Wapenstilstand? Voor even maar

11 November. Een feestdag die me nog altijd opzadelt met meervoudige gevoelens van huivering en afschuw. Meervoudig omdat die gevoelens gedurende mijn levensloop verscheidene fases hebben ondergaan. In een eerste stadium heb ik er een nog altijd geldend jeugdtrauma aan overgehouden. Een beetje uitleg.

In mijn geboortestadje Borgloon (algemeen gekend als “een gat op een berg”) werd het als vanzelfsprekend beschouwd dat je, van zodra je een beetje zonder over je voeten te struikelen kon lopen, lid werd van de Loonse Turnkring. En wel helemaal als je – zoals ik – uit een deftig katholieke familie ontsproten was. Nu was er aan die turnkring ook een trompetterkorps verbonden, dat zich in de loop der jaren een stevige reputatie had opgebouwd, waarin mijn ooms Jean, René, Henri en Jef een dragende rol speelden. Daardoor kon mijn moeder moeilijk weerstaan aan hun aandringen om mij, ondanks luid protest mijnentwege, bij die kring in te lijven. Mijn toen al ingeboren afkeer voor alles wat met geforceerde lichaamsbewegingen te maken had, werd niet als een afdoend tegenargument beschouwd. Zodoende werd ik als zesjarige snotneus uitgedost in een wit hemdje (mét opgenaaid embleem), een zwarte korte broek en hagelnieuwe ‘turnsloefen’ die zowat overal knelden.

Nu kon er in Borgloon geen scheet gelaten worden of de Turnkring diende er met de neus bovenop te zitten. Er kon geen kermis worden geopend, geen jubileum gevierd of geen processie uitgaan (en dat waren er nogal wat) zonder die trompetters erbij, met een delegatie fiks marcherende turners voorop. In dat drukke programma was de jaarlijkse herdenking van Wapenstilstand op het Speelhof vaste koek. Bij die gelegenheid kreeg je eerst een toespraak van de deken en van de burgemeester, waarna ook nog afgevaardigden van vaderlandslievende verenigingen en oud-strijdersbonden hun zegje mochten doen. En dat bleef maar duren. Al die sprekers hadden een heel jaar lang hun eigen onbelangrijkheid opgespaard om die nu dan, in een orkaan van woorden, voor één dag van zich af te schudden. En maar rinkelen met die medailles, en maar ernstig voor zich uit staren, en maar zwaaien met die nationale driekleur.

Al die tijd diende jij, als trotse turner, op de eerste rij bewegingloos en strak in het gelid al dat geleuter over je heen te laten komen. Bijkomende ergernis: in die naoorlogse jaren, en lang voor er sprake was van klimaatwijziging, kon je er donder op zeggen dat de winter al met Allerheiligen zijn intrede maakte. Je kon erop rekenen dat het uitgerekend op 11 november vroor dat het kraakte, of dat je minstens een kille plensbui over je heen kreeg. Stond jij daar, lichtjes gekleed in je net gestreken hemdje en in die flodderende korte broek, op je blauw uitgeslagen spillebenen te trillen van de kou. En die ‘turnsloefen’ die maar bleven knellen. Dat je achteraf, eens weer thuis, in de keuken naast een speciaal voor jou extra opgestookte kolenkachel mocht zitten ontdooien met een dampende kop chocomelk + beschuit kon je nauwelijks als troostpunt beschouwen. Tenslotte, je had dan wel een vrije schooldag maar wat schoot je daarmee op als je de rest van die dag niets anders kon uitsteken dan in de keuken verkleumd zitten te rillen? Toen we op een 11 november, in 1953 geloof ik, ook nog gemarteld werden door neerslaande hagel, met korrels als duiveneieren zo dik, was voor mij de maat vol. Voor mijn moeder gelukkig ook. Drijfnat en nog nauwelijks in staat een teken van leven te geven, heeft ze me toen urenlang zitten droog wrijven en dikke lagen Vicks-zalf op borst en rug uitsmeren. Eens ontvroren mocht ik op bevel van de huisdokter pas drie dagen later weer m’n bed uit. Longontsteking. De argumenten van mijn nonkels “daar wordt hij man van” maakten vanaf toen geen indruk meer op mijn moeder. Hoe dan ook: nooit meer heb ik in het uniform van de Loonse Turnkring Wapenstilstand moeten herdenken; in een ander uniform trouwens ook niet. Het trauma voor die specifieke dag is wel gebleven.

Toen we naar Brabant verhuisden en ik in Mechelen op internaat vloog, was het ook gedaan met de alles verpletterende strenge Limburgse sociale controle. OK, je kreeg in de geschiedenisles nog wel wat te horen over Wereldoorlog I maar de draagwijdte van 11 november raakte niet meer verder dan je kouwe kleren.

In 1962 begon ik in Brussel te studeren en als je daar gewoon een winkel binnen ging, een pintje wilde drinken of op de tram stapte, werd je wel automatisch een tikkeltje flamingant. Daarop liet je voor heel even jezelf lichtjes meeslepen in de mooie praatjes en valse romantiek over het ontstaan van wat geslepen politici de ‘Vlaamse Beweging’ noemden en dat we alle ellende in België aan WO I en zijn nasleep te danken hadden. Zij hadden alleen de mond vol van de ‘Belgische ziekte’ en dat die Wapenstilstand niet meer of niet minder betekende dan een verraad van de Vlaamse soldaten aan de IJzer. Zo kreeg mijn jeugdtrauma voor 11 november er nog een ideologisch sausje overheen. Nieuwsgierig als altijd, kwam ik er na enig studiewerk wel achter dat al die verhaaltjes over de Fronters, VOS, het gedoe rond AVV/VVK, de Keltische kruisen en de eentalig Franse bevelen aan het front berustten op historische kwakkels. Opvallend was wel dat die onheilsprofeten verdacht stil bleven over hun eigen rol tijdens en na de daaropvolgende wereldoorlog.

Veel later pas, eens de jaren van discretie en verstand bereikt, ga je in Leuven toch wel wat vragen stellen bij de gelijkvormige herdenkingsstenen in talrijke huisgevels. Daarop het gekroonde schild van Leuven, een vlammende toorts, een bajonet en het jaartal 1914. Dan ga je toch wat snuffelen in de geschiedenis van je adoptiestad. Wel helemaal als je uiteindelijk in het pand Het Moorinneken op de Grote Markt terecht komt. Helemaal boven in de gevel daarvan prijkt een vreemde cartouche met de Latijnse tekst “Quibusdam invitis gloriosor ex cinere consurgo”. Dan wil je toch weten dat die woorden zoveel betekenen als “Door velen benijd, zal ik nog grootser uit mijn as verrijzen”. Dus ga je nog wat dieper in die geschiedenis graven tot je uitkomt op die verschrikkelijke datum 25-26 augustus 1914. Als toppunt van cultureel barbarisme ging toen de universiteitsbibliotheek in de vlammen op, met zo’n 300.000 boeken, een duizendtal handschriften en 800 incunabelen. Fosforbommen werden in zo’n 1.100 panden gegooid. Honderden Leuvenaars werden aan het station bijeengedreven en dan maar tellen: één, twee, drie, pang! Niet minder dan 248 burgers werden lafhartig vermoord, honderden in concentratiekampen opgesloten, duizenden op de vlucht gedreven. Louvain Ville Martyre, klonk het overal in de wereld, net zoals Visé, Aarschot, Andenne, Tamines, Dinant, en Dendermonde. De waanzin!

En nu herdenken we dus dat er een eeuw geleden een einde kwam aan die periode van mondiale totale verdwazing, die orgie van verstandsverbijstering. Dat heeft dan toch maar heel eventjes geduurd. Niet langer dan de tijd die nodig was om in Compiègne enkele handtekeningen neer te kribbelen. De gefêteerde massamoordenaars – want zij waren de zogenaamde winnaars – die de afgezanten van de piepjonge Weimarrepubliek hun onmogelijke vredesvoorwaarden door de strot ramden, wisten maar te goed dat ze bij het verlaten van de Wagon-Lits 2419D al het licht op groen hadden gezet voor Wereldoorlog II. En dus krijgen we op tv weer niets anders te zien dan beelden van somber kijkende machthebbers met in hun kielzog een regiment sabelslepers en met hun medailles rammelende oud-strijders uit andere oorlogen. Gesneuvelden worden weer eens bedolven onder loze woorden en verheerlijkt als onbaatzuchtige helden. Wat een operettevertoning…

En dan maar roepen: Nooit meer Oorlog! Bij ons dan toch, denken we daar dan in stilte bij, want we doen verder geen enkele moeite om het constante wapengekletter elders in de wereld een halt toe te roepen. Dat is immers een ver-van-ons-bed-show. Erger nog: FN Herstal blijft wapens uitvoeren, wij kopen een resem F35’s maar voor de slachtoffers van al dat geweld bouwen we hogen muren aan onze grenzen en klappen we doodsbang de voordeur dicht. Wat een hoop hypocrisie.

Geef mij dan maar een echte pacifist zoals onze Louis Tobback. Die kreeg zowat heel de stad over zich heen toen hij onze Place Foch absoluut wilden veranderen in Rector De Somerplein. Gelijk had hij, verdomme. Een gewetenloze schurk die elke ‘poilu’ alleen als kanonnenvlees beschouwde en zijn soldaten met honderdduizenden tegelijk de vuurlinie van nutteloze slagen instuurde, hoeven wij onze stad niet te eren met een straatnaambordje. Een andere opmerkelijke gebeurtenis. Al heel lang voor op 28 juli 2014 wereldwijd het begin van WO I werd herdacht, had Tobback al Fred Brouwers onder de arm genomen om samen na te denken over de meest geschikte manier om dat feit ingetogen te eren en met Leuven te verbinden. Die contacteerde daarop componist Piet Swerts die aan de opdracht meer dan een jaar de handen vol had. Dat gezwoeg resulteerde in het indrukwekkende oratorium ‘The Sack of Louvain’. Dat muzikale meesterwerk kreeg zijn première op 25 augustus van dat jaar op het Ladeuzeplein – op exact hetzelfde tijdstip als honderd jaar daarvoor de Duitse furie over onze stad werd losgelaten – en werd daags nadien herhaald. Wie mij een beetje kent, weet dat mijn muzikale voorkeur vooral naar Monteverdi, Bach en Mozart uitgaat, hooguit tot Richard Strauss en Rachmaninov reikt. Hedendaagse composities liggen me niet makkelijk in het oor, om niet te zeggen helemaal niet. Maar bij wat ik die avond van Piet Swerts te horen kreeg, kon ik de tranen van ontroering onmogelijk tegenhouden. Wat spijtig toch dat het bij die twee uitvoeringen gebleven is.

Net zo min als Tobback denk ik graag in termen als ‘helden’. Samen met W.F. Hermans blijf ik nog altijd vinden dat een held iemand is die straffeloos onvoorzichtig is geweest. Die 248 gefusilleerde Leuvenaars aan het station waren niet onvoorzichtig en straffeloos zijn ze niet gebleven. Dus zijn zij misschien wel échte helden. Samen met die miljoenen onschuldige burgerslachtoffers elders in de wereld.

Met genoegen laat ik 11 november over aan en wie er belang in stelt. Met of zonder jeugdtrauma. Persoonlijk buig ik elke 25-26 augustus nederig het hoofd.

turners

Kijk eens hoe trots en fiks in de stap deze knaap meeloopt met de Loons Turnkring.

Advertenties

Een reactie op “Wapenstilstand? Voor even maar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s