Zo 12/03 Rimpels over Rimpelrock

Deze nacht – de laatste plasbeurt van Huub – mocht ik kennis maken met een natuurfenomeen dat ik hier nooit zou verwachten en dus ook nooit eerder had gezien: een dicht mistgordijn. Je kon nog wel een hand voor je ogen zien maar de overkant van de straat was al iets moeilijker en de lantaarns in de hoofdstraat waren kleine stipjes. Deze ochtend om 7 u – qua ‘uit bed komen’ begin ik duidelijk aan mijn zomerregime, vooral te danken aan het matineuze geblaf van Huub – was er van de omliggende bergen niets te zien. Hopelijk breekt de zon er snel doorheen, dacht ik meteen, of het feestje van Hugo mislukt. Een uur later was het toch voldoende opgeklaard en nog een uur later zaten we alweer in de zonneschijn.

De intussen spreekwoordelijk geworden doodse stilte van de zondagochtend wordt plots aan flarden gereden door het snerpende geluid van een grondboor en hamerslagen op ijzer. Twee percelen verder in de Avd. Europa staat een joekel van een Britse caravan, zo eentje met aan alle kanten uitschuifbare wanden. Om die erin te krijgen, diende men zelfs hagen weg te nemen en bomen te verplanten. Maanden lang was er geen teken van leven te bespeuren maar sinds twee weken is die weer bewoond. Nu heeft die eigenaar het zich in het hoofd gehaald om zijn ‘domaniale rechten’ te laten gelden en dus laat hij zijn perceel afpalen. Waarop Corrie in het voorbij gaan zegt: “Wat is die kerel van plan? Wil die er paarden of koeien op nahouden?” Zelf dacht ik er anders over: als Olivier dit toestaat, verliest hij wel elk resterend greintje geloofwaardigheid. Tegen de middag kwam die hier voorbij gereden, stopte en maakte duidelijk dat het op de camping verboden is zo’n palen in de grond te heien en vaste afsluitingen te maken. Zegt een van die pipo’s dat ze de toestemming van de baas hebben om die omheining te plaatsen. Waarop Olivier: “I am the boss here.” De werkzaamheden hebben een kwartiertje stil gelegen en werden hervat op het ogenblik dat men dacht: nu kijkt hij niet meer om. Met typisch Engelse arrogantie wordt hier de tactiek van de voldongen feiten gehanteerd, denk ik er bij. Een half uur later komt Olivier er weer voorbij en ziet die schutting er in een ver gevorderd stadium bij staan. Nu had ik hem voorheen nog nooit boos gezien maar deze keer kon ik hem tot bij mij horen roepen. In de loop van de namiddag was de schutting en de palen verdwenen…

Eerder deze week had ik het even aan de stok met die Brit van die Silverback caravan. In de wand van dat ding zijn twee externe luidsprekers ingebouwd zodat die kerel buiten naar zijn radio kan luisteren. Die luidsprekers staan toevallig in mijn richting, op nog geen tien meter van mijn buitendeur. Al meer dan een week kan ik onmogelijk naar mijn eigen muziek luisteren – voor zover ik die al kan horen – zonder gestoord te worden door de Britse uitzendingen van een lokale radio. In de week had ik de man deze vraag gesteld: “Sorry sir, I don’t want to be a pain in the arse but is there any good reason why I am obliged to listen to your music all day long?” Hij bekeek me op een manier alsof ik hem gevraagd had Einstein’s relativiteitstheorie in tien woorden uit te leggen en bleef het antwoord schuldig. Misschien was mijn Engels niet goed genoeg? Ik heb bovenstaande zin laten nalezen door andere Britten en die vonden het niet meteen fout zitten. Hoe dan ook, het is daarna twee dagen rustig gebleven maar daarstraks loeide dat radiostation weer keihard uit de boxen waarop ik een daverende ‘godverdomme’ zijn richting uit liet galmen. Geen fractie van een seconde later ging het volume merkelijk naar beneden. Waaruit ik trots opmaakte dat ik de man in zeer korte tijd de basisprincipes van de Nederlandse taal had bijgebracht.

Die avond zei Wim me langs zijn neus weg dat hij mijn harde vloek tot bij hem had gehoord. “Dat was waarschijnlijk vanwege die muziek,” voegde hij er vol begrip aan toe. “Ook wij hebben daar last van.” Wim en José staan op Helsinki 7. Dat is hier nog minstens 20 meter verderop.

Rimpelrock

“Als we 50 à 60 mensen over de vloer krijgen, spreek ik van een succes,” troostte Hugo zichzelf al dagenlang. Verdomme, was ik over dat feestje maar niet zo negatief geweest, dacht ik al dagenlang. We zullen wel zien wat er van komt, dachten we deze morgen alle twee. “Ben je van je geloof gevallen?” vroeg Petra me in de loop van de week. Ik had hier namelijk geschreven dat ik vandaag dan toch maar naar Hugo’s Rimpelrock zou gaan hoewel ik al ver gevorderde plannen had om het verre binnenland in te trekken. Van idee veranderen, is niet altijd een teken van zwakte, beste Petra, maar kan ook duiden op voortschrijdende wijsheid. ’t Is maar hoe je het bekijkt.

Een kwartier vòòr het feestje begint, waarschuwen voorbijgangers ons: “Neem zelf tafels en stoelen mee of je hebt geen zitje meer.” Oeps, de voorbije dagen werden nochtans ettelijke picknicktafels en extra stoelen aangevoerd. Om kwart na twee – er werd nog maar pas muziek gespeeld – waren de 300 lotjes van de tombola al de deur uit. Een uur later diende men al op zoek te gaan naar extra drankjes, een operatie die nog twee keer herhaald moest worden. Iemand die zich daartoe geroepen voelde, begon te tellen: 218 aanwezigen. Britten, Nederlanders en Belgen gingen in elkaar op in rustige verbroedering. Grijsaards die zich even hard amuseerden als in de tijd dat ze nog 18 waren. Er werd luidkeels mee gezongen en driftig gedanst. Mensen die je ’s morgens als stijve harken over de camping ziet strompelen, staan hier te swingen zonder ophouden. Kijk, kijk, dit zijn de eersten van de échte rock & roll-generatie. Na een halve eeuw gaan die nog altijd helemaal door het dak van zodra er muziek van Bill Haley, Elvis Presley of The Rolling Stones weerklinkt. Heel even dacht ik dat het niet lang meer duren zou of we zouden de eerste ambulances moeten bellen. Een hartaanval hier, een klaplong daar, ginds een ontwrichte schouder…

Het hele opzet had tot doel om voldoende geld bijeen te krijgen om een wasautomaat en een droogkast te kopen voor het vrouwenvluchthuis in de buurt. Dat laatste was intussen al aangeschaft. Ik zag Hugo zich erachter proberen te verstoppen. Zijn ogen stonden vermoeid. Weken lang had die zich ongerust gemaakt of alles wel tijdig klaar zou zijn, of al de gecontacteerde artiesten wel zouden opdagen en of het publiek het wel allemaal zou appreciëren. Zijn ogen stonden ook opgewekt omdat alles veel gesmeerder verliep dan hij in zijn stoutste dromen had durven dromen. Ik stond erbij en keek er naar. Hier paste maar één woord bij: steile bewondering.

En toen gebeurde er iets wat de goede luim – althans voor mij – helemaal naar het vriespunt terugbracht, mij geloof in de evolutietheorie aan het wankelen bracht – toch wat de menselijke soort betreft – en me deed twijfelen aan het nut van enkele millennia beschavingsgeschiedenis. Een kloothommel van een Hollander kon zijn fikken niet thuis houden en sloeg Louis keihard op diens gezicht. Die moest naar het ziekenhuis waar zijn lip genaaid moest worden. Ik ben er nog altijd niet goed van en daarom stel ik dit relaas uit tot morgen.

IMG_2638
Voor mij het beeld van de week: Hugo verscholen achter de nieuwe droogkast. Doodvermoeid maar opgelucht dat het geslaagd is.
IMG_2637
Hopsa, Mieke in volle vorm aan de line dance.
IMG_4706
Zonder de talrijke vrijwillige medewerkers zou een feestje als dit niet mogelijk zijn.
IMG_4709
Mijn enig functie in het geheel: erbij zitten en ernaar kijken…
IMG_2631
Nieuwe uitgave van Buchenwald? Aanleg van een paardenweide? De Muur van Benidorm?

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s