Ma 22/05 Verveling? Neen toch.

 

“Monday, Monday, can’t trust that day” zongen The Mamas & The Papas meer dan een halve eeuw geleden. Terwijl ze dat zongen – dat was in een boeiend vorig leven – vroeg ik me toch al af wat er mis mocht zijn met maandagen en wat er aan die dag minder betrouwbaar was dan, zeg maar, een donderdag of dinsdag. In die tijd waren alle dagen even spannend; je wilde er geen seconde van missen. Dat wil ik trouwens nog altijd niet; misschien zelfs nog minder dan vijftig jaar geleden. Hoewel, met de huidige toestanden in deze wereld ben ik eerder geneigd om ALLE dagen van de week te wantrouwen. Inclusief zon- en feestdagen.

Vijftien jaar na The Mamas & The Papas herinnerden de Boomtown Rats ons er nog eens aan dat het niet helemaal snor zit met maandagen. In een school in San Diego begon op een maandag in januari 1979 een 17-jarig meisje in het wilde weg om zich heen te schieten. Twee doden en 8 gewonden. Haar enige verklaring voor deze waanzin: ‘I don’t like Mondays’. Aan deze summiere uitleg hield Bob Geldof een wereldhit over.

Deze maandag verloopt trouwens niet anders dan alle andere maandagen. Meer nog: er is geen merkbaar verschil met alle vorige dagen sinds ik hier op 1 oktober toekwam. Ooit konden we elkaar troosten met het gezegde: “Elke dag strontzat is ook een regelmatig leven”. In de tegenwoordige tijd vervang ik ‘strontzat’ door ‘helemaal niets doen’. Uitzondering gemaakt voor de hoogst noodzakelijke dagelijkse routine: koffie, krantje, hondje, doorloper…

Mensen vragen me wel eens of ik me in de gegeven omstandigheden dan niet verveel. Vooral mensen die me kennen uit m’n vorige leven, toen ik nog als een opgefokt Duracell-konijn deze wereld op de zenuwen werkte. Neen dus. Mijn tegenvraag is dan altijd of ze ooit gereisd hebben. Uiteraard heeft men dat. Kijk maar, we zitten hier toch aan de Costa Blanca. Nu ja, er is uiteraard een hemelsbreed verschil tussen ‘zich verplaatsen’ en ‘reizen’. Dat eerste heb ik zeer lang gedaan, zelfs heel ver hier vandaan. Dat tweede heb ik pas in Laos, Cambodja, Birma, Vietnam en vooral Indonesië geleerd. Daar spreekt men van ‘jam karet’ (tijd is elastisch) of je krijgt er te horen dat jij wel het horloge hebt maar zij de tijd. Waar voor elke bus/trein/boot wel een uurrooster bestaat maar dat die niet eens informatief bedoeld is; laat staan dat men er zich aan zou storen. Dan heb je twee mogelijkheden. Of je gedraagt je als een opgewonden toerist die zoiets toch niet voor mogelijk houdt en er een hartaandoening aan overhoudt en zijn vakantie naar de kloten helpt. Of je steekt je uurwerk in het diepste van je rugzak bij de rest van nutteloze voorwerpen, je zet/vleit je ergens in een vlekje schaduw neer tussen de lokale bevolking en je wacht gelaten tot bus/trein/boot eraan komt. In het eerste geval krijg je alleen maar misprijzende blikken en meesmuilende grappen over je heen, in het tweede alleen maar vriendschap, begrip en kom je niets te kort aan eten en drinken. Ik heb er zo’n beetje een eigen theorie rond opgebouwd: een toerist ‘bekijkt’ de dingen (en dan nog liefst door de zoeker van zijn camera), een reiziger ‘ziet’ dingen (met eigen ogen). Hoe kun je je dan vervelen? Dat lesje, gekregen van totaal ongeletterde mensen bij de Batak, Minangkabau, Mentawai en Khmers, pas ik hier ook toe. Hoe kan ik me hier dan vervelen?Erger nog: als ik dringend boodschappen moet doen, vind ik dat een zware opdracht die me uit mijn niet bestaande ritme haalt. Vandaag (maandag, dus) moet het want het hondenvoer is op en Huub kan niet zelfstandig voor zijn prakje zorgen.

Bij Anne & Mark is een cameraploeg opgedoken voor het programma ‘Animal Rescue’. Daarin wordt de hond opgevolgd die zij nu toevallig geadopteerd hebben en die destijds door die Britse dame in Benidorm als pup in huis werd genomen. In minder dan een week heeft die hond zich al bijzonder goed aan de nieuwe levensomstandigheden aangepast. De angstige terughoudendheid van enkele dagen geleden is al sterk verminderd en de nieuwe baasjes zijn er onvoorstelbaar blij mee. Goed zo.

In Villa Kusters ligt het dak op het gebouw. Hugo prijst zijn schoonbroer Fernand de hemel in. “Niet te geloven wat die in iets meer dan een week gepresteerd heeft,” zegt hij wel tien keer. Dat is het ook. Zelf relativeert die het allemaal. “Het échte werk moet nu pas beginnen,” meent hij. Al enkele dagen ben ik er niet meer gaan kijken. Huub raakt niet meer zo ver. Het gaat echt niet goed met hem. Hij sleept zich naar de hondenwei. Na 20 meter gaat hij alweer zitten. Met die linker voorpoot van hem gaat het echt niet goed. Bovendien heeft hij duidelijk last van de warmte. Dus sta ik ’s morgens wat vroeger op en pas als het een beetje afkoelt, probeer ik hem weer mee naar buiten te krijgen. Van zodra ik weer in Leuven ben, gaat het naar zijn vertrouwde dierenarts.

duracell-konijn
Zelfportret uit de jaren 60-70.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s