Beste Carl,

Verdomme Carl, het is weer niet gelukt. Dat zeg ik zonder een spatje leedvermaak – of toch héél minimaal – want als ik het één CD&V-er zou gunnen, dat tricolore lint rond de buik, ben jij dat wel. Je zult het – voorlopig althans – moeten stellen met die paar maanden in 1998. Zonder dat kussentje van de Rijkswacht had je waarschijnlijk die legislatuur volledig kunnen afmaken en met het burgemeestersvoordeel naar de volgende verkiezingen trekken. Het heeft niet mogen zijn. Tja, pech gehad dat je het uitgerekend tegen zo’n mastodont als Tobback moest opnemen.

Ondanks onze meningsverschillen en strubbelingen in het verleden, heb ik je persoonlijk wel altijd als een integer en zeer loyaal man beschouwd, beste Carl. Misschien met iets té lange tenen want op elk greintje kritiek reageerde je nogal eens als een kanonnier die een mug onder vuur neemt. Toen je schepen voor cultuur was, hadden we het meer dan eens met elkaar aan de stok. Bepaalde beslissingen vond ik getuigen van een gebrekkige visie: de verbouwing van de stadsschouwburg, bijvoorbeeld, of de rel rond de foto’s van Daniel Brunemer, het boycotten van de plannen om Leuven te laten uitgroeien tot hét muziekcentrum van Europa… OK, mijn woordgebruik was niet altijd even kies en ik speelde wellicht niet altijd de bal, waarvoor nu en hier mijn erg late excuses.

Misschien liet je je omringen door niet altijd even competente adviseurs en even goedmenende medewerkers. Dat Koert Debeuf (eerst via jou naar VLD en nu directeur van het Tahrir Insituut) er ooit in geslaagd is om jou zoiets als een ‘Integraal Hondenbeleid’ aan te praten als de grootste politieke realisatie gedurende je tijdelijke burgemeesterschap, tart nog altijd mijn verbeeldingskracht en lachspieren. Ook elders werd je tegengewerkt, werd je slachtoffer van broedertwisten in je eigen clubje, waarin oude breuklijnen tussen de verscheidene standen nog altijd regelmatig de kop opsteken. Toen je staatssecretaris werd in de regering Leterme II had ik echt wel met jou te doen. Daarmee stond in Leuven de deur wagenwijd open voor de jonge hongerige wolven die het leiderschap over de roedel maar al te graag wilden overnemen. Tijdens de 541 dagen die Di Rupo nodig had om tot een nieuwe regering te komen, en jij dus demissionair de lopende zaken diende af te handelen, werd in Leuven ondertussen gretig de kettingzaag in de poten van je stoel gezet en vlogen de spaanders in het rond. Je was nog net op tijd terug om weer orde op zaken te zetten. Dat je daarin ook nog slaagde, vind ik nog altijd jouw grootste politieke prestatie.

Voorlopig zul je tevreden moeten zijn met een zesde termijn als schepen, beste Carl. Een toch niet onbeduidend palmares, maar misschien wel die ene termijn te veel, wie weet. Vorige zondag tijdens de korte televisieflash over Leuven was het achter jouw rug goed te zien dat het de Nacht van de Lange Messen zou worden. De tijd en de omstandigheden zijn rijp voor iets waar jouw partij al sinds mensenheugenis voor bekend staat: politieke vadermoord. De kans om glansrijk via de grote poort eruit te stappen, is wellicht verkeken. Aan de achterdeur staan de messentrekkers klaar. Beste Carl, hopelijk wordt het geen al te bloederige slachtpartij.

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s