Woe 07/06 Over de Pyreneeën

img_2439
Twee hoog maar wel met balkon voor dat laatste sigaretje van de dag…

Als je vòòr 7 u wilt opstaan moet je de wekker wel niet op tien voor acht zetten. Oei, zegt Mieke, klein foutje gemaakt. Och ja, denk je dan, op een uur vroeger of later komt het nu ook wel niet meer aan. Hoe dan ook, nog voor de camping goed en wel wakker is, draaien wij de 332 op. Doelstelling voor vandaag: Gurmençon, een rustig boerengat net vòòr Oloron-Sainte-Marie, waar we ook vorig jaar in de Relais Aspois overnacht hebben. Nog voor we op de ring rond Valencia zitten, doen mijn schouders, ellebogen en polsen al bijna onuitstaanbaar pijn. Tja, als je maanden lang niet langer dan vijf minuten achter het stuur hebt gezeten, moeten knoken en spieren weer wennen aan enige inspanning. Voor het overige worden de 670 kilometers tussen Benisol en de Relais Aspois zonder noemenswaardige problemen afgemaald.

Tot mijn grootste verbazing maar tot algemene tevredenheid voelt Huub zich aan de Franse voet van de Pyreneeën plots weer tot leven komen. Kon je hem deze ochtend met veel moeite ertoe bewegen de 100 meter naar de uitlaatplaats af te leggen, loopt hij nu gezwind mee het dorp in en spurt hij zonder haperen de trappen naar de tweede verdieping naar boven. Je bent tenslotte een Pyrenese herder of niet en als je dan in de regio van je eigen origine terecht komt, heb je jezelf en je omgeving wel wat te bewijzen, nietwaar.

Net als vorig jaar weet de lokale keuken ons te verrassen en de wijnregio van iets verderop nog veel meer. Nog een voordeel – ondanks de klimpartij naar de tweede verdieping – is dat onze kamer vandaag een balkon heeft van waaruit je rustig een laatste sigaretje kunt opsteken bij ondergaande zon.

Advertenties

Di 06/06 Laatste stuiptrekkingen

Ik fladder hier na al vijf jaar (of zijn het er zes?) rond tussen Albir naar Altea en het is me nog altijd niet gelukt om met Mieke in de Sabor te gaan eten. Er kwam wel altijd iets onverwachts tussen of je dacht er gewoonweg niet aan. Daar diende dus dringend werk van gemaakt want woensdag zijn we weg. Voor zondag was er geen plaats meer op het terras en dus moest het wel dinsdag (maandag = sluitingsdag). Spijtig voor Frank en Lea… die konden niet mee vanwege andere, reeds aangegane verplichtingen. Onder meer een etentje voor de viering van de 50ste huwelijksverjaardag van Herman en Corrie, die ik via deze weg daarvoor hartelijk feliciteer.

Goed, om 14 u zijn we in de Sabor met F&F, Pranill en Huub. En weer bewijst Sabor het beste restaurant van uren in de omgeving te zijn. Weer wordt de vraag beantwoord waarom Snelle Eddy hier elke donderdag de benen onder de tafel steekt, zeg maar dat hij er een vast abonnement heeft. Weer is de vraag actueel waarom het dagmenu hier aangeboden wordt tegen € 17 terwijl de daar in Leuven niet eens een verlepte pizza voor eten kunt. Onze keuze is vrij eensluidend: 2 x Salade met gerookte haring, 2 x Beursje van geitenkaas met appeltjes en rozijntjes. Daarna 2 x Varkenswangetjes met puree van paddestoelen en 2 x rundertartaar. Alleen bij het dessert lopen de keuzes helemaal uiteen maar liefst van al zou iedereen nog eens op zijn bord krijgen wat de buurman al gehad heeft. Mieke straalt! En daar was het oorspronkelijk toch allemaal om te doen.

Fab heeft nog last met de omgeslagen voet en gezien het toch gevorderde uur – het loopt tegen etenstijd voor Huub aan – passen we voor een Mateoke en nemen we alvast afscheid tot zeker 1 juli. Die dag worden we gezamenlijk in Leuven op een huwelijksfeest verwacht. Eens terug op Benisol begint ook daar de afscheidsronde en worden de meest belangrijke dingen in de auto geladen. Morgen is het zo ver.IMG_5925IMG_5929

Ma 05/06 Toiletten *****

 

Afschaffen al die feestdagen met een extra weekdag er bovenop! ’s Maandags wil ik mijn krant kunnen lezen, verdorie, en om mijn kameraad Frey te parafraseren – die beweert dat er twee dingen in de wereld zijn die nooit mogen stil staan, namelijk een vrouw haar handen en een paard zijn tanden – zou ik eerder opteren voor: de laptop van een journalist en de drukpersen van een krant.

De camping heeft er een extra attractie bij gekregen, namelijk de totaal vernieuwde toiletruimte voor mannen. Daar is maanden lang aan gewerkt en nu de werkzaamheden beëindigd zijn, moet ik toch maar eens gaan kijken. Alle bewonderende oh’s en ah’s die ik van vorige bezoekers te horen kreeg, zijn volledig terecht. Dit is ***** vijf sterren werk. Maar weinig gerenommeerde hotels aan de Costa Blanca hebben zo’n kwaliteitvolle ruimte aan te bieden. Hier zou je voor je eigen plezier zo maar buikloop willen krijgen. De dames spreken met enige jaloersheid in de stem: Zo’n toiletten willen wij ook wel. Mijn enige bezwaar bestaat uit de vraag hoe lang het zal duren vooraleer de eerste de beste oelewapper het noodzakelijk vindt om de houten wanden met zijn balpen te bewerken.

Lea komt aandraven met hét middel om meteen een toldo te krijgen. Hogerop in Londres hokt een Belgisch koppel, naar hun luidruchtig gekwetter te oordelen uit het Kempense hinterland. Die kerel fietst hard roepend over de camping. “Een mes! Ik haal een mes! Ze zullen hier ondervinden dat ik niet met mij laat sollen. Niet met mij, hé! Wat denken ze hier wel!” Die vrouw van hem fietst achter hem aan, bijna huilend: “Neen, neen, neen, doe dat niet! Blijf kalm!” Even later spannen twee werklieden, met een grinnikende Alexander, een toldo over de helft van zijn standplaats. Voor de andere helft zal hij nog enkele dagen moeten wachten. Waarschijnlijk heeft die man op de receptie met geweld gedreigd als er niet meteen een schaduwdoek over zijn plek werd gespannen. Naar mijn zin weer veel té toegeeflijk, té inschikkelijk, is men daarop ingegaan. Van mij persoonlijk had die grote muil geen toldo gekregen maar net geteld 30 minuten tijd om de camping te verlaten. Gebruik van geweld, zelfs daarmee dreigen, is totaal onacceptabel.

En zo kabbelt ook deze dag weer voorbij met nog een bezoekje van de twee dames uit Villa Maja en van Alex en Francine. Is het de warmte? Is het toenemende zenuwachtigheid? Hoe dan ook, er knaagt iets en nog vòòr 21 u kruip ik in m’n bed.IMG_2701IMG_2704IMG_2703IMG_2705

 

Zo 04/06 Aftellen begonnen

 

Wie niet beter weet, zou zeggen dat we hier nog minstens twee maanden blijven hangen. Niets wijst erop dat er tegen woensdag toch nog een en ander moet gedaan worden om het zootje hier in min of meer deftige omstandigheden achter te laten. Of het is te warm om ook maar een pink te bewegen, of mijn hoofd staat er niet naar maar vooral omdat ik van bepaalde dingen – die nochtans op de lijst ‘to do’ stonden – helemaal de zin niet meer inzie. Je laat alles liggen zoals het ligt, je laadt de auto in met het hoogst noodzakelijke, je doet de voordeur op slot en je vertrekt. Eenvoudig. Als je in oktober terug komt zal niets of niemand je verwijten dat je in juni een hoop ellende hebt achtergelaten. Intussen is het aftellen toch wel erg bezig. Nog drie keer slapen en het is weer 2.000 km karren.

Vorige week had ik van Garmin een bericht gekregen dat er updates waren voor mijn GPS en dus had ik die toen ingeladen, m.a.w. gedurende 8 uur kon ik mijn MacBook niet meer gebruiken omdat Garmin die nodig om zijn aanpassingen uit te voeren. Nu wilde ik wel eens zien of het nieuwe verkeersplan voor Leuven er al in stond en kwam ik tot de vaststelling dat het contact van de sigarenaansteker geen stroom meer leverde. Dus ga je te rade bij de specialist in allerlei zaken, een zeker Tibor. Omdat die sukkelaars van aandeelhouders van Ford intussen verzeild zijn geraakt tussen het armoedige uitschot van deze wereld, bespaart dat automerk op het drukken van een handleiding. Als je dus wilt weten wààr de zekeringen van je auto zitten, moet je die zowat voor de helft demonteren. Dan heb je die uiteindelijk gevonden en blijkt er niets aan de hand te zijn. Even onvermoeibaar als onverzettelijk blijft Tibor zoeken. Er moet een twee zekeringkastje bestaan. Na ongeveer een uur vindt hij dat ook onder het handschoenenkastje. Nieuwe zekering erin en kijk, mijn volgende Havana kan ik weer lekker in de auto zelf opsteken.

Nu, om naar huis te rijden, heb ik onderhand geen GPS meer nodig; zelfs geen landkaart meer. Dat laatste dient alleen maar om in te schatten hoever er nog gereden moet worden tot de volgende bestemming. De te rijden route ken ik intussen wel uit het hoofd. Maar… je zult wel altijd zien dat er in Oloron-Sainte-Marie niet op het ogenblik dat jij er doorheen moet er toevallig een wielerwedstrijd wordt verreden en dat je op goed geluk een alternatieve weg moet zoeken; of dat er net voor Gien wegenwerkzaamheden worden uitgevoerd en dat men het heeft nagelaten om de ‘Déviation’ voldoende te bewegwijzeren. En zo’n Garmin is altijd handig bij het zoeken naar een geschikte overnachtingsplaats. Dus zal ik telkens ik in of rond een stad niet verkeerd rijd, met dankbaarheid aan Tibor terugdenken, en ’s avonds aan de hotelbar het glas op zijn gezondheid heffen.

Zullen we vanavond gauw in het campingrestaurant gaan eten, vraagt Mieke. Bwah, voor hetzelfde geld rijden we toch gauw naar Albir en doen we voor de laatste keer een Anna. OK. Komen we voorbij het terras van Mateo en wie zit daar? Frey, Fab, Luk en Carine. Tja, dan toch gauw een aperitiefje, hé. En gewijzigde plannen horen daarbij. We zullen naar Godoy aan het marktplein trekken. Onderweg mistrapt Fab zich in een putje en slaat haar enkel om. Pijn. IJscompressen. Na het eten wilt iedereen nog terug naar Mateo. Carine heeft beloofd dat ze, net zoals gisteren, een Jägermeister komt drinken. Voor de goede vertering van het avondmaal, volgens haar. Luk wordt daar lastig gevallen door een verkoper van prullaria en ondergaat het ceremonieel van slachtoffer. In de verte is het heel erg beginnen bliksemen. Tja, wat wil je? Het is Pinksteren en dat zijn de vurige tongen. Dat steken plots rukwinden op zoals ik ze nog maar zelden heb kunnen/mogen/mogen beleven. Alle klanten steken een handje toe om de parasols te redden wat niet belet dat tafels en stoelen gewoonweg worden weggeblazen. Het is één geratel van plastic meubilair over de stenen en gerinkel van in schervend vallend glas en porcelein. Iedereen vlucht naar binnen want het begint ook nog te regenen. Dat is maar van korte duur. Als we de geblesseerde Fab naar de Cap brengen, is alles voorbij. Wel mooi is dat Pranill niet de minste zin heeft om uit te stappen. Eens weer thuis, stel ik vast dat er geen schade is; alleen ligt mijn terras vol afgerukte lindebladeren…

IMG_5900
Zondagavond bij Godoy. Heel het restaurant voor ons alleen.
FullSizeRender-56
Luk als slachtoffer van een straatventer. Opgetutte kerstboom op Pinksteren…

 

Za 03/06 Ze is er weer

 

Tibor en Lenneke zijn ook weer in het land. Het is natuurlijk wel minder aangenaam als je voor een begrafenis eventjes heen en weer naar Nederland moet vliegen. Met de geblesseerde hand van Tibor gaat het de goede richting uit, althans volgens zijn eigen woorden. Er zit geen infectie op de wonde en dat helpt enorm. Maandag nog eens naar de dokter; woensdag de hechtingen eruit en hoogst waarschijnlijk daags nadien al de caravan aanhaken en hopse, weer noordwaarts.

Voor het overige zit ik hier constant op m’n uurwerk te kijken, een activiteit waar ik in meer normale omstandigheden nauwelijks aan denk. Dan is het tijd om de hond naar F&L te brengen. Gisteren met hen daarover een afspraak gemaakt; met deze hitte neem ik Huub niet mee in de auto. Mieke zou om 16.15 u landen en volgens mijn berekeningen ben ik ook weer op net tijd aan de luchthaven. Op dat ogenblik zou ze buiten moeten staan en aan de tweede of derde sigaret toe zijn. Voor een keer zijn de rollen omgekeerd. Ik lurk aan m’n derde sigaret als ze er doorheen komt. De vlucht had lichte vertraging en toen bleek ook nog de deur van de uitgang op slot te zijn.

Al op de terugweg wordt besproken op welke dag zij zo ongeveer weer naar huis wilt rijden, want dat is tenslotte de reden waarom ze naar hier is gekomen. Bezorgdheid. Ze wilt liever niet dat ik alleen rijd. Wat uiteraard absurd is want in feite rijd ik sowieso. Ook als met z’n tweeën zijn. Nu weet ik ook wel dat ze de heropening van museum M niet wilt missen en dat is zaterdagavond 10 juni. Neen, neen, neen, dat kan ook wel zonder mij gebeuren, beweert ze, maar ik ken haar goed genoeg om te weten dat ze daar niets van meent. Immers, in dezelfde adem legt ze uit dat iedereen in Leuven mij mist en opgetogen is dat ik er bijna weer ben. Komaan, hé. Dat soort ‘iedereen’ ken ik wel; dat zijn de mensen die je – eens weer thuis – toch nooit te zien krijgt. Hoe dan ook, het ziet er sterk naar uit dat we woensdag zullen rijden. Mij maakt het niet veel uit. Uiteindelijk moet je toch ooit vertrekken.

Huub is natuurlijk uitzinnig als hij weer door Mieke geknuffeld wordt. Wacht maar af, jongen, denk ik daarbij. Het duurt geen half uur of ze gaat je weer met de kam, de borstel en de schaar te lijf. En jawel, hoor, we zijn nog geen tien seconden terug op Helsinki 2 of het is zover.

Die avond zitten we tot even voorbij 23 u buiten en voorbij twee flessen wijn. Het kan tenslotte niet elke dag feestdag zijn.

Vr 02/06 Opgelet: overstekende platanen!

 

Het mensdom heeft het toch al zo moeilijk om mij een greintje sympathie en geloofwaardigheid te ontlokken en nu doet die oranje oetlul uit de USA er nog een schepje bovenop. Laten raaskallen, denk ik dan, maar ook: hoe lang komt die flapdrol daar nog allemaal mee weg. Wanneer staan de weinige Amerikanen die niet zo dom zijn als de doorsnee Trump-kiezer – en die zijn er gelukkig nog – eindelijk eens opstaan en dat stukje zelfingenomenheid ten val brengen? Intussen moeten we nog wel drie en half jaar verder met dat stuk onbenul en het is bang afwachten welke nonsens die geestelijk gestoorde voor de mensheid nog in petto heeft.

Nu ja, in ons eigen landje moet men ook al heel ver gaan zoeken naar enige redelijkheid en verstand. Een bewindvoerder die het stadium ‘opgeblazen kikker’ lichtjes ontgroeid is, kun je bij ons nauwelijks vinden. De heer Ben Weyts, die zichzelf als mobiliteitsminister in de markt zet, is alweer van een – volgens zijn kabinet dan toch – prachtig idee bevallen. De bomen langs gewestwegen mogen in de toekomst niet dikker worden dan 10 cm diameter. Dat zou het zorgwekkende aantal dodelijke verkeerslachtoffers verminderen. Er schuilt enige logica achter dat voorstel. Immers, hoe dunner de boom, hoe meer ruimte ernaast en hoe minder kans om er tegenop te knallen. Ik daag iedereen uit die kan vertellen dat hij/zij in zijn/haar omgeving iemand kent met deze ervaring: “Oei, ik reed hier tegen 50 km per uur voorbij en plots dook er een plataan op die zonder signalen, én zonder verlichting, de weg overstak, mijnheer de rechter. Ik kon hem echt niet meer ontwijken.” Waarop die rechter de chauffeur in kwestie volledig in het gelijk stelt omdat die boom een diameter had van 12 cm.

Met ernstig beleid daarentegen heeft dit voorstel wel niets, maar dan ook totaal niets, van doen. Zorg er verdomme voor dat onze wegen kwalitatief verbeteren, haal de laagvliegers van de weg af, voer meer controles uit en doe iets aan de trieste mentaliteit van onze chauffeurs. Op dat vlak hebben wij Belgen toch al geen al te voorbeeldige reputatie in de rest van de wereld.

Diezelfde Weyts had eerder deze week al een kemel geschoten en zich de woede van ettelijke camperaars op de hals gehaald. Volgens de nieuwe voorschriften van de autokeuring moeten de zitplaatsen waar geen passagiers mogen zitten tijdens het rijden, aangeduid zijn met een sticker. Helaas, de desbetreffende stickers, conform aan de wet, moeten nog ontworpen worden, laat staan dat ze al gedrukt en verkrijgbaar zouden zijn. Intussen hebben tientallen campereigenaars hun karretje zien afkeuren. Ernstig beleid?

De Vlaamse regering telt nog zo’n kampioen met een totaal eigen logica: la Schauvliege. Sinds 2006 heeft de Vlaamse overheid al een half miljard euro (500.000.000 !) uitgegeven om de ammoniakuitstoot van veestallen te beperken. Blijkt nu dat die uitstoot – ondanks alle lieve subsidies – niet verminderd is. “Zie je wel dat ons beleid écht werkt,” zegt La Schauvliege daarop. “Immers, de laatste vijftien jaar is de veestapel sterk toegenomen en de daaraan gekoppelde ammoniakuitstoot is naar verhouding niet gestegen.” Tja, La Schauvliege… “Jawel, mijnheer de rechter, ik volg mijn ontwenningskuur zeer strikt en houdt me daaraan. Vandaag heb ik hetzelfde promille alcohol in m’n bloed als gisteren, hoewel ik vandaag meer gedronken heb als gisteren. Dus werkt mijn ontwenning wel.” Voor dat soort logica, slechts één adres: Martelaarsplein te Brussel.

Hugo en Agnes vliegen vandaag weer naar huis maar dat belet hem niet tot op het allerlaatste nippertje van hot naar her te rijden. Daar moet nog een stoel worden vervangen, hier nog een andere bestek, ginds nog wat extra handdoeken. Als het dan toch zo ver is om afscheid te nemen, klinkt dat zo goed als een “tot morgen”. Daar moet je wel speciaal voorzichtig mee zijn want bij Hugo weet je maar nooit. Voor hetzelfde geld staat die straks ook alweer aan je deur. Pas als Louis en Gerarda – de gelegenheidchauffeurs – weer terug de camping oprijden, heb je enige zekerheid dat hij ook de luchthaven is afgeleverd.

De rest van de namiddag heb ik “De ontdekking van Frankrijk” van Graham Robb zitten navlooien. Op pagina 35 schrijft die over een gehucht Goust, en dat kwam tijdens ons etentje van woensdag ter sprake. Frey sprak over zijn eventuele terugroute naar huis. In november wilden ze vanuit Biescas de Pourtaletpas nemen naar Pau maar halverwege kon het niet meer verder vanwege overvloedige sneeuwval. Dus moest het toch maar via de Somport. Nu zouden ze dat opnieuw proberen (de pas is nu open!). Vorig jaar maakte ik het omgekeerde mee. Vanwege een grootscheeps wielerevenement was de Somport heel de dag afgesloten en met bijzonder veel geluk en vooral vanwege het vroege uur kon ik nog snel via de Pourtalet naar Spanje. Nu wil al heel lang stoppen in Laruns en Eaux-Chaudes, twee locaties die op de weg daarheen liggen. Immers, ik wilde wel eens weten of Graham Robb het bij het rechte eind had. Namelijk, daar ergens in de buurt, hoog in de Pyreneeën, ligt het veel besproken Goust, pakweg 2,5 km2 groot. In de Vrede van Westfalen (1648) zouden Spanje en Frankrijk overeen gekomen zijn dat dit gehucht een aparte republiek zou worden. Helaas, is daar in de het desbetreffende verdrag niets van terug te vinden. Hoe dan ook, toen ik in Laruns een koffie ging drinken, werd daar bevestigd dat Goust nog altijd niet bij Frankrijk hoort maar dat het wel 3,5 uur klimmen was om er te komen. Vanuit Eaux-Chaudes zou het minder lang duren. ’t Zal voor een andere keer zijn, dacht ik toen, en dat denk ik nog altijd. Maar… geoefende bergwandelaars zoals Frey en Fab mogen er voor mij altijd eens een kijkje gaan nemen. Voor mij persoonlijk zal Goust altijd blijven wat het is: de kleinste republiek ter wereld, althans volgens Robb.

29502723.790
Goust, de kleinste republiek van de wereld, zal het zonder mijn bezoek moeten stellen.

 

 

Do 01/06 Afkoeling gezocht

 

Verdikkeme, ’t is nog maar net nieuwjaar geweest en het is alweer 1 juni. Gisteren had ik het er met Frey nog over: al heel mijn leven lang probeer ik 26 uren in een dag te persen, 35 dagen in een maand en 13 maanden in een jaar. Het is me nog altijd niet gelukt en of hij misschien een beter middeltje wist? Neen dus. We zullen er dus moeten in berusten dat de tijd veel te snel vliedt en dat elke seconde een oneindig kostbaar maar helaas ook maar een éénmalig geschenk is.

Gisteren ook vernomen dat Nico en Christa deze ochtend heel vroeg weer naar huis zouden vliegen. Ik kan me wel honderd keer tegen m’n eigen oren kletsen omdat ik gisteren niet snel afscheid ben gaan nemen. Neen, mijnheer moest absoluut via de 332 naar huis rijden in plaats van nog even op de Cap binnen te wippen. En dan moet je de hond zijn eten geven, moet je zelf nog dringend naar het toilet en daarna heb je geen zin meer om nog naar Albir te rijden.

Louis en Gerarda zijn gisterenavond laat gearriveerd en blijven een week of twee. Die knie van Gerarda is nog altijd niet genezen. Dat gedoe moet nu toch al bijna drie maanden aanslepen. Hugo is druk met het opruimen van Helsinki 1. Daar nog een stukje tapijt bijvoegen, hier een stevige voet onder de parasol zetten, enkele nieuwe zetels aanvoeren… We staan met z’n beiden op het algemene resultaat te kijken met de opmerking: Wel, wel, wel, al met al is het een mooie plek geworden.

Ook overbuurman John is druk doende de sporen van de voorbije overstromingen weg te werken. De met het water meegevoerde kiezelsteentjes zijn tot op zijn terras terecht gekomen. Hij is trouwens niet de enige deelnemer aan de Britse invasie van de voorbije twee dagen. Ook deze nacht om 1.30 u kwamen hier nog rolkoffertjes voorbij gerateld. De laatste vlucht uit Engeland komt in Alicante erg laat aan, tegen of na middernacht. De laatste shuttlebus wacht op die passagiers die daarna nog in haast elk hotel van Benidorm moeten gelost worden. Benisol zit helemaal achteraan in het routeschema. Zelf ben ik daar ook al eens het slachtoffer van geweest, toen ik nog op Cap Blanch zat. Toen moest ik eerst anderhalf uur wachten op de luchthaven en kwam ik pas om half drie in Albir aan.

Huub afkoeling bezorgen – en mezelf ook – is zowat mijn belangrijkste namiddagtaak. Zelfs in de schaduw kruipt het kwik tegen 35°C aan en elk zuchtje wind is dus meer dan welkom. In normale omstandigheden krijg ik hem nauwelijks tot aan de parking, niet eens honderd meter van hier, maar met een natte pels doet hij het al wat vlotter. Intussen zit ik wel te hunkeren naar een toldo. Ze zijn er (eindelijk!) wel mee bezig die op te hangen maar blijkbaar krijgen de leegstaande plekken voorrang. Tja, het is ook iets makkelijker werken als er niets in de weg staat. Hoop doet leven.

De passage bij F&L loopt langer uit dan gepland. Als Frank begint te vertellen over zijn vorige leven als havenloods, kan ik daar uren geboeid naar luisteren. Het is dan ook een vakgebied waar de meeste mensen zich maar weinig kunnen bij voorstellen.

Mieke moet deze avond naar de voorstelling van het nieuwe seizoensprogramma van 30CC, het Leuvense cultuurcentrum. Tja, zonder Wellens kan die brochure nauwelijks worden gepresenteerd, nietwaar. Ik begin haar er steeds meer van te verdenken dat voor haar elk excuus goed genoeg is om de deur uit te gaan. In dit geval luidt het excuus: Mick C. en Kristin H. Wat een geluk dat er nog zo’n vriendinnen bestaan.

IMG_2696
Jawel, Helsinki 1 ziet er goed uit. Iemand kandidaat om deze plek te huren?