je draait je nog eens om, houdt de ogenleden klemvast op elkaar en je probeert er nog wat van te maken. Dan staat Michel op en hoe meer die zijn best doet om dat in alle stilte te doen, hoe luider jij elke beweging hoort. Dan lig je gewoonweg te wachten op de verlossende woorden: “Kameraad, de koffie is klaar.”

Bij het uitrijden van de camping komt het eerste licht in de dag. Het is rustig op de weg en dus ben je sneller aan de luchthaven van je uitgerekend hebt. Dag Michel, tot in juni voor zover je tegen die tijd weer niet op reis bent. Dan is de vraag: kruip ik terug onder de deken of niet. Je wilt zekerheid dat je niet door het WK cross heen slaapt en dus blijf je maar wakker. Hugo is nog druk aan het timmeren in Londres 5 want morgenavond neemt Jos daar zijn intrek. Daarna krijg ik nieuwe overburen: Hennie, echt wel een goede kerel maar die nogal eens luidruchtig kan zijn, een eigenschap van wel meer Amsterdammers. Na het kabaal van deze nacht, zal ik ook dat wel overleven.

Olala, de manier waarop het WK cross verloopt, zal nog geruime tijd aanleiding zijn tot zware discussies in het lang en het breed. Waren een en twee nu in omgekeerde volgorde over de meet gereden, was het voor mij ook goed geweest. Ik mag Mathieu wel voor zijn spontane en speelse stijl van rijden. Zo van: zo lang ik mij maar amuseer, is het al goed. In Wout bewonder is de grinta, de koppige onverzettelijkheid, de absolute wil om de beste te zijn. Achter Wout staat natuurlijk wel de sluwe en uitgekookte Niels Albert (amai zeg, wat is daar een hoop gewicht bij gekomen) en Mathieu zou misschien nu en dan toch eens naar de wijze raad van zijn pa moeten luisteren. Als Sven Nijs vertelt dat er in feite geen sportieve strijd is geweest en dat de krachtverhoudingen alleen wegens materiaalpech er niet duidelijker op zijn geworden, lult hij uit zijn nek. Een correcte bandenkeuze en het juiste moment van fietswissel hoort even goed bij het veldrijden als over balkjes wippen en trappen opstormen. Materiaalpech speelt bij mechanische sporten een even grote rol als de goede vorm te pakken hebben. In het begin van het seizoen had Wout het ene fietsprobleem na het andere; toen hoorde ik Sven niet spreken over sportieve krachtverhoudingen maar beweerde hij wel dat Mathieu de beste was. Ook niet erg objectief, natuurlijk. Wat mij verbaast, is dat maar weinigen het hebben over de ouwe, stille Pauwels die toch alweer mee op het podium staat, naast die twee geweldenaren.

Goed, voor deze avond bestond de afspraak dat ik met Frey en Fab zou gaan eten en dat zij me een signaaltje zouden geven van zodra ze terug waren van de zondagse wandeling. Afspraak bij Mateo, uiteraard. Er zou daar in de buurt een nieuw Grieks restaurant zijn open gegaan en dat diende dringend uitgetest. Honderd jaar geleden – zo lijkt het althans – had je Leuven enkele goede Griekse restaurants die intussen alweer verdwenen zijn en de laatste keer dat in een dergelijk restaurant kwam, is ook alweer vier, vijf jaar gelden. Dat was hier in Albir in de Santorini. Veel herinner ik me er niet van want we waren toen nogal gretig aan de ouzo gegaan, nadat we toch al stevig aan het aperitief hadden gezeten. Gelukkig kon Frey me net op tijd tegen houden of ik was met z’n gezicht in m’n bord beland en vraag me niet hoe ik daarna weer veilig op de Cap Blanch ben geraakt. Om maar te zeggen: telkens ik aan Santorini voorbij kom – en dat met telkenmale ik naar Albir wil – ben ik voor even niet erg trots op mezelf. OK, nu dus een nieuwe poging in El Griego. De zaak telt binnen maar enkele tafeltjes. De baas spreekt vloeiend Duits, kent zelfs enkele woordjes Nederlands want hij heeft ooit ook in De Panne gewerkt. Dat ‘werken’ was dan wel in de verleden tijd want nu is hij nog te tam om de menukaarten te brengen. Zijn vrouw – een Roemeense – doet al het werk. We krijgen er een ouzo die tot onze grootste verbazing niet troebel wordt. De retsina is behoorlijk, het voorgerecht (mezze) uitgebreid en de souvlaki wel erg breed uitgevallen. Nu ja, Huub zal tevreden zijn want na één spies heb ik het gehad; de andere is voor hem. We hebben een fijne avond, het eten is behoorlijk en ik ben niet met m’n hoofd in m’n bord beland. F&F zijn doodop na hun langer dan verwachte wandeling, en mijn oren vragen al heel de dag naar ondersteuning van een hoofdkussen. Ik lig al een half uur onder de dons als mijn telefoon rinkelt… Laten rinkelen, is de laatste zinnige gedachte van deze late januaridag.

Zo 29/01 El Griego

 

Kijk, ik reken me zelf niet meteen bij de gemakkelijkste mensen van de wereld maar toch ook niet bij de moeilijkste. Wat niet betekent dat ik de vraag niet zou mogen stellen waarom men het mij dan absoluut zo moeilijk wilt maken. Ik zal de laatste zijn die het anderen misgunt om een feestje te bouwen. Als men aan het kerkje hierachter de patroonheilige wilt vieren met knallend vuurwerk, en daarmee mijn dag verknalt, tot daar aan toe. Dat men ’s avonds dan ook nog dansfeestje opzet, wie zou daarover struikelen? Dat men daarvoor een dj inhuurt die meent dat een volumeknop alleen dient om op maximum te zetten, wie kan daar nu bezwaar tegen hebben? De tolerantiegrens bij feestgedruis ligt bij mij tamelijk hoog. Dat je iets vroeger dan normaal gaat slapen omdat Michel voor dag en dauw naar de luchthaven moet, is mijn eigen keuze. Dat je dan tot 2 u in je bed ligt te daveren, is niet prettig maar dat overleef je wel. Dat die dj tot kwart voor vijf alleen voor zichzelf blijft verder draaien en lawaai blijft maken en een hele camping belet te slapen, is dan weer net iets te veel. Alleen mijn spreekwoordelijke luiheid heeft me tot dat tijdstip ervan weerhouden om eens een hartig woordje met die dj te wisselen. Met een ijzeren staaf bij de hand om zijn boeltje in elkaar te timmeren, uiteraard. Je draait je nog eens om, houdt de ogenleden klemvast op elkaar en je probeert er nog wat van te maken. Dan staat Michel op en hoe meer die zijn best doet om dat in alle stilte te doen, hoe luider jij elke beweging hoort. Dan lig je gewoonweg te wachten op de verlossende woorden: “Kameraad, de koffie is klaar.”

Bij het uitrijden van de camping komt het eerste licht in de dag. Het is rustig op de weg en dus ben je sneller aan de luchthaven van je uitgerekend hebt. Dag Michel, tot in juni voor zover je tegen die tijd weer niet op reis bent. Dan is de vraag: kruip ik terug onder de deken of niet. Je wilt zekerheid dat je niet door het WK cross heen slaapt en dus blijf je maar wakker. Hugo is nog druk aan het timmeren in Londres 5 want morgenavond neemt Jos daar zijn intrek. Daarna krijg ik nieuwe overburen: Hennie, echt wel een goede kerel maar die nogal eens luidruchtig kan zijn, een eigenschap van wel meer Amsterdammers. Na het kabaal van deze nacht, zal ik ook dat wel overleven.

Olala, de manier waarop het WK cross verloopt, zal nog geruime tijd aanleiding zijn tot zware discussies in het lang en het breed. Waren een en twee nu in omgekeerde volgorde over de meet gereden, was het voor mij ook goed geweest. Ik mag Mathieu wel voor zijn spontane en speelse stijl van rijden. Zo van: zo lang ik mij maar amuseer, is het al goed. In Wout bewonder is de grinta, de koppige onverzettelijkheid, de absolute wil om de beste te zijn. Achter Wout staat natuurlijk wel de sluwe en uitgekookte Niels Albert (amai zeg, wat is daar een hoop gewicht bij gekomen) en Mathieu zou misschien nu en dan toch eens naar de wijze raad van zijn pa moeten luisteren. Als Sven Nijs vertelt dat er in feite geen sportieve strijd is geweest en dat de krachtverhoudingen alleen wegens materiaalpech er niet duidelijker op zijn geworden, lult hij uit zijn nek. Een correcte bandenkeuze en het juiste moment van fietswissel hoort even goed bij het veldrijden als over balkjes wippen en trappen opstormen. Materiaalpech speelt bij mechanische sporten een even grote rol als de goede vorm te pakken hebben. In het begin van het seizoen had Wout het ene fietsprobleem na het andere; toen hoorde ik Sven niet spreken over sportieve krachtverhoudingen maar beweerde hij wel dat Mathieu de beste was. Ook niet erg objectief, natuurlijk. Wat mij verbaast, is dat maar weinigen het hebben over de ouwe, stille Pauwels die toch alweer mee op het podium staat, naast die twee geweldenaren.

Goed, voor deze avond bestond de afspraak dat ik met Frey en Fab zou gaan eten en dat zij me een signaaltje zouden geven van zodra ze terug waren van de zondagse wandeling. Afspraak bij Mateo, uiteraard. Er zou daar in de buurt een nieuw Grieks restaurant zijn open gegaan en dat diende dringend uitgetest. Honderd jaar geleden – zo lijkt het althans – had je Leuven enkele goede Griekse restaurants die intussen alweer verdwenen zijn en de laatste keer dat in een dergelijk restaurant kwam, is ook alweer vier, vijf jaar gelden. Dat was hier in Albir in de Santorini. Veel herinner ik me er niet van want we waren toen nogal gretig aan de ouzo gegaan, nadat we toch al stevig aan het aperitief hadden gezeten. Gelukkig kon Frey me net op tijd tegen houden of ik was met z’n gezicht in m’n bord beland en vraag me niet hoe ik daarna weer veilig op de Cap Blanch ben geraakt. Om maar te zeggen: telkens ik aan Santorini voorbij kom – en dat met telkenmale ik naar Albir wil – ben ik voor even niet erg trots op mezelf. OK, nu dus een nieuwe poging in El Griego. De zaak telt binnen maar enkele tafeltjes. De baas spreekt vloeiend Duits, kent zelfs enkele woordjes Nederlands want hij heeft ooit ook in De Panne gewerkt. Dat ‘werken’ was dan wel in de verleden tijd want nu is hij nog te tam om de menukaarten te brengen. Zijn vrouw – een Roemeense – doet al het werk. We krijgen er een ouzo die tot onze grootste verbazing niet troebel wordt. De retsina is behoorlijk, het voorgerecht (mezze) uitgebreid en de souvlaki wel erg breed uitgevallen. Nu ja, Huub zal tevreden zijn want na één spies heb ik het gehad; de andere is voor hem. We hebben een fijne avond, het eten is behoorlijk en ik ben niet met m’n hoofd in m’n bord beland. F&F zijn doodop na hun langer dan verwachte wandeling, en mijn oren vragen al heel de dag naar ondersteuning van een hoofdkussen. Ik lig al een half uur onder de dons als mijn telefoon rinkelt… Laten rinkelen, is de laatste zinnige gedachte van deze late januaridag.

Za 28/01 Paella à la Mateo

 

Zo, het is zaterdag en dat blijkt een geschikte dag om nog een potje te zeuren. Denk er maar bij dat, zoals Marc Didden zo mooi zegt, oude mannen verschrikkelijk kunnen zagen. Als je ’s morgens heel vroeg de ruimte tussen je bed en het plafond in één ruk, in één wip, weet te overbruggen omdat er vlakbij een onaangekondigd salvo knallen klinkt waarbij de glazen in de kast beginnen te rinkelen en waarvan je oren pijn doen, schrik je wel wakker met slechts één gedachte: “Verdomme, die lapzwans van een Trump heeft na één week presidentschap het rode knopje ingedrukt en Wereldoorlog III is begonnen.” Hopsa, het is weer feest in het vijf huizen tellende gehuchtje, net naast de camping.

Kameraad Michel, die in de loop van zijn carrière toch wel aan een en ander gewend is geraakt, snapt er geen barst van. “Verdorie,” zegt hij, “nu had ik jouw klachten over dat vuurwerk al wel gelezen maar ik vond die overdreven want ik dacht dat het over voetzoekers ging. Dit is inderdaad wel heel sterk over de grens van het verdraagbare.” Voilà, eindelijk eens een instemmend geluid want Michel is nog niet oud genoeg om verschrikkelijk te kunnen zagen.

Goed, na een dik half uur houdt het even op. We zitten buiten in de zon en laten de dag over ons heen komen. Michel leest de voorbereidingen voor zijn volgende reisbestemming Marokko maar na korte tijd begint hij te knikkebollen. Tja, een Brabants koudbloed trekpaard zonder voldoende tijd om te acclimatiseren plots in een temperatuur van 26 C° zetten, doe je niet ongestraft. De rust duurt evenwel niet lang want als het tegen het middaguur aanloopt, begint het geknal alweer. De papiersnippers van het afgeschoten vuurwerk dwarrelt zelfs hier op het terras neer. Huub zoekt alweer met de staart tussen de poten bescherming achter de toiletpot. Michel gaat eens een kijkje nemen op de antiek- en rommelmarkt van El Cisne maar hij is vrij snel terug. Van antiek is daar nauwelijks iets te bespeuren, van rommel des te meer. Het blijft verbazen dat El Cisne drie keer per week zo’n massa volk op de been brengt. De verveling onder de overwinteraars moet wel bijzonder groot zijn, denk ik dan. Het is dringend tijd dat het christelijke geloof weer wat populairder wordt en dat de mensen weer in dichte drommen naar de kerk gaan i.p.v. hun tijd in dit soort non-events te spenderen. Naar de vroegmis, de hoogmis en het lof, verdorie. En vandaag met z’n allen, iedereen op zijn beurt, het bad in. In een zinken teil, wel te verstaan. Niet zoals Frank en Lea die denken hun weekend nuttig en zinvol door te komen met doorheen het koopcentrum in Finestrat te dwalen.

En dan is het tijd om naar Mateo te rijden voor de bestelde paella. We mogen met Huub binnen zitten want op het terras is het toch net te koud om het gezellig te houden. Die paella voldeed perfect aan het verwachtingspatroon van Michel. Voor mij was het net iets te veel; halverwege mijn portie had ik al meer dan genoeg.

De rest van de namiddag wordt besteed aan lezen, regelmatig onderbroken door het geknal aan het kerkje. De reisleider in Michel haalt de bovenhand – een symptoom dat ik van Mieke herken – en die begint alle reisdocumenten voor morgen na te kijken, schikt en herschikt zijn koffertje. Pietje Precies. Zelf zit ik me af te vragen of ik wel voldaan heb aan de vereisten van een goed gastheer, voor zover ik daar ooit zou in slagen. De voorbije drie dagen zijn we bij Alonso en Mateo iets gaan drinken, hebben we gegeten bij Anna en in de Sacristan, we hebben Cap Blanch bezocht en twee keer langs het strand van Albir gereden. Geen overdonderd programma, weliswaar, maar voor mij persoonlijk hoeft dat niet meer te zijn. Voor Michel ook niet, trouwens, toch voor zover hij eerlijk zijn mening heeft gegeven.

Het is nog maar net goed donker of daar begint het alweer, maar nu is het menens. Nu pas komt het échte vuurwerk eraan; alle voorgaande was maar een beknopte waarschuwing voor wat nog komen zou. Terwijl ik probeer Huub rustig te houden, gaat Michel buiten staan kijken. Vol verbazing komt hij na de finale weer binnen. “Komaan man, dit kan toch niet,” is zijn commentaar. “Op zo’n vuurwerk is zelfs Brussel jaloers.” Kan wel zijn maar het verschil is wel dat ik geen last heb van wat in Brussel geschiedt en wél van wat men hier aan het kerkje, in dat gehucht van pakweg vijf huizen, voor elkaar krijgt. Michel kan nauwelijks geloven dat dit al het derde vuurwerk van dit kaliber is voor dit seizoen en dat er met een beetje pech later dit jaar nog zo eentje komt. “Wat moet dat niet kosten,” is zijn terechte vraag. Tja, in dit land kan dat, beste vriend, als je de goud- en zilverreserves van heel Zuid-Amerika hebt leeg geplunderd hoef je niet op één euro te kijken als je het een beetje wilt laten knallen, nietwaar.

Die avond wil ik absoluut Beck en het journaal meepikken. Het mormel Trump heeft heel het vliegverkeer wereldwijd in de war gestuurd met zijn nieuwste besluit. Toch wel eigenaardig dat het volk uit Saoedi-Arabia nog wél welkom is in de USA. Nochtans, voor zover ik me herinner, was het merendeel van de terroristen van 9/11 uit dat land afkomstig. Zou iemand van zijn nieuwe adviseurs toch over voldoende intelligentie beschikken om hem in het oor gefluisterd te hebben dat een grote hap van de Amerikaanse economie in handen is van Saoedi’s? Oliedollars zullen waarschijnlijk minder hard stinken dan Mexicaanse peso’s.

img_2591
Het wachten méér dan waard.
img_2593
Hola man, moet ik dat in m’n eentje verwerken?
img_2590
En maar doen alsof ik aandachtig zit te lezen… Niet wekken a.u.b.

Vr 27/01 Fab = tornooimadame

 

Heel de voormiddag verloopt tussen hangen en wurgen. De zon kan maar niet beslissen wat het vandaag worden zal en dat heeft een constante verkleedpartij tot gevolg. Haalt ze de bovenhand op de grijze vlekken aan het firmament, heb je meteen te warm; verdwijnt ze achter een wolk; moeten de trui en het fleece weer aan. De scheef geblazen haag bij mijn buurman op Londres 1 wordt geschoren zodat de haagplanten niet meer over de rijweg heen hangen. Pas dan krijg ik in de gaten dat Onslow & Daisy alweer vertrokken zijn want ze hebben hun autootje netjes onder een toldo verpakt, en jawel, hun waterkraan is weer dicht gedraaid. Ook op de parking achteraan wordt druk gewerkt. De rij hoog opgeschoten coniferen tussen parking en de tennisvelden wordt aangepakt maar dat gebeurt op zo’n brutale en vernietigende manier dat je daarbij de vraag kunt stellen of het niet beter was alle bomen plat te leggen. Hier is men er zeer optimistisch over: die zullen wel weer uitschieten. Zelf denk ik daarbij: misschien wel maar dan toch pas in 2020.

Fernand en Mieke doen hun afscheidsronde; deze namiddag moeten die weer naar huis. Donderdag moet Mieke naar het ziekenhuis; de uitslag van die tests, en dus ook het vervolg van de behandeling, is pas voor de maandag daarop. Veel sterkte Mieke, en tot zo spoedig mogelijk.

Naast het tiental nieuw aangelegde camperplekken wordt de voormalige Golf ingenomen door een Engelse Hymer-club. Die was hier vorig jaar ook maar dan wel in betere omstandigheden. Met mondjesmaat zijn die Hymerbezitters vorige week binnen gesijpeld, en dat is intussen uitgegroeid tot een heus Hymer-dorp van zo’n dertigtal eenheden. Helaas hebben die mensen op dat open veld en zonder de minste bescherming dat verschrikkelijke weer over zich heen gekregen. Vorig jaar werden daar allerlei groepsactiviteiten georganiseerd. Dit jaar bleef dat beperkt tot baggeren door de modder, het graven van greppeltjes, het weer lostrekken van vast geraakte Hymers… En nog altijd wilt het weer niet echt vlot meewerken en dus hebben enkelingen al eieren voor hun geld gekozen en zijn naar andere oorden verhuisd.

Wat denk je van een paella, Michel? Tja, zònder ben je toch wel niet helemaal in Spanje geweest. OK, dan passeren we toch in Ta Casa in Alfaz waar men een behoorlijke paella serveert. Parking vol auto’s; niemand binnen; stoelen of tafels; geur van verse verf en poetsmiddelen. Dit ziet er vreselijk gesloten uit… Tja, dan rijden we binnendoor maar naar Albir. Kijk, hier woont Rabisto. Daar had je camperplek Orange Grove en daar Costa Blanco. Hopeloos gesloten. En dan komt dé verrassing van de dag: de lage brugjes. Naast mij zit er eentje van goed 2 meter lang die er helemaal niet gerust op is want 180 cm is toch wel heel erg laag… Weet je wat? We gaan naar Mateo want ik heb ooit gezien dat die ook paella serveert. Helaas, je kunt die vandaag wel bestellen voor morgen. OK, doen we toch. En weet je wat? We gaan in de Sacristan want daar ben ik dit seizoen, en sinds Koster uit Bergen-op-Zoom daar verdwenen is, nog niet geweest. Eerste vaststelling: de voortent van de Sacristan heeft het onder de voorbije orkaan begeven. Tweede: de nieuwe exploitant is Spanjaard die wel een mondje Nederlands kan. Derde: er is nu een dagmenu à € 12. Wij kiezen voor het avocado slaatje + entrecôte. Eerlijk is eerlijk: het valt reusachtig goed mee. Michel kan er niet bij dat we voor ons tweeën minder dan € 25 kwijt zijn. Het duurt een tijdje voor ik hem ervan heb kunnen overtuigen dat er per persoon een halve fles wijn inbegrepen is…

Nu we hier toch zijn, kunnen we maar beter Frey en Fab op de Cap Blanch gaan groeten. Net achter de hoek botsten we op Jan en Cory met de twee hondjes. Gelukkig is Huub er niet bij want hij en die twee van Jan zijn niet meteen de beste vriendjes. Blijkt dat net nu de finale gespeeld wordt van het wintertornooi petanque. En wie staat in die finale? Fab! En wie wint de wedstrijd? Juist ja, Fab! Alweer een T-shirt van de Cap Blanch en een fles wijn van € 0,93 rijker. Goed gespeeld, Fab. Ik zie Leen en Adri en nog meer plezier heb ik erin dat Jan Klijnsma er ook is. Jan Stok is naar Nederland gevlogen wegens een overlijden in de familie. Paultje (Aloe Vera) is er ook. Verder nog veel bekend volk en meer nog totaal onbekenden. We laten ons meetronen naar het afsluitend feestje in de Club Social. En wie verzorgt daar de muzikale omlijsting? Juist ja, Joop, de man die haast al mijn middagen naar de duivel hielp met zijn palingsmartlappen en poldermeezingers. Eerlijkheidshalve moet ik er hier aan toevoegen dat hij zich erg gedeisd heeft gehouden en dat hij in de oude doos van de sixties grabbelde met betere songs. Slechts één keer kwam er zo’n kikkertjes meejanker aan te pas waarop alle armen van Klein Holland (wat de Cap Blanch toch wel is) netjes de lucht in gingen en heen en weer wiegden op het luidkeels meebrullen van het refrein.

Met genoeg drank op en gemengde gevoelens stapte ik terug naar de auto. Die avond hebben Michel en ik tegen elkaar op zitten lullen dat het uiteindelijk niet mooi meer was. Het feit dat de fles Tomatin werd aangesproken, zal daar ongetwijfeld sterk toe bijgedragen hebben…

Woe 25 Do 26/01 Stella? Estrella!

 

Gezien ik de voorbije dagen al voldoende gal heb uitgespuwd, deed ik het vandaag maar iets kalmer aan. Je kunt tenslotte niet bezig blijven. Hoewel. Van de woensdag kon ik niet veel méér vertellen dan dat die dag in vrede, en onder enige zonneschijn, is verlopen, en dat het heel erg afkoelde, eens de zon achter mijn keukenhok zakte.

Donderdag was dan weer wat anders want ik moest er toch wel vroeg uit. Kameraad Michel zou immers al om 8.55 u in Alicante landen. Nu werd ik zelfs een uur eerder dan gepland wakker en omdat ik mezelf toch wel een beetje ken en het gevaar dat ik door het weksignaal heen zou blijven maffen, ben ik maar opgestaan. Het was verdomde koud. Meer nog: op de drinkbak van Huub buiten stond een laagje ijs. Op de ramen van de auto trouwens ook, zeg maar, een dikke laag. Dat was dus krabben geblazen en de verwarming/ventilator op volle kracht. Pas aan de oprit van de AP7 was mijn voorruit helemaal ijsvrij.

Ryanair was op tijd en dus Michel ook. Iets na 10 u zaten we hier aan de koffie, wachtend op de zon die maar met veel moeite doorheen het wolkendek wilde breken. Tja, als je elkaar al een tijdje niet meer gezien hebt, is er wel een en ander bij te praten natuurlijk. En dan maak je een verkenningstocht doorheen de camping en dan zegt Lea dat ze Huub wel even wilt bijhouden. Dus kan ik Michel een beetje Albir laten zien en gaan we een hapje eten. Bij Anna, natuurlijk. Daar heeft men zich de voorbije dagen helemaal niet prettig gevoeld want de anders zo droge rivier stond op het punt om buiten de oevers te treden en alle restaurantklanten (voor zover die er al waren) natte voeten te bezorgen.

“Zullen we nog iets gaan drinken?” is een vraag die na het eten en in de gegeven omstandigheden zeer logisch klinkt. Als je onder Leuvenaars daar dan ook nog aan toe kunt voegen: “Zin in een Stella?” zit je wel helemaal goed. De volgende stop is dan ook automatisch bij Alonso en dan zegt die kurkdroog dat hij intussen gestopt is met het Leuvense brouwsel. Waarschijnlijk kom ik hier te weinig. We zien Rabisto op zijn scooter voorbij rijden en even later komt die ook de Malibu binnen gestruind. Niet omdat hij ons heeft zien zitten maar wel omdat hij een appartement van Alonso op het oog heeft. Nu ja, dan drinken we toch nog een Estrella, zeker. Niet te lang want Rabisto heeft het druk, druk, druk…

We komen op een deftig uur weer thuis en dus gaan F&L verlossen van hun pleegouderstaak. Frank heeft dan wel het onzalige idee om een fles wijn te ontkurken, en nog een, en nog… Eens terug in Helsinki 2 gaan we op de ingeslagen weg verder tot we er weer eens mee geconfronteerd worden dat we geen 20 meer zijn en dat de oogleden heel erg zwaar kunnen wegen.

 

Di 24/01 Alternatieve feiten

 

Dames en heren, niet te ver zoeken naar hét begrip van de 21ste eeuw. ‘Alternatief feit’ wint dat met de vingers in de neus. Wat er exact mee bedoeld wordt, heb ik nog niet kunnen achterhalen maar we zullen er – voor zover dat nog niet het geval was – nog heel vaak mee geconfronteerd worden. Je kunt een alternatief bedenken voor een recept van Jeroen Meus, een alternatieve route om van Leuven naar Albir te rijden, zelfs een alternatieve manier om in de hemel te komen, maar hoe in vredesnaam kun je nu een alternatief voor een feit bedenken? Bij gebrek aan de Dikke Van Dale even te rade bij Wikipedia en wat lees ik daar?

“Een feit is een gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat, ofwel zintuiglijk kan worden waargenomen of instrumentaal gemeten.”

Dat was dus zo tot vorige vrijdag want op die dag bogen specialisten zich over deze definitie, die vanaf nu helemaal dient herschreven. Want een feit, dames en heren, wordt alleen waargenomen door die onverlaten van oneerlijke linkse persmuskieten. Of door bedienden van de openbare vervoersmaatschappij van Washington die valse (?) cijfers verspreid over het metrogebruik tijdens zijn inauguratie. Dat de vrouwenmars daags nadien méér volk op de been bracht dan het feestje van Trump, is natuurlijk een leugen van hier tot in Tokyo. En daarom komt zijn woordvoerder Sean Spicer aandraven met ‘alternatieve feiten’, een eufemisme van formaat voor het begrip ‘platte leugen’. Nu wisten we al enkele maanden dat Trump een grotere lul is dan hij er eentje heeft maar daarom hoeft hij nog altijd niet in concurrentie te gaan met Raymond van het Groenewoud https://youtu.be/uPDAOoLmi28

Iemand die, zoals ik, is opgevoed met het spreekwoord ‘Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel’ denkt dan dat Spicer zou zeggen: “OK, er was bij Obama méér volk dan bij Trump. So what? Het verschil is wel dat Trump nu president is en Obama niet meer. Basta.” Daags nadien zou niemand er nog over kraaien. Zo werkte dat nog voor Mitterand (Et alors?) maar in de huidige politiek niet meer. Nu weeft men een web van leugens, waarin men uiteindelijk toch zelf vast komt te zitten. Dan moet men zich daar weer proberen uit te lullen door te bluffen, door anderen te kleineren en verdacht te maken, door twijfel te zaaien over vaststaande feiten. Door zijn macht (Ik heb de verkiezingen gewonnen!) te misbruiken om de zelf opgestelde regels en wetten naast zich neer te leggen en te overtreden. Wie daartegen in het geweer komt, is op zijn minst een wereldvreemde rechter of een activistische journalist. Dat Trumpiaanse principe is niet alleen in de USA van toepassing maar wordt ook bij ons al zeer intens toegepast, zelfs in de dorpspolitiek.

Voor het overige krijgen we toch een beetje zon vandaag. Nu het weer droog is, wil ik mijn hok een beetje op orde brengen maar elke poging daartoe wordt onderbroken door bezoekers. Het mooie daarvan is dat ik dat niet eens erg vind. In rangorde van belangrijkheid komt het poetsen wel op de allerlaatste plaats en wel helemaal na lekker in de zon zitten.

Een van de Britten uit mijn straat wordt door de ambulance opgehaald. Zware niercrisis. Hopsa, naar het ziekenhuis ermee. Statistisch gezien zou hier – toch één grote verzameling oude(re) mensen – wel dagelijks ambulances af en aan moeten rijden. Zelfs bij rampzalige toestanden gebeuren er nog wonderen. De rode wagen op de parking, waar een ontwortelde boom op gevallen is, werd vandaag vanonder die vracht coniferengroen vandaan gehaald. Terwijl iedereen dacht dat het dag van die wagen wel tot op de achterbank ingedrukt zou zijn, is er geen bluts in te bespeuren, zelfs geen krasje in het lakwerk. Niet te geloven. De eigenaar van de caravan in Espagna, die door een parasolden (Pinus pinea) op een haar na gemist werd, mag ook van geluk spreken. Die den kwam nu op zijn pergola terecht. Iedereen verwachtte een schroothoop; slechts één buis van het onderstel is lichtjes verbogen. Helemaal anders is het gesteld met de kustweg tussen Albir en Altea. Die straat ligt bedolven onder grote rolkeien en zand, over de dijk heen gespoeld. De woelige zee heeft zelfs een bres in de dijk geslagen en daar gaapt nu een groot gat in het wegdek. Van overal aan de Costa Blanca komen berichtjes binnen van opgelopen schade. Als je dat allemaal leest, zijn wij hier er toch weer lekker goedkoop vanaf gekomen.

gat-in-straat
Beukende golven: dag fietspad, dag rijweg, dag strand… Van Albir naar Altea rijden = via 332 want hier kan het niet meer.