Schoonheidsfouten

Ik beloof gemeend plechtig dat dit mijn laatste bijdrage is in mijn veelal onsamenhangende politieke gedachten n.a.v. de aanstaande verkiezingen. Of ik daar na 14 oktober niets meer over zeggen zal, is een andere kwestie. Dat kan ik niet garanderen en zal in grote mate afhankelijk zijn van wie burgemeester wordt. In elk geval: pin mij niet vast op het gegeven woord…

Laat ik er geen doekjes om winden: volgende zondag stem ik op Louis Tobback. Als ultiem eerbetoon aan een groot politicus. Gewoonweg uit waardering voor wat hij en zijn ploeg de voorbije 24 jaar gepresteerd hebben. Ook een beetje uit dankbaarheid dat hij er nu mee stopt. Tussen hem en Mieke bestond al 24 jaar een afspraak: zo lang hij ervoor zou gaan, zou zij ook blijven meedoen. Hij bleef heel lang op haar inpraten om samen met hem nog een laatste keer de lijst te steunen. Tot mijn grootste verbazing is hij daarin niet geslaagd. Een vijfde keer campagne voeren, en toch zo maar een beetje pro forma op de lijst te staan… neen, daar bedankt ze voor. Als ze nog meedeed, moest het menens zijn, wilde ze zich ook voor meer dan 100 % kunnen engageren en ja, op de motivatie is intussen ook wel wat sleet gekomen. Nu L.T. de fakkel doorgeeft – hoewel, met Louis weet je maar nooit – zal ik mijn teerbeminde misschien weer een beetje meer terug in huis krijgen, iets meer voor mezelf. Voor haar mag/moet een jongere generatie het nu maar eens overnemen en zichzelf bewijzen. Nobele intenties waar ik het helemaal mee eens kan zijn. Een beetje eigenbelang mag nu en dan ook wel eens.

Persoonlijk biedt dat namelijk enorme perspectieven op mogelijk te verwachten “quality time” (weer zo’n stomme Engelse uitdrukking die volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek betekent = goed bestede doorgebrachte (vrije) tijd, vooral in gezinsverband). Ruwweg geraamd is Mieke de voorbije jaren minstens 4.000 avonden in de weer geweest – en dus uithuizig – in functie van haar politiek mandaat. Daarbuiten moet je nog de dagen rekenen dat ik argumenten moest slikken als ‘Tja, jongen, daar kan ik echt niet buiten” of “Sociaal gezien ben ik wel verplicht aan daarbij te zijn.” Doe er dan ook nog eens de reizen bij die ze begeleid, en de talrijke uitstapjes naar ‘verbazingwekkend interessante steden’ met vriendinnen, en je komt tot de slotsom dat ik niet eens honderd dagen per jaar rekening diende te houden met het genre en het volume van door mij gekozen muziek en/of dat ik zonder inspraak kon beslissen over het geselecteerde tv-programma. Daar komt nu dus een einde aan. Het zal enige aanpassing vragen, zeer voorzichtig uit de buurt van het Zwarte Gat zien te blijven. Of ons dat ook zal lukken, zien we wel vanaf 1 januari 2019.

Een tweede punt waarover ik geen twijfels laat bestaat: ’t is niet omdat ik, uit waardering voor L.T. stem dat ik het ook altijd en in alles met hem eens ben (geweest) en dat ik geen vraagtekens zet achter bepaalde details van dat overigens geslaagde beleid. Soms maakte ik me wel de bedenking: “Geniaal maar met te korte beentjes” om onbeschaamd leentjebuur te spelen bij Louis Paul Boon. Daarmee bedoel ik: in het algemeen verbazingwekkend goed maar er kleven ook wel wat minder fraaie kantjes aan, er werd net niet ver genoeg geschoten, er werden kansen gemist.

Stijl

Zelf ben ik ook niet altijd even fijn besnaard en dus heb ik me maar weinig gestoord aan het onverbiddelijke geblaf waarmee hij tegenstanders wist onderuit te halen. Bij een enkele gedupeerde dacht ik wel eens “Ai Louis, dat is er nu wel echt overheen” maar veel vaker nog “Eigen schuld, dikke bult”. Veelal was je zijn slachtoffer vanwege een schrijnend gebrek aan argumenten of te weinig kloten aan het lijf. Je mocht hem best tegenspreken maar dan wel met gefundeerde beweegredenen en zonder oeverloos gelul. Al de jaren dat ik als verslaggever de gemeenteraad bijwoonde, heb ik maar één raadslid gekend dat zijn cassante uitspraken wist te trotseren en hem van gepaste repliek durfde te dienen: Hans Bracquené. Geen raadslid dat Tobback zo’n luisterend oor gaf, en zoveel achting en waardering kreeg als uitgerekend diezelfde Hans B. Voor het overige moet elk vogeltje maar zingen zoals het gebekt is.

Ambtenarij

Een van de eerste beleidsdaden van Louis T. was het ‘depolitiseren’ van benoemingen. Ambtenaren werden niet meer geselecteerd op basis van hun partijkaart maar op hun bekwaamheid. Bovendien, eens ze aangesteld waren, moest je hen ook hun werk laten doen; zonder bemoeienissen vanuit het schepencollege. Zeer nobel allemaal maar daarin gaat hij naar mijn inzicht iets té ver in. Durf het niet aan om hem een kritische opmerking over de politie of brandweer te maken; toch niet als je niet voor de rest van je dagen als tegenstander wilt beschouwd worden. Ook over stadsbedienden die niet helemaal (meer) voldoen, valt met hem niet te praten. Alsof er tussen de periode van hun selectie en hun prestaties van tien, vijftien jaar later niets gebeurd kan zijn op persoonlijk vlak, niet helemaal ingevulde ambities, onderlinge wrevel in de werkkring, enz. Zit je voor de rest van hun carrière wel opgescheept met een malcontente tegenwringer. Daarbij wordt nogal snel vergeten dat zo iemand een hele dienst kan lam leggen of toch minstens uit het verband kan spelen. En nog erger dat het stadsbestuur wel de politiek verantwoording draagt. Niet de ambtenaar maar de politici worden met de vinger gewezen. Niet de ambtenaar, levenslang benoemd, maar de politici moeten om de zes jaar herverkozen worden.

Cultuur + muziek

In mijn jonge(re) jaren beperkte het theateraanbod in Leuven zich tot enkele gastvoorstellingen van KVS, amateur toneelgezelschappen en een voordracht van Exploration du Monde. Voor het overige pikte je een film mee in Lovanium, Forum, Rex, Eden of Monty (foei!) en met enig geluk organiseerde een of andere student wel eens een concert. Ook de mannen die met het Rode Boekje van Mao zwaaiden, maakten geen einde aan deze culturele winterslaap. Pas toen het Augustinessenklooster omgetoverd werd tot cultuurcentrum, en de voormalige muziekschool tot Minnepoort, begonnen zich voorzichtige tekenen van leven te vertonen. Met 3OCC, museum M, fAbuleus, STUC, cinema ZED, het Depot, OPEC, en talrijke andere initiatieven betekent cultuurbeleving tegenwoordig een fulltime job.

En toch: Leuven heeft ooit de kans gehad om misschien wel de meest belangrijke muziekstad van Europa te worden. De Beethoven Academie (Jan Cayers), het Huelgas Ensemble (Paul Van Nevel), La Petite Bande (Sigiswald Kuijken), het Vlaams Radio Orkest en –Koor… allemaal gezelschappen met een sterke binding met Leuven. Zelfs Anima Eterena (Jos Van Immerseel) toonde interesse. Het idee werd geopperd die allemaal in één structuur te gieten met basis in Leuven, het ministerie van cultuur had al de nodige subsidies toegezegd en toch werd dit project door de toen bevoegde schepen afgeketst. Vanwege onkunde of omdat het voorstel uit de ‘verkeerde’ politieke hoek kwam?

Architectuur

Nog nooit voorheen werd in Leuven zoveel gebouwd als de voorbije decennia. Aldo Rossi maakte een masterplan voor de Philipssite, de Sola-Morales nam de stationsomgeving onder handen, Sousa-Byrne bouwde het provinciehuis, Baines stak het schitterend mooie gebouw van Henry van de Velde in een nieuw kleedje, Samyn & C° overkapten te sporen, Stéphane Beel stampte het museum M uit de grond, Robbrecht en Daem vervingen de Vlaamse Leergangen door het nieuwe CERA-hoofdkantoor. Stuk voor stuk grote namen in de architectuurwereld. De ene realisatie al iets beter geslaagd dan de andere. Daar tegenover staat een stapel miskleunen van een lelijkheid, bekrompen denken en totaal gebrek aan visie en goede smaak: de zogenaamde Kop van Kessel met als ultiem hoogtepunt dat groene onding aan Tivoli-brug. Wat ik Leuven mis is een realisatie met een enorme WHAW-factor, zoiets als de opera van Sydney, La Défense in Parijs, de Ciutat de les Arts i les Ciènces in Valencia. Ik zou al tevreden zijn als het MAS van Antwerpen aan de Leuvense vaart stond. Helaas, helaas… wat krijgen wij? Mediocriteit in het kwadraat. Daar moeten we dan nog blij mee zijn ook want in het ergste geval kregen we alleen maar monsterlijk lelijke torens zoals het studentenhuis Waterview van Ghelamco.

Wonen

Tja, wonen in Leuven wordt een moeilijke, alleszins dure zaak. De in mijn straat opgegroeide jeugd is intussen moeten uitwijken naar Tienen, Lubbeek, Tildonk of Meerbeek, enz. om daar een (voorlopig nog) betaalbare woning te vinden. Dat terwijl Leuven wordt volgebouwd met luxeappartementen die op een wip betrokken worden aan voormalige Leuvenaars, intussen rijk en oud geworden, die het niet meer zien zitten om wekelijks hun 12 are grote tuin in Hoog-Linden of Oud-Heverlee te onderhouden. En dan krijg je toch wel de indruk dat dit Leuven gul overgelaten wordt aan speculanten en bouwpromotoren. De ontwikkelingen aan de Penitentienenstraat, de Vaartkom, de Vaart- en Sluisstraat, Barbarahof… allemaal mooi om naar te kijken, en best aangenaam om er te wonen, maar er zit toch wel een reukje aan. Het reukje van zoveel mogelijk vierkante meters die zoveel mogelijk moeten opbrengen. Wat krijg je dan? Het mes op de keel. Neem nu de parking aan de Vaartkom. Destijds werden daarover in de gemeenteraad vragen gesteld over bereikbaarheid en verbindingsmogelijkheden naar het centrum. Er werd een fraai beeld opgehangen met een rechtstreekse inrit aan de Lüdenscheidsingel, een nieuwe busverbinding naar het stadshart en een nieuwe brug (die er intussen wel is maar nog altijd niet bruikbaar is). Achteraf bleek die parkeergarage moeilijk bereikbaar met de inrit in een totaal onoverzichtelijke bocht, en dus niet rendabel voor de promotor. Gevolg: de stad mag dit nutteloze ding aankopen. Intussen maakt het al eerder genoemde Ghelamco zich stinkend rijk met het studentenhuis dat cynisch genoeg de naam Waterview kreeg. Van water krijg je daar maar weinig te zien, van de dichtslibbende, overdrukke ringweg des te meer.

Ondanks alle inspanningen die het stadsbestuur ter zake heeft ondernomen, stel ik vast dat perfecte eengezinswoningen nog altijd veranderen in studentenkoten. Weliswaar niet meer een resem deurbellen tegen de gevel maar best herkenbaar aan het aantal fietsen tegen diezelfde gevel, en de bedenkelijke staat waarin die rijwielen zich bevinden voor zover er geen plaatje van VELO aan vast hangt. Voor het overige moet je, op zoek naar een studentenkot, vooral niet vergeten er het zonenummer 053, 056, 011 of 089 voor te zetten. Een 016-nummer vind je maar zelden of nooit.

En toch… overmorgen stem ik voor Tobback.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s